Een lekker wijntje of biertje, een schaaltje nootjes en een zak chips op tafel. Zo ziet een gezellig avondje borrelen met vrienden er vaak uit. Maar in welke vuilnisbak gooi jij die lege chipszak aan het einde van de avond? Hoort deze verpakking nou bij het restafval of toch bij het plastic afval? Het juiste antwoord is het restafval, maar zo simpel is het antwoord op die vraag niet. Afvalscheiding is complex, maar tegelijkertijd is het van groot belang.

Door: Judith van den Berg en Daan Valkenburg

Voor mensen die wel wat hulp kunnen gebruiken bij afval scheiden, biedt de website van Milieu Centraal mogelijk uitkomst. Deze landelijke voorlichtingsorganisatie geeft praktische tips over duurzaamheid, waarbij afval een groot onderwerp is. Een onderdeel van hun website is de afvalscheidingswijzer, die mensen de mogelijkheid geeft om van elke verpakking op te zoeken wat voor soort afval het is. Hierbij zijn de drie meest gezochte termen chipszak, aluminiumfolie en melkpak. Afval leeft onder Nederlanders, dat blijkt wel uit het aantal van 10.000 websitebezoekers per dag.

Doelstelling

Afval scheiden doen we niet voor niks. Wanneer er goed wordt gescheiden, kan er beter en meer worden gerecycled. Afval is grondstof, zo kunnen er van gescheiden afval weer nieuwe dingen worden gemaakt. Om die reden is het zaak dat mensen op de juiste manier omgaan met afval. Ook de overheid erkent het belang van afvalscheiding en het verminderen van restafval, daarom kwam het in 2015 met de volgende doelstelling:

75% minder afval in 2020
De overheid wil dat in 2020 75% van het huishoudelijk en bedrijfsafval gescheiden is. Daarmee gaat het restafval omlaag van ongeveer 250 kilo per inwoner per jaar in 2014, naar 100 kilo in 2020.

Om die doelstelling te realiseren ontwikkelde Rijkswaterstaat, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het programma Van Afval naar Grondstof (VANG). Het is belangrijk om te weten dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijk afval, waarbij iedere gemeente zelf mag bepalen hoe zij dit doet. Het programma VANG helpt hen daarbij. Door het maken van beleidskeuzes en het geven van voorlichting aan burgers, spelen gemeenten een belangrijke rol in het behalen van de landelijke afvaldoelstelling voor 2020.

Loading...

Loading…

Inmiddels zitten we bijna halverwege 2019, wat het interessant maakt om te kijken hoe gemeenten onderweg zijn. Neem bijvoorbeeld de gemeente Breda, die mede door de landelijke doelstelling in 2016 de overstap maakte naar een nieuw afvalinzamelingssysteem. Zo stelde de gemeenteraad de ‘Bredase uitwerking Van Afval naar Grondstof’ vast, waarmee het ‘anders inzamelen’ in werking werd gezet.

Van 108 naar 100

Anders inzamelen of omgekeerd inzamelen houdt in dat mensen zelf hun restafval naar ondergrondse containers moeten brengen en dat gescheiden afval wordt opgehaald aan huis. De meeste huishoudens krijgen zo drie kliko’s voor de deur: één voor papier, één voor groente-, fruit- en tuinafval (GFT) en één voor plastic en lege pakken (PD). Bredanaren die in het stadshart en omliggend gebied wonen, moeten daarentegen al hun afval zelf in ondergrondse containers weggooien. Dit komt omdat je daar te maken hebt met kleine huizen en bovenwoningen, waar dus geen plek is voor eigen kliko’s voor de deur.

Daan Valkenburg | Onderzoeksredactie

Ine Wilms, (beleids)adviseur van de Afdeling Afvalservice van Breda, legt uit dat de gemeente erg tevreden is met de methode anders inzamelen. “In het begin zaten we qua huishoudelijk restafval op 180 kilo per inwoner per jaar, de afgelopen twee jaar is dit afgenomen tot 108 kilo. Een hele vooruitgang.” De landelijke doelstelling van 100 kilo ligt dus binnen handbereik. Wilms is er dan ook van overtuigd dat die laatste stap dit jaar nog zal worden gezet.

