Incompleet, onjuist of zelfs helemaal afwezig: voorlichting over de LHBTIA+ gemeenschap op Nederlandse scholen lijkt nog niet goed te gaan. Dat terwijl het al sinds 2012 in Nederland verplicht is voor scholen om les te geven over seksuele en genderdiversiteit.

2012 was een belangrijk jaar voor LHBTIA+ voorlichting. De SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) voegde: ‘…en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit’, toe aan de bestaande formulering van kerndoelen 38, 43 en 53; respectievelijk voor primair onderwijs, de onderbouw van het voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.

Tijdlijn
Het aanpassen van de kerndoelen zou er voor moeten gaan zorgen dat scholen op een respectvolle manier aandacht besteden aan seksuele en genderdiversiteit. Maar lukte dat ook?

Loading...

Loading…

Uit meerdere onderzoeken blijkt toch dat het niet goed gaat met LHBTIA+ voorlichting. In een interview met De Volkskrant uit 2018 zei Geert-Jan Edelenbosch, projectleider Jongeren & Onderwijs bij LHBTIA+ belangenorganisatie COC, het volgende: “Sinds 2012 zijn scholen verplicht om in lessen op ‘respectvolle wijze’ aandacht te besteden aan LHBT-acceptatie. Volgens 80 procent van alle schoolleiders gebeurt dat ook, zo bleek uit een onderzoek van de onderwijsinspectie. Volgens leerlingen gebeurt het slechts op 20 procent van de scholen. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen, maar dat neemt niet weg dat het op alle scholen zou moeten gebeuren.”

Zwartboek Slechte Voorlichting
Een van de belangrijkste onderzoeken naar LHBTIA+ voorlichting op scholen uit recente jaren is het ‘Zwartboek Slechte Voorlichting’, gepubliceerd door het COC in 2016. Expreszo, een Nederlandse LHBTI-jongerenvereniging, startte in 2014 het meldpunt ‘Slechte Voorlichting’. In samenwerking met de COC Youth Council hebben zij dit Zwartboek gemaakt om in kaart te brengen hoe scholen voorlichting geven over seksuele diversiteit. “Met het Zwartboek laten wij zien hoe ernstig de situatie op dit moment op veel scholen is en hoe hard verandering nodig is”, aldus de twee organisaties in het Zwartboek.

Loading...

Loading…

Bij het meldpunt zijn bijna 200 klachten binnengekomen vanuit alle delen van het land. Volgens de COC Youth Council en Expreszo geeft dit aan dat we spreken van een landelijk probleem met mogelijk verschillende onderliggende oorzaken. “Vaak is er helemaal geen voorlichting, regelmatig wordt ‘homoseksualiteit’ alleen kortgenoemd. Over andere identiteiten (genderidentiteit of bijvoorbeeld biseksuele gerichtheid) wordt vaak helemaal niet gesproken. Er zitten schokkende klachten tussen.”

De voorlichters
Onderwijsinstellingen kiezen er zelf voor waar in hun lesprogramma er gepraat wordt over seksuele diversiteit. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij vakken als biologie, levensbeschouwing, maatschappijleer of godsdienst. Ook kan een school er voor kiezen om het LHBTIA+ gedeelte over te laten aan de mentor of een docent op de opleiding die affiniteit heeft met het onderwerp. Meestal denken we bij LHBTIA+ les aan voorlichting. Maar volgens Daphne Heijmering, projectleider voorlichting bij COC, is dat niet het geval. “Dat zou juist een oplossing zijn”, zegt ze.

Het COC is de grootste LHBTIA+ belangenbehartiger van Nederland en verzorgt de meeste voorlichtingen. Naast het landelijke hoofdkantoor hebben zij 21 regionale lid verenigingen. Ieder COC heeft een eigen bestuur met eigen werkgroepen, waaronder voorlichting. “Op nationaal niveau bij het federatiekantoor zorgen we ervoor dat er bepaalde punten aangekaart worden. Vooral campaigning en coaching van de jongeren. Ieder COC heeft een eigen aantal voorlichters en een of meerdere voorlichtingscoördinatoren.” Volgens Heijmering is ieder COC onafhankelijk en zit er niet een bepaalde consistentie in de voorlichtingen. “Iedere voorlichter is anders. De een kan super goed uitleg geven over non binaire mensen. De ander houdt het meer bij eigen ervaringen. We hebben wel genoeg communicatie en overleg. Ook is er een bepaalde basis die aangeleerd wordt.”

Naast het geven van voorlichting, ondersteunt het COC ook GSA’s. Een GSA is een groep van scholieren die vindt dat iedereen op hun school de vrijheid moet hebben om te kunnen zijn wie ze zijn, zonder zich daarvoor te hoeven schamen of te verantwoorden. De letters staan voor ‘Gay-Straight Alliance’ en voor ‘Gender & Sexuality Alliance’.

