Onderzoek

Roken langs het voetbalveld mag niet meer, of wel?

Jun 05, 2018 Megan Hanegraaf

Een vraag die sportclubs de afgelopen jaren steeds vaker stellen is: “zou je het goed vinden als jouw kind of kleinkind zou gaan roken?” Het standaard antwoord is vaak ‘nee’. Toch voetballen er wekelijks meer dan 1,2 miljoen KNVB-leden in de rook van een supporter die langs de lijn een sigaret rookt. Als er iets slecht is – voor kinderen – dan is het wel (mee)roken. Daarom hebben steeds meer voetbalverenigingen het initiatief genomen om een rookvrij terrein voor jeugdspelers te realiseren. Maar hoe word je als vereniging succesvol rookvrij?

“Van de 3500 amateurverenigingen in Nederland, zijn er slechts tientallen rookvrij”, vertelt Daan Schippers van de KNVB. “Dit aantal is natuurlijk vrijwel niets”. Daarom is de KNVB in samenwerking met de Hartstichting een campagne gestart om zoveel mogelijk buitenterreinen rookvrij te maken. Schippers: “Een tijd geleden hebben we bestuurders van 3100 voetbalverenigingen via de mail benaderd om hen te ondersteunen bij het rookvrij maken van hun complex. Ons doel is om op deze manier makkelijk inzicht te krijgen in de bereidheid en haalbaarheid voor verenigingen om rookvrij te worden”. Uit de reacties die de KNVB kreeg, blijkt dat het draagvlak voor een rookvrije generatie toeneemt en dat er zelfs een trend begint te ontstaan rondom rookvrije verenigingen.

Ouders en leden nemen initiatief
RCL Leiderdorp nam eind 2015 als eerste voetbalvereniging het initiatief om rookvrij te worden. Bestuurslid Robert Guis kwam met het idee: “Ik hoorde op het nieuws dat er wekelijks honderden kinderen beginnen met roken. Ik vind dat je als voetbalvereniging verantwoordelijk bent voor de gezondheid van de leden, vooral voor de voetballende jeugdleden. Daar hoort roken niet bij. Toen ik het idee van een rookvrije vereniging besprak met het bestuur, moesten de andere bestuursleden even wennen aan het idee. Er werd vooral gevreesd voor weerstand van (ouders van) leden. Daarom hebben we eerst contact gezocht met de Hartstichting, zodat we een goede partner achter de rug hebben. Al snel was het bestuur, ook de rokers, het er unaniem over eens dat RCL rookvrij moest worden.”

“Ik vind dat je als voetbalvereniging de verantwoordelijk bent voor de gezondheid van de leden” – Robert Guis, RCL

Inmiddels zijn er steeds meer verenigingen die het voorbeeld van RCL hebben overgenomen. Het initiatief komt verassend genoeg vaak niet van de club zelf, maar van ouders of leden. De reden is vaak dat ze last hebben van de sigarettenrook langs de lijn. Daarnaast zijn er ook veel ouders en leden geïnspireerd door een andere vereniging of door de campagne van de Hartstichting en de KNVB. De vraag om rookvrij te worden zet clubs aan het denken. Zij beseffen hierdoor dat zij als club maatschappelijk verantwoordelijk zijn voor hun leden, met name de jeugd. Oudere spelers, coaches en trainers hebben namelijk veel invloed op kinderen. Dit zijn vaak de personen tegen wie zij opkijken. Als veel mensen, onder wie deze rolmodellen, om hen heen roken lijkt dat normaal te zijn. Jonge kinderen beseffen vaak helemaal niet dat je er ernstig ziek van kan worden. Door hun complex rookvrij te maken, proberen clubs hun jeugdleden te beschermen tegen de verleiding van roken en de mogelijke gevolgen van het meeroken.

Toch roken op het terrein?
Bij veel clubs is het al jaren verboden om te roken in de kantine, kleedkamers en kunstgrasvelden. Als een club rookvrij is verklaard, mag er ook niet meer worden gerookt op en rondom het natuurgras, bij de hoofdtribune, in de looppaden tussen de velden en op het pad richting het toegangshek. Er zijn mensen die dit beleid betuttelend vinden, maar er zijn ook mensen die vinden dat clubs niet ver genoeg gaan met het verbod. Daarom kiezen clubs vaak voor een middenweg waarmee beide partijen tevreden worden gehouden: deels rookvrij. Rokers hoeven dus niet te stoppen met roken, maar er wordt aan hen gevraagd of zij slechts rekening willen houden met hun rookgedrag, vooral als er (veel) jeugd in de buurt is. Er mag dus wel gerookt worden op het terrein, maar op een daarvoor gecreëerde plek – uit het zicht van kinderen – of het verbod wordt beperkt tot bepaalde tijden. Dit is vooral op zaterdag en tijdens jeugdtrainingen. De meeste clubs – nu nog deels rookvrije verenigingen – hebben aangegeven dat zij in de toekomst plannen hebben voor een geheel rookvrij complex. Er zijn ook clubs die nu al een volledig rookvrij terrein hebben. Op deze clubs geldt de regel: “Wie wil roken moet dat buiten de poorten van de club doen”. Daarmee wil het bestuur voorkomen dat supporters en spelers last hebben van de tabaksrook.

