Onderzoek

Nederlands onderwijs: een misvatting of aan vervanging toe?

Jun 26, 2017 Sven Leeuwelijn

De manier van onderwijs die wij in Nederland hanteren stamt uit de twintigste eeuw, de tijd van onderwijsvernieuwers. Deze streefden naar een volwaardige persoonlijke ontplooiing van het individu. In honderd jaar hebben er nog nauwelijks veranderingen in het systeem plaatsgevonden. Kinderen kiezen op hun veertiende, vijftiende of zestiende tussen vier sectoren of profielen, die een afspiegeling van de verdeling in de maatschappij zouden moeten zijn; net als de scheiding tussen vmbo, havo of vwo. Afvallers bij studies zijn maar een klein gevolg van een verkeerde keuze, die toch veel van iemands toekomst bepaalt. Is het Nederlands onderwijs aan vernieuwing toe?

Het onderwerp van dit onderzoek is voornamelijk voortgekomen uit onze persoonlijke ervaring met het onderwijs. Dit zijn onze verhalen, die tot dit onderwerp leidden.

Claire Boonstra strijdt voor drastische veranderingen in het onderwijs: ‘We zijn geen robots’

Claire Boonstra is mede-oprichter van Operation Education (œ), dat sinds 2012 een platform is voor verandering in het Nederlandse onderwijs. Boonstra is ingenieur civiele techniek en voormalig manager bij onder anderen KPN en Unilever, maar begon uit eigen verwondering vraagtekens te zetten bij de bron van iedereens loopbaan: de schooltijd. Na haar TED talk in 2012 heeft ze al verschillende lezingen gehouden via œ en inmiddels heeft ze ook een vaste rubriek #onderwijsvragen op BNR Nieuwsradio.

Volgens Boonstra wordt over het algemeen gedacht dat er zorgvuldig is nagedacht over het schoolsysteem dat we nu hanteren, maar dat is niet het geval. Ze legt het meestal uit als wereld A en wereld B. “Wereld A is het huidige onderwijs. Daarbij wordt selectie gemaakt op niveau. Er bestaat één norm. Als je deze niet haalt, wordt je ingedeeld bij een lager niveau en als je deze overtreft, word je gezien als ‘hoger’. De manier waarop er wordt gewerkt met klassen, jaargroepen en niveaus, is als een hiërarchie. Dit systeem stamt nog uit het industriële tijdperk”, vertelt Boonstra.

Het Altena College in Sleeuwijk is één van de vele scholen in Nederland die deze manier hanteert. Gijsbert van der Beek is rector en vertelt over het huidige onderwijs en hoe dit van toepassing is op deze middelbare school.

Boonstra is gaan nadenken over alles wat het Nederlandse onderwijssysteem typeert tot op de kleinste details, waaruit uiteindelijk Operation Education is ontstaan. Zo stelt ze zichzelf vragen als: waarom gebruiken we eigenlijk lokalen, waarom hebben we verschillende niveaus en waarom duurt de zomervakantie zes weken? Het antwoord op de laatste vraag is wederom ouderwets. “Kinderen werkten vroeger zes weken bij hun ouders op de boerderij en dit was dus hun verlof, maar kinderen doen dit tegenwoordig nauwelijks meer. Dat is al een teken dat onze methode aan vernieuwing toe is”, aldus Boonstra.

Boonstra legt verder uit: “Wereld B is mijn ideaalbeeld. In deze onderwijswereld wordt niet gekeken naar wat een leerling kan binnen de normen die in de wet vastgesteld worden, maar puur naar wat een leerling in zich heeft. Wat is zijn/haar plek in het grote geheel? Hoe kan deze leerling zijn bijdrage leveren aan een betere wereld? Ik ben ervan overtuigd dat het laten zien van je talenten pas begint op het moment dat je van school af bent en daarom is de schooltijd de belangrijkste periode van ontwikkeling.” Het systeem van nu sluit volgens Boonstra dus onvoldoende aan op de ontwikkeling van het individu.

Sterker nog, in feite sluit 40% van de keuzes op het vmbo niet aan op de vervolgstudie van de leerling. Op havo en vwo is dat 30%. Dit resulteert in veel afvallers bij studies, zoals op Hbo journalistiek. Jelle Klipp, teamleider van het eerste jaar, licht dit toe.

“We willen een betere en duurzame wereld, daarbij moeten we bij de jonge generatie beginnen. Als we op jonge leeftijd keuze hebben uit vier vaste profielen of sectoren, gaan we ons dus allemaal ongeveer in hetzelfde specialiseren. Alles wat voorspelbaar, routine en algoritme is, kan allemaal al worden vervuld door robots. Wij als mens moeten juist het tegenovergestelde doen. De mens is juist degene die gekke, onverwachtse en ongeplande dingen kan creëren. Dat maakt dat wij nog steeds onvervangbaar zijn.”

