Kort geleden trok de Vereniging van Nederlandse Gemeentes aan de bel bij de politiek in Den Haag. Het legaliseren van softdrugs moet geregeld worden. De Nederlandse gemeentes moeten de handel van softdrugs volledig in eigen handen krijgen. Nu het nog niet legaal is, bestaat de vraag of het legaliseren van softdrugs de problemen rondom de handel zullen verminderen.

 door: Rory Jonkergouw en Ivan Deckers

Slechts op enkele plaatsen in de wereld kan er legaal wiet gekocht en gerookt worden. In Nederland is dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, niet het geval. Hier kennen we het zogenaamde gedoogbeleid,. Dat wil zeggen dat het verboden is, maar er niet gestraft wordt. Dat geld dus ook voor de gemeente ’s-Hertogenbosch. Maar de vraag is of het legaliseren van softdrugs de overlast rondom de softdrugshandel zal verminderen.

In Den Bosch zijn zes coffeeshops gevestigd. Meetpoint in de Hinthamerstraat, Express’zo op de Oude Engelseweg, The Grass Company aan het Emmaplein en op de Maastrichtseweg, Speakeasy aan de Snellestraat en Chip ’n Dale in de Hinthamerstraat. Met name de laatstgenoemde coffeeshop was de afgelopen tijd veel in het nieuws. In de nacht van 23 op 24 juli 2015 werd Chip ’n Dale beschoten. De eigenaar moest tijdelijk zijn deuren sluiten, want de veiligheid van de omwonenden kon niet langer gegarandeerd worden. Een tijd later werd besloten dat de deuren zeker tot 31 januari 2016 gesloten moesten blijven.

Dit was echter niet het enige voorval rondom coffeeshops. Wat verder weg, in Terneuzen, ontstond één van de grootste problemen rondom het gedoogbeleid. De stad probeerde de illegale drugshandel die in groten getale opkwam de kop in te drukken door softdrugs te gaan gedogen. Op het eerste gezicht leek het te werken; er kwam meer rust en er waren minder problemen. Maar op de lange termijn werd het probleem juist alleen maar groter. Drugscriminelen kwamen aan de achterdeur hun drugs verkopen aan de coffeeshophouders.

De achterdeurproblematiek is er één waar de politiek nog altijd geen antwoord op heeft. Doordat de teelt van wiet in Nederland officieel gezien nog altijd illegaal is, kunnen coffeeshops dus geen legaal geteelde wiet verkopen. Alleen het verbouwen van vijf planten zonder kunstmatige verlichting wordt goedgekeurd. Dat levert veel te weinig op en gaat te traag om de shops goed te kunnen bevoorraden. Zeker gezien het feit dat volgens het CBS in 2007 23,8% van de Nederlandse bevolking aangaf ooit hasj of marihuana gerookt te hebben. In de twee jaren die daarop volgden was dat 25,7%. Uit deze cijfers blijkt dat het draagvlak voor softdrugs dus groter wordt.

In ’s-Hertogenbosch zijn er een aantal regels aangenomen waaraan coffeeshops zich moeten houden. Zo wordt er gebruik gemaakt van de AHOJ-G-plus criteria. Elke letter staat voor een criterium. Zo mag een coffeeshop geen reclame maken voor de softdrugs die hij verkoopt en mogen er geen harddrugs verkocht worden. Ook wordt de verkoop aan jongeren aan banden gelegd; aan mensen onder de achttien mag niet worden verkocht. Ook het verbod op verkoop van alcohol wordt meegenomen in de criteria. Verder is er een maximum aantal softdrugs per klant vastgesteld: vijf gram per persoon. De coffeeshop mag dan ook niet meer dan 500 gram per keer opgeslagen hebben. Bij overtreding van de regels volgt een tijdelijke sluiting van de shop.

In de AHOJ-G-plus criteria wordt er ook met nadruk gekeken naar de mogelijke overlast die een coffeeshop voor de omgeving te weeg kan brengen. De eigenaren moeten ervoor zorgen dat er geen geluidsoverlast, verkeershinder, rondhangende klanten of vervuiling plaatsvindt. Zodra dit wel gebeurt, kan de de shop worden gesloten. Op 12 september 2008 gebeurde dat bij Pistache, nu de The Grass Company aan het Emmaplein. Aanhoudende verkeersoverlast en een te grote voorraad zorgde voor het tijdelijk sluiten van de winkel. Eerder kreeg men al een waarschuwing vanwege de overlast die de omwonenden ervoeren.

