De financiële wereld werd in 2013 niet kundig gevonden door de minister van Financiën om zijn vak uit te oefenen. Door mazen in de wet konden er onder anderen woekerpolissen af worden gesloten en stelden financieel adviseurs hun eigen belang voorop in plaats van dat van de klant. De regering greep in: financieel dienstverleners moeten om de drie jaar een examen afleggen om hun kennis op orde te houden. Halen ze deze examens niet, dan is de kans groot dat ze hun baan kwijtraken.

“En daar zitten veel adviseurs niet op te wachten. Als je het examen niet haalt ben je je baan kwijt”, vertelt Michiel Zoet, financieel adviseur van KZ adviesgroep en oprichter van de stichting GeenPEExamens. Met zijn stichting spant hij een proces aan tegen het huidige examenbeleid. “Het kan toch niet zo zijn dat de kwalificaties die ik heb behaald opeens niet meer gelden. Ik heb mijn assurantiediploma’s en certificaten op het gebied van bijscholing al. Die worden nu afgepakt.” Vooral over de totstandkoming van de nieuwe regeling is Zoet niet te spreken. “Onze vriend Jan Kees de Jager, die voor Dijsselbloem minister van Financiën was, opperde al langer voor strengere regels wat betreft de vakbekwaamheid. Dit werd echter tegengehouden door D66. Zonder hun akkoord konden ze de regels niet aanscherpen. Bij het herfstakkoord hebben uiteindelijk meerdere partijen toezeggingen gedaan aan elkaar en is deze regeling er op die manier doorheen gefietst. Ik denk dan: trek alles gelijk. In bijna geen één beroepsgroep worden dezelfde eisen gesteld. Daarnaast heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Sharon Dijksma, ook bijna geen enkel diploma voor de functie die zij bekleed. Ja, haar vwo-diploma. Is zij dan wel vakbekwaam? Natuurlijk moet je bijgeschoold worden. Ik ben niet tegen permanente educatie, maar op deze manier gaat het niet werken. Een adviseur met slechte bedoelingen en een goed stel hersens slaagt iedere keer wel voor zijn examens. Maar dat betekent niet dat hij vakbekwaam is. De rotte appels blijven toch wel over.”

Geen waterdicht systeem
“Dat is ook niet te voorkomen”, aldus Estrella Schwalm die jarenlang actief was voor Aegon maar de overstap maakte naar het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening(CDFD). Zij adviseren de minister van Financiën op het gebied van vakbekwaamheid en helpen bij het opstellen van de examens. “Iemand met een rijbewijs kan ook gewoon 200 km per uur gaan rijden. Wat dat betreft heb je overal rotte appels. Wij vinden het belangrijk dat de kwaliteit omhoog gaat van het advies en dat was niet het geval.” Dat is ook het signaal wat ze vanuit de sector kregen, vult haar collega Jeffrey Derks aan. Hij heeft een psychologische achtergrond en kijkt met name naar de kwaliteit van de examens op basis van statistieken. “De financiële sector was zelf
verantwoordelijk voor het beleid van permanente educatie, maar dat systeem was niet waterdicht. Iedereen deed het op zijn eigen manier. Bijvoorbeeld door examens af te leggen of een bepaald aantal uur verplicht cursussen volgen. Ik heb verhalen gehoord van adviseurs die dan een examen aflegden en bij het inleveren ervan werden verzocht door de examinator om nog even naar vraag 3, 5, 7 en 14 te kijken. Dan is het wel erg makkelijk om te slagen natuurlijk. Op deze manier ging de kwaliteit niet omhoog.”

“Maar die cursussen waren veel meer gespecialiseerd”, aldus Zoet. “Nu moeten we overal vanaf weten en word je minder bijgeschoold op het gebied waar jij gespecialiseerd in bent. Daarnaast kun je ook niet een paar examens te laten vallen als klein assurantiekantoor en ervoor kiezen om meer gespecialiseerd advies te geven. Dan loop je een hoop inkomsten mis. Grote bedrijven kunnen dat wel. Zij hebben genoeg medewerkers in dienst om dan advies te geven. Stel iemand gaat een huis kopen en wil een advies over zijn hypotheek. Als je 50 medewerkers in dienst hebt, trek je gewoon een laatje open met iemand die verstand heeft van hypotheken. Voor een zelfstandig adviseur of een klein bedrijf is dat niet mogelijk. Het risico om te specialiseren is te groot. Als iemand van mijn bureau op vakantie is dan kan ik de klant geen advies geven. De kleintjes worden op deze manier weggeconcurreerd.”

De kleintjes hebben het moeilijk
Wichert Koopman, teamleider van Veldhuis Adviesgroep, bevestigt dat beeld. “Wij hebben 60 medewerkers in dienst. Voor ons is het makkelijker om die keuze te maken. Alleen wij streven ernaar dat iedereen zijn examens haalt. Dat is beter voor de klant en beter voor de werknemer. Uitzonderingen zijn er altijd. Bijvoorbeeld als iemand bijna met pensioen gaat, kan hij de laatste paar jaar sommige onderdelen laten vallen.” De kwaliteit gaat er wel op vooruit met de nieuwe examinering vindt Koopman. “Over de hele linie denk ik dat de kwaliteit erop vooruit is gegaan. De adviseurs hebben het er zelf naar gemaakt door complexe producten te verkopen die nadelig waren voor de klant en voordelig voor hun zelf. Toen het aan de markt werd overgelaten kwam er ook niet een eenduidig plan. Dus boontje komt om zijn loontje. Bij ons kantoor hadden we minder moeite met de aanpassingen. We hadden daarvoor al een hoge kwaliteit. De medewerkers waren het gewend. Maar dat is niet overal het geval, ik weet van andere kantoren dat er al mensen zijn die de handdoek in de ring hebben gegooid. En daarnaast wordt het flink aanpoten voor de kleine kantoren. Echter kun je wel tegen het regime blijven aantrappen denk ik, maar soms moet je de realiteit gewoon onder ogen zien.”

