De kledingindustrie is de op één na meest vervuilende industrie in de wereld. Alleen de olie-industrie doet meer schade aan het milieu. Niet alleen is de kledingindustrie slecht voor flora en fauna, ook veel mensen die werken in de kledingindustrie komen er niet goed vanaf. Dan hebben we het niet over verkopers of designers, maar over de fabrieksarbeiders in bijvoorbeeld Bangladesh, die dag in dag uit voor een hongerloontje miljoenen spijkerbroeken in elkaar zetten. Onveilige werkomgevingen, werken met gevaarlijke chemicaliën en zelfs kinderarbeid en (seksuele) mishandeling op de werkvloer zijn geen uitzonderingen voor deze arbeiders.

Na het kijken van het NPO 3 programma ‘Genaaid’, een programma waarin modeontwerpers erachter komen waar de kleren gemaakt worden die zij ontwerpen, beseften we dat er veel misstanden zijn in de kledingindustrie. Gelukkig is dit geen onbekend probleem: er zijn maatregelen genomen om de omstandigheden in de kledingindustrie te verbeteren. Zo stuitten wij op het Convenant Duurzame Kleding en Textiel, een overeenkomst waar op 4 juli 2016 meer dan 50 bedrijven die hun kleding verkopen in Nederland zich bij hebben aangesloten. De bedoeling van het convenant is om binnen vijf jaar aanzienlijke veranderingen in de kledingindustrie te hebben bereikt. Hiervoor hebben ze een aantal ‘doelen’ gesteld. 

Ook hoopt het Convenant Duurzame Kleding en Textiel erop dat in 2021 80% van alle kledingbedrijven in Nederland zich bij het convenant aangesloten hebben. Zo wil Nederland de omstandigheden in de kledingindustrie stap voor stap verbeteren. 

Eindelijk wordt er iets gedaan aan deze misstanden, dat is wat we dachten toen we over het convenant lazen. Totdat we ontdekten dat niet iedereen het eens was met de werkwijze van het convenant. Experts en activisten stapten al in de beginstadia uit het bestuur van het convenant. Zij voorspellen dat het convenant niet veel uit gaat maken, door de vrijblijvende doelstellingen waarop het convenant is gebaseerd. 

Er is nu 2,5 jaar voorbij van de vijf jaar die de verschillende bedrijven krijgen om verbeteringen in de kledingindustrie door te voeren. Een perfect moment om te onderzoeken of het convenant daadwerkelijk iets verandert aan de omstandigheden in de lageloonlanden. Toen wij het convenant doorspitten, vonden we het al erg vaag en onduidelijk, daarom onderzoeken wij de stelling: het convenant gaat niet/nauwelijks zorgen voor verbetering van de omstandigheden voor fabrieksarbeiders in kledingfabrieken in lageloonlanden. 

Geïnteresseerd? Klik dan hier om ons onderzoek te lezen.