Jacques Monasch, Johan Houwers, Tunahan Kuzu, Selçuk Özturk, Norbert Klein, Roland van Vliet, Joram van Klaveren en Louis Bontes; allemaal splitsten ze zich in de afgelopen kabinetsperiode af van hun Kamerfractie. Zes van hen poogden met een nieuwe partij hun zetel te behouden. Toch waren het alleen Kuzu en Özturk die bij de verkiezingen in maart werden gekozen. Waarom heeft de rest het niet gehaald?

De kans dat fractieafsplitsers, vaak ‘zetelrovers’ genoemd, terugkeren in de Tweede Kamer is erg klein. Veel stappen over naar een andere partij of richten er een op, maar worden vervolgens niet gekozen. Van de 59 Kamerleden die zich ooit afsplitsten, keerden slechts negen terug in latere kabinetsperiodes.

Geert Wilders
De meest succesvolle onder hen is ongetwijfeld Geert Wilders. De politicus stapte eind 2004 uit de VVD-fractie. Als reden voor de breuk noemde hij zijn standpunt over een eventueel EU-lidmaatschap van Turkije, dat afweek van de VVD.

Begin 2006 richtte Wilders de Partij voor de Vrijheid (PVV) op. Daarmee zei hij ‘het gat te willen vullen aan de rechterflank’. Inmiddels mag hij zich met twintig zetels de tweede partij van Nederland noemen. In 2010 behaalde hij er zelfs 24.

Rita Verdonk
Ook een bekende afsplitser, maar minder succesvol, is Rita Verdonk. De ‘ijzeren dame’ splitste in 2007 af van de VVD-fractie. Ze besloot haar Kamerzetel te behouden vanwege de grote hoeveelheid voorkeurstemmen die ze behaalde.

Verdonk was bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 tweede op de kandidatenlijst van de VVD. De eerste plek was bestemd voor Mark Rutte. Verdonk haalde echter meer voorkeurstemmen, maar werd niet benoemd tot partijleider. ‘’Na die uitslag had er wel discussie mogen ontstaan: hoe nu verder? Dat is totaal niet gebeurd’’, zegt Verdonk. Ze twijfelt of het systeem op die manier wel zo democratisch is. ‘’De lijsttrekker wordt gekozen door de leden, hoewel slechts twee procent van de bevolking lid is van een politieke partij.’’

Door de uitslag vormde Verdonk naar eigen zegge een bedreiging voor Mark Rutte. In korte tijd wist ze het ver te schoppen binnen de VVD. ‘’Ik kwam niet uit de partij. Ik ben in 2002 pas lid geworden en werd in 2003 gelijk minister. Rutte was al veel langer actief binnen de VVD.’’

Verdonk: ‘’Als ik ergens ging werken, kwam ik bij sterke of zwakke bazen terecht. Een sterke baas zegt: ‘Oh, dat is wel handig, die hardwerkende Rita. Zij doet al het interne, en dan kan ik lekker naar buiten.’ Een zwakke baas denkt: ‘Ohjee, die Rita kan wel heel hard werken. Ze zaagt zo de poten onder mijn stoel vandaan. Die moet ik vooral klein houden.’ Die laatste bazen zijn de bazen waarvoor ik het minst lang heb gewerkt. Vul maar in wat voor leider ik bij de VVD aantrof.’’

Verdonk in 2009 (bron: Wikipedia Commons)

Na haar vertrek uit de VVD zat Verdonk nog bijna drie jaar als eenmansfractie in de Kamer. ‘’Je moet in je eentje álle dossiers lezen. Dat was bijna niet te doen’’, zegt ze. Ook alle debatten bijwonen was onmogelijk. ‘’Je hebt maar één lijf. Je kunt maar één debat tegelijk bijwonen. Als je een keer afwezig bent, zegt een vriendelijke journalist al snel: ‘Goh, Verdonk was er weer niet.’ Je zat ondertussen wel in een ander debat, maar dat schrijven ze er niet bij.’’

Het is oktober 2007 wanneer Verdonk de partij Trots op Nederland (TON) opricht. Daarmee voerde ze een conservatief-liberale koers. Al snel weet Verdonk met de partij op dertig zetels te komen in de peilingen.

