Wat ging er mis bij de vier grootste gerechtelijke dwalingen in Nederland?

Nederland, een land waarin de wetten ons beschermen tegen de staatsmacht. Althans, dat zou je zeggen. Begrippen als rechtsstaat en trias politica laten ons denken dat het recht altijd zal zegevieren, en dat men onschuldig is toch het tegendeel is bewezen. Maar dat is niet helemaal waar. Achter die begrippen zitten ook mensen en die mensen maken fouten. Maar die fouten hebben er in het verleden wel eens voor gezorgd dat onschuldige mensen jarenlang achter de tralies hebben gezeten. Nederland is ook een aantal keer opgeschud door zulke gerechtelijke dwalingen. Denk aan de Puttense Moordzaak, de Schiedammer Parkmoord, de zaak Ina Post en nog niet zo heel lang geleden de zaak Lucia de B. Stuk voor stuk zaken die op veel media-aandacht konden rekenen en iedere keer hielden we onszelf voor dat hiervan was geleerd en het niet nog eens zou gebeuren. Of dat gaat lukken is nog maar de vraag, want in alle vier deze gerechtelijke dwalingen zijn toch wel vaak dezelfde fouten gemaakt.

Door: Guus van de Ven en Tessa Guntlisbergen

Over de oorzaken van gerechtelijke dwalingen is al veel bekend. Zo noemt de Organisatie Rechtspraak als belangrijkste oorzaak van deze dwalingen dat de rechter zijn of haar uitspraken moet baseren op informatie van anderen, bijvoorbeeld de verklaringen van getuigen en onderzoeksrapporten van de politie. Daardoor is het moeilijk om achter de waarheid te komen en kan een rechter sneller een tunnelvisie ontwikkelen. Een tweede oorzaak is volgens de organisatie het feit dat mensen geneigd zijn om informatie die iets bevestigt, zwaarder te laten wegen dan informatie die iets ontkracht, waardoor het kan voorkomen dat rechters bewijs dat wijst in de richting van schuld, belangrijker achten dan bewijs dat wijst in de richting van onschuld. Bewijsmateriaal kan overigens ook ondeugdelijk zijn. Als laatste oorzaak wordt het afleggen van een valse bekentenis of valse belastende verklaring – door bijvoorbeeld langdurige verhoren, druk of dwang en angst voor agressie – genoemd, wat ertoe kan leiden dat rechters te snel een conclusie trekken. Zijn dit ook de fouten die werden gemaakt bij de onderzochte gerechtelijke dwalingen?

Overeenkomstige fouten tussen de vier zaken

Overeenkomstige fouten tussen de vier zaken (Bron informatie: Het OM in de fout, Ton Derksen)

Uit de analyse van de vier Nederlandse gerechtelijke dwalingen zijn in totaal vijf overkoepelende fouten naar voren gekomen. Zoals in de tabel te zien, komen deze vijf fouten bij nagenoeg alle zaken wel een keer voor. Tussen de aard van de vier onderzochte gerechtelijke dwalingen zijn dan ook veel gelijkenissen geconstateerd. Zo werd bij alle vier de zaken informatie achtergehouden door het OM. In deze gevallen hield het OM, op wat voor manier dan ook, bewijsmateriaal of andere cruciale informatie achter voor zowel deskundigen die bij de zaak betrokken waren als de strafrechters. Zo werd bij de Schiedammer Parkmoord het feit dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) geen DNA van de toenmalige verdachte Kees B. had aangetroffen, door de betrokken officier van justitie verzwegen tegenover het Hof. Ongeveer hetzelfde gebeurde bij de zaak Lucia de B., waarbij het OM cruciale informatie over het hart van de zogenaamd vergiftigde baby A. – belangrijk bewijs voor de onschuld van Lucia de B. – niet doorgaf aan het Hof. In drie van de vier zaken sprak het OM tevens niet de waarheid. Zo is bij zowel de Puttense Moordzaak als de Schiedammer Parkmoord aantoonbaar gemanipuleerd met getuigenverklaringen en verhoren.

