Door Daan Jas

Klimaat verandering, voedseltekorten, stijgende olieprijzen en veranderende consumenten, maar ook het door winkels aanmoedigen van het hergebruiken van tassen. Ze hebben allemaal een effect op de landbouw. Steeds vaker schakelen boerenbedrijven om naar duurzame biologische landbouw en dit heeft een reden. Boeren zelf noemen het de marktvoering van de toekomst. Maar hoe leefbaar is deze nieuwe tak van de landbouw en welk bestaansrecht hebben deze boeren in financieel en levensvatbaar opzicht?

 

Problemen gangbare landbouw

De gangbare landbouw laat een zware druk achter op de natuurlijke voorraden. In de documentaire van de BBC getiteld ‘Future of Food’ worden voorbeelden gegeven van de water- en olieafdruk die bij het tot stand komen van ons voedsel hoort. Zo is er bijvoorbeeld voor het produceren van een gram lamsvlees bijna 15 liter water nodig. Door al dit noodzakelijke water ontstaan er in intensieve landbouwgebieden als de regio Punjab in India enorme watertekorten. De hoogte van het grondwaterpeil daalt daar met een meter per jaar. Ook een rapport van Greenpeace[1] staat vol met voorbeelden uit de gangbare landbouw. Een van de grootste problemen, zo signaleert Greenpeace, is dat bodems uitgeput raken en dat gewassen resistent worden tegen bestrijdingsmiddelen. Dit verhoogt het risico van plagen en van misoogsten.

 

Onderzoek

Ook in de biologische landbouw wordt er voortdurend doorontwikkeld om gewassen optimaal te laten groeien. Het verschil met de reguliere landbouw is dat dit gebeurt zonder de bodem te beschadigen. Een voorbeeld van dit soort ontwikkelingen is marker assisted selection[2]. Hiermee worden goede zaden gescheiden van slechte zaden en doorontwikkeld. Deze methode is in het begin duur in de aanschaf maar levert op de lange termijn betere oogsten op. En niet onbelangrijk: de grond blijft vruchtbaar. Zo kwam bijvoorbeeld door slim en duurzaam veredelen de aardappelsoort ‘bionica’ op de markt. Deze aardappel is beter bestand tegen de aardappelziektes dan gewone rassen en liet daarmee genetisch gemanipuleerde aardappelsoorten achter zich. Na bijna 35 jaar ontwikkelen is deze aardappelsoort voor het eerst geoogst.

Maar ook in de bedrijfsvoering en technieken is er veel innovatie geweest. In de BBC documentaire ‘A farm for the future’ komt de veeboerderij Fordhall in beeld. Deze boerderij is bijzonder omdat het in Engeland gebruikelijk is om het vee in de winter binnen te stallen, maar op Fordhall loopt het vee ook in de winter buiten. Dat kan omdat de boer van Fordhall onderzoek heeft gedaan naar gras. Veel Britse boeren gebruiken tot vier soorten gras, maar op Fordhall staan tot twintig soorten gras door elkaar waardoor het vee de weilanden niet stukloopt en graast. Op deze manier is het weiland sterk genoeg om ook in de winter het vee aan te kunnen.

Een andere, innovatieve techniek uit de biologische landbouw is de Permacultuur. Deze techniek doet eigenlijk niets meer dan het combineren van natuurlijke systemen. Door het inrichten van open plekken in het bos kan de natuur zijn gang gaan en de opbrengsten per vierkante meter kunnen groeien ten opzichte van de huidige landbouw. Doordat de gebieden zo worden ingericht dat de natuur zichzelf onderhoudt zijn er ook geen tractoren en machines nodig waardoor het een energie arme manier van voedsel verbouwen is. Kanttekening is wel dat tarwegranen niet groeien in dit soort systemen. Ook deze techniek wordt in beeld gebracht in de documentaire ‘A farm for the future’.

Geld

Zoals ieder bedrijf moet een biologisch agrarisch bedrijf zorgen dat het economisch geen verlies leidt. Waar de klassieke grote agrarische bedrijven veel geld in omloop hebben door de grote hoeveelheden producten en innovaties blijven kleinere duurzame bedrijven achter in de markt. Maar er zijn ook gemeenschappelijke problemen zoals de olieprijs.

De prijzen van olie zijn fors gestegen in de afgelopen jaren en volgens de BBC documentaire ‘A farm for the future[3] is dit een groot probleem voor alle vormen van landbouw die gebruik maken van machines. Documentairemaakster Rebecca Hosting spreekt hierover in haar film met professor Collin Campbell die als onderzoeker jarenlang bezig is geweest met olie. “Vanaf 1981 zijn we meer olie gaan gebruiken dan we konden vinden. We zijn gaan teren op onze voorraden.” Aldus professor Campbell. Campbell legt vervolgens uit dat we voor veel meer dingen olie gebruiken dan mensen beseffen.

De opbrengsten per product zijn beduidend lager door de hogere productiekosten. Toch lukt het veel biologische boeren om rendabel te boeren. Voor hun investeringen kunnen zij terecht bij banken als de Triodos, ASN en Rabobank. Deze banken stimuleren duurzame bedrijven. Zo heeft de Triodos bank het groenfonds. Dit fonds investeert onder andere duurzame landbouw door lokale boeren die duurzaam hun bedrijf leiden financieel te steunen.

markt

In een rapport van het LEI[4] gepubliceerd door onderzoeker Katja Logatcheva blijkt dat duurzaam voedsel tegenwoordig aanslaat. Uit het rapport blijkt dat in 2014 ten opzichte van 2013 de bestedingen van de Nederlandse consument aan duurzaam voedsel met 18% zijn gestegen. Hierdoor is het marktaandeel van duurzaam voedsel tot 7% gestegen. Ook fairtrade landbouw, zoals UTZ Certified producten hebben een grote groei gemaakt. Biologische producten en kleinere keurmerken zijn ook gegroeid. Wel blijkt uit onder andere de rapporten en documentaires van de BBC dat vlees nog altijd een grote plaats inneemt in ons dieet en dat juist vlees voor een groot deel wordt gefabriceerd door het gebruik van machines, genetisch gemanipuleerd graan en olie afhankelijke producten.

[1] Rapport Duurzame landbouw zonder gentrificatie, Greenpeace

[2] Rapport Duurzame landbouw zonder gentrificatie, Greenpeace

[3] Film: A farm for the future door documentaire maakster Rebecca Hosting

[4] Rapport Monitor Duurzaam voedsel 2014: Consumentenbestedingen, LEI