Wegen alle letsels, ongelukken en doden op tegen het mooie knalvuurwerk, de gezelligheid en de Nederlandse traditie? Ieder jaar ontstaat dezelfde knallende discussie of vuurwerk meer leed oplevert dan het plezier brengt. Inmiddels heeft ons kleine landje al verplichte vuurwerkbrillen en mag je je kofferbak amper volgooien met het mooie spul. Er zijn al genoeg regels waar wij Nederlanders ons aan moeten houden, zou je denken. En toch is er afgelopen jaarwisseling een nieuwe politieke discussie ontstaan of we toch geen zwaarder geschut in moeten zetten: een algemeen vuurwerkverbod. Maar zou dat wel werken? En is dat wel te handhaven?

Door Cato Verhoeven en Suzanne van Hout

NOS | politieke situatie 6-1-2020

 

Kim Wauben is operationeel expert wijkagent Breda en coördineert de vuurwerkaanpak in haar district. Ze zet vraagtekens bij de ideeën om knalvuurwerk te verbieden. “Degenen die het graag willen afsteken, zijn niet zomaar tegen te houden.” De maatregelen die ze ‘aan de voorkant’ nemen om de handel in illegaal vuurwerk terug te dringen, werken volgens Wauben goed. Het houdt in dat ze de verkoop kunnen reguleren. Dit komt mede door Europese wetgeving die gelijke eisen stelt aan al het consumentenvuurwerk in Europa. Nederland maakt het zichzelf moeilijk door vuurwerk te gaan verbieden dat in de rest van Europa wel verkrijgbaar is. Wauben maakt zich zorgen over het handhaven. “Het is nu al lastig om te bepalen welk vuurwerk illegaal is op het moment dat mensen het afsteken. Het geluidsverschil tussen vuurwerk uit de F3- en de F2-categorie is heel klein.”

Dat probleem valt weg op het moment dat al het consumentenvuurwerk verboden is, dan is iedere knal er natuurlijk een te veel. ‘Of dat te handhaven is, is ook nog maar de vraag. Ik denk dat je hetzelfde effect krijgt als de verhoging van de alcoholleeftijd. Je ontneemt mensen iets waar ze plezier aan beleven en dat accepteren ze niet zomaar.’

Ook Menno van Duin, werkzaam bij het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), dat hulpverleners voorziet van informatie, staat sceptisch tegenover de effectiviteit van een totaalverbod. In ieder geval op korte termijn. “Een vuurwerkverbod zal binnen één jaar niet werken, maar kan over vijf of tien jaar misschien de normaalste zaak van de wereld zijn. Zo ging het ook met het rookverbod in openbare gelegenheden.”

Hoe zijn we hier beland?

‘Als maatregelen niet werken, verbied het dan maar’ lijkt de mening van veel mensen te zijn. Door de jaren heen is er veel gedaan tegen vuurwerkoverlast. Tevergeefs, zo bleek na een jaarwisseling waarin het record op oogletsel verbroken werd, 13.00 mensen gewond raakten, er 9.300 incidenten plaatsvonden (400 meer dan vorig jaar) en hulpverleners opnieuw belaagd werden met vuurwerk. Dit deed Nederland om overlast te voorkomen:

133 gemeenten hebben een of meerdere vuurwerkvrije zones. Ondanks de extra politieagenten en boa’s die tijdens de jaarwisseling worden ingezet, zijn deze zones vaak niet te handhaven. Daarnaast zorgt het voor vuurwerktoerisme: een overdaad aan vuurwerk op plekken waar het wel mag. Een gebiedsverbod voor relschoppers behoort ook tot een van de mogelijkheden. Een voorbeeld is Utrecht, die tijdens de jaarwisseling 2015/2016 aan zeventien jongeren een verbod oplegde. 

In Breda werken de gemeente en de politie samen tegen overlast. Politieagent Kim Wauben: “Vroeger werden mensen die een melding wilden doen van het kastje naar de muur gestuurd. Sinds de samenwerking met de gemeente, kunnen ze bij ons allebei terecht.” Gegevens van de meldingen worden bij elkaar gezet, zodat er een beeld ontstaat van waar en wanneer de meeste overlast is. “Dan sturen we mensen naar de betreffende wijk voor bijvoorbeeld verkeerscontroles,” aldus Wauben. “We merken ook dat zodra we er zijn, de meldingen van overlast verminderen.”

Ondanks dat de politie zich samen met de gemeente inzet tegen overlast, houden ze zich liever bezig met de opsporing van illegale vuurwerkopslagen. Wauben legt uit: “Op het moment dat iemand illegaal vuurwerk vervoert of opslaat, komt dat negen van de tien keer op iemands zolder terecht. Mensen beseffen vaak niet wat voor verantwoordelijkheid dat is. Ontploft dat vuurwerk, dan kan het zo een hele woonwijk meenemen.”

