De roep om een algemeen verbod voor het consumentenvuurwerk wordt elk jaar luider en luider. In de eerste dagen van het nieuwe jaar hebben tienduizenden mensen een online petitie ondertekend voor het verbod op consumentenvuurwerk. Maar waarom is de steun voor een algemeen vuurwerkverbod in de afgelopen jaren zo sterk toegenomen? En wat gaat dat oplossen? Wij zoeken uit in hoeverre een algemeen verbod op het consumentenvuurwerk haalbaar is.

Een onderzoek door Celine Haring en Martijn Wessels.

Waar is vuurwerk ontstaan?

Hoe zit het met de huidige regelgeving?

Toegenomen steun

Uit verschillende peilingen blijkt dat een algemeen vuurwerkverbod steeds meer steun krijgt. In de eerste dagen na de jaarwisseling hebben meer dan 50.000 mensen een online petitie van het Vuurwerk Manifest ondertekent. Dat online initiatief, opgericht door oogarts Tjeerd de Faber, werd in 2014 in het leven geroepen en heeft sindsdien een kwart miljoen handtekeningen ontvangen.

Om te onderzoeken of een algemeen vuurwerkverbod haalbaar is, hebben we een enquête opgezet waarin we vragen naar het gebruik van vuurwerk, eventuele incidenten en of men het verbod zou steunen. We hebben de enquête via Facebook verspreid, en zijn zo op 10.214 respondenten gekomen.

Al jaren doet I&O Research onderzoek naar de steun voor een vuurwerkverbod in Nederland. De uitslag van hun onderzoek in 2019 ligt dichtbij die van onze enquête. Bij I&O Research is 69% van de respondenten voor een vuurwerkverbod, uit onze enquête kwam 79%. Daaruit concluderen wij dat een grote meerderheid van de Nederlanders voor een vuurwerkverbod is. Wat opvallend is aan de cijfers van I&O Research, is dat de voorstanders voor het vuurwerkverbod vanaf 2017 weer gaan oplopen. Waar ligt dat aan?

Knalvuurwerk en vuurpijlen

Op 1 december 2018 bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een rapport uit waarin het advies stond om een verbod in te stellen op knalvuurwerk en vuurpijlen. Deze categorie zou het meeste overlast en het meeste letsel veroorzaken. De manier waarop Oud en Nieuw nu wordt gevierd, zou er volgens het OVV voor zorgen dat dit ‘het onveiligste feest van het jaar’ is.

Door het rapport kwam de vuurwerkdiscussie in een stroomversnelling. Tijdens de jaarwisseling eindigen jaarlijks zo’n 500 mensen op de spoedeisende hulp, raken zo’n 200 ogen beschadigd, valt er gemiddeld één dode en worden zo’n 11.000 incidenten geregistreerd, zoals brandstichting, vernieling en openlijke geweldpleging, concludeerde de OVV.

Tjeerd de Faber is arts in het Oogziekenhuis in Rotterdam. Al jaren pleit hij voor een vuurwerkverbod. Niet alleen het zware, maar ook het lichtere consumentenvuurwerk ziet hij het liefst verdwijnen. In 2014 richtte hij het vuurwerkmanifest op. Samen met een groot aantal organisaties, waaronder politici, zorgverzekeraars, de brandweer en politie, wil hij hiermee een signaal afgeven aan het kabinet. “Want oud en nieuw is niet leuk voor iedereen.”

“Vuurwerk is erg mooi om te zien, maar het is niet de bedoeling dat dit het laatste is wat je te zien krijgt.” – Tjeerd de Faber

Blinde ogen

De oogarts draait elk jaar de oudejaarsdienst. “En ik kan nu al voorspellen dat ik tussen de zestien en twintig blinde ogen te zien ga krijgen. Het vuurwerk dat wordt afgestoken tussen de gedooguren kost ongeveer twee ogen per uur. En dat zijn enkel de ogen die volledig blind zijn gegaan,” zegt de Faber. “We zien dit soort slachtoffers elk jaar opnieuw. Betere voorlichting of vuurwerkstandaarden voor de pijlen, dat is allemaal een doekje voor het bloeden. Kennelijk wil men niet inzien wat de adviesraad voor de veiligheid vindt: stoppen met knalvuurwerk en vuurpijlen.”