Christelijke voorlichting
Het COC is niet de enige organisatie die voorlichtingen geeft. “Iets als het COC komt niet heel makkelijk binnen op christelijke scholen”, aldus Alain Buijserd, voorlichtingscoördinator bij organisatie Homo in de Klas; zij verzorgen voorlichtingen over seksuele diversiteit op christelijke middelbare scholen. “Soms wel. Maar dat hoeft niet te betekenen dat de voorlichtingen ook als positief ervaren worden. Het is betekenisvoller als er iemand staat met een christelijke achtergrond”, vervolgt Buijserd.

Homo in de klas is niet aangesloten bij het COC, maar bij een christelijke organisatie, LCC+. Buijserd denkt niet dat het per definitie lastiger is om voorlichting te geven op een christelijke school. “Het is anders omdat het religieuze aspect er wel bijkomt, dat kan ik niet ontkennen.”

Noodzaak van goede voorlichting
Zelfs in deze tijd in een progressief land als Nederland worden mensen uit de LHBTIA+ gemeenschap nog steeds gemarginaliseerd. Onderzoek laat zien dat school helemaal geen veilige plek is voor LHBTIA+ jongeren. Ze worden vaker gepest en ‘homo’ wordt nog veel gebruikt als scheldwoord.

Wie horen er allemaal bij de LHBTIA+ gemeenschap?

Loading...

Loading…

Alain Buijserd van Homo in de klas heeft in twee jaar tijd zo’n zestig voorlichtingen gegeven. Volgens hem ligt de noodzaak van voorlichten bij het volgende: “Je hebt te maken met een groep jonge mensen die volop in de ontwikkeling van hun leven is. Die zien dat ze niet bij de meerderheid horen op het gebied van hun seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit en willen daar meer informatie over.” Volgens Buijserd is het ook voor hetero en cisgender mensen belangrijk om de voorlichting te krijgen. “Ze moeten weten dat er meer is buiten hun eigen cirkel.”

Is het te controleren?
De Onderwijsinspectie is verantwoordelijk om te toetsen of scholen zich aan de wettelijke verplichtingen houden. “We gaan met name af op risico indicatoren”, zegt Daan Jansen, woordvoerder van de Onderwijsinspectie. “Je kunt het zien als een soort dashboard met allemaal lampjes van een school. Die lampjes kunnen gaan branden als er klachten bij ons binnekomen over die school. We gaan dan kijken of de scholen voldoen aan de wet. Zo niet, dan geven wij een herstelopdracht en uiteindelijk kijken we hoe ze die hebben uitgevoerd. Het gebeurt maar heel sporadisch dat er daarna nog maatregelen moeten worden genomen. Kosten zouden dan voor een bepaalde tijd kunnen worden vastgezet of compleet worden ingehouden.”

Nu is het zo dat de Onderwijsinspectie alleen mag kijken naar de wettelijke verplichtingen. En LHBTIA+ voorlichting? Zo duidelijk staat het al niet in de kerndoelen. Volgens Heijmering van het COC is dat het probleem. “Er staat in de kerndoelen dat je ‘iets’ moet doen met seksuele oriëntatie en genderidentiteit, maar er staat niet precies in wat het moet zijn. Sommige scholen denken dan: ‘Oké, we hebben hier een aantal leerlingen in een GSA. Check, we hoeven er verder niks mee te doen.’ Maar dat betekent niet dat het schoolklimaat daardoor ineens is stuk veiliger is en dat alle jongeren leren over LHBTIA+ zaken.”

De Onderwijsinspectie kan dus niet heel gericht controleren op de inhoud. Het COC heeft zelf ook niet de mogelijkheid om alle scholen te controleren. Volgens Heijmering vraagt het COC wel aan de GSA’s in hoeverre zij bijvoorbeeld hun Paarse Vrijdag mogen organiseren. “Dan checken we of ze zijn tegengewerkt door een school of niet.”

Hoe vrij zijn scholen?
Naast zijn ervaring als voorlichter heeft Buijserd van Homo in de Klas ook zijn eigen ervaring met LHBTIA+ les op school; of vooral het gebrek daaraan. Zo’n vijftien jaar geleden zat hij in Utrecht op een evangelische middelbare school. “Het was niet zwaar reformatorisch, maar vanuit het midden keek de school wel meer naar de conservatieve kant. Er was wel een bepaalde denkwijze op het onderwerp LHBT. Bij biologie in de derde klas werd gezegd: ‘Bij deze paragraaf gaat het erover, jullie weten wat onze mening is’; die mening was niet bepaald positief.”