Escaleren is ook leren

Hiermee doelt Wauben op de ramp die zich op 13 mei 2000 voldeed in Enschede. Op deze lentedag ontplofte een opslagruimte van het bedrijf S.E. Fireworks en nam het het grootste gedeelte van de omliggende wijk mee. Er vielen 22 doden en ongeveer 950 gewonden. In de twee jaar die daarop volgden, zijn er strengere regels opgesteld betreft de opslag van vuurwerk. De consument mag nog maar 25 kg vuurwerk opslaan en vervoeren. Daarnaast is de opslag van professioneel vuurwerk in Nederland bijna niet meer mogelijk. Dit wordt nu voornamelijk opgeslagen in Duitsland.

Sinds de ramp zijn de wetten en maatregelen rondom vuurwerk veelvuldig aangescherpt. Neem bijvoorbeeld de lanceerstandaard van een vuurpijl. Sinds de jaarwisseling 2018/2019 moeten die verplicht worden meegeleverd. Afgelopen jaarwisseling moesten ook vuurwerkbrillen en aansteeklonten gratis beschikbaar zijn voor de consument. Desondanks hebben 168 mensen een beschadiging aan hun ogen opgelopen tijdens de jaarwisseling. Dit is een stijgende lijn met de voorgaande twee jaar, blijkt uit de cijfers van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap en het Oogziekenhuis Rotterdam. 

Komende jaarwisseling staat een verbod van het zwaarste consumentenvuurwerk (F3) op het programma. Een dergelijk verbod was in 2017 al aangeraden door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Zij hebben een uitgebreid onderzoek gedaan naar de veiligheid omtrent vuurwerk. Uit dat onderzoek kwamen zeven speerpunten. Wellicht dat enkele punten er bekend uit zien. Wetgeving betreft vuurwerkbrillen en een aansteeklont zijn er nu al. Maar de OVV adviseert ook om nog eens goed te kijken naar welk vuurwerk er gevaarlijk is voor de gebruikers zelf en diens omgeving. Dit sluit aan op de politieke discussie over het verbieden van knalvuurwerk en vuurpijlen.

Regels zijn er om te breken

Ondanks alle maatregelen rondom vuurwerk, is het toch vrij makkelijk om aan illegaal vuurwerk te komen. Je kan bijvoorbeeld zo de grens over bij België en Duitsland, of in één keer door naar een fabriek in Polen. Wij namen de proef op de som om te kijken hoe makkelijk het nu écht is. Baarle-Hertog is een klein dorpje dat precies op de grens ligt. Met zes vuurwerkwinkels in de hoofdstraat is het een echte trekpleister voor Nederlandse vuurwerkliefhebbers. Onze avonturen in dit vuurwerkdorp zijn hier te vinden.

Waar moet je op letten bij het kopen van illegaal vuurwerk? “Cobra’s en zo liggen in België niet in de winkel, daar moet je aan de toonbank bij vragen. Dan halen ze van achteren een doosje,” weet Ralf (22), een kennis van ons. Tijdens de jaarwisseling steekt hij graag illegaal vuurwerk af met vrienden. “Maar dat regel ik altijd via via.” 

Wie met vuurwerk speelt, kan zijn fikken branden aan de consequenties. Thijn (21), een andere kennis, is op zijn twaalfde opgepakt vanwege illegaal vuurwerk. “Ik was met een paar neefjes en vrienden buiten vuurwerk aan het afsteken toen de politie opeens de hoek om kwam,” vertelt Thijn. Het vuurwerk was gewoon legaal, maar het werd afgestoken op een dag dat het niet mocht. “Er zat ook wat vuurwerk van mijn oom bij. Dat kwam uit België. Een aantal vrienden en neefjes van Thijn waren nog tien of elf jaar, zij zijn niet vervolgd. Thijn zelf moest meekomen naar het politiebureau, waar hem een taakstraf werd opgelegd. “Daar ben ik gelukkig onderuit gekomen.” Veel indruk  heeft het niet gemaakt, want de jaren erop stond hij met dezelfde club weer vuurwerk af te steken. Inmiddels beleeft Thijn niet zoveel plezier meer aan de harde knallen. “Het interesseert me niet zo.” Toch ziet hij een verbod niet zo zitten. “Als je het vuurwerk hebt, dan steek je het ook gewoon af. Een verbod gaat dat niet tegenhouden. Daarbij: als al het vuurwerk toch illegaal is, dan kan je net zo goed zwaarder illegaal vuurwerk afsteken.” 

Je bent een RUND als je met vuurwerk stunt

Deze bekende slogan was de pakkende afsluiter van een reclamecampagne van SIRE met als doel bewustwording creëren over vuurwerk. Specifiek: wat de gevolgen kunnen zijn als je er verkeerd mee omgaat.

SIRE
SIRE

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een reeks van dit soort shockerende spotjes stopte SIRE met het behandelen van dig onderwerp. De vuurwerkcampagnes die daarna veel te zien waren, zoals ‘de knalplanga’ van de overheid waren minder shockerend van toon. Deze campagne uit 2018 is een hippe videoclip die jongeren moet inspireren de vuurwerkbril te dragen. Het jaar erop was deze video met Joel Beukers te bewonderen. Ook hij probeerde het explosieve montuurtje van de vuurwerkbril hip te maken.

