Stalking is sinds mensenheugenis al een aanhoudend probleem. Of het nu via social media, telefonisch, met dreigbrieven of zelfs via bezoekjes thuis wordt gedaan, mensen blijven op elkaars persoonlijke levenssfeer inbreken. Politie en justitie beweren een passend protocol voor stalking te hebben, maar wordt dit protocol wel op de juiste manier nageleefd?

 Het begrip ‘stalking’ is heel erg breed. In het Nederlands Wetboek van Strafrecht wordt stalking als belaging aangeduid. Door de politie wordt stalking als deelonderwerp van huiselijk geweld gezien. “Stalking betekent letterlijk besluipen, maar is te definiëren als iemand opzettelijk en structureel lastigvallen, waardoor die persoon zich in zijn/haar vrijheid en veiligheid voelt aangetast”, luidt het op de site van de politie, politie.nl. Sinds 28 juni 2000 kent Nederland een anti-stalkingswet. Door deze wet is het voor de politie mogelijk geworden om in te grijpen voordat een situatie escaleert. Voorheen moest de politie wachten tot er een ernstig misdrijf zoals mishandeling of zelfs moord had plaatsgevonden.

Onder stalking worden dus bedreiging en mishandeling verstaan. In de periode januari-juni 2015 zijn er landelijk 15.682 gevallen van bedreiging gemeld en 23.599 meldingen van mishandeling. Onder deze noemers valt dus ook stalking.

Vormen van stalking

Stalking komt voor in verschillende vormen en groepen. De te onderverdelen groepen zijn verliefde of romantische belagers, ex-partners stalkers, obsessionele waan-stalkers of psychotische stalkers en sadistische of psychopathische stalkers. De politie spreekt van twee vormen van stalking: ‘simple obsessieve stalking’ en ‘love obsessieve stalking’. Bij simple obsessieve stalking is 85 procent man. De daders kennen hun slachtoffer persoonlijk en hebben vaak een relatie met deze persoon gehad. Het slachtoffer wordt zowel geestelijk als fysiek mishandeld. Bij love obsessieve stalking lijden de daders vaak aan een psychiatrische stoornis. Vooral vrouwen behoren tot deze vorm van stalking. De stalkers verzinnen scenario’s in hun hoofd en gebruiken hierbij hun fantasie. Vaak zijn de slachtoffers mensen die de daders nauwelijks kennen. Bij deze vorm van stalking komt vaak geweld en intimidatie voor. De dood van het slachtoffer is een bijna onvermijdelijk gevolg van deze vorm van stalking.

Protocol politie

Wanneer een slachtoffer aangifte van stalking doet bij de politie, komen verschillende processen op gang. Volgens Handelingsprotocol Kindermishandeling en Huiselijk Geweld vindt er ten eerste een intakegesprek plaats. De melder wordt gehoord en alles wordt nauwkeurig opgeschreven door de diender. Er moet tijdens dit gesprek duidelijk worden of er echt sprake is van stalking. Ook wordt er besloten of een strafrechtelijke aanpak gepast is of dat er een gesprek met de dader en slachtoffer moet komen en dat het probleem via deze weg opgelost kan worden. Na dit gesprek houdt de politie het slachtoffer in de gaten. “Wanneer de verdachte rondom de woning van het slachtoffer wordt aangetroffen, wordt er meteen melding gemaakt en nagekeken of er al eerder zaken als huiselijk geweld of stalking zijn voorgekomen bij de dader en het slachtoffer. Als dit het geval is wordt de dader direct meegenomen naar het bureau”, staat in het protocol. Nadat de dader op het bureau is gearriveerd volgt een proces-verbaal. “In het proces-verbaal worden alle gedragingen van de dader omschreven. Aan de hand van dit proces-verbaal wordt besloten of de dader wel of niet wordt aangehouden. Na aanhouding wordt de dader in verzekering gesteld en dus in voorlopige hechtenis genomen.”

 Ervaringen slachtoffers van stalking

Allemaal regels en richtlijnen waar de politie zich aan zou moeten houden. Maar gebeurt dit in de praktijk ook? Tineke Franssen is bestuurslid van Stichting Zijweg. Stichting Zijweg is een organisatie van, voor en door vrouwen die te maken hebben of hebben gehad met huiselijk geweld en/of stalking. “We proberen door empowerment-dagen te organiseren en krachtgroepen verspreid over het land op te stellen om vrouwen weer in hun kracht te zetten zodat ze na een periode van stalking weer de moed hebben om hun leven op te bouwen.” Binnen de stichting is een duidelijke toename van meldingen van stalking te zien. “We hebben een jaar of acht geleden op basis van ervaringsverhalen van vrouwen een boek samengesteld. In die periode had stalking nog niet zo’n vlucht genomen. Dat is iets wat we eigenlijk de laatste jaren hand over hand zien toenemen.” Ook Stichting Slachtofferhulp ziet een toename van het aantal stalkingsgevallen. “Het aantal belagingsvragen dat bij Slachtofferhulp Nederland is binnengekomen, is over een periode van 5 jaar sterk gestegen; namelijk van 2160 in het jaar 2010 naar 3499 in het afgelopen jaar (2015).”

