Door: Naima El Azzouzi en Nico Bossier

De rust lijkt enigszins teruggekeerd in de veel besproken gemeente Molenbeek, onderdeel van Brussel waar onlangs de noodtoestand werd uitgeroepen vanwege terroristische dreiging. Molenbeek wordt afgeschilderd als een gettowijk en een terroristisch hol dat ontstaan is door de corruptie die in Brussel en omstreken heerst. Is zoiets dan ook mogelijk in Nederland? Er is eigenlijk slechts een wijk die een tijd terug in kwaad daglicht heeft gestaan en dat is de Haagse Schilderswijk. In de media zijn deze twee plekken vaak met elkaar vergeleken, maar is dat wel terecht?

Definitie

De Schilderswijk en Molenbeek kunnen gezien worden als een achterstandsbuurt of wijk, maar wat houdt dat eigenlijk in? Kunnen we een definitie geven aan het fenomeen? Politiek filosoof en antropoloog Femke Kaulingfreks gelooft dat het een optelsom van verschillende factoren is. “Kanaleneiland is in de laatste tien jaar erg verbeterd en ontwikkeld, maar doordat media enkel berichtten over incidenten in de wijk lijkt het alsof er geen verbetering is. De verbeteringen in de wijk krijgen geen ruimte,” aldus Kaulingfreks.

Wat in de media naar buiten wordt gebracht over een wijk bepaalt vaak wat mensen beschouwen als een achterstandswijk. Daarnaast zijn kleine huizen en flats kenmerkend voor zulk soort wijken. Deze flats worden bewoond door grote gezinnen en mensen met lage inkomens. Lage inkomens of armoede is een kenmerk dat vaak gepaard gaat met een hogere criminaliteit. Armoede en honger zijn een uitstekende voedingsbodem voor criminaliteit blijkt uit derdewereldlanden die bijvoorbeeld in Afrika te vinden zijn.

Grootschalig onderzoek

In 2014 werd er een grootschalig onderzoek gehouden door de gemeente Den Haag om haar stad in beeld te brengen. In dit onderzoek werd er onderscheid gemaakt tussen wijken en de gemeente in het algemeen en bracht hiermee duidelijk in kaart hoe de inwoners van Den Haag over de stad denken. De Schilderswijk lijkt op de meeste fronten vooruit zijn te gaan, maar de criminaliteit is fors toegenomen in 2014 blijkt uit de cijfers hieronder. Deze resultaten zijn gemeten door het houden van enquêtes.

Criminaliteit Schilderswijk

 

Opmerkelijk is hier dat met name kans op inbraak en kans op beroving flink gestegen is. Zo blijkt uit de tabel dat de kans op inbraak van 6.4 in 2012 naar 34.8 is gestegen in 2014 en de kans van beroving op straat van 4.6 in 2012 naar 20.0 in 2014 is gegaan. Schokkende cijfers die de status van Den Haag wellicht kunnen schaden. Uit de tabel kunnen we verder nog opmaken dat in de Schilderswijk het percentage dat zich onveilig in winkelgebieden voelt even hoog is als het gemiddelde cijfer voor Den Haag, namelijk 26% van de bevolking. Deze cijfers komen overeen met het niveau van criminaliteit die Kaulingfreks voor ogen ziet. “Het gaat hier vooral om kleine criminaliteit zoals auto-inbraken, vandalisme en overlast. Grotere vormen van criminaliteit zoals drugshandel zal je niet snel vinden in een achterstandswijk.”

Criminaliteit komt natuurlijk ook voor in de gemeente Molenbeek. Er zijn in totaal 8.758 misdrijven geregistreerd bij de federale politie blijkt uit cijfers van het BRIO, het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum. Wat betreft criminaliteit blijkt dat Molenbeek een daling heeft sinds een aantal jaren. In het jaar 2011 werd nog een piek gemeten van 10.358 geregistreerde misdaden, maar sindsdien is het positief bergafwaarts gegaan.

Naast de indeling van de wijk en de bewoners tellen ook veiligheid en leefbaarheid mee. Dit wordt gemeten met enquêtes die door de hele stad worden verspreidt en ingevuld door bewoners uit verschillende wijken en klassen. Vragen als ‘hoe voelt u zich in de wijk?’ komen aan de orde en zorgen voor een eindoordeel. Kaulingfreks: “Deze manier van peilen is alleen niet altijd representatief. Doordat gevoel hier een grote rol speelt is niet te zeggen of het ook precies klopt. Bewoners kunnen geneigd zijn om de vragen positiever of negatiever te beantwoorden.”