En zelfs dat vindt hij niet ver genoeg gaan. “Siervuurwerk, wat 30% van de letsels veroorzaakt, lijkt misschien veilig. Maar dat is het niet. Er bestaat geen veilig vuurwerk in de handen van leken. Vuurwerk is erg mooi om te zien, maar het is niet de bedoeling dat dit het laatste is wat je te zien krijgt.”

Aron van der Linden (33) is één van de patiënten van de Faber. Twintig jaar geleden liep hij door zijn woonplaats op oudejaarsavond, toen hij een vriendje tegen kwam. Deze was babyvuurpijltjes aan het afsteken. Aron gaat op een afstandje staan, maar het mag niet baten. Eén van de pijltjes ontploft in zijn oog. “Mijn wereld stortte in. Ik kon met mijn geraakte oog niks meer zien.”

Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt dat 61% van de vuurwerkslachtoffers omstander is. Zo ook Aron. “Met mijn getroffen oog zie ik nu nog steeds niks,” vertelt hij. Maar het ongeluk heeft grote invloed gehad op de rest van zijn leven. “Ik ben nu voor de zevende keer aan mijn oog geopereerd. De laatste vijf daarvan zijn cosmetische operaties geweest, omdat mijn oog scheef staat. Ik word daar nog steeds onzeker van. Twintig jaar na het ongeluk ben ik er nog steeds meer mee bezig dan ik zou willen.”

1300 vuurwerkslachtoffers

Twintig jaar na Aron’s ongeluk vallen er nog steeds slachtoffers. Op 31 december 2019 en 1 januari 2020 zijn bijna 1300 vuurwerkslachtoffers behandeld, waarvan 385 op de Spoedeisende Hulp (SEH) en naar schatting 900 met lichtere verwondingen op een huisartsenpost (HAP). Dat blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), InEen en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT). Het totaal aantal slachtoffers is hiermee gestegen (7%) ten opzichte van de vorige jaarwisseling (396 op de SEH en 800 bij de HAP). “Het is verontrustend dat diverse maatregelen dus niet hebben geleid tot een daling van het aantal vuurwerkslachtoffers”, concludeert Birgitte Blatter, manager Onderzoek bij VeiligheidNL, in het rapport.

 

Noodkreet

In de jaarwisseling van 2017/2018 werd er 27 keer geweld gebruikt tegen de politie. Een jaar later is dat bijna verdubbeld, met 59 incidenten. Ook deze nieuwjaarsnacht zorgde het vuurwerk voor een groot aantal incidenten: van oogletsel tot een fatale flatbrand in Arnhem, waarbij twee mensen om het leven kwamen. Koen Simmers, hoofdbestuurslid van de Nederlandse Politiebond (NPB), is helemaal klaar met vuurwerk. “Je komt bij vechtpartijen in straten die volledig blank staan van de rook, waar het één grote bende is,” vertelt hij. “Je kan dan niks anders doen dan iedereen zijn gang te laten gaan, want je kunt er met twee of vier agenten toch niks tegen beginnen.”

Volgens het hoofdbestuurslid kunnen de hulpdiensten, waaronder dus de politie, de vele meldingen tijdens de jaarwisseling niet aan. “Dat is in elke stad hetzelfde. Er wordt een selectie gemaakt van de meldingen met de meeste prioriteit,” zegt hij. “Vaak ben je met een melding bezig en hoor je ergens anders alweer een melding die een nog hogere prioriteit krijgt. Daardoor kan je als hulpverlener tijdens oud en nieuw eigenlijk geen goede hulp bieden.”

Goede ideeën

Het geweld tegen hulpverleners is afgelopen jaarwisseling enkel toegenomen, ondanks de noodkreet die de hulpverleners de afgelopen tijd hebben uitgesproken. “De politiek, en dan met name de VVD en het CDA, laat ons in de steek. Ze komt telkens weer met hetzelfde verhaal over meer surveilleren en zwaarder straffen.” Dat werkt niet volgens Simmers. “Kom eens met goede ideeën, zorg ervoor dat een heel groot deel van het vuurwerk wordt verboden.”