Een rondgang in de buurt van Chip ’n Dale en Meetpoint in de Hinthamerstraat leert dat de omgeving weinig overlast van de coffeeshops blijkt te hebben. Zo gaf de eigenaar van dierenwinkel P. Sluis, tegenover Chip ’n Dale, aan nooit ergens last van te hebben. ‘’Wat er ’s avonds gebeurt krijg ik natuurlijk niet mee, maar overdag wordt er altijd netjes opgelet door de bewakers.’ Ook bij bakkerij Firma Korengoud wordt er vol lof over de beveiligers gesproken, van wie er overigens op dat moment net één binnen komt wandelen om een babbeltje te maken en een broodje te halen. ‘’We hebben nooit ergens last van, als iemand blijft hangen sturen ze hem weg. Verkeersoverlast is er ook nauwelijks.’ De reacties van de omgeving sluiten goed aan bij de cijfers die het CBS uit 2014 heeft: slechts 3,5% van de Nederlandse bevolking zou veel overlast hebben van de handel in drugs. Daartegenover staat wel dat 24,4% wel eens ooit overlast gehad zou hebben van de drugshandel. In Den Bosch wordt er door de gemeente nog wat extra gedaan om die overlast terug te dringen; in de horecaverordening staat opgenomen dat er geen mogelijkheid voor coffeeshops is om een terras te bouwen. Dat zou namelijk tot directe onrust in de omgeving leiden.

In artikel 13b van de Opiumwet Den Bosch is een afstandscriterium opgenomen. Dat wil zeggen dat ervoor gezorgd moet worden dat jeugd niet in aanraking komt met softdrugs. Ook kan zo schoolverzuim worden vermeden. In het afstandscriterium is opgenomen dat er binnen een straal van 200 meter en een loopafstand van 250 meter geen voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs of een school voor speciaal basisonderwijs gevestigd mag zijn. Ook wordt in deze wet de handel binnen een woning aan banden gelegd. Zodra er wordt opgemerkt dat er handel plaatsvindt binnen een woning, zal er een waarschuwing volgen. Als er binnen twee jaar opnieuw een voorval plaatsvindt, zal de woning tijdelijk niet meer bewoonbaar worden verklaard. Mocht er pas na twee jaar of langer opnieuw geconstateerd worden dat er handel plaatsvindt in de woning, dan zal er opnieuw een waarschuwing volgen.

Alle cijfers wijzen op een veilige situatie met het huidige gedoogbeleid. Er is sprake van weinig overlast en veel regelgeving om problemen te voorkomen. De vraag is of het legaliseren van softdrugs de overlast rondom de handel nog verder zal verminderen. De Bossche politiek trekt dit ook in twijfel. Burgemeester Rombouts zou volgens een woordvoerder niet van mening zijn dat het legaliseren van softdrugs een verbetering in de huidige situatie zou betekenen. ‘Wij hebben nog altijd een strikt beleid rondom het bestrijden van wietteelt en dat werkt tot nu toe goed.’

Ralph Geers, fractievoorzitter van VVD Den Bosch en gemeenteraadslid, gelooft ook niet in het voorkomen van problemen door softdrugs te legaliseren. ‘Het is een landelijke kwestie, wij moeten als lokale overheid niet voorop gaan lopen door experimenten zoals andere gemeenten die aangekondigd hebben. Op dit moment hebben we in ’s-Hertogenbosch een beheersbare situatie en dat willen we graag zo houden.’ Hij geeft ook aan niet per se tegen de legalisering te zijn. ‘De ondermijnde criminaliteit die uit de drugshandel voortkomt is een groot probleem, daar willen we ook hard tegen optreden. Maar dat lost zich niet op door dat soort grote criminelen ineens legaal te laten handelen, daarvoor zijn hun criminele activiteiten te verspreid.’

Veel lijkt erop te wijzen dat het legaliseren van softdrugs in ’s-Hertogenbosch weinig effect zal hebben op de huidige situatie in de stad. Er is niet veel overlast en de politiek ziet de optie van legaliseren dan ook niet zitten. Den Bosch zal voorlopig nog vasthouden aan het gedoogbeleid, terijl gemeenten als Utrecht, Eindhoven en Heerlen graag zo snel mogelijk gaan experimenteren met het legaliseren van wiet.