Molenbeek

De link is erg vaak gelegd in de media. Is de Schilderswijk ons Molenbeek? Dit is een gewaagde vergelijking, maar niet helemaal terecht. Molenbeek wordt nu in de media geschetst als een no go-zone, maar volgens antropoloog Martijn de Koning valt dat erg mee. “Het wordt allemaal erg overdreven. Er zijn een paar jihadisten en het is niet zo heftig als dat wordt gezegd.” Molenbeek is een veel groter gebied dan de Schilderswijk en heeft veel meer last van bureaucratie. Het duurt veel langer voordat er veranderingen kunnen worden doorgevoerd doordat het een deelgemeente is. In de Schilderswijk gaat dat veel sneller.

De Schilderswijk is weleens in de media, maar dat is enkel bij incidenten en gaat vaak gepaard met negatieve berichtgeving. De shariadriehoek heeft voor veel opschudding gezorgd, maar bleek uiteindelijk verzonnen te zijn. De Koning: “Het begrip ‘shariadriehoek’ is ook een eigen leven gaan leiden. Er waren drie definities over het gebied. Eerst werd een klein gedeelte bedoeld en later werd het de hele wijk.”

Bewoners vertelden dat het niet klopte, maar daar werd niet naar geluisterd. Toen het bekend werd dat Perdiep Ramesar van Trouw het verzonnen had, werd de wijk niet onder de loep genomen om te kijken hoe het er écht in elkaar zit. Enkelingen in de wijk radicaliseren, maar geen hele straten. De boosdoeners moeten worden opgespoord om in kaart te krijgen hoe het zit in de wijk, maar dat is lastig. “Het zijn ook vaak de einzelgängers die radicaliseren. Ze vallen niet op en stille jongens zijn niet model voor de wijk.”

Nationaliteiten

Naast de leefbaarheid en de media speelt etnische achtergrond ook een rol. In de Schilderswijk wonen overduidelijk veel niet-westerse allochtonen en is er slechts een kleine groep westerse allochtonen aanwezig blijkt uit de tabel hieronder. Zo gaat het hier namelijk om 85% niet-westerse en slechts 7% westerse allochtonen. De overige 8 procent wordt niet genoemd, maar het gaat hoogstwaarschijnlijk om Nederlanders in de Schilderswijk. In de Schilderswijk wonen ongeveer 32.000 mensen waaronder dus veel allochtonen.

Land van afkomst Schilderswijk

 

Molenbeek is een ander verhaal dan de Schilderwijk in Den Haag. Molenbeek is immers een hele gemeente en onderdeel van Brussel. Uit cijfers van het BISA –Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse – blijkt dat de samenstelling van de bevolking in vergelijking met de Schilderswijk niet overeenkomt met elkaar. Zo beschikt 72,3 procent (68.552 inwoners) in de gemeente Molenbeek over een Belgische nationaliteit en de overige 27,7 procent (26.302) over een buitenlandse nationaliteit. Binnenin de buitenlandse nationaliteit heeft een kwart van de bevolking een Marokkaanse afkomst volgens de tabel.

Land van afkomst Molenbeek

Cohesie

In de Schilderswijk wonen een miljoen verschillende nationaliteiten bij elkaar. Nu heerst het idee dat de cohesie niet zo lekker loopt in wijken als deze. Wordt er naar de cijfers gekeken dan scoren achterstandswijken laag. Nederlanders zouden niet met Marokkanen omgaan en dat geldt eveneens voor Turken en Surinamers. Nu verschilt de belevenis natuurlijk per persoon en kan dit als objectief worden ervaren.

Kaulingfreks heeft uitvoerig onderzoek gedaan in de Balnieu in Frankrijk en is ook in Kanaleneiland en de Schilderswijk geweest. “Ik vind dat lastig te zeggen, maar gekeken vanuit mijn ervaringen was er enorm veel contact onderling. Vriendschap is een ander verhaal.” Contact tussen de bewoners is er wel degelijk en het gaat ook over de etniciteitsgrenzen.

Martijn de Koning volgde voor zijn onderzoek een groep jongens in de Schilderswijk en heeft daar ook veel tijd doorgebracht. In zijn belevenis is was het contact van de bewoners redelijk gemengd. De Koning: “Het is wel zo dat er in alle etnische groepen kleine groepjes zijn die zich isoleren van contact, ook uit de eigen gemeenschap.” Hij ervaarde de wijk als “plezierig en prettig en gemoedelijk in de omgang.” De Koning stelt dat bij ouderen het gemengde contact wat minder aanwezig is. Wellicht heeft dat te maken met een eventuele taalbarrière. Bij jongeren is het minder aan de orde door zaken als school.