 

Knallend nieuwjaar

Tijdens de jaarwisseling wordt er over de hele wereld genoeg vuurwerk afgestoken. De meest kleurrijke soorten siervuurwerk worden de lucht in geknald. Goed voor het milieu is het niet te noemen: bij het afsteken komt er een hoop fijnstof in de lucht terecht, wordt er naar schatting 31,3 ton zwaveldioxide uitgestoten (het Nederlandse wegverkeer stoot jaarlijks 180 ton uit), en de volgende ochtend is de stoep bezaaid met vuurwerkafval.

Het RIVM doet al een aantal jaar op een rij onderzoek naar de luchtkwaliteit rondom oud en nieuw. In vergelijk met de resultaten van de jaarwisseling 2018-2019 lag de gemiddelde fijnstof waarde een stuk hoger: van 300 ug/m3 naar 500 ug/m3 dit jaar. Ook bleef de stof dit jaar langer hangen door het vocht in de lucht.

Celine Haring | Onderzoeksredactie

 

Overlast

Naast het milieuaspect ervaart ook menig mens en dier overlast van het geknal. Op het meldpunt van Hart van Nederland en LocalFocus tegen vuurwerkoverlast hebben bijna 8000 mensen hun beklag gedaan tussen 27 december en 1 januari. Het gaat hier met name over angstige dieren.

Ook in onze enquête komen we overlast veel tegen als reden om een vuurwerkverbod . “Onze hond ontzettend bang voor vuurwerk, net als ik. Ik vind het te veel lawaai maken. Maar siervuurwerk vind ik dan wel weer mooi,” schrijft een van onze respondenten. “Het geluid dat vuurwerk maakt is niet normaal meer. Ik ervaar de ontploffingen niet meer als vuurwerk, maar als bommen. Ook de vuurwerkschade en de troep die het vuurwerk met zich mee brengt vind ik belachelijk. Maar de belangrijkste reden waarom ik voor een vuurwerkverbod ben, is de dierenleed. Zij begrijpen niks van onze traditie, zijn in paniek. Zo is het geen feest meer om het oude jaar af te sluiten, maar een legale manier om met bommen te gooien,” schrijft een ander.

Traditie

Maar er zijn er ook genoeg die vinden dat die overlast voor een paar dagen geen probleem moet zijn. “Het is en blijft onze traditie,” wordt er veelvuldig geschreven.

 

De Tilburgse vuurwerkverkoper Bram van Beurden verkoopt bewust geen knalvuurwerk meer. “Het vuurwerkoverlast in de wijk Reeshof werd steeds heftiger. Toen de oproep van hulpverleners kwam om een eind te maken aan het gevaarlijke en overlastgevende vuurwerk, gaf dat de doorslag.” Van Beurden verkocht afgelopen jaarwisseling daarom enkel siervuurwerk, en één ecologisch-afbreekbare vuurpijl. De rest van het jaar is van Beurden eigenaar van een Italiaans restaurant. “Omdat we in het restaurant steeds duurzamer willen worden, willen we ook kijken naar milieuvriendelijkere vuurwerkartikelen.”

De uiteindelijke verkoop is hem ontzettend meegevallen. “We hebben ongeveer 10% minder omzet gedraaid ten opzichte van de afgelopen jaren, terwijl het knalvuurwerk en de pijlpakketten toch minstens 30% van de verkoop opleverde.” Ook de reacties van zijn klanten waren bijzonder positief. “Als we volgend jaar doorgaan met de verkoop, dan blijft dat sowieso knal-vrij.”

Hoe ziet zo’n verbod eruit?

Oké, stel dat er een vuurwerkverbod komt. Hoe zou zo’n verbod eruit komen te zien? Er worden twee soorten verboden geopperd: een algemeen verbod en een verbod op het zwaarste (F3) vuurwerk.

Bij een algemeen verbod zou het afsteken van alle soorten consumentenvuurwerk verboden worden. Dit houdt in dat vuurwerk niet meer verkocht mag worden in Nederland, ook niet op de drie dagen voorafgaand aan de jaarwisseling, zoals in de huidige regelgeving is toegestaan.

Verbod op riskant vuurwerk

Bij een verbod op F3 vuurwerk, zoals de OVV in het rapport voorstelt, zou het riskante vuurwerk als vuurpijlen en knalvuurwerk verboden worden. “Vuurpijlen worden uit de hand afgeschoten, op omstanders gericht en vanuit niet-stabiele lanceerinrichtingen zoals flessen worden afgestoken, waardoor ze in onbedoelde richting kunnen schieten. Knalvuurwerk zorgt voor veel overlast en nodigt uit tot roekeloos gedrag, bijvoorbeeld door het naar omstanders of hulpverleners te gooien. Dit zorgt bij veel mensen voor een onveilig gevoel,” zo schrijft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV).