Toch lukte het uiteindelijk niet om een zetel te behalen bij de Tweede Kamerverkiezingen. ‘’Waar we aan ten onder gingen, was de tweestrijd tussen VVD en PvdA. Daardoor verdwenen veel kleine partijen op de achtergrond.’’ Ook het eerste proces tegen Geert Wilders koste Verdonk zetels. ‘’Veel mensen wilden laten blijken dat ze Wilders steunden. Dat kon ik wel begrijpen, maar daardoor zakten we flink in de peilingen.’’ Uiteindelijk verdween Verdonk uit de politiek.

Een come-back sluit ze niet uit. Verdonk: ‘’Zeg nooit nooit. Ik hou me eerst met andere dingen bezig en dan zie ik wel verder.’’

Fractiediscipline
Exact honderd jaar geleden veranderde ons districtenstelsel naar evenredige vertegenwoordiging. Daardoor gingen partijen een grotere rol spelen. Zij bepaalden voortaan de kandidaatstelling. Ook werd het vanzelfsprekender dat Kamerleden steevast in lijn met hun partij stemmen. Dit noemen we fractiediscipline.

Historicus Geerten Waling schreef het boek Zetelroof over fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer. We spraken hem in de Lorentzzaal van het Kamerlingh Onnes Gebouw in Leiden.

Volgens Waling hanteren partijen vaak een sterke fractiediscipline. Verdonk herinnert zich dat nog uit haar tijd bij de VVD. ‘’Uiteindelijk was het de meerderheid van de fractie die bepaalde hoe we gingen stemmen. Ieder Kamerlid is ergens specialist in, dan neem je dingen wel van elkaar aan’’, aldus Verdonk. Toch was er ook ruimte voor discussie. ‘’Als je het ergens mee oneens bent, kun je er altijd over praten. Uiteindelijk wordt je wel geacht in lijn met de partij te stemmen, tenzij het gaat over gevoelige kwesties. Dan krijg je hoofdelijke stemmingen.’’

De bereidheid om je neer te leggen bij de fractielijn is volgens Verdonk een zwaar punt bij de kandidaatselectie. ‘’Het nadeel is dat partijen steeds meer gaan kijken naar de grijze massa. Daardoor krijg je weinig leuke debatten in de Kamer’’, aldus de oud-VVD’er.

Geschiedenis
Voor 1945 komen afsplitsingen zo goed als nooit voor. In de 36 kabinetsperiodes die voorafgingen aan de Tweede Wereldoorlog braken slechts drie Kamerleden met hun fractie. Ook de eerste decennia daarna splitste slechts één keer een groep van vier Kamerleden zich af.

Een recordaantal afsplitsingen wordt bereikt tussen 1967 en 1971. In deze regeerperiode van kabinet-De Jong vonden er twaalf afsplitsingen plaats. Toch lag het aantal nieuwe partijen in die periode relatief laag. Doordat afsplitsers zich samenvoegden in groepen, ontstonden er maar vijf nieuwe fracties.

Van zes partijen splitsten zich in de geschiedenis meer dan twee groepen af: de PvdA, VVD, Boerenpartij, AOV, LPF en PVV. Een uitschieter zit er niet tussen. Opmerkelijk is wel dat de vier laatstgenoemde partijen slechts enkele jaren in de Tweede Kamer zitten of hebben gezeten. Van die vier vonden de afsplitsingen ook in erg korte tijd plaats; hoogstens vijf jaar.

De VVD, in 1948 opgericht, heeft pas sinds 2004 te maken met zetelrovers. Ook bij deze partij is dus sprake van een relatief korte tijd. Bij de PvdA is de periode waarin Kamerleden zich afsplitsen met 46 jaar aanzienlijk groter, al vonden de twee laatste gevallen vlak achter elkaar plaats in het afgelopen kabinet.

Redenen
Kamerleden splitsen meestal af uit onvrede over hun partijleiding of de koers van hun partij; of vanwege intern rumoer. Ook het niet voorkomen op de kandidatenlijst van de eerstvolgende verkiezingen was tweemaal een reden voor afsplitsing.