Bij twee van de vier gerechtelijke dwalingen, de Schiedammer Parkmoord en Lucia de B., zijn verkeerde conclusies getrokken op basis van een misleidende formulering van het OM. In deze gevallen werden bepaalde argumenten zo geformuleerd, dat alles richting de verdachten wees. Zo gebruikte de officier van justitie die betrokken was bij de Schiedammer Parkmoord een te globaal geschatte tijdlijn, wat versluierde dat Kees B. niet op tijd bij het plaats delict kon zijn. Bij de zaak Lucia de B. gebruikte het OM bij het optellen van het aantal sterfgevallen een truc, waardoor dat aantal hoger leek. Daarin ging de strafrechter mee. Verder wordt in alle vier de zaken willekeur in bewijs en argumentatie geconstateerd, wat betekent dat op een niet-wetenschappelijke manier met het onderzoek werd omgegaan. Zo was er bij de zaak Ina Post nog een andere verdachte, waarvan het bewijs helemaal niet is meegenomen in het politieonderzoek. Iets soortgelijks gebeurde bij de Puttense Moordzaak, waarbij de aandacht ook alleen werd gericht op de verdachten Viets en Du Bois. Op de zaak Ina Post na, wordt bovendien bij alle zaken vooringenomenheid door het OM geconstateerd. Dat wil zeggen dat het OM op de één of andere manier leed aan tunnelvisie, waardoor niet werd opengestaan voor kritiek. Zo voerde het OM bij de Schiedammer Parkmoord geen daderanalyse meer uit, omdat Kees B. al verdachte was. Ook bij de Puttense Moordzaak heeft het OM geen verder onderzoek meer gedaan naar de bekentenissen van Viets en Du Bois die aantoonbaar onmogelijk waren. Klik hier om de vier gerechtelijke dwalingen nader te bekijken.

De Schiedammer Parkmoord, Lucia de B., de Puttense Moordzaak, Ina Post
De Schiedammer Parkmoord, Lucia de B., de Puttense Moordzaak, Ina Post

Crimefighter

“Dat er in zaken informatie wordt achtergehouden, is schrikbarend,” zo zegt Lieneke de Klerk, straf- en persrechter van rechtbank Oost-Brabant, in reactie op de uitkomsten van het onderzoek. Hoewel De Klerk haar verbazing uitspreekt over de fouten die in de genoemde zaken zijn gemaakt, kan ze zich ergens wel vinden in de tunnelvisie van het OM. “Als er iets ergs is gebeurd, wil je natuurlijk de dader vinden. Daardoor wordt er misschien niet altijd even kritisch gekeken. Zeker als er ook nog eens een bekennende verklaring ligt.” Dat is volgens De Klerk dan ook waar het bij de Schiedammer Parkmoord fout ging. “Kijk, er wordt zeker in de beginfase veel onderzoek gedaan en in ontzettend veel richtingen gespeurd. Niet alles even relevant. En daar komt bij dat Kees B. op een gegeven moment een bekennende verklaring aflegt. Dan wordt er weer teruggeschakeld. Je hoeft niet meer zo ontzettend je best te doen, want de verdachte heeft bekend. Als je dan informatie hebt die niet helemaal strookt met de andere informatie, weegt de kracht van de bekentenis zwaar,” zegt De Klerk. “Maar je bent niet alleen een crimefighter. Je bent er ook voor het recht doen. Onschuldigen achter de tralies krijgen is natuurlijk geen recht.”

Geen verrassing

Ook Janine Kramer, persofficier van justitie bij het Openbaar Ministerie in Den Bosch, kan zich enigszins vinden in de tunnelvisie van het OM. “Ik had wel verwacht dat er op dat gebied overeenkomsten tussen de zaken zouden zijn. Zeker wanneer er een valse bekentenis of belastende verklaring ligt, bestaat de kans dat er wellicht niet breed genoeg meer wordt gekeken.” Volgens Kramer wordt er niet opzettelijk misleidend geformuleerd, maar gebeurt dat doordat het OM op het verkeerde spoor wordt gezet. “Wanneer er geen camerabeelden of objectieve bewijsstukken zijn, moeten we ons baseren op verklaringen van anderen en er bestaat een kans dat daar een ruis in komt. Het OM heeft een bepaalde overtuiging en bewijsstukken worden daarin wellicht ingepast, waardoor aan de ene verklaring misschien meer waarde wordt gehecht dan de andere. Zeker wanneer een verdachte een valse bekentenis aflegt, wordt je op het verkeerde spoor gezet,” aldus Kramer.

