Een belangrijke keuze die ieder jaar gemaakt moet worden. Ieder jaar door tienduizenden scholieren. De studiekeuze. Echter de maatschappij waarin wij leven, is niet ingesteld op de ontwikkeling van het brein van jongeren. Zonder hulp zijn scholieren in de bovenbouw van havo en vwo daardoor niet in staat een goede studiekeuze te maken.

Uitval eerste leerjaar

Het percentage uitvallers in het eerste leerjaar van het hoger onderwijs toont aan dat ruim een derde van de studenten een verkeerde keuze heeft gemaakt.

 

Scholieren zelf denken wel in staat te zijn een goede keuze te maken, blijkt uit een enquête die is uitgevoerd onder 65 bovenbouwers van havo en vwo.

Reacties van scholieren op het proces:

“In vwo4 kregen we wel begeleiding, maar vanaf de vijfde klas veel minder. Ze hebben niet echt een idee van hoe wij er nu voor staan. Ze gaan er van uit dat wij het zelf wel allemaal uitzoeken.”

“We worden er op zich wel een beetje in geholpen omdat we verslagen moeten inleveren van de open dagen. Maar ik heb tot nu toe eigenlijk meer begeleiding van mijn ouders gehad dan van de school.”

“Er wordt veel aandacht aan onze studiekeuze besteed tijdens de mentorlessen.”

Afhankelijk of zelfstandig?

Decaan op het Cambreur College, Marie-José Koot, legt in onderstaande video uit waarom zij vindt dat het studiekeuzeproces niet enkel en alleen de verantwoordelijkheid is van de school, maar voornamelijk van de scholieren zelf.

Op deze school wordt in het tweede leerjaar al begonnen met wat stappen in het studiekeuzeproces. Koot: “Alleen maar zodat ze er al een beetje grip op krijgen en dat er een knop wordt omgezet dat er toch af en toe aan gedacht moet worden.” In de tweede klas al, omdat er in de derde klas een profiel gekozen moet worden. De profielen waaruit gekozen kan worden, zijn op iedere middelbare school hetzelfde: Cultuur&Maatschappij, Economie&Maatschappij, Natuur&Techniek en Natuur&Gezondheid.

“Het kiezen van een goed profiel is de basis voor een goede studiekeuze”, zo legt decaan van het 2College Durendael Marjolein van Gorp uit. “Je moet er je diploma mee kunnen halen en je moet er mee verder kunnen. En met de keuze van je profiel sluit je al een heleboel opleidingen uit.”

Studiekeuzecheck

Na het kiezen van een geschikt profiel, is het in de bovenbouw zaak om een studiekeuze te maken. Scholieren bezoeken open dagen en meeloopdagen en als zij denken een goede keuze te hebben gemaakt doen ze een studiekeuzecheck. Deze check is in 2014 ingevoerd en lector aan InHolland en onderzoeker naar studiesucces Rutger Kappe legt hierover uit.

Kappe: “De studiekeuzechecks zijn in 2014 ingevoerd. Opleidingen kiezen zelf of zij deze test daadwerkelijk invoeren en hoe deze er uit ziet. De meeste scholen kiezen voor een online vragenlijst voor thuis, waarna de school van de uitkomst een verslag maakt met aandachtspunten. Vervolgens kunnen de leerlingen een middag komen proefstuderen.”

“De studiekeuzecheck is het scharnierpunt tussen het eindpunt van de studiekeuze en het beginpunt van het studeren. Het is een soort eindcheck ter bevestiging van de keuze. Dit geeft toekomstige studenten vaak net iets meer vertrouwen, waardoor ze een goede start op hun opleiding kunnen maken.”

“Wel komt de check pas laat in het proces. Je kunt je dus de vraag stellen of hij nog zin heeft. Leerlingen veranderen op dit punt van het proces vaak niet meer van gedachten. Ze staan niet meer echt open voor afwijkende informatie. Daarom twijfel ik of we hiermee de studenten wel bereiken en of de studiekeuzecheck misschien naar voren moet worden geschoven in het proces.”

