Door: Nina Jansen & Rens van Hout (OR204)

Het is 1 januari 2014, niet alleen de eerste dag van een nieuw jaar, maar ook de dag waarop Nederland overspoeld zou worden door een vloed van Roemenen en Bulgaren. Deze dag werden namelijk de beperkingen voor het vrije verkeer van Roemeense en Bulgaarse werknemers opgeheven. Nederland wist niet wat hen te wachten stond. Zouden deze ‘Oostblokkers’ alle banen innemen? Zou de werkeloosheid in Nederland met de komst van deze werknemers meer toenemen? Twee jaar later is het tijd om eens terug te blikken op deze gebeurtenis.

In september 2013 loopt Geert Wilders met een grensbord met daarop ‘geen toegang/acces interzis’ richting de Roemeense ambassade. Ondertussen wordt hij van vele kanten gefotografeerd en geïnterviewd. Met deze actie wil Wilders duidelijk maken dat de PVV en volgens hem ‘de Nederlandse bevolking’ de grenzen voor Roemenen en Bulgaren wil dichthouden op 1 januari 2014. Ook plaatst hij dit op Twitter, met daarbij een foto van hem naast het grensbord.

Ook weet Wilders te vertellen dat ‘bijna driekwart van de Nederlandse bevolking aangeeft bang te zijn voor meer criminaliteit en verdringing op de arbeidsmarkt.’ Hiermee is Wilders niet de enige die zich druk maakt over de komst van vele Roemenen en Bulgaren naar Nederland. Ook Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, spreekt zijn bezorgdheid uit. “Als je de deur openzet, wil je voorbereid zijn op mogelijke problemen”, zegt hij tegen De Volkskrant. Aan de andere kant van heel het gebeuren staan de Roemenen en Bulgaren zelf. Volgens de Roemense minister Mariana Câmpeanu van Arbeid hoeft Nederland nergens bang voor te zijn, zij verteld dat de Roemenen die in Nederland willen werken, er allang naar zijn vertrokken. Bovendien gaan de Roemenen volgens Câmpeanu liever in een land werken waar een Romaanse taal wordt gesproken, zoals Spanje.

Uiteindelijk is het zover, 1 januari 2014. Ondanks veel verzet door enkele politici en een deel van de Nederlandse bevolking gaan de grenzen voor Roemenen en Bulgaren open. De media houden nauwgezet het Centraal Bureau voor de Statistiek in de gaten. Wat werd verwacht, gebeurt ook. Elke maand zijn er weer meer en meer Roemenen en Bulgaren aan het werk in Nederland en na een half jaar zijn het aantal Roemeense en Bulgaarse werknemers in Nederland verdubbelt, zoals te zien is in de grafieken van het CBS hieronder.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.36.57

Wat opvalt is dat het aantal Bulgaarse werknemers na de verdubbeling stabiel blijft, maar het aantal Roemenen blijft stijgen, maar ook deze lijn loopt na een bepaalde tijd weer horizontaal. De groepen Bulgaren en Roemenen gaan voornamelijk aan de slag in de bouw en tuinbouw.

Nadat blijkt dat de zogenoemde ‘tsunami’ meer op een kabbelend beekje begint te lijken, verschijnen er koppen in de kranten als ‘Geringe toestroom van Bulgaarse en Roemeense werknemers’ en ‘Grote toestroom Bulgaarse en Roemeense werknemers blijft uit’. Ook blijkt het dat de Roemenen en Bulgaren die naar Nederland zijn gekomen, maar kort blijven. Ook schrijft maar ongeveer een derde van deze groepen zich maar in bij een uitzendbureau. Alle heisa lijkt dus voor (bijna) niks. Opvallend is dat dit ook te zien is aan de site van het Informatiebureau voor Bulgaren en Roemenen in Den Haag, de laatste informatieavond voor de migranten was volgens de site op 30 oktober 2014.

Terwijl de verwachtte stroom Bulgaren en Roemenen mee lijkt te vallen, zijn het de Poolse werknemers waarvan er meer van naar Nederland komen, zoals te zien is in onderstaande grafiek van Nu.nl.

grafiek nu.nl
Maar hoe kan het dat het aantal Bulgaarse en Roemeense werknemers zo laag is gebleven? In een interview met het Algemeen Dagblad vertelt John van der List van het uitzendbureau Goodmorning dat het komt doordat de Roemenen en Bulgaren voornamelijk ongeschoold werk doen, waarmee ze nog maar net het minimumloon betaald krijgen. Dit minimumloon staat volgens Van der List in schril contrast met de hoge huren en zorgpremies. Ook ligt het volgens Van der List aan de instelling van de Roemenen en Bulgaren, aangezien deze vergeleken met de Polen veel meer levensgenieters zijn. Van der List verteld dat het verdiende geld van de Roemenen en Bulgaren vaak snel op gaat aan bijvoorbeeld Adidas-trainingspakken. Ook zou de taalbarrière een oorzaak zijn. Dit laatste bevestigt ook Felix de Bekker van het uitzendbureau Goodmorning. Volgens De Bekker is het een ‘grote zelfoverschatting om te denken dat Nederland zo populair is’ en zouden de Roemenen en Bulgaren veel eerde naar Italie of Spanje vertrekken omdat het gemakkelijker zou zijn vanwege de taal.

Het Algemeen Dagblad sprak voor een ander interview de Roemeense Adam Dragos lonut, die 9 maanden werkzaam was in Nederland en de redenen welke zijn genoemd door Van der List en De Bekker bevestigd. Voor een klein kamertje in een huis wat hij soms met twaalf anderen deelde, betaalde Adam 360 euro per maand. Engels en Italiaans spreken gaat hem goed af, maar Nederlands kreeg hij niet onder de knie. Ook bevestigd hij de genoemde instelling van de meeste Roemenen. Zo verteld hij dat er voor vele Roemenen en Bulgaren teveel verleidingen zijn en dat zo de mannen hun verdiende geld snel uitgeven aan het bordeel, het casino of wiet. De vrouwen zijn volgens de Roemeen dol op kleding, wat ze dan ook maar blijven kopen. In dit alles is Adam niet alleen en vertrekt hij na een tijd werken in Nederland weer terug naar zijn thuisland, samen met vele anderen.

Dus waar zijn de Roemenen en Bulgaren heen? Ze zijn er eigenlijk nooit echt geweest en als ze er al waren, zijn ze waarschijnlijk alweer terug naar huis.