Jarenlang groeide het aantal hbo-studenten, maar met ingang van het studiejaar 2015-2016 was er een trendbreuk. Vergeleken met het jaar ervoor begonnen volgens cijfers van Vereniging Hogescholen 8,3 procent minder jongeren aan een hogere beroepsopleiding. ‘Komt door het leenstelsel’, viel alom te horen. Maar zo eenvoudig ligt het niet.

Aanvankelijk leek het nog wel mee te gaan vallen met de studentenkrimp, af te gaan tenminste op de prognose uit 2013 van het Centraal Plan Bureau (CPB). De rekenmeesters van het Rijk voorzagen in 2015-2016 een lagere instroom van 1300 eerstejaars hbo-studenten, als gevolg van het leenstelsel. Een behoorlijk aantal, maar procentueel (1,5 procent van het totale aantal hbo’ers) goed te overzien. Des te alarmerender was twee jaar later de realiteit – min 8,3 procent – zoals de Vereniging Hogescholen begin februari 2016 bekend maakte.

Hoe kon het CPB, toch niet de eerste de beste, er zo ver naast zitten? Volgens Karen van der Wiel, programmaleider van de CPB-sector Onderwijs, was de prognose van 2013 een inschatting over meerdere studiejaren in plaats van één. “Het is lastig om op zo’n lange termijn een voorspelling te doen, aangezien er meerdere ontwikkelingen meespelen.”

Wie dieper graaft naar de oorzaken van de forse eerstejaarsdaling ziet in de cijfers van de Vereniging Hogescholen dat circa een derde (2,8 procent) te wijten is aan de invoering van het sociale leenstelsel. Dit op basis van trends uit het verleden en de definitieve studentgegevens. Na de aankondiging van het nieuwe leenstelsel in 2013 werd de directe doorstroom vanuit de vooropleidingen (tijdelijk) hoger. Het onderzoek van de koepelorganisatie had als vertrekpunt de datum  1 september 2015, de dag waarop de basisbeurs voor hbo en wo-studenten stopte. Waar middelbare scholieren vóór de invoering van het leenstelsel nog wel eens kozen voor een gap year na hun eindexamen, blijken ze in het studiejaar 2014-2015 massaal vanuit het voortgezet onderwijs te zijn begonnen aan een hogere beroepsopleiding. Dit vanwege de toen nog geldende, in financieel opzicht gunstigere basisbeursregeling. Die plotselinge piek zorgt nu, een jaar later, voor een relatieve terugval.

Aantrekkende arbeidsmarkt
Volgens Marije Hulsbosch van de MBO-raad is door toedoen van het leenstelsel het hbo minder aantrekkelijk geworden voor mbo’ers. “Het is niet meer zo laagdrempelig. Mbo-studenten zijn door het leenstelsel minder bereid dan vroeger om risico te nemen. Ze weten immers niet zeker of ze een hbo-studie ook zullen afmaken. Ook kan de gekozen opleiding tegenvallen, niet goed aansluiten of een herhaling zijn van de stof die studenten al hebben gehad op het mbo. Als dat inderdaad gebeurt, zijn de financiële gevolgen groter dan vroeger. Bovendien zorgt de aantrekkende arbeidsmarkt ervoor dat meer mbo’ers gelijk werk zoeken in plaats van doorstuderen.”

Strenge toelatingseisen
Een rol van betekenis spelen ook de strengere toelatingseisen op verschillende hbo-opleidingen – met name op de pabo. Doel is de kwaliteit van instromende studenten te vergroten, het uitvalpercentage in het eerste studiejaar te beperken en op de lange termijn de onderwijskwaliteit in de klas te bevorderen. Keerzijde is dat het afvalrisico aanmerkelijk groter is geworden, een negatief sentiment dat zich heeft vertaald in een opmerkelijke daling van het aantal eerstejaars aan de pabo. Zo is deze groep nieuwkomers in het studiejaar 2015-2016 gedaald met 32 procent.  Alles bij elkaar ontvingen de Nederlandse opleidingen voor leerkracht in het basisonderwijs tweeduizend minder studenten.

Examenleerlingen
Een kleine rondgang langs twintig mbo-en havoleerlingen leert dat de afschaffing van de basisbeurs havisten er niet van weerhoudt een hbo-studie te beginnen. Lenen of niet, stuk voor stuk kiezen ze voor doorstroming naar dit opleidingsniveau. Voor hen speelt het nieuwe systeem geen rol in de overwegingen, blijkt uit navraag. “Het is jammer dat we meer geld kwijt zullen zijn aan studeren, maar we willen allemaal een hbo-diploma op zak hebben.” Een ander: “Ik hecht veel waarde aan een goede opleiding. Dat het allemaal wat meer gaat kosten is vervelend. Maar voor mij weegt het toch op tegen het alternatief: een opleiding onder mijn niveau.”

Vierdejaars mbo-studenten kijken er echter anders tegen aan. Desgevraagd zeggen alle tien mbo’ers bezig te zijn met de gevolgen die het leenstelsel voor hen heeft. Een deel besluit door de invoering op zoek te gaan naar werk en kiest er dus voor om niet door te studeren. “Als de basisbeurs niet was afgeschaft, was ik gewoon door gaan studeren aan het hbo. Maar nu ik alles moet lenen, wijk ik van dat plan af. Ik ga cursussen volgen en daarnaast op zoek naar werk in de branche waar ik voor studeer.” Andere mbo’ers besluiten een studie dichtbij huis te zoeken, omdat de studieschuld anders nog groter wordt dan hij al is. “Wie weet zit ik dan over twintig jaar nog vast aan de lening die ik heb.”

“Als de basisbeurs niet was afgeschaft, was ik gewoon door gaan studeren aan het hbo. Maar nu ik alles moet lenen, wijk ik van dat plan af.”

Het leenstelsel als dé blokkade voor een hbo-studie? Dat is, blijkt uit navraag bij instanties en (aankomende) studenten te kort door de bocht. De daling van het aantal eerstejaars valt er slechts ten dele mee te verklaren. Ook de strengere toelatingseisen en de voor mbo’ers aantrekkende arbeidsmarkt spelen een rol. Helder is wel dat het stelsel heeft gezorgd voor een negatief sentiment: als aankomende eerstejaars wil je niet graag nog jarenlang aan de financiële ketting blijven liggen.