eder jaar krijgen 17.000 jeugdigen te maken met een straf van Bureau Halt, en dat zijn er te veel. Ook jeugdigen die een strafbaar feit plegen zijn niet onder de indruk, en de kans op recidive is vrij groot. “Ik heb niet de juiste therapie gekregen.”

In een jeugdgevangenis krijgen jongeren verschillende therapieën aangeboden die ervoor moeten zorgen dat zij later niet opnieuw de fout in gaan. Toch is gebleken dat een groot deel van de veroordeelde jongeren op volwassen leeftijd opnieuw een misdrijf of misdaad pleegt en dus alsnog in de gevangenis belandt. Wat is de oorzaak van dit probleem? Is de aangeboden behandeling niet goed? Ligt het gewoon aan de jongere? Of is de straf gewoon verkeerd? In dit onderzoek wordt er gezocht naar een oplossing op de vraag hoe het strafsysteem voor jongeren kan worden verbeterd en of het wel nodig is om dingen te veranderen.

In het programma Jong, van de Evangelische Omroep, behandelt Manuel Venderbos het onderwerp jeugddetentie. Hiervoor is hij een dag in een jeugdinrichting geweest en sprak hij met Mandy en Maria, twee meisjes die allebei in een inrichting hebben gezeten. Ook zij hadden problemen, waar ze wel voor geholpen wilden worden. Bij Mandy gebeurde dit niet, wat resulteerde in het neersteken van een meisje tijdens het uitgaan. “Ik was heel kalm, ik ben naar mijn moeder gelopen en heb haar verteld wat ik gedaan heb. ‘Mam, dit gaat niet goed. Je moet me opsluiten.’” Vertelt de negentien jarige Mandy in het programma.

Rechter

Lieneke de Klerk, rechter aan het arrondissement in Noord-Brabant, vindt dat er niets mis is met het systeem. “Het jeugdrecht, en dan met name het arrondissementrecht, biedt een kinderrechter voldoende handvatten om een passende straf op te leggen. Ook over de mogelijkheden van een leer- of taakstraf die de jeugdige mogelijk opgelegd kan worden ben ik tevreden. Je zit bij heel veel mensen die strafbare feiten plegen dat ze in herhaling vallen. Maar ervaring leert ook dat hoe beter de begeleiding van zo’n jeugdige is, hoe kleiner de kans op recidive.”

Jeugd vs. volwassenen.
Volgens de Klerk is het verschil tussen jeugdstrafrecht en het strafrecht voor volwassenen zo groot, dat het niet zou werken om jeugd te straffen volgens het volwassenenstrafrecht. “Bij volwassenen gaat het toch vaak om vergelding, dat maakt een groot deel uit van waarom je iemand een straf oplegt. Het uitgangspunt van het jeugdstrafrecht is de pedagogische kant van het verhaal. Je probeert toch te kijken in hoeverre een pedagogische aanpak kan voorkomen dat een jongere afglijdt. En dat vind ik meer dan terecht. Gelukkig heeft de wetgever anderhalf jaar geleden adolescentenstrafrecht ingevoerd. Er waren al wel wat mogelijkheden voor jongvolwassenen, maar nu is dit uitgebreid.” Ook bij het adolescentenstrafrecht wordt gekeken naar een pedagogische oplossing.

Ook Maria vindt het vervangen van jeugdrecht door volwassenrecht geen goed idee. In het programma Jong vertelt ze: “De jeugdinrichting was verschrikkelijk. Ik heb de eerste paar dagen alleen maar gehuild. Ik voelde me alleen, en buiten ging de wereld gewoon door. Dat besef was heel raar.”

Halt

Een van de instanties die te maken krijgen met jeugdrecht is bureau Halt. Rik Quint, juridisch beleidmedewerker bij Halt: “een Halt-straf bestaat uit gesprekken met ouders, een leeropdracht, excuses aanbieden, schade vergoeden of een werkopdracht. Op deze manier proberen wij ervoor te zorgen dat jongeren niet opnieuw in de fout gaan en alsnog in een instelling belanden. Als de straf niet positief wordt afgerond, wordt de zaak naar de politie terug verwezen en ingezonden naar het Openbaar Ministerie.”

Individuen
“Ik ben altijd voor de specifieke aanpak voor het individuele persoon. Wij hanteren als strafrechters, zeker in het volwassenenstrafrecht, oriëntatiepunten. Dat zijn uitgangspunten waar je aan zou kunnen denken bij een bepaald delict. Bij jeugdigen vind ik dat je daar niet zo streng naar moet kijken. Daar moet je vooral kijken naar wat een persoon nodig heeft om te voorkomen dat hij in de toekomst weer strafbare feiten gaat plegen. Zo kan het voorkomen dat een volwassene bij woningbraak drie maanden naar de gevangenis moet, terwijl een jeugdige hier een hele andere straf voor krijgt. Natuurlijk mag je de ernst niet uit het oog verliezen, maar je moet ook kijken naar een goede aanpak voor de toekomst.” Aldus de Klerk.

Ik wil wel veranderen, maar ik heb wel hulp nodig,”vertelt Maria aan Venderbos. “Ik mag mijn dochter niet meer zien, omdat ik te agressief ben. Ik wil haar heel graag terug, maar de therapie die ik tot nu toe heb gekregen, slaat niet aan. De juiste therapie heb ik ook niet gekregen, hoewel ik hier wel om heb gevraagd.” Bij Mandy zijn de therapiën wel aangeslagen. “Gelukkig wel. Ik heb zelfs een slachtoffer-dader contact aangevraagd na mijn therapie, waar ik alles heb gezegd wat ik graag wilde zeggen. Dat had ik zonder de therapie waarschijnlijk niet gedaan. Het gaat nu beter met me, en ik heb geleerd van mijn fouten. Nu zou ik graag in de beveiliging willen werken.” In de aflevering van Jong is verder nog te zien hoe zij op zoek gaat naar een baan in de beveiliging.

Persoonlijke hulp

Jeugdinstellingen zijn dus niet voor iedereen de oplossing. Elke jeugdige heeft een ander soort behandeling nodig en een instelling kan niet altijd de juiste therapie bieden. Soms is het beter als een jeugdige niet wordt veroordeeld maar bijvoorbeeld samen met zijn of haar ouders in gezinstherapie gaat. Als de situatie thuis verbeterd is een kind vaak al enorm geholpen en wordt een nieuw strafbaar feit voorkomen. Advocaten proberen vaak om hun cliënt weg te houden uit een jeugdinrichting omdat zij van mening zijn dat de geboden hulp niet zal helpen. Verder is het ook belangrijk dat de jeugdige hulp wil accepteren. Als de veroordeelde van mening is dat hij of zij niks verkeerd heeft gedaan is het voor therapeuten erg moeilijk om hulp te bieden en het gedrag te veranderen.

Conclusie

Het succes van jeugdinrichtingen is erg afhankelijk van het individu. Daarom is het van groot belang dat er tijdens de rechtszaak veel aandacht wordt besteed aan de verdacht om te kijken welke hulp het meeste effect zal hebben. Dit wordt niet altijd voldoende gedaan waardoor er jongeren in een inrichting belanden die hier helemaal geen baat bij hebben. Deze jongeren belanden op latere leeftijd dan alsnog in de gevangenis. Om het systeem van jeugddetentie beter is laten werken is er dus geen verandering nodig bij de geboden behandelingen. De jeugdrechter moet er alleen voor zorgen dat de juiste straf of maatregel wordt opgelegd.