Daarom moet volgens Boonstra een profiel of sector een samenstelling zijn van hoe de leerling het zelf precies wil, waarbij de interesses, capaciteiten en motivatie van de leerling vertrekpunt zijn. Een kind kan op deze manier zelf uit alle vakken kiezen welke hij/zij het liefst volgt. “Zo krijgen we honderden unieke combinaties voor unieke individuen. Jongeren stellen zo geheel hun eigen pad samen, die op deze manier onderscheidend is.”

Het ideale onderwijs
Wat zou dan de ideale school zijn? Boonstra vertelt: “Mijn ideale school is een plek waarop leerlingen bouwen aan de wereld die we willen creëren. We leggen nu veel te veel druk op presteren en hoge cijfers, die druk zou ik heel graag sterk verminderen en vervolgens meer focus willen leggen op het creatieve, innovatieve, sociale werkplaatsen en start-ups.”

“Jongeren zijn de toekomst en daarom willen we jongeren en ouderen op één plek brengen, in plaats van dat slechts de hiërarchische leerkracht-leerling verhouding gehanteerd wordt. Zo werken de generaties samen, wat mooie en innovatieve resultaten kan opleveren. Kinderen kunnen ook op school leren hoe ze gezond eten koken of waarom we in Nederland vluchtelingen opvangen. Zo worden de leerlingen écht voorbereid op het echte leven.”

Eén van de belangrijkste veranderingen zou volgens Boonstra de niveauscheiding moeten zijn. “vmbo, havo en vwo moeten achterwege gelaten worden. Het is onzinnig dat vmbo, de praktische leerweg, als lager wordt gezien. Waarom is de praktijk van lager niveau dan de theorie? Wie heeft dat ooit bedacht? We hebben van beide partijen veel mensen nodig, dus laten we alle leerlingen op dezelfde manier behandelen. Vakmanschap kan niet worden overgelaten aan robots, we hebben het nodig en het wordt onderschat. De hoger-lager scheiding mag, vind ik, afgeschaft worden”, voegt ze nog toe.

Verandering
Nederlandse scholen zijn allemaal gebonden aan de wet. Hoe veranderen we deze regeling dan als burger? Volgens Boonstra is de wet niet het grootste probleem. “Het mooie is, dat veel reguliere scholen denken dat ze zich aan allerlei regels moeten houden, maar dat is zeker niet het geval. Er bestaan scholen die binnen de wettelijke kaders wel de ruimte vinden om het radicaal anders te doen en geweldig presteren, zoals de School Of Understanding of het Vathorst College. Zulke mensen zijn mijn helden en het geeft zeker hoop dat er al veel verandering bezig is.”

De Vinse School in Amsterdam hoort ook bij dit rijtje scholen. Wij gingen langs deze middelbare school, die op een uitzonderlijke manier de ruimte in de vrijheid van onderwijs weet te benutten.

“Totdat ditzelfde initiatief voortaan overal wordt genomen, moeten we met zoveel mensen gaan praten, lezingen houden en ideeën verspreiden. Ik merk dat als mensen bewust worden van hoe het huidige onderwijssysteem in elkaar zit, ze beseffen hoe oneens ze het er eigenlijk mee zijn. Dat is een goed teken als we kijken naar wat we uiteindelijk hopen te bereiken”, aldus Boonstra.

Dus: onderwijsinstanties neigen hun eigen regels bij de Nederlandse wet te bedenken en zijn zich niet bewust genoeg van de vrijheid van onderwijs die wij in dit land hebben. Zoals Richard van den Berg van de Vinse School zegt: “De wet bepaalt wat er op het onderwijs moet gebeuren, maar scholen mogen zelf bepalen hóe dat gebeurt”.

De ruimte die scholen daardoor krijgen, wordt nauwelijks benut. Daardoor ontbreekt het aan diversiteit in schoolsystemen in Nederland en kunnen leerlingen zich moeilijker op hun eigen unieke manier ontwikkelen. Het is duidelijk dat projecten als Operation Education van o.a. Claire Boonstra, waar de overkoepelende tekst van dit onderzoek over gaat, nieuw zijn in dit tijdperk en daarmee bewijzen dat er steeds vaker behoefte is aan verandering.

Om het schoolsysteem compleet om te gooien is voor nu misschien een te drastische maatregel, maar het afzetten van oogkleppen en kijken naar de ruimte die benut mag en kan worden, zou misschien al een stap in de goede richting betekenen.