Bij het woord UFO denken mensen vaak direct aan ruimtewezens in vliegende schotels, maar het woord UFO heeft ook een veel minder vergezochte betekenis. De afkorting staat voor unindentified flying object en dat kan ieder object dat niet in het luchtruim thuishoort betekenen. Denk dan bijvoorbeeld aan weerballonnen, of zweefvliegtuigjes die zich ergens begeven waar ze niet thuishoren. Zulke UFO’s zijn dus niet alleen maar interessant voor mensen die er van overtuigd zijn dat er iedere week marsmannetjes in hun achtertuin landen, maar ook voor instanties als de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL).

Uit gegevens van LVNL blijkt dat in de periode 2007 – 2016 achttien ongeïdentificeerde objecten in het luchtruim zijn gemeld bij de luchtverkeersleiding. In vijftien gevallen meldde de piloot zelf dat hij dacht dat het om een (weer)ballon ging. In een geval ging het om een door de wind verstoorde radarecho, naar alle waarschijnlijk was dit ook een ballon. Er is een keer een nog steeds onbekend wit/blauw plastic object gemeld en een hete luchtballon.

Printscreen infogram

Meer informatie over deze meldingen kon niet openbaar worden gemaakt, maar ze volgen allemaal hetzelfde patroon, aldus Maj-Britt van Raalte, hoofdwoordvoerder van LVNL. “Een dergelijke melding gaat dan als volgt: ‘Toestel 123 van luchtvaartmaatschappij X meldt ter hoogte van Teuven een zwarte hete luchtballon die door opkomend verkeer te zien is.’ Dit zijn bijna allemaal vrij oude meldingen.”

Ieder voorval met een ongeïdentificeerd object wordt door LVNL gemeld bij het Analyse Bureau Luchtvaart van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport. Iedere organisatie die verband houdt met de commerciële luchtvaart is verplicht om alle voorvallen te melden bij deze instantie. Mocht er kans zijn op een gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld als ergens een drone rondvliegt die daar niet thuishoort, meldt LVNL dit ook bij de luchtvaartafdeling van de politie.

Als een luchtverkeersleider zelf een ongeïdentificeerde radarwaarneming op zijn radarscherm spot zorgt hij er in ieder geval voor dat het overige luchtverkeer op een veilige afstand blijft totdat de waarneming geïdentificeerd is. Een waarneming wordt meestal bevestigd door een politiehelikopter die kan kijken of er daadwerkelijk iets vliegt. Meestal worden ongeïdentificeerde objecten in de lucht direct door de piloot gemeld bij de luchtverkeersleiding. Dit gaat dan om meldingen van weerballonnen of kleine vliegtuigjes die, al dan niet per ongeluk, een verkeersgebied zijn binnengevlogen.

Als je zelf iets opmerkelijks ziet vliegen, heeft het niet zo veel zin om dit te melden bij LVNL, aldus van Raalte. “We krijgen ook wel eens meldingen binnen van burgers; mensen die in de buurt van een verkeersgebied wonen, iets vreemds zien vliegen en dan benieuwd zijn of wij hier meer vanaf weten. De informatie die een luchtverkeersleider binnen krijgt is echter zo gefilterd dat hij alleen vliegtuigen en informatie die deze vliegtuigen uitzenden ziet, dus tenzij dit object ook al door een piloot is gemeld is dit meestal niet het geval.”