Stichting Zijweg praat samen met slachtoffers met beleidsorganisaties als de politie. “Stalking is verschrikkelijk moeilijk te bewijzen, maar de politie neemt het in een aantal gevallen ook niet echt serieus. Het is erg afhankelijk van welke agent je te spreken krijgt”, vertelt Franssen. “Er had zich bij de stichting een vrouw gemeld die door haar partner mishandeld werd. Ze zat onder de blauwe plekken en is naar de politie gegaan. De politie had haar partner ondervraagt en hij ontkende alle beschuldigingen. Uiteindelijk zei de politie tegen de vrouw dat ze net zo goed zelf die blauwe plekken veroorzaakt had kunnen hebben.” De stichting vindt dat er op het gebied van huiselijk geweld één expertisegebied moet komen. “Als ze huiselijk geweld, stalking en kindermishandeling binnen de politie in een aparte unit onderbrengen, kunnen daar ook experts op die gebieden aan de slag. Alle kennis is dan bij elkaar en dat heeft volgens ons veel meer effect.”

Marcel, die zelf slachtoffer is geweest van een stalkende collega, voelde zich destijds ook niet gehoord door de politie. “Ik en mijn gezin, bestaande uit mijn vrouw en twee kinderen, werden van juni 2008 tot december 2012 door een voormalig collega en vriend van mij gestalkt. Hij gooide onze ruiten in, stak de banden van mijn auto lek, belde ons meerdere malen per dag, stuurde dreigbrieven en benaderde ook naaste familie en vrienden.” Het telefoonnummer werd gewijzigd, camera’s werden om het huis heen geplaatst en de politie werd ingelicht. “Ik heb aangifte gedaan en er werd in eerste instantie wel serieus met mijn aangifte omgegaan. Ze zijn bij mij thuis komen kijken en hebben een week of twee gepatrouilleerd rondom ons huis. De stalker hield zich in die periode koest en voor de politie was het op die manier ook klaar.” Nadat de politie verdwenen was sloeg de stalker weer toe. “Hij bleef maar bellen en brieven sturen. We hadden hem zelfs op de beveiligingscamera’s staan.” Marcel ging weer naar de politie maar zij namen zijn aangifte niet serieus. “Ik en mijn vrouw hebben erover getwijfeld om te gaan verhuizen omdat we ons in ons eigen huis niet meer veilig voelden. Uiteindelijk hebben we met de Kerst in 2012 voor het laatst iets van onze stalker vernomen in de vorm van een kerstkaart. Sindsdien is het rustig.”

Beheerder van de besloten facebookgroep ‘Stalking Slachtoffers Nederland’, Rolph, vertelt dat ook hij bijna geen hulp van de politie heeft ontvangen. “De politie biedt verdomd weinig hulp. Ik ken werkelijk geen een geval waarin de politie een rol van betekenis heeft gespeeld. Vorig jaar nog heb ik nog een tijdje contact gehad met een lid van de facebookgroep. Een moeder werd door haar ex gestalkt. Die ex werd al voor meerdere misdrijven gezocht maar de politie deed bar weinig. Pas toen ik me ermee ging bemoeien is er even wat extra surveillance geweest maar daarna was dat ook weer snel afgelopen.” Rolph wil opvallend genoeg niets loslaten over zijn eigen ervaringen met stalking. Op de vraag wat zijn beweegredenen waren om de groep op te richten reageert hij ontwijkend en zegt dat hij via iemand met stalking in aanraking dreigde te komen. “De stalking heeft met mate doorgezet. Maar daar kan ik momenteel verder helaas geen commentaar op geven. Wellicht in de toekomst weer, maar nu niet.”