Aantal herzieningsverzoeken door de Commissie Evaluatie Afgesloten Zaken (CEAS) en de Adviescommissie Afgesloten Zaken (ACAS)
Aantal herzieningsverzoeken door de Commissie Evaluatie Afgesloten Zaken (CEAS) en de Adviescommissie Afgesloten Zaken (ACAS)

Mensenwerk

Volgens Ton Visser, advocaat van Lucia de B. ten tijde van de zaak, zijn gerechtelijke dwalingen moeilijk te voorkomen. “Fouten zijn van alle tijden en ons vak blijft mensenwerk. Je weet dat het soms mis kan gaan. Juist bij grote zaken, lijkt de drang om met ‘minimaal’ bewijs genoegen te nemen groter dan bij bijvoorbeeld een diefstal,” aldus Visser, die door Lucia de B. te adviseren een beroep te doen op haar zwijgrecht een cruciale rol heeft gespeeld in het verloop van de zaak. “Op de rechter ligt een zware taak: een schuldige vrijspreken stuit tegen de borst, maar een onschuldige veroordelen natuurlijk ook. In onze zaak moet ik eerlijk zeggen dat iedereen, ook de advocaten, op enig moment genoegen hebben moeten nemen met een verklaring van een deskundige waarvan vast staat dat die op dat moment niet alle informatie had. Die stroom gaat buiten ons om via het Openbaar Ministerie,” legt Visser uit.

Maatregelen

Afgelopen tien jaar zijn door het OM verschillende maatregelen genomen om de vervolging van onschuldige mensen te voorkomen. Zo werd tien jaar geleden het programma Versterking Opsporing en Vervolging (PVOV) ingevoerd, een versterkingsprogramma naar aanleiding van de gemaakte fouten in het onderzoek naar de Schiedammer parkmoord. Alle elementen die daarbij voor verbetering vatbaar waren, staan als verbeterdoelstellingen in dit programma, dat bestaat uit deelprogramma’s voor politie, justitie en het Nederlands Forensisch Instituut. Vijf jaar geleden werd bovendien het programma Permanent Professioneel (PP) ingevoerd, wat verschillende maatregelen tegen denkfouten bevat. Zo moeten beslissingen en gedachtevormingen in een onderzoek, sinds de invoering van de PP, worden vastgelegd in een afsprakenjournaal. Daarnaast heeft het OM een tegenspraakofficier in het leven geroepen, die nog eens onafhankelijk en kritisch naar het bewijsmateriaal kijkt.

Vorig jaar heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) het effect van deze maatregelen onderzocht. En wat blijkt: rechercheurs en officieren van justitie zijn zich bewust geworden van het risico op de ontwikkeling van een tunnelvisie. Maar hoewel de maatregelen de kwaliteit van het opsporingsonderzoek hebben verbeterd en een bijdrage hebben geleverd aan een meer open cultuur binnen het OM, hebben ze volgens het onderzoek in sommige gevallen ook ongewenste effecten gehad. Deze neveneffecten ervaren responderende rechercheurs en officieren als het gaat om de krampachtige wijze waarop aan de TGO (Team Grootschalige Opsporing) structuur wordt vastgehouden en de neiging om een onderzoek lang een breed te houden om maar niet de fout in te gaan.

Ondanks het positieve effect van de genomen maatregelen, kan De Klerk niet uitsluiten dat nog steeds onschuldigen worden veroordeeld. “Maar ik denk dat we door de grote zaken uit het verleden wel kritischer zijn geworden. Als rechters proberen wij alternatieve scenario’s van de verdachte beter te onderzoeken en schrijven we onze motivatie beter uit.” Dat doen ook officieren, die volgens Kramer hun blik zo breed mogelijk houden door middel van het nalopen van alle mogelijke scenario’s. Vooral rechters kijken tegenwoordig beter uit, zo meent Visser. “Rechters zijn kritischer geworden, maar soms neemt men alsnog genoegen met krakend bewijs. Bij grote fouten moeten rechters en het OM hun excuses aanbieden, dat lijkt voor hen moeilijk,” legt Visser uit. Volgens De Klerk moeten mensen uit het vak echter niet te bang worden. “Maar men heeft z’n lesje wel geleerd, want niemand wil dat iemand ten onrechte vast komt te zitten.”