De dag waarop de AD top 100 ziekenhuizen bekend wordt gemaakt, is een spannende dag voor het ziekenhuisbestuur. Dit jaar verliep deze dag dramatisch voor het fusieziekenhuis Elisabeth- Tweesteden (ETZ) in Tilburg. Het St. Elisabeth ziekenhuis werd laatste en het TweeSteden ziekenhuis daalde ook flink ten opzichte van vorig jaar. Heeft deze lage klassering van beide ziekenhuizen iets te maken met de fusie? Zorgt dit dat de kwaliteit van de zorg niet optimaal is of zijn er andere factoren in het spel?

Op 5 november werd de AD top 100 ziekenhuizen bekend gemaakt. “We werden onaangenaam verrast door de lage klassering”, aldus Wim Pleunis, woordvoerder van het ETZ. Bij de samenstelling van de AD top 100 wordt gekeken naar zogeheten kwaliteitsindicatoren. Deze indicatoren geven aan waar een ziekenhuis goed en slecht op scoort. Een voorbeeld van een kwaliteitsindicator is bijvoorbeeld het percentage patiënten dat een pijnmeting heeft gehad. Met deze indicatoren kan worden gekeken waar een ziekenhuis nog niet goed op scoort, zodat ze zich daarop kunnen verbeteren.

In totaal zijn er 1300 kwaliteitsindicatoren in de gezondheidszorg. Het AD kiest hieruit 37 indicatoren waarop zij hun top 100 samenstellen.

Gerard van Loon, financieel directeur bij het Leids Universitair Medisch Centrum en voormalig financieel directeur bij het gefuseerde ziekenhuis Sint Franciscus, heeft zijn twijfels bij de AD top 100.

“De resultaten neem ik met een korreltje zout. Omdat er slechts 37 indicatoren onderzocht worden, geeft het niet altijd een evenredig beeld van het ziekenhuis. Soms kun je pech hebben met de indicatoren.” Toch is Van Loon blij dat de AD top 100 bestaat. “Het is wel beter geregeld dan tien jaar geleden. Toen bestond er nog helemaal geen meting voor de ziekenhuizen.” Van Loon benadrukt dat registratie erg belangrijk is. “Een goede registratie helpt wel degelijk voor een stijging in de AD top 100. Wellicht dat het ETZ dat nog niet goed op orde heeft.”
Intern onderzoek

De raad van bestuur van het ETZ pakte de resultaten meteen op en besloot uit te gaan zoeken waardoor het ziekenhuis zo laag is geëindigd. Hieruit kwam het volgende naar voren.

Beide locaties werken nog niet met één computersysteem. Het is daarom lastig registreren, waardoor de indicatoren niet goed ingevuld konden worden. Ook was het moeilijk om de cijfers voor de indicatoren uit het systeem te halen. Hierdoor werden deze niet goed aangeleverd. Als laatste kwam de raad van bestuur tot conclusie dat er ‘helaas ook werkelijke kwaliteitstekorten werden geconstateerd’. Deze tekorten wil de raad gaan verbeteren.

De raad van bestuur wijt de lage score dus vooral aan de registratie met het systeem. Een werkgroep binnen het ETZ is echter bezig met het ontwikkelen van een nieuw systeem, genaamd Epic. Dit systeem moet het registreren voor beide ziekenhuizen een stuk makkelijker maken.

 

Eerste reacties

Het ETZ kwam direct na de bekendmaking van de lage ranking met een statement op haar website. Hierin wordt gezegd dat ‘de indicatoren die gekozen zijn nadelig uitvielen voor locatie Elisabeth’. Verder wordt hierin beweerd dat de selectie indicatoren ‘juist positief uitviel voor de kleinere ziekenhuizen’. Interessant in het statement is het volgende: “Onze eerste voorzichtige conclusie is dat de fusie van het St. Elisabeth en het TweeSteden niet goed in de indicatoren is verwerkt.” Hier wordt dus de fusie dus genoemd als mogelijke oorzaak. Volgens Pleunis betekent dit echter niet dat de kwaliteit van de zorg door de fusie achteruit is gegaan. “We weten dat we goede zorg leveren. Echter de fusie heeft wellicht invloed gehad op de kwaliteit van de registratie.”

 

Redenen tot fuseren

Ook de fusie werd dus genoemd als mogelijke oorzaak voor de lage klassering. Waarom fuseert een ziekenhuis dan eigenlijk? “Het belangrijkste is dat beide ziekenhuizen er beter van worden”, aldus Van Loon. “Zo kunnen door een fusie makkelijker de volumenormen worden behaald. Immers, als een bepaald soort operatie slechts in één ziekenhuis wordt gedaan, betekent dit dat het personeel deze operaties vaker doet en er meer ervaren in wordt. Van Roozendaal beaamt dat dit ook het geval was bij de fusie tussen het TweeSteden en het Elisabeth.