Goed communiceren

Vereniging Afvalbedrijven, belangenbehartiger van 53 afvalbedrijven, plaatst haar kanttekening bij de doelstelling van het Rijk. De vereniging merkt op dat de ontmoediging om restafval aan te bieden, te veel leidt tot vervuiling van het gft-, plastic- en papierafval. Zij vinden daarom dat de focus meer moet worden gelegd op het recyclen. “Door vervuilde afvalstromen worden hele partijen ingezameld afval afgekeurd en alsnog verbrand. Dan kun je wel mooi vertellen dat de hoeveelheid restafval omlaag gaat, maar het recycleproces wordt vervolgens alsnog niet bevorderd. En dat is wel waar het uiteindelijk allemaal om draait”, legt beleidsmedewerker Lennert Vermaat uit.

De methode van omgekeerd inzamelen pakt goed uit in Breda, maar niet alle inwoners waren er bij aanvang blij mee. “We hebben echt heel veel gemopper gehad van mensen, maar inmiddels is iedereen er wel aan gewend. Verandering vinden mensen vervelend, want je verandert iets in hun voortuin. Eerst hadden ze twee containers, wat er nu drie zijn.” Voor de invoering van het nieuwe systeem heeft Breda veel gecommuniceerd met haar burgers. Dat heeft volgens Wilms ook erg geholpen. “We hebben ongeveer dertig informatiebijeenkomsten gehouden, waar mensen in iedere wijk konden binnenlopen. Inwoners konden op deze manier met ons in gesprek voor informatie en uitleg.”

Naast de gemeente zelf, kunnen mensen ook Milieu Centraal raadplegen voor tips en advies. Bovendien verwijzen gemeenten in hun krantjes en foldertjes ook vaak naar Milieu Centraal. Omdat iedere gemeente haar eigen afvalinzamelingsbeleid heeft, moeten de tips een zo breed mogelijke landelijke dekking hebben. “Overal in het land is het anders geregeld, zelfs binnen een bepaalde gemeente kunnen er nog andere regels gelden. Bij de tips die we geven, zeggen we daarom wel altijd dat je te allen tijde zo goed mogelijk de regels van je eigen gemeente moet opvolgen.”

Mening van Breda

Middels een steekproef met 65 respondenten is gekeken wat inwoners van Breda van het afvalinzamelingsbeleid in hun gemeente vinden. De respondenten wonen verspreid over Breda en vertegenwoordigen alle leeftijden.

Loading...

Loading…

De meest voorkomende problemen die de respondenten aangeven, is dat men de afstand naar de ondergrondse containers te groot vindt: “Afvalbak voor vuilniszakken is te ver lopen voor mij”, luidt een van de reacties.

Hoewel Ine Wilms stelt dat de vervuiling van het afval in Breda meevalt, legt Vermaat uit dat de te grote afstand naar ondergrondse containers over het algemeen de grootste veroorzaker is van vervuild afval. “Het wordt de burgers moeilijk gemaakt, doordat ze het restafval zelfmoeten wegbrengen. Als je wel een ondoorzichtige kliko voor plastic afval voor de deur hebt staan, wordt de verleiding wel erg groot om daar ook restafval in te gooien. Niemand kan het zien en je hoeft niet te lopen naar een ondergrondse container.”

Andere respondenten vinden dat er veel troep en grofvuil bij de ondergrondse containers ligt: “Er wordt veel grof huisvuil naast de containers gegooid. Hier zou een oplossing voor gezocht moeten worden. Vervuilt het straatbeeld”, reageerde een van de respondenten. Daarnaast gaven respondenten aan dat ze het gek vinden dat blik niet bij het plastic afval kan, wat in sommige gemeenten wel het geval is.

Daan Valkenburg | Onderzoeksredactie

Er kan volgens de respondenten nog veel aandacht worden besteed aan afvalinzameling, enkele voorbeelden hiervan zijn: “Meer afvalpasjes per gezin en strengere handhaving”, “Het uitleggen van het nut van afvalscheiding, te veel mensen doen het niet i.v.m. gebrek aan kennis”, “Apart inzamelen van blik. Verder nog strenger controleren van restafvalcontainers op ‘illegaal’ dumpen naast de container” en “Korting op vuilnisbelasting indien je afval scheidt”.