Overheidsinstanties aan het woord

Zoveel richtlijnen en protocollen, maar volgens slachtoffers gaat het nog steeds mis. Hoe kunnen overheidsinstanties dit verklaren? Rob Kouwenhoven, persvoorlichter Nationale Politie, vertelt: “Vaak zijn wij als politie het eerste aanspreekpunt. Er komt iemand op het politiebureau vertellen dat hij of zij wordt bedreigd, achtervolgd, lastiggevallen et cetera. Vaak is dan meteen de vraag of het verhaal dat verteld wordt wel helemaal klopt. Wij maken vaak mee dat mensen op het politiebureau verschijnen om een ander in een negatief daglicht te stellen.” De politie gaat bij verschillende betrokken partijen als buren, familieleden, kinderen, ouders en collega’s na of wat er aan hen verteld is ook wel echt de waarheid is. “Het komt nog al eens voor dat we veel negatievere of juist veel rooskleurigere verhalen voorgelegd krijgen dan achteraf aan de hand blijkt te zijn. Er komen bij stalkingsgevallen veel emoties los en daardoor worden er vaak halve waarheden verteld waar wij weinig mee kunnen doen.” De politie zit niet op extra werk te wachten en laat de situatie dan ook rusten. “We hebben geen tijd om bij elke zaak precies na te gaan wat nou wel en niet waar is.”

Kouwenhoven is van mening dat mensen te veel van de politie verwachten. “Wij zijn als politie geen hulpverleningsinstantie. We kunnen geen psychiater zijn voor het slachtoffer. In beginsel zijn wij er eigenlijk alleen om boeven te vangen en orde te herstellen.” Wel voegt Kouwenhoven daaraan toe dat de politie altijd actie onderneemt als er een helder verhaal wordt voorgelegd wat het slachtoffer in gevaar brengt. “Helaas zijn die heldere, kloppende verhalen meer uitzondering dan regel. Daarom hebben wij altijd een gezonde argwaan wanneer iemand een dergelijk verhaal komt vertellen”, vertelt hij.

De politie neemt volgens Kouwenhoven wel altijd contact op met hulpverleningsinstanties. “Wij gaan in contact met hulpverleningsorganisaties en brengen gesprekken tussen beide partijen op gang.” Dat is alles wat de politie in zo’n geval kan doen.

Een andere betrokken overheidsinstantie, het Openbaar Ministerie, is het eens met de Nationale Politie. “Er gaat voor de beslissing om iemand daadwerkelijk te vervolgen en een straf op te leggen heel erg veel vooraf. Er gelden altijd algemene criteria. We moeten ten eerste een bewijsbare zaak hebben. We overleggen dit met de politie. Wanneer zij al vinden dat er een gebrek aan bewijs is wordt een zaak niet naar de rechter gebracht. Wij moeten de overtuiging hebben dat wanneer we een zaak naar de rechter brengen dat we de persoon in kwestie ook kunnen vervolgen.” Bij stalking is het volgens het OM ook moeilijker om te kunnen bewijzen of iemand daadwerkelijk strafbare feiten pleegt. “Een verklaring van iemand die gestalkt wordt is niet genoeg. Er moet overtuigende, harde informatie zijn waaruit blijkt dat iemand gestalkt wordt. Daders ontkennen nog al eens de opgegeven strafbare feiten en dan is het moeilijk om tot vervolging over te gaan. Wanneer stalking binnen de vriendenkring plaatsvindt, kan het slachtoffer makkelijk de dader aanwijzen. Maar in veel situaties is het helemaal niet makkelijk om aan te geven wie er bezig is. Dat bemoeilijkt ook de weg naar vervolging.” Omdat niet alle aangiftes in behandeling worden genomen bij het OM voelen slachtoffers zich vaak gepasseerd. “Het slachtoffer beleefd het altijd als een probleem. Zij willen zich serieus genomen voelen en dat is vaak een erg gevoelsmatige kwestie.” Het OM begrijpt deze verontwaardiging, maar kan niet meer doen dan de regels opvolgen.

Conclusie

Uit het onderzoek is gebleken dat er bij stalking heel duidelijk twee kanten aan het verhaal zitten. De kant van de slachtoffers en die van de overheidsinstanties. De slachtoffers, Marcel en Rolph, en stichting Zijweg vinden dat de politie hen niet serieus neemt. Marcel en Rolph voelen zich niet gehoord en stichting Zijweg vindt dat er een algemene portefeuille voor stalking en huiselijk geweld moet komen. Aan de andere kant vinden de Nationale Politie en het OM dat men te veel van de overheidsinstanties verwacht. De Nationale Politie is zogezegd geen psychiater en er komt heel erg veel bij kijken voordat een zaak daadwerkelijk voor de rechter gebracht kan worden door het OM. Die onwetendheid en te hoge verwachtingen van de slachtoffers zorgen ervoor dat er ontevredenheid heerst over het handelen van de politie en het OM. Er bestaat een duidelijk protocol over hoe de politie en het OM stalkingszaken aanpakken, maar in de praktijk blijkt dat dat lang niet bij alle zaken toegepast kan worden. Wanneer een persoon zich bij de politie met een helder, duidelijk verhaal meldt, wordt deze in alle gevallen geholpen. Er wordt een passend protocol toegepast door de politie. Stalking is een veelkoppig monster wat niet zo een, twee, drie opgelost kan worden.