Hoewel Buijserd dit zo’n vijftien jaar geleden meemaakte, zou het met de huidige kerndoelen nog goed kunnen dat dit volgens de wet niet per definitie ‘fout’ is. Volgens Jansen van de Onderwijsinspectie hangt het af van de precieze situatie. “Je mag bijvoorbeeld zeggen dat homoseksualiteit volgens de bijbel en de koran niet is toegestaan. Je mag dan ook zeggen dat je dat vindt als school. Maar je moet daarnaast ook uitleggen dat anderen daar anders over denken. Iets wat zeker niet mag is aanzetten tot geweld.”

Aanpassen van de kerndoelen?
Het aanpakken van de vage kerndoelen staat niet per se bovenaan de lijst bij het COC. Volgens Heijmering kunnen die ook pas om de zoveel jaar worden aangepast. “Als die gesprekken weer starten zal er zeker iemand van het COC bijkomen om te kijken hoe ze die kerndoelen strakker kunnen krijgen.”

Hoewel Heijmering denkt dat het in de toekomst gaat veranderen, weet ze niet zeker hoever ze gaan komen met de kerndoelen. “De meeste andere kerndoelen zijn niet super strak neergezet. Het zijn eerder richtlijnen.” Volgens Jansen van de Onderwijsinspectie zou het ook nog best lastig kunnen worden om de kerndoelen aan te passen. “Nederland staat bekend om een hele grote mate van vrijheid van onderwijs. We gaan niet snel verandering krijgen aan de invulling van voorlichtingen.”

Oplossingen en onderzoeken
Het COC is wel bezig met nieuwe ideeën. Sinds vorig jaar is de organisatie bezig met het maken van een onderwijsstandaard. Deze standaard wordt gepubliceerd in de vorm van een website met daarop een soort checklist. Die kan worden ingezet door GSA’s om hun school aan een soort lat te toetsen in hoeverre ze het goed doen. “Het is een soort oplossing, omdat we merken dat scholen vaak wel willen, maar niet altijd weten hoe.” Het COC gaat dan ook met de onderwijsstandaard naar scholen toe om ze te helpen. “Uiteindelijk komt er een soort ranglijst uit. Media kunnen dit verder oppakken, maar ook ouders kunnen kijken naar wat voor soort school ze hun kind eventueel willen sturen, bijvoorbeeld omdat een school hoog scoort op veiligheid.”

Ook de Onderwijsinspectie is bezig met het onderwerp. Naar aanleiding van ophef in de media over een controversiële islamitische lesmethode is er een onderzoek gestart naar LHBTIA+ lessen en voorlichtingen. De Onderwijsinspectie heeft er voor gekozen om hun onderzoek breder te trekken dan alleen die islamitische lesmethode. De resultaten van hun onderzoek worden waarschijnlijk eind februari gepubliceerd.

Alain Buijserd van Homo in de Klas zou graag rond de tafel willen gaan met verschillende organisaties om te kijken naar oplossingen. “Er moet écht geen staatsonderwijs komen hoor. Een van de beste dingen hier in Nederland is de vrijheid van het onderwijs. De diversiteit van mening, die mag er ook gewoon zijn. Ik ben er niet om mensen hun mening te veranderen. Naast opleggen kun je ook inspireren. Maar ik denk wel dat bepaalde richtlijnen nodig zijn om nuttig LHBTIA+ onderwijs te bewerkstelligen.”

Toekomst
Heijmering van het COC ziet al een stijgende lijn en denkt zeker dat deze aan blijft houden in de toekomst. Volgens haar dragen groepjes scholieren er zelf ook wel echt een zorg voor dat de voorlichting op hun school goed gegeven wordt. “Het zijn ook gewoon groepjes van activistische jongeren die niet bang zijn om hun stem te laten horen bij hun directeur of schoolleiding als er iets niet goed gaat.”

Bij het COC merken ze zelfs al dat scholen gaan pronken met hun LHBTIA+ beleid. “Open dagen komen er nu aan. Scholen willen graag laten zien dat ze bezig zijn met de kerndoelen. ‘Kijk we hebben een GSA, dus we zijn een super inclusieve en open school’, zeggen ze dan. En er zijn zeker leerlingen en ook ouders die zich daardoor bij een school willen aansluiten.”

Volgens Heijmering blijft het een hot topic. “Het gaat over identiteit en iedereen zal daar nog over willen praten. Wij hopen natuurlijk dat het steeds normaler wordt en dat scholen er steeds beter mee omgaan. Maar we hebben er mede door de jongeren vertrouwen in dat het goed komt. Waarom zou je als school ook nog achter blijven lopen? Niemand wil de niet accepterende school zijn uit de regio.”