In mei 2015 kwam naar buiten dat het zikavirus was uitgebroken in Brazilië. Als reactie hierop kwamen steeds meer meldingen uit landen in Zuid- en Midden-Amerika. De ongeruste gevoelens van burgers werden versterkt toen in november 2015 bleek dat een infectie met het zikavirus tijdens de zwangerschap mogelijk schadelijk kan zijn voor het ongeboren kind. De World Health Organization (WHO) riep in februari 2016 zelfs een ‘public health emergency’ uit, waarbij de instantie verklaarde dat het cluster van microcefalie en andere neurologische aandoeningen een noodsituatie zijn voor de gezondheid. Maar is het zikavirus wel echt zo ernstig?

Het zikavirus wordt overgebracht door de Aedes aegypti. Deze mug wordt ook wel de gelekoortsmug genoemd, dezelfde mug die gele koorts, knokkelkoorts en chikungunya verspreidt. Niet te verwarren met de tijgermug, die de Aedes albopictus wordt genoemd. Mensen die geïnfecteerd zijn met het zikavirus kunnen te maken krijgen met milde symptomen. De klachten ontstaan ongeveer drie tot twaalf dagen na een beet van een besmette mug. Maar één op de vijf mensen krijgt ook daadwerkelijk klachten. Symptomen zijn onder andere acute koorts, hoofdpijn, oogbindvliesontsteking en gewrichts- en spierpijn. Dit meldt het RIVM in haar LCI-richtlijn Zikavirusinfectie.

In Nederland is tot dusver een infectie met het zikavirus alleen vastgesteld bij mensen die het virus in het buitenland hebben opgelopen. Bij dertig reizigers staat dat tot nu toe vast. Dit aantal is waarschijnlijk meer, omdat maar één op de vijf mensen daadwerkelijk klachten krijgt. Het RIVM meldt dat verspreiding van het zikavirus binnen Nederland onwaarschijnlijk is omdat de Aedes aegypti-mug zich niet in Nederland bevindt.

‘Slachtoffer’ zikavirus

Michel Boeijen is één van de Nederlanders die het zikavirus opliep in Suriname. “Ik kreeg een zware griep die begon met huiduitslag. Uiteindelijk duurde het allemaal maar heel kort en viel het erg mee. Op het moment van mijn symptomen was het zikavirus nog niet bekend. Pas later kwam ik erachter dat ik het zikavirus had opgelopen.” Als patiënt kan hij niet voor alle patiënten met een besmetting van het zikavirus spreken, maar geeft hij wel een indicatie van hoe het ziekteverloop is. Boeijen benadrukt dat hij de internationale noodsituatie van de WHO zwaar overschat vindt. Het RIVM benoemde dat men niet moet spreken van slachtoffers van het zikavirus, omdat men toch ook niet spreekt van slachtoffers van het griepvirus. Boeijen is het hier mee eens. “Zika leek een hype te worden. Terwijl ik al besmet was met het zikavirus, kwam het pas later echt in de media.”

Instanties over het zikavirus

Deze kijk op het zikavirus komt overeen met de mening van instanties die voor dit onderzoek zijn benaderd. Het RIVM vindt dat zika wordt overschat en in de juist context moet worden geplaatst. “Als je met het zikavirus geïnfecteerd bent krijg je koorts, rode vlekjes en voel je, je niet zo lekker. Na een paar dagen is dit ook over. Als je ebola hebt is dit anders. Dan ga je vrijwel zeker dood.” Eric van Gorp is Hoogleraar Klinische Virologie aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Van Gorp spreekt niet per se over slachtoffers van het zikavirus, maar vermeldt dat er later misschien kan worden gesproken over indirecte slachtoffers van de gevolgen van zika. “Als het verband tussen het zikavirus en microcefalie wordt bevestigd, dan overlijden kinderen met microcefalie indirect aan de gevolgen van het zikavirus. Dit is op dit moment echter nog niet aan de orde, omdat het verband nog niet is bevestigd.’’

‘’Het is belangrijk om de ontwikkelingen goed te volgen, maar zeker nog geen paniek te zaaien. Voor Nederland zijn de gevolgen bovendien klein. Er geldt alleen een aangepast reisadvies voor zwangere vrouwen die naar een land willen reizen waar het zikavirus heerst. Vrouwen die tijdens hun vakantie naar bijvoorbeeld Suriname willen beginnen aan kinderen, raden we aan om dit pas een maand na hun vakantie te doen. Een maand na besmetting is het virus namelijk al uit je lichaam’’, aldus Van Gorp.

Gevolgen zika

In november 2015 werd bekend dat het zikavirus gevaarlijk is voor zwangere vrouwen. Er wordt een verband gezien tussen pasgeboren kinderen met microcefalie en het zikavirus. Microcefalie is een afwijking van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is. Hierdoor kunnen de hersenen zich niet goed ontwikkelingen, waardoor de schedel ook kleiner blijft. Het Erasmus MC onderzoekt momenteel het zikavirus in Suriname. Van Gorp van het Erasmus MC vertelt dat er een duidelijke associatie gevonden is tussen het zikavirus en kinderen met microcefalie. In Brazilië is er al een duidelijke associatie, waarbij een bacterie van het zikavirus is gevonden in het lichaam van een pasgeboren baby met microcefalie. Van Gorp benadrukt dat dit niet meteen iets zegt over het verband tussen microcefalie en het zikavirus in zijn algemeenheid, en dat het nog maar een associatie is. De vraag is nog in hoeverre dit zich ook in andere landen zal voordoen. Hij zegt dat er langere tijd verstreken moet zijn om deze vraag te kunnen beantwoorden. “In sommige landen is het zikavirus net aan land gekomen. Een zwangerschap duurt negen maanden, dus om hier een uitspraak over te kunnen doen zal er gewacht moeten worden.” Het RIVM benadrukt dat er nog helemaal geen verband gevonden is tussen het zikavirus en microcefalie.