Aanmoedigen en stimuleren

De gemeente geeft toe dat er nog vooruitgang valt te boeken. Zo stelt Wilms dat er goed wordt gekeken naar alle verschillende locaties in de gemeente. In wijken rondom het stadshart wordt in verhouding minder goed gescheiden, plastic wordt voor restafval aangezien en andersom. “Als je in een flat of appartement woont, kost het tenslotte ook iets meer inspanning en motivatie om vier zakjes afval weg te brengen. Door het plaatsen van meer voorzieningen, containers, proberen wij het voor die mensen makkelijker te maken.”

Daan Valkenburg | Onderzoeksredactie

Daarbij ziet de gemeente, net als een aantal respondenten, dat er plekken zijn waar voortdurend afval naast de container wordt geplaatst. Dit wordt op een creatieve manier geprobeerd tegen te gaan. “We hebben kunst op containers laten schilderen door een Belgische kunstenaar, wat mensen op een leuke manier aanmoedigt om hun afval goed weg te gooien. Ergens anders, op het Edisonplein, hebben we kunstgrasmatjes met bloemetjes neergelegd. Het zijn kleine dingen, maar we zien wel dat het leidt tot resultaten”, legt Wilms uit.

Daan Valkenburg | Onderzoeksredactie

Naast deze voorbeelden van het inzetten van kunst, probeert Breda haar inwoners ook persoonlijk te benaderen. Wilms vertelt dat er afvalcoaches worden ingezet om mensen te helpen en stimuleren. “Als wij zien dat in een bepaalde straat de afvalscheiding niet naar behoren is, sturen wij afvalcoaches op pad. Zij gaan vervolgens langs de deuren en geven uitleg en tips aan mensen.”

Gedrag

Om tot een zo goed mogelijk beleid te komen, hebben medewerkers van de Bredase afvalservice allerlei trainingen gevolgd. Gedragspsychologen spelen hierbij een belangrijke rol. Zij zijn volop bezig met onderzoeken op welke manier mensen meer duurzaam gedrag gaan vertonen. Afval scheiden is daarbij een groot onderdeel, hoe stuur je mensen aan tot (beter) afval scheiden? Aan de Hogeschool van Amsterdam doen ze bij het lectoraat Psychologie voor een Duurzame Stad praktisch onderzoek naar hoe je mensen het beste kunt aanzetten tot duurzaam gedrag.

Joyce van Brecht is een van de onderzoekers van het lectoraat. Ze vertelt hoe belangrijk gedrag bij afvalscheiding is. “Waar het over mensen gaat, gaat het over gedrag.” Vaak denk je dat de dingen die je doet of de keuzes die je maakt heel bewust zijn, maar dat is niet het geval. “We weten gewoon dat 95 procent van de keuzes die mensen maken op de automatische piloot gebeuren. Dat automatische gedrag komt door allerlei factoren in de omgeving tot stand.” Van Brecht legt uit dat je gedurende de dag door van alles wordt beïnvloed. “Als je gedrag wil gaan veranderen is het heel interessant om bij die factoren stil te staan en na te denken over wat voor gedrag we willen zien.”

Factoren

Het omgaan met afval gebeurt vrijwel op de automatische piloot. Dat maakt het gedrag rondom afval scheiden complex. “We weten dat het heel moeilijk is om automatisch gedrag te veranderen”, vertelt Van Brecht. Iets wat daarbij kan helpen is het COM-B model, waarin drie factoren aan bod komen die van invloed zijn bij gedragsverandering. “C staat voor Capability, of mensen in staat zijn om het gedrag te vertonen en of ze weten hoe ze het nieuwe gedrag moeten vertonen. O staat voor Opportunity, dat kan de fysieke opportunity zijn: staan er genoeg ondergrondse containers in de buurt? Maar het gaat ook om social opportunity: word je door je omgeving tegen gewerkt of stimuleren ze je om het goede gedrag te vertonen? De M staat voor Motivation, dat is in hoeverre je het belangrijk vindt om je gedrag te veranderen. Duurzaamheid is de laatste tijd wel steeds meer een ding, maar als mensen het milieu niet belangrijk vinden, is de motivatie er ook niet. Wel kunnen die mensen door bijvoorbeeld een beloning worden gemotiveerd”, legt Van Brecht uit.