Één sigaretje moet kunnen
Maar liefst 89% van de Nederlanders vindt dat sportterreinen waar kinderen sporten, volledig rookvrij moeten zijn. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Flycatcher in opdracht van de Alliantie Nederland Rookvrij. Ondanks deze resultaten hebben meerdere clubs sinds de invoering van het rookverbod veel negatieve reacties gekregen. Vooral de rokers vinden dat zij worden uitgesloten van het sportpark. Zij vinden dat een sigaretje langs de lijn moet kunnen en dat clubs te ver gaan met het rookbeleid. De reacties die clubs vooral krijgen: “Niemand heeft toch last van sigaretje langs de lijn?” en “Jullie verkopen wel patat en een broodje kroket in de kantine?” Volgens de meeste verenigingen hebben ze met dat laatste argument ergens wel een punt, maar is dat geen reden om roken goed te keuren. Dat het een wel is toegestaan, wil niet zeggen dat je het andere ook moet toestaan.

“Niemand heeft toch last van sigaretje langs de lijn?”

Meerdere clubs waren al bang voor deze negatieve reacties. Daarom hebben veel van hen hulp gevraagd aan de Hartstichting. Zij helpen clubs namelijk met materialen zoals borden, posters, flyers en hesjes en een stappenplan. De eerste stap is vaak communiceren met de leden door bijvoorbeeld het ophangen van bordjes die duidelijk aangeven dat er op de club niet gerookt mag worden. Aan de hand van die bordjes probeert het bestuur aan ouders en bezoekers te vragen of zij rekening willen houden met waar en wanneer ze roken om zo het goede voorbeeld te geven aan de voetballende kinderen.

tekst gaat verder onder de foto

Ondanks de duidelijke borden komt het af en toe voor dat iemand een sigaret opsteekt. Dat zijn vaak gasten van andere clubs, die zeggen niet te weten dat er niet gerookt mag worden. Clubs hopen dat spelers, supporters en medewerkers de roker op een vriendelijke manier aanspreken en vertellen dat roken niet is toegestaan op de club. Zij kunnen namelijk wel vragen of iemand een sigaret wil uitmaken, maar ze kunnen niemand dwingen. Dat mag wettelijk namelijk helemaal niet. Daarom staat er ook geen sanctie op roken langs de zijlijn. Als het aanspreken niet (voldoende) werkt, willen sommige clubs wel nadenken over andere maatregelen. Bijvoorbeeld dat een scheidsrechter de wedstrijd even stillegt. Maar voor nu gaan clubs er niet vanuit dat het zover komt. Verenigingen hopen dat rokers snel gaan inzien dat zij het niet alleen doen voor de club, maar vooral de gezondheid van de voetballers en voetbalsters.

Meer voordelen dan nadelen
Bij clubs die al wat langer rookvrij zijn, begint de weerstand inmiddels te verdwijnen. Tot verbazing van de clubs reageren de meeste mensen steeds vaker heel positief, zelfs de verstokte rokers. Ouders, vrijwilligers en spelers proberen het initiatief te steunen door rokers erop aanspreken dat dit niet mag of ze laten zelf hun sigaret uit. Ook jonge voetballers/ – sters zijn tevreden over het rookvrije complex. Zij vinden dat sporten en roken niet samen gaan. Ook gaven meerdere jeugdspelers aan dat zij het fijn vinden dat ze geen last meer hebben van de sigarettenrook als zij aan het voetballen zijn.
Bij de invoering bleek dat er nog economische voordelen zijn waar verenigingen op voorhand niet aan hadden gedacht. In het begin waren verschillende verenigingen bang dat ze enkele leden zouden verliezen met het invoeren van een rookverbod. Tot verbazing van de clubs gebeurde juist het tegenovergestelde. Sinds het verbod hebben clubs er juist veel jeugdleden bij gekregen. Daarnaast trok het rookverbod ook meer sponsors aan. Zij kijken namelijk goed aan welke partij ze hun naam verbinden. En ander voordeel is dat verenigingen veel minder last hebben van afval door sigarettenpeuken en -pakjes op het terrein. Hierdoor zijn de schoonmaakkosten vaak met tientallen euro’s omlaag gegaan.

Kwestie van tijd en gewenning
Kort gezegd is het dus helemaal niet zo moeilijk om rookvrij te worden, als je als bestuur maar open en op een vriendelijke manier communiceert met je leden. Clubs die zich op een speciale manier extra hebben ingezet voor een rookvrij terrein, worden genomineerd voor de Award Rookvrije Generatie die jaarlijks wordt uitgereikt door de Hartstichting. Dit jaar werd voetbalvereniging Alphense Boys genomineerd voor hun eigen uitgebreide campagne, waarbij ze alle leden betrokken bij het rookbeleid. Ruim vier maanden voor de invoering van het verbod, werd er niet alleen al veel over gesproken, maar werd er rondom de kantines en zelfs langs de lijn bijna niet meer gerookt. Op deze manier probeert de Hartstichting nog meer clubs te motiveren om de stap naar een rookvrij terrein te maken. Voor clubs die nog twijfelen wegens de handhaving en de (mogelijk) negatieve reacties daarop: De KNVB verwacht dat uiteindelijk de negatieve reacties rondom rookvrije sportterreinen zullen verdwijnen. “We vergelijken de rookvrije verenigingen een beetje met roken in de bijvoorbeeld de kroeg. Daar was destijds veel commotie over, maar nu wordt het gewoon geaccepteerd. Het is een kwestie van tijd en gewenning.”