Naast microcefalie is de andere kern het verband tussen het zikavirus en het Guillain-Barré syndroom (GBS), een verlammingssyndroom. Hierbij worden zenuwen aangetast door het immuunsysteem. Het NRC meldt dat de meeste patiënten weer zullen herstellen na het krijgen van GBS. Het Prinses Beatrix Spierfonds spreekt over ernstigere symptomen op haar site: “Er kunnen hartproblemen ontstaan en ernstige infecties optreden, soms met het overlijden van de patiënt tot gevolg. Bij patiënten die overleven, houdt de verlamming vaak maanden aan: de tijd die beschadigde zenuwen nodig hebben om te herstellen. Daarna komen de spieren weer langzaam op gang. Deze herstelfase kost maanden, soms jaren en bijna niemand herstelt volledig.” Het Erasmus MC lijkt een duidelijk verband te hebben gevonden tussen het zikavirus en GBS. Eric van Gorp benadrukt dat dit verband nog niet volledig is aangetoond en ook nog niet meteen voor alle landen geldt. Eerst moet volgens hem worden gekeken naar hoe dit verband zich uit. Franse wetenschappers van het Pasteur-instituut zijn een stuk zekerder over dit verband, meldt het NRC naar aanleiding van een gepubliceerd onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Eric van Gorp vindt dat het zikavirus niet moet worden opgeblazen. Zolang er nog niet veel bekend is over het virus, moet er ook niet een te groot alarm worden geslagen. Volgens Van Gorp moet je goed kijken naar waar virussen vandaan komen, hoe ze worden overgebracht op mensen en welke keuzes mensen moeten maken willen ze toch gaan reizen naar gebieden waar het zikavirus aanwezig is. “Het is voor Nederland belangrijk om niet te overdrijven. Er is nog niet genoeg duidelijk om in Nederland groot alarm te slaan. Het komt hier in principe niet voor. De seksuele overdraagbaarheid van het zikavirus zit momenteel ook nog in de onderzoeksfase.”

Public health emergency

Toch riep de WHO een public health emergency uit voor het zikavirus. Het RIVM is het er mee eens dat de WHO een public health emergency heeft uitgeroepen, maar benadrukt dat de vertaling naar ‘noodsituatie’ een vertekend beeld geeft. Het RIVM ziet rondom het zikavirus geen noodsituatie, maar wel een ‘situation of public concern’. “De WHO weet niet wat er aan de hand is en heeft in de gaten dat ze dit moeten gaan onderzoeken”, aldus het RIVM. Hoewel volgens Van Gorp niet te snel paniek moet worden gezaaid, vindt hij het goed dat de WHO een public health emergency heeft uitgeroepen. Een belangrijk punt dat hij hierbij noemt is dat er op zaken moet worden vooruitgelopen. Door preventief te handelen kunnen toekomstige problemen ook worden voorkomen. Dit kan dan een gevolg zijn van het uitroepen van de public health emergency.

Conclusie

Na gesprekken die zijn gevoerd met verschillende instanties blijkt dat het zikavirus niet als een ernstig probleem wordt gezien. Ook worden er geen grote praktische stappen gezet in Nederland. Wel is er volop onderzoek bezig. De GGD benadrukt dat hun taak met betrekking tot het zikavirus niet verder ligt dan het verspreiden van de juiste informatie. De GGD en het RIVM werken hierin samen. De GGD onderneemt dus geen concrete stappen in Nederland voor het zikavirus. “Ook bij mogelijke besmetting gaat alles via de huisarts en komt er niemand bij de GGD.” Ook Michel Boeijen heeft geen contact gehad met instanties in Nederland toen hij besmet raakte met het zikavirus. De gezamenlijke conclusie van instanties is dat zika niet moet worden opgeblazen.

Het zikavirus wordt door instanties in Nederland dus niet als een groot probleem voor de bevolking gezien. Dit omdat de vector voor het zikavirus zich niet in Nederland bevindt. Wel heeft het zikavirus invloed voor Nederlanders die naar het buitenland willen afreizen. Onderzoeken moeten volgens instanties worden afgewacht om meer te weten over het verloop en de verbanden van het zikavirus. Aangezien zika een recent onderwerp is, is dit verdere verloop nog niet duidelijk. Als er een duidelijk verband is tussen het zikavirus en GBS, dan heeft het zikavirus niet alleen gevolgen voor zwangere vrouwen. Eric van Gorp zegt dat hij verwacht dat het wel zal meevallen, maar benadrukt nog niet van zekerheden te kunnen spreken tot het onderzoek is afgerond. Echter is duidelijk dat de gevolgen voor Nederland niet groot zijn.