Bij een onwerkbare verhouding tussen een Kamerlid en zijn partij, komt het lid meestal tot een keuze te staan: de Kamer verlaten en lid blijven van de partij of onder een nieuwe fractie in de Kamer blijven en uit de partij worden gezet.

‘’Dat lag bij mij niet zo scherp’’, zegt Verdonk. ‘’Ik kreeg ook wel wat andere banen aangeboden. Burgemeester van Rotterdam bijvoorbeeld. Nou ja goed, daar ben ik niet op ingegaan. Ik ben groot voorstander van een gekozen burgemeester. Ik hou niet van al die spelletjes waarbij mensen op hun plek komen, alleen omdat ze lid zijn van een politieke partij. Dat betekent dat we in Nederland veel bestuurders hebben die niet capabel zijn.’’

Strengere regels
Afsplitsingen zorgden afgelopen kabinetsperiode voor een recordaantal van zeventien fracties, tot frustratie van de zittende partijen. Veel fractieleiders hekelden openlijk de versplintering in de Kamer. Doordat het aantal fracties toenam, duurden debatten langer en werd het vormen van meerderheden lastiger.

In december 2016 nam de Tweede Kamer een pakket maatregelen aan dat afgesplitste Kamerleden minder rechten verschaft.

Rita Verdonk is geen voorstander van de nieuwe wetgeving. ‘’Ik vind het heel slechte maatregelen. Een Kamerlid zou alleen recht moeten hebben op een zetel als hij de kiesdeler heeft gehaald. Heeft hij die niet gehaald, en dat geldt voor de meeste afsplitsers, dan ga je er gewoon uit.’’

Uit een enquête die wij hielden bleek een ruime meerderheid de nieuwe regels juist terecht te vinden. Slechts een klein deel vindt dat elk Kamerlid dezelfde rechten moet hebben. Een enkeling was het eens met minder budget, maar oneens met minder spreektijd.

Vertrouwen
De fractieafsplitsers uit de afgelopen kabinetsperiode richtten in totaal vier nieuwe partijen op, waaronder DENK, Nieuwe Wegen, VNL en de Vrijzinnige partij. Uit onze enquête bleek dat veruit de meeste mensen deze partijen niet in overweging namen in hun keuze bij de laatste verkiezingen. Slechts negen procent overwoog een of meerdere van deze partijen wel.

Veel geven aan zich niet te herkennen in de standpunten, anderen zeggen simpelweg geen vertrouwen te hebben in partijen van afsplitsers. Dat laatste kan komen doordat op het moment van afsplitsing het vertrouwen van mensen vaak wordt geschonden. Pakweg de helft zegt in de enquête na een ‘zetelroof’ minder vertrouwen te hebben in het afgesplitste Kamerlid. Veertig procent verliest vertrouwen in de betreffende partij en 27 procent in de landelijke politiek als geheel. Veel mensen gaven aan zowel hun geloof in de partij als in het afgesplitste Kamerlid te verliezen. Bij 22 procent blijft het vertrouwen in deze groepen ongeschonden.

Naast het vertrouwen dat afsplitsers moeten winnen, is het überhaupt lastig gebleken om als splinterpartij tot de Kamer toe te treden. Volgens Verdonk speelt daarbij ook mee dat kleine partijen vaak niet mogen deelnemen aan debatten. ‘’Organisatoren kijken naar de huidige zetelverdeling, en niet naar de peilingen.’’ Het waren dan ook alleen DENK en Forum voor Democratie die bij de laatste verkiezingen als nieuwe partijen in de Kamer wisten te komen.

Veelal verdwijnen afgesplitste Kamerleden geruisloos uit de landelijke politiek. Hoewel ze vaak de ambitie hebben hun zetel met een nieuwe partij te behouden, lukt dat dikwijls niet. In veel gevallen ontbreekt het hun aan bekendheid. Nieuwe partijen missen de media-aandacht die gevestigde partijen wel krijgen. Ongetwijfeld speelt ook het lage vertrouwen van de bevolking in afsplitsers mee. Daarnaast zal voor aankomende ‘zetelrovers’ de nieuwe wetgeving niet meezitten, gezien de kortere spreektijd en het lagere budget. Maar of dat fractieafsplitsing tegenhoudt?

 

Bron uitgelichte foto: Risastla