Dat het realiteit is geworden merkt het CDFD ook. Waar in het begin veel kritiek was, wordt dat steeds minder, aldus Schwalm en Derks. “Mensen zetten zich altijd af tegen een examen. Kijk naar het LAKS, hoeveel klachten krijgen zij wel niet elk jaar binnen?” Derks: “een examen doen is vervelend, maar wel nodig. Je kunt deze examens ook in de eeuwigheid herkansen en je hebt drie jaar de tijd om het te halen. Wij gaan ervan uit dat bijna iedereen het haalt. Je moet het wel heel bont maken, wil je niet slagen. Dan ben je gewoon niet vakbekwaam genoeg, naar mijn mening.”

Kritiek op het huidige beleid

Verschillende brancheorganisaties zien de toekomst, mede door de lage slagingspercentages, somberder in dan het CDFD. Tot nu toe slaagden er 53,3%voor hun WFT-examen en 64,3% voor hun PEPlus examen. Daarbij wel gezegd dat er nog tot 2017 e
xamens af kunnen worden gelegd. De brancheorganisaties richtten een examenloket op om de geluiden uit de sector te peilen. Zij ontvingen de nodige klachten. Zo kregen zij voornamelijk klachten over de hoge cesuur van 68% terwijl deze vergeleken met andere studies rond de 55% ligt. Daarnaast krijg je bij het indienen van een klacht geen punten meer toegewezen als je daar wel recht op hebt en wordt er veel oude kennis getoetst. Terwijl het bij permanente educatie erom gaat dat je op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen in de sector.
De minister van Financiën reageerde op deze klachten in een Kamerbrief betreft de stand van zaken van de WFT-examinering. ‘De hoge cesuur heeft te maken met de raadkans. Daarnaast wordt de uitslag geregistreerd door het CDFD en bij naderhand punten toekennen wordt die registratie onmogelijk’, stelt Dijsselbloem in zijn brief. Estrella Schwalm van het CDFD voegt daarop toe dat het toetsen van oude kennis niet te voorkomen is. “Je hebt bij het onderdeel vaardigheden en competenties oude kennis nodig. Om bepaalde berekeningen te maken die zijn verandert
moet je wel verstand hebben van hoe je een berekening opstelt in zijn algemeen.”

 

Nog een ander heikel punt dat werd aangesneden door de brancheorganisaties is dat studenten op MBO- en HBO niveau worden geconfronteerd met de nieuwe regeling. Naast hun reguliere diploma die zij halen moeten de studenten ook de aan de nieuwe exameneisen voldoen. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor die regeling. De slagingspercentages liggen lager bij de opleidingen vergeleken met de werkzame adviseurs. De brancheorganisaties pleitten dan ook voor een systeem waar de kennis wordt getoetst op de opleiding en het examen betreft vaardigheden en competenties wordt afgelegd in de eerste twee werkzame jaren van de kersverse adviseur. “Daar valt wat voor te zeggen”, aldus Harm van der Velden. Hij is zelf werkzaam als adviseur en docent op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bij de studie Financial Services Management. “Alleen hogescholen zijn zelf verantwoordelijk voor dat beleid op het gebied van de nieuwe examens en hier wordt dat als erg fijn ervaren. De studenten leggen bij ons in het tweede jaar de nieuwe examens af en die halen ze allemaal. Sterker nog, ze hebben er minder moeite mee dan de adviseurs die al jaren in het vak zitten. We hebben dan ook niet te maken met studenten die ertegenop zien en stoppen met de studie.” Van der Velden vindt het ingrijpen van de overheid terecht. “Je moet vakkundig zijn er daar horen deze examens bij. Daarnaast word je nu gedwongen om het te halen. Echter vind ik de manier van toetsing niet goed. Soms denk ik wel: hebben die mensen die de examens opstellen zelf wel genoeg praktijkervaring. Ook wordt er veel oude kennis meegenomen in de toetsing die niet meer van toepassing is”, merkt de docent op.

Zoet slaagden voor zijn examens, maar wenst ze in de toekomst niet nog een keer af te leggen. “Dat is wel wat ik hoop te bereiken met het proces. We gaan kijken of het ook wel mag op Europees niveau. Of we in het gelijk worden gesteld wordt een lastig verhaal. Eigenlijk kun je het vergelijken met een concurrentiebeding: je mag dan niet bij de concurrent gaan werken, maar vaak wordt dit van tafel geveegd door de rechter. Diegene wordt het daardoor onmogelijk gemaakt om zijn beroep uit te oefenen. Dat gebeurt ook bij ons als je de examens niet haalt. We hopen op dat begrip van de rechter. Wellicht dat er een versoepeling wordt toegepast vanuit Den Haag als teveel mensen hun diploma niet halen. Maar meestal komen ze pas in actie als het moment daar is. De toekomst zal het uitwijzen. Mijn advies hebben ze in ieder geval.”