De Nationale Zorgautoriteit (NZa) stelde in 2011 een onderzoek in naar de fusie. Hieruit kwam de NZa tot de conclusie dat de fusie mogelijk negatieve gevolgen zou hebben voor de betaalbaarheid, toegankelijkheid en de kwaliteit van de ziekenhuiszorg in de regio. Echter bleek in de jaren nadat de fusie goed was gekeurd, dat de prijsstijging ver onder het landelijk gemiddelde bleef.

Tijdlijn fusie ETZ

 

Overgangsfase

Bij een ziekenhuisfusie kan veel fout gaan. Zo kan de overgangsperiode leiden tot onzekerheden. In het geval van de fusie in Tilburg moeten er afdelingen samengevoegd worden op een van de locaties. Eind vorig jaar ging de kinderafdeling al van het TweeSteden naar het St.Elisabeth. Dit gaf problemen op de werkvloer volgens een verpleegkundige. Zo was er vooraf niet nagedacht welk type apparaten gebruikt ging worden. Hierdoor werden een tijd lang twee verschillende apparaten gebruikt, terwijl het personeel meestal maar met één van die apparaten overweg kon. Verder werd het personeel niet goed ingelicht over wat er nu precies ging gebeuren. Dit leidde tot onzekerheden bij het personeel.

Ook over de afdeling cardiologie was een tijd onenigheid. De afdeling wordt namelijk samengevoegd op locatie TweeSteden. Van Roozendaal: “Doordat verschillende specialismen op de ene of andere locatie worden gesitueerd zijn, heeft dit als mogelijk neveneffect dat de patiënt voor een bepaald onderzoek overgeplaatst moet worden. Dit is natuurlijk niet wenselijk. Het wordt zoveel mogelijk voorkomen doordat specialisten en assistenten over en weer werkzaam zijn.”

Van Loon: “Vooral voor het personeel is dit een lastige fase. Er moeten bijvoorbeeld nieuwe protocollen worden gemaakt. Beide ziekenhuizen hebben waarschijnlijk andere werkmethodes. Deze moeten eerst goed op elkaar worden afgestemd, voordat ze echt samen kunnen werken. Hieruit kunnen de cultuurverschillen tussen de ziekenhuizen goed naar voren komen. Het is aan het bestuur om deze op te lossen. Het bestuur is in deze fase erg belangrijk.”

De cultuurverschillen spelen ook binnen het ETZ een grote rol. Van Roozendaal: “Je merkt dat beide ziekenhuizen zaken vaak anders aanpakten. Dit is een lastig punt. We hebben als OR ervoor gepleit dat de werkwijze goed geharmoniseerd moet worden voordat afdelingen samen gaan.” Dit wordt tot nu toe goed geregeld volgens Van Roozendaal: “Er zijn werkgroepen gemaakt die zo de werkwijzen kunnen opstellen. Zo kunnen we tot één gezamenlijk beleid komen.”

Pleunis stelt dat op termijn de veiligheid en de kwaliteit van de zorg zullen gaan verbeteren door de fusie. “We gaan de zorg centreren. Daardoor kunnen onze artsen een aantal behandelingen vaker uitvoeren. Het is nu nog echter te vroeg om daarover iets te zeggen.”

 

Conclusie

De daling in de AD top 100 kwam dus vooral door een combinatie van diverse factoren. Allereerst was de registratie onvoldoende. Ten tweede konden de indicatoren niet uit het systeem gehaald worden.  Met de invoering van het nieuwe systeem Epic, dat komende tijd moet gaan uitrollen, hoopt het ETZ dit probleem te hebben opgelost. Als laatste zegt het ziekenhuis dat ze pech hebben gehad met de indicatoren die zijn gebruikt in de AD top 100. De punten waarop het ziekenhuis qua kwaliteit te kort kwam, worden volgens de raad van bestuur goed onderzocht en verbeterd, zodat de ziekenhuizen volgend jaar hoger kunnen eindigen.

De fusie speelde mee met de matige registratie en dus ook met de lage klassering. Met de overgangsfase waar beide ziekenhuizen in zitten is het niet gemakkelijk om de kwaliteit van de zorg op dit moment te optimaliseren. Dit was te merken bij de overplaatsing van de kinderafdeling en het gedoe rondom de afdeling cardiologie. De resultaten van het onderzoek van de NZa wat betreft betaalbaarheid zijn in de fusie nog niet aan de orde gekomen. Volgend jaar zal moeten blijken of de ziekenhuizen zich hebben kunnen verbeteren om weer te stijgen in de AD top 100 ziekenhuizen.