Tweederangsburger

Een probleem dat zich in Nederland voordoet is het gevoel dat allochtonen zich een tweederangsburger voelen. Dit heeft vooral te maken met discriminatie en het gebrek aan gelijke kansen. Solliciteren met een Marokkaanse achternaam is niet hetzelfde als met de achternaam Jansen. Door allerlei afwijzingen voelen ze minder binding met de maatschappij.

Equal opportunities

Door aanslagen van radicale moslims worden de moslims op de hoek ook raar aangekeken en wordt de band met de maatschappij verslechterd. De angst voor een terroristische aanslag groeit eveneens. De kansen op de banenmarkt voor Karim en Ahmed worden hierdoor niet beter en zo blijven zij zich ‘tweederangs’ voelen. De politie draagt ook bij aan deze vicieuze cirkel. Doordat de samenleving banger is geworden moet de politie de straten veiliger maken en bewaken.

Zij moeten op gevoel reageren en mede door beeldvorming zijn agenten geneigd om eerder een Marokkaanse jongen aan te spreken dan een Nederlandse jongen. Door meer jongeren staande te houden is de kans groter dat de politie het arrestatiequotum haalt. Onschuldigen zijn hier vaak de dupe van. Kaulingfreks: “Onschuldige Marokkaanse jongens krijgen het idee dat de politie hen altijd moet hebben. Het gevoel van tweederangsburger wordt hierdoor versterkt.”

Buurtvaders

Maar hoe kan extremisme dan wel de kop worden ingedrukt? Harder optreden door de politie werkt meestal averechts. Jongeren krijgen een ‘grotere’ afkeer tegen de politie, kijk maar naar de dood van Mitch Henriquez. Kaulingfreks denkt dat jongerenwerkers en buurtvaders ontzettend belangrijk zijn om jongeren het juiste pad te laten bewandelen. Om de rust terug te laten keren praten buurtvaders met de jongeren over de situatie. “Doordat zij begrip tonen en echt luisteren, kunnen zij de jongens goed gedrag aanpraten. Het is een zetje in de goede richting.”

Ouders die zich zorgen maken over hun zoon of dochter stappen eerder af op een buurtwerker door de vertrouwensband die ze hebben opgebouwd. Ze kunnen helpen in de situatie, maar je moet niet te veel verwachten volgens de Koning. “Buurtwerkers kunnen helpen wanneer jongeren opzoek zijn ergens bij te horen en de identiteit in te vullen en als vertrouwenspersoon voor vragen en problemen.” Wanneer het te ver in de bol zit, kan de werker het niet meteen terugdraaien. Zo’n jongen denkt dan ‘wie ben jij en wat kom je doen?’ Als jongeren ervoor openstaan zal het positief uitpakken. Al het andere is niet zeker.

Stereotypering

In een achterstandswijk ligt stereotypering altijd op de loer. Agenten kijken extra uit naar jongens met een Noord-Afrikaans uiterlijk of met een donkere huidskleur. In Nederland is de situatie niet zo zorgelijk als in andere landen. Neem Amerika en de situatie tussen zwarte mensen en de politie. “In Amerika wordt er heel veel gehandeld op stereotypes in combinatie met angst.” Agenten letten dus extra op, maar dat gaat vaak fout. Noem een John Crawford, Michael Brown en Eric Garner. Agenten zien iets onverwachts en schieten te snel.

“Natuurlijk gebeuren er dingen in de Schilderswijk. Dat is overal waar mensen bij elkaar wonen,” zegt De Koning en dat is natuurlijk waar. “Het verschil is alleen dat een overal in de Schilderswijk voorpagina nieuws is en een overal in Deventer slechts een berichtje van honderd woorden is. Het gebeurt en dat is niet plezierig, maar overdrijven is ook niet nodig. Het is dat het om een ‘beruchte’ wijk gaat dat het groter nieuws is.”

Angst

De Schilderswijk stikt absoluuut niet van de radicalen en extremisten. Angstig zijn wanneer je door de Schilderswijk loopt is ook niet nodig. De Koning: “Het is gewoon een wijk met sociale problemen waar iets aan moet worden gedaan. Je kan rustig een dagje Schilderswijk doen.” Door de veelal negatieve toon in de media wordt de indruk gewekt dat de Schilderswijk een no go-zone is. Het is niet zo dat je er elk moment kan worden aangevallen, maar je wordt toch onbewust beïnvloedt door wat je hoort en leest. Het groeiende gevoel van uitsluiting bij de jongeren in de wijk heeft ook aandacht nodig. Kaulingfreks: “Er is te weinig vertrouwen in de wijk en er wordt te weinig geïnvesteerd. Het is geen urban wasteland, maar er kan veel worden verbeterd.”