Perfect studiekeuzeproces?

De lector heeft wel een duidelijk beeld van hoe een goed studiekeuzeproces eruit zou moeten zien. Hoe dat is, wordt in onderstaande animatie in beeld gebracht.

Op het punt van een perfect studiekeuzeproces zijn we volgens Kappe nog lang niet: “Uitval zal altijd blijven bestaan. Toch weiger ik te geloven dat dit het beste is dat we kunnen doen. We moeten het studiekeuzetraject blijven optimaliseren. Wellicht is het een goed idee dat instellingen beter op dit punt met elkaar gaan samenwerken, want uitval in het hoger onderwijs is op iedere school een aandachtspunt.”

Het brein van jongeren

Zijn de hersenen van jongeren eigenlijk wel genoeg ontwikkeld om een goede keuze te maken? Neuropsycholoog Jelle Jolles schreef een boek over de ontwikkeling van de hersenen van jongeren: Het tienerbrein. In een interview met het AD vertelt hij meer over het brein van jongeren en hoe het onderwijssysteem daar al dan niet op is ingespeeld.

“Tieners moeten zich fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel ontplooien. Als de ontplooiing op al deze punten af is, ben je pas echt volwassen. Bij de meesten is dit pas rond hun 25ste levensjaar.”

“Daarbij heeft een tiener al moeite met het weloverwogen kiezen wat hij morgen zal gaan doen. Hoe zou hij dan wel op zijn vijftiende een profiel kiezen.” Jolles laat in het interview duidelijk blijken dat jongeren dus zelfstandig geen weloverwogen kunnen maken. Hierbij hebben ze inspiratie en begeleiding nodig vanuit ouders en leraren.

Volgens Jolles moeten tieners dus zo laat mogelijk keuzes maken voor de lange termijn: “Jongeren die naar het hoger onderwijs gaan, maken vaak een verkeerde studiekeuze. Het is niet gek om na je middelbare school eerst één of twee jaar werkervaring op te doen. Dat moet gestimuleerd worden, maar de druk is te groot om snel te gaan studeren.”

Studenten blikken terug

Wie kunnen nu beter evalueren op het studiekeuzeproces dan studenten zelf? En dan met name studenten die, wat achteraf bleek, de verkeerde keuze hebben gemaakt. Daarom is ook onder deze groep een enquête verspreid.

Bijna de helft van de studenten geeft aan dat zij een verkeerde studie hebben gekozen, omdat ze denken dat ze te jong waren om te kiezen. Veertig procent van de ondervraagden stopten omdat ze onvoldoende gemotiveerd bleken voor de studie, de studie was toch anders dan ze zich hadden voorgesteld.

De schuld van de verkeerkde keuze ligt volgens de studenten grotendeels bij zichzelf, maar door dus ook bij de vervolgopleidingen. Reacties van enkele studenten op de vraag hoe de verkeerde keuze voorkomen had kunnen worden:

“Betere voorlichting en veel meer praktijk, in plaats van allerlei feestnummers op open dagen.”

“In mijn ervaring weerspiegelen de groepsmeeloopdagen bij bepaalde studies nooit echt hoe de studie zelf is. Vaak worden er leuke colleges of leuke vakken uitgezocht, ook al zijn deze niet representatief voor de studie.”

“Een realistisch beeld geven van wat je gaat doen en wat je er mee kunt doen.”

Er zijn ook studenten die de schuld bij niemand leggen:

“Ik wist gewoon nog niet wat ik wilde. Dat is pas later gekomen na het opdoen van werkervaring.”

“Een verkeerde studiekeuze is niet iets waar bepaalde mensen of organisaties direct schuldig aan zijn. Tijdens de studie ondervond ik dat de studie toch niet paste bij de interesse die ik heb. Het heeft me naast het akelige gevoel van het stoppen met een studie ook inzicht gegeven in wat ik wel wil. Hiermee wil ik ook aangeven dat het van mij niet noodzakelijk is dat verkeerde studiekeuzes voorkomen worden.”