“Als je naar de cijfers van de afgelopen twaalf jaarwisselingen kijkt, dan zie je dat er ondanks de voorlichting en de vuurwerkbrillen niks verandert.” – Tjeerd de Faber

Het verbod is al toegezegd door de regering. Vanaf komende jaarwisseling mag er geen F3-vuurwerk meer worden verkocht. Dit is het zwaarste soort vuurwerk, bijvoorbeeld ratelbanden met 10.000 knallen. De Kamer heeft die maatregel verder aangescherpt. In een motie was vrijwel de hele Kamer het eens en riep het kabinet op om ook single shots en zware vuurpijlen te verbieden voor consumenten.

Oogarts Tjeerd de Faber vindt deze maatregel lang niet goed genoeg. “Als je naar de cijfers van de afgelopen twaalf jaarwisselingen kijkt, dan zie je dat er ondanks de voorlichting en de vuurwerkbrillen niks verandert. Men traineert enorm door te zeggen dat categorie drie nu wordt verboden.”

Verbied het dan maar

Als je leest over de ongelukken, schade en overlast denk je misschien; verbied alles maar. Maar zo makkelijk ligt dat niet. Het kabinet pleit ervoor ‘de traditie van het vuurwerk tijdens de jaarwisseling te behouden’. En menig vuurwerkvoorstander is het met hen eens.

Ondanks de toegenomen steun voor een algeheel vuurwerkverbod houdt de coalitie voet bij stuk: dat gaat te ver. De VVD en CDA zien een algemeen vuurwerkbod niet zitten, maar investeren liever in extra handhaving. “Een algemeen knalverbod zal zonder intensivering van de handhaving niet helpen,” zegt CDA-Kamerlid Chris van Dam tegen het Parool. “Dan zal de brave burger zonder vuurwerk zitten en haalt de relschopper het vuurwerk vervolgens over de grens.”

Linkse partijen slaan handen in één

GroenLinks en de Partij van de Dieren slaan juist de handen in een in de strijd tegen het consumentenvuurwerk. Afgelopen maandag kwam de PvdD al met een plan voor een initiatiefwet. De partijen hebben daarin besloten samen op te trekken. Ze hopen hun conceptwetsvoorstel eind januari af te hebben. 

Uit een rondgang die de Volkskrant deze week hield, bleek dat ook D66, SP, PvdA en ChristenUnie open staan voor een verbod, maar alleen als dit zich beperkt tot knalvuurwerk en pijlers. Siervuurwerk zou niet in het verbod moeten worden opgenomen.

Gelderse burgemeesters

De burgemeesters van Gelderland laten ook van zich horen. De gebeurtenissen van afgelopen jaarwisseling vinden ze onacceptabel. De burgemeesters van onder meer Winterswijk, Wageningen, Nijmegen, Sint Anthonis en Rheden zijn helemaal klaar met de schade en overlast. Ook gezien de adviezen van de hulpdiensten en artsen vind ik dat het klaar moet zijn”, zegt de burgemeester van Sint Anthonis tegen de Gelderlander.
De gemeente Apeldoorn loopt al een stapje voor. Zij willen voor komend jaarwisseling een vuurwerkverbod voor de gehele gemeente invoeren. Apeldoorn zou daarmee de eerste Nederlandse gemeente zijn waarvoor dit geldt.

Het vuurwerkverbod in Apeldoorn vindt oogarts Tjeerd de Faber een uitstekend initiatief. “Ik hoop dat het een voorbeeld gaat zijn voor meer gemeentes,” vertelt hij. “Overigens vind ik wel dat die beslissing landelijk genomen had kunnen worden, maar de regeringspartijen branden hun vingers daar liever niet aan. Zij hebben het probleem over de schutting van de gemeentes gegooid.”

Record vuurwerkverkoop

Opvallend is dat ondanks dat de steun voor een vuurwerkverbod is toegenomen, de vuurwerkverkoop een nieuw record heeft gehaald dit jaar. Er is voor 77 miljoen euro aan vuurwerk ingeslagen. Dat is 10% meer dan vorig jaar. De woordvoerder van Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland geeft aan dat er met name siervuurwerk werd gekocht, maar dat ook het knalvuurwerk het goed deed. Percentages kan de BPN niet noemen.

De schade die het vuurwerk heeft gebracht wordt door het Verbond van Verzekeraars geschat op ongeveer 15 miljoen euro. Daarbij is letsel niet meegenomen. De meeste schade werd door illegaal vuurwerk veroorzaakt. Of er een verbod moet komen vindt het Verbond van Verzekeraars een politiek besluit, zegt zij tegen RTL nieuws. “Wij willen dat Oud en Nieuw weer een veilig feest wordt. We moeten opnieuw kijken wat we eigenlijk nog veilig vuurwerk vinden en het aanpakken van illegaal vuurwerk moet topprioriteit blijven.”

Handhaving van een verbod

Als er een algemeen vuurwerkverbod komt, is deze dan wel te handhaven? Er wordt nu ook al illegaal vuurwerk afgestoken. Volgens Koen Simmers, hoofdbestuurslid van de Nederlandse Politiebond, is een algemeen verbod juist de oplossing. “Het merendeel van de mensen zal niet naar het buitenland rijden om het vuurwerk daar te kopen. Dan kunnen wij als politie ons gaan richten op het illegale vuurwerk, en dat is een stuk makkelijker dan dat er een deel wel is toegestaan en een deel niet.”

“Er gebeuren veel te veel ongelukken met het legale vuurwerk” – Koen Simmers

Volgens Simmers ligt het vuurwerkprobleem ook niet enkel bij de illegale handel. “Er gebeuren veel te veel ongelukken met het legale vuurwerk. Blijkbaar kunnen we er in Nederland niet normaal mee omgaan, zeker in combinatie met alcohol. Zo werden er in Tilburg dit jaar grote kampvuren gebouwd met fietsen erop, midden op de wegen en in woonwijken. En er zijn auto’s geweest die letterlijk door een grote vuurhaard hebben moeten rijden op een van de ringbanen.”

Ook Tjeerd de Faber, oogarts en oprichter van het Vuurwerk Manifest, vindt het haalbaar. “We moeten er gewoon naar toe. Kijk naar landen als Hongarije, Ierland en Australië. Daar gebeuren dit soort ongelukken niet. En ook in Frankrijk zie je er heel weinig; daar wordt het vuurwerk afgestoken door professionals. Iedereen geniet ervan, en dat zonder gewonden.” Hij vergelijkt het aantal ongelukken hier met het Amerikaanse leger, dat drie-en-een-half jaar in Afghanistan en Irak heeft gestreden, met meer dan honderdduizend soldaten. “Die hebben 526 oogletsels opgelopen. Voor dat aantal hebben wij in Nederland twee jaarwisselingen nodig. Dan moet er toch eens ergens een lampje gaan branden bij politici.”

Conclusie

Wij onderzochten de haalbaarheid van een algemeen vuurwerkverbod. De afschaffing van consumentenvuurwerk blijft een lastig vraagstuk. Enerzijds gebeuren er veel ongelukken, is vuurwerk slecht voor het milieu, is er schade en overlast. Anderzijds is vuurwerk afsteken een stukje traditie.

De Nederlandse bevolking lijkt steeds meer klaar te zijn voor een consumentenvuurwerkverbod. Echter blijkt het kabinet nog niet klaar te zijn voor deze stap. Ze willen vanaf de jaarwisseling 2020/2021 wel een verbod op F3-vuurwerk leggen, maar vinden een algeheel verbod een stap te ver. Koen Simmers en Tjeerd de Faber zijn het er niet mee eens. Ten eerste zou dit nog lastiger te zijn om te handhaven dan een algeheel verbod, omdat het ene wel mag en het andere niet. Ten tweede kan het toegestane vuurwerk nog steeds ongelukken en overlast veroorzaken.

Zowel de Nederlandse burgers als de hulpdiensten zijn klaar voor een veilig en feestelijk Oud en Nieuw. Een algemeen vuurwerkverbod is daarom haalbaar, mits de politiek zich niet langer verschuilt achter de ‘traditie’ van het afsteken.