Vuurwerk: een opgeblazen probleem?

Als reactie hierop komen voorstanders van vuurwerk met hun eigen campagnes. De filmpjes zijn vaak reactie op wat er in de media verschijnt. Zo ook dit filmpje, gemaakt om te demonstreren hoe ‘gevaarlijk’ knalvuurwerk is. 

Net als de Vuurwerkvrouwen in het filmpje is vuurwerkliefhebber Gerard (37) het niet eens met strengere regels omtrent vuurwerk. Hij is een voormalig lid van de Vuurwerk Federatie. Deze federatie is opgezet door grote vuurwerkfora en FaceBookpagina’s. Hun doel is om mensen ervan bewust te maken dat vuurwerkliefhebbers niet de relschoppers zijn of illegaal vuurwerk afsteken. Er is tevens een Petitie Voor Vuurwerk gestart, juist voor het behoud van de traditie.

Ondanks dat Gerard niet meer bij de federatie zit, is hij het nog wel eens met hun standpunten betreft vuurwerk. “Het probleem van vuurwerk ligt niet bij het product, maar bij de gebruiker en hoe die ermee omgaat,” vertelt Gerard. Ter illustratie neemt hij alcoholgebruik. “Iemand die met alcohol op in zijn kraag een auto-ongeluk veroorzaakt, loopt het risico op een straf uit artikel vijf: een verplichte cursus en een rijontzegging. Bij alcohol wordt de gebruiker aangepakt, niet het product.”

Ook valt er nog wat te behalen bij de handhaving. Gerard denkt dat er ‘meer blauw’ nodig is in de maatschappij. Dit zou escalatie van gevaarlijke situaties kunnen voorkomen. “De politie is je beste vriend, tenzij je stout bent. Dan moet je gewoon gelijk keihard aangepakt worden.”

Maar als het toch escaleert, moet er ook daadwerkelijk op gereageerd worden. “In Ede vond de dienstdoende Officier van Dienst van politie de situatie niet ernstig genoeg om ME in te zetten. De dagen erna bericht De Gelderlander dat het de spuigaten uitgelopen is. Het wordt tijd dat de politie weer mag handelen en niet bij elk wissewasje de boeman toebedeeld krijgt. En het wordt denk ik ook tijd om de bekende raddraaiers op te pakken en niet meer met een kopje thee en aai over de bol weg te sturen. Op de straat is zoiets een lachertje.”

Consumentenpsycholoog Patrick Wessels heeft een andere visie op het vuurwerkverbod.  Vanuit zijn vakgebied bestudeert hij het koopgedrag van mensen. Wessels denkt dat vuurwerk beter het hele jaar door legaal kan worden gemaakt. “Zodat de spanning en lol er rond Oud & Nieuw snel af is,” schrijft hij op zijn website. Een van de redenen die hij noemt is de emotie en spanning die gepaard gaan met het kopen en afsteken. Dit heeft ermee te maken dat men het maar drie dagen per jaar legaal mag kopen en op Oudejaarsavond vanaf 18.00 uur mag afsteken.

Campagnes hebben volgens Wessels ook weinig zin. In het Friesch Dagblad vertelt hij: “De oogarts die over oogletsel vertelt is voor veel mensen een ver-van-hun-bedshow. Mensen denken dan: dat overkomt mij niet.” Hij verwacht meer effect door influencers. “Dit is beïnvloeding via marketing. Het zou  bijvoorbeeld door bekende vloggers, sporters of mensen uit het lokale verenigingsleven kunnen gebracht kunnen worden waarom zij liever zelf geen vuurwerk afsteken.”

De tijd zal het leren

Tim Zuidgeest is ook consumentenpsycholoog en denkt niet dat Wessels’ idee gaat werken. “De traditie van het op 31 december afsteken van vuurwerk haal je er niet zomaar uit,” vertelt hij. Hij heeft wel een idee hoe zo’n verandering gebracht kan worden. “Zeg als overheid: we voeren dit over een jaar of vier in. Mensen denken nu dan ‘oh, dat is pas over vier jaar’. En over vier jaar denken ze ‘tja, we wisten het al zo lang…’.” Maar ook bij deze tactiek moeten gemeenten aan de bak. Zuidgeest: “Je hoopt dat meer gemeenten vuurwerkshows zullen geven, zodat de behoefte om naar vuurwerk te kijken vervuld wordt.” Toch verwacht hij dat dit niet helemaal gaat werken. “Ik denk dat er dan het hele jaar door meer vuurwerk wordt afgestoken, omdat het dan op geen enkele dag meer mag.”

Ook Menno van Duin van het  IFV is van mening dat het volledig legaliseren van vuurwerk niet het gewenste effect zal hebben. “Wellicht gebeuren er dan minder ongelukken tijdens oud en nieuw, maar de vraag is hoeveel ongelukken het door het hele jaar heen oplevert.” Net als Kim Wauben voorspelt van Duin dat een algemeen vuurwerkverbod wat tijd nodig heeft voordat mensen het serieus nemen. Dat heeft volgens hem te maken met het veranderen van de norm. “Als je van kinds af aan weet dat vuