Jarenlang pleitten diverse partijen om hooligans harder te straffen. Het duurde jaren om de wet in te voeren, maar in september 2010 was het dan eindelijk zo ver; er kwam een voetbalwet. De wet geeft burgemeesters en de officier van justitie extra bevoegdheden om in te grijpen bij voetbalgeweld. Door onder andere meldplicht en gebiedsverboden was het de bedoeling dat het supportersgeweld zou dalen, nu vijf jaar later blijkt statistisch gezien de voetbalwet een mislukking.

Door Danny van Gend en Tim Bekx

De voetbalwet werd afgelopen juli weer aangescherpt. Burgemeesters mogen nu ook supporters toegang tot andere gemeentes verbieden. Hierdoor is het onmogelijk voor veroordeelde hooligans om bij een uitwedstijd aanwezig te zijn. Gijs de Jong, directeur operationele zaken van de KNVB, noemt de toevoegingen in de voetbalwet ‘het startpunt voor meer toegankelijk, gastvrij en veilig voetbal.’ De vraag die wij onszelf echter stellen is; is de voetbalwet überhaupt wel effectief?

De Voetbalwet
In Engeland hadden ze in de twintigste eeuw ook een groot probleem met hooligans. Om dit voor eens en altijd te stoppen kwam in Engeland de Hooligan Act. Een wet die ervoor zorgde dat mensen die zich schuldig maakten aan supportersgeweld hard aangepakt konden worden.  In Engeland werkt de wet goed. In Nederland moest ook zo’n wet ingevoerd worden.

De wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast, ook wel de voetbalwet genoemd, was een wetswijziging om supportersgeweld in Nederland ook voor eens en voor altijd op te lossen. Burgemeesters kregen op papier meer macht, maar in de praktijk was heel erg beperkt.  De meldplicht was wel een toevoeging, maar de gebiedsverboden konden altijd al opgelegd worden door burgemeesters.

De wetswijziging die in juli werd aangenomen zorgt wel voor een toename in macht; burgemeesters mogen supporters van clubs die zich in andere steden misdragen ook een gebiedsverbod voor hun eigen stad opleggen. Daarnaast is er ook een digitale meldplicht ingevoerd; de digitale meldplicht zorgt voor minder inbreuk op bewegingsvrijheid. Door de lagere drempel is het nu makkelijker om meldplicht aan iemand op te leggen.

Het grote verschil tussen de Nederlandse en de Engelse wet is de macht die wordt gegeven. In Nederland is het mogelijk om een gebiedsverbod van vier maanden tot maximaal een jaar op te leggen, terwijl in Engeland dit van minimaal twee tot maximaal tien jaar gebeurd. Daarnaast kunnen burgemeesters pas sinds kort gebiedsverboden opleggen voor andere gemeentes, iets wat in Engeland al meteen kon. Behalve dit wordt in Engeland je paspoort afgepakt tijdens internationale wedstrijden, van zowel club als land. Ook worden supporters die zich in het buitenland misdragen ook in Engeland hard gestraft.

Aantal incidenten
Het CIV, Centraal Informatiepunt Voetbal, geeft jaarlijks overzichten van het supportersgeweld en de politie-inzet. Wat opvalt is dat zelfs na het ingaan van de voetbalwet het aantal incidenten toeneemt, met een hoogtepunt dit jaar. Er zijn dit seizoen honderd meer incidenten dan tien jaar geleden, een toename van 13,8%. Wat dit gegeven opvallender maakt is dat er tien jaar geleden, ondanks dat er minder incidenten waren, er wel meer wedstrijden werden gespeeld.

Grafiek incidenten

Ondanks de stijging in het aantal incidenten is het aantal uren dat de politie nodig heeft per wedstrijd gemiddeld gelijk gebleven, terwijl het aantal aanhoudingen is gestegen met 11,9% over de afgelopen tien jaar. Wat wel opvalt is dat de plek van de incidenten over de laatste tien jaar is veranderd. Tien jaar geleden gebeurde 31% van de incidenten nog binnen een stadion, tegenwoordig is dat percentage verdubbeld en gebeurt 62% van de incidenten binnen het stadion. Vooral het gebruik van vuurwerk binnen het stadion is toegenomen.

Aanpak
De nieuwste verandering in de voetbalwet moet er voor zorgen dat gestrafte supporters ook bij uitwedstrijden geweerd worden. Recidivisme moet op deze manier zo veel mogelijk voorkomen worden. De voetbalwet doet, behalve de afschrikkende werking, echter niets tegen zogenaamde ‘first-offenders’, supporters die nog niet eerder veroordeeld zijn wegens hooliganisme. Dit terwijl 79% van de incidenten in het afgelopen voetbalseizoen werd veroorzaakt door first-offenders. Dit percentage was tien jaar geleden nagenoeg hetzelfde. Het feit dat vooral incidenten binnen de stadions toeneemt bevestigd het beeld dat stadionverboden en meldplicht niet per se zorgen voor minder misdragingen. dus ook hier kan niet gesproken worden dat de voetbalwet effectief is.

Grafiek first offenders

In plaats van een mindere bewijslast en zwaardere straffen krijgen de burgemeesters meer macht om veroordeelde hooligans verder te straffen. Een grote wetsverandering, zoals de voetbalwet, die slechts geldt voor 21% van de aanstichters van incidenten is niet iets om trots op te zijn. Een grote inschattingsfout was, volgens Peter Coenen docent staatsrecht aan de universiteit van Maastricht, dat het moeilijk was om een dossier te bouwen tegen first-offenders, omdat zij vaak geen vergelijkbare criminele activiteiten hadden gepleegd. “Incidenten gebeuren snel en onverwachts, hierdoor is het moeilijk adequaat te reageren en bewijs te vergaren.”

Slap
In april 2010, nog voordat de voetbalwet in ging, noemde de Groningse hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer de wet al slap. Hij zei onder meer dat de wet geen toegevoegde waarde heeft.  Bijna zes jaar later is de conclusie dat hij gelijk had. Het aantal incidenten neemt toe en de kern van het probleem wordt niet aangepakt.

Brouwer wilde in 2010 al zien dat burgemeesters de mogelijkheid hadden om gebiedsverboden op te leggen in andere gemeentes. Ook hiermee kreeg hij dus gelijk. Het volgende probleem lijkt het dan vooral te liggen bij de afschrikkende werking. Het feit dat het aantal geweldsincidenten groeit betekend dat supporters niet bang zijn voor de voetbalwet. Van verschillende hoeken wordt al jarenlang geroepen dat de voetbalwet veel te soft is. Supporters denken niet aan de gevolgen als ze dronken en onder invloed oog in oog met supporters van andere groepen staan, zeker niet als de gevolgen mild zijn.