Maar verandering kost wel energie. “Je bent eigenlijk zo geprogrammeerd dat je zo min mogelijk energie verspilt, ook cognitieve energie.” Er komt volgens Van Brecht daarom ook veel weerstand bij verandering kijken, iets wat veel risico’s met zich mee kan brengen en waar overheden dus ook rekening mee moeten houden.

Er wordt vanuit overheden veel gehamerd op kennis van afval scheiden en dat is volgens Van Brecht goed. “Ik denk dat er nog een hele grote groep is die te weinig kennis heeft. Mensen denken vaak nog onterecht dat alles op een grote hoop terecht komt.” Toch zet de onderzoeker daar een kanttekening bij. “Vroeger werd gedacht dat als je maar de kennis verhoogd, het gedrag zal veranderen, maar dat is niet zo. Hoeveel mensen roken er nog? Terwijl ze allemaal weten dat het slecht voor hen is.”

Afval voorkomen

Elisah Pals is oprichtster van Zero Waste Nederland en woonachtig in Breda. In 2015 besloot ze dat ze gezonder wilde gaan eten, zonder chemische E-nummers. Ze was er niet bewust mee bezig, maar al snel merkte ze dat ze minder afval produceerde. “Toen dacht ik: door zo’n kleine aanpassing al zoveel minder afval, dan moet de rest toch ook wel kunnen?” Ze las het boek Zero Waste Home en raakte geïnspireerd. “Ik had tien, twintig bladzijden gelezen en toen dacht ik: dit ga ik gewoon doen.” Na acht maanden leefde Pals volledig Zero Waste.

{"autoplay":"true","autoplay_speed":3000,"speed":300,"arrows":"true","dots":"true"}

Pals is van mening dat de gemeente goed op weg is, maar dat er meer aandacht zou moeten worden gegeven aan preventie van afval. “Met beter scheiden heb je nog steeds afval. Er is heel weinig afname van gerecycled plastic. Het overgrote deel van plastic dat we gescheiden aanleveren, wordt alsnog verbrand.” Ze voegt eraan toen dat sommige plastics niet recyclebaar zijn. “Als je de Zero Waste piramide volgt dan is recycling een van de laatste opties”, vertelt de oprichtster van Zero Waste Nederland.

Zero Waste Nederland geeft onder andere advies aan overheden, zo heeft Pals het met de gemeente Breda gehad over het voorkomen van afval. “Dat is volgens hen een volgende stap, maar de gemeente denkt dat de maatschappij er nog niet klaar voor is.” Dat beeld komt echter niet overeen met wat Pals ziet. “We merken dat de groep die wel wat wil doen steeds groter wordt, ons ledenaantal stijgt enorm.”

Elisah Pals geeft hieronder nog enkele beginnerstips voor mensen die minder of geen afval willen produceren:

  • “Plak een ‘nee nee sticker’ op je deur, dan heb je en die folders niet en word je niet in de verleiding gebracht om spullen te kopen die je eigenlijk niet nodig hebt.”
  •  “Ga naar de markt in plaats van naar de supermarkt en neem je eigen tasje en potten mee.”
  •  “Begin makkelijk en stap voor stap, want alles in een keer is best wel heel erg moeilijk en dan raken mensen gefrustreerd. Daarbij moet je ook voor ogen houden dat Zero Waste een doel is wat je in de horizon hebt staan.”

Pals voegt eraan toe dat alle stappen die je naar Zero Waste zet perfect zijn. “Ik vind het belangrijk dat mensen aardig blijven voor zichzelf, dan pas blijft het leuk. In één keer je leven zo drastisch omgooien, ik denk dat de meeste mensen daar niet heel gelukkig van worden.”

Het moge duidelijk zijn dat de gemeente Breda actief bezig is met haar afval. Er worden verschillende middelen ingezet om de doelstelling van het Rijk te behalen. Zoals de gemeente zelf ook aangeeft, is de laatste stap van 108 kilo naar 100 kilo restafval dan ook goed haalbaar. Stilzitten kan Breda echter niet. Afvalscheiding en recycling is continue in ontwikkeling, de uitdaging is om daar zo goed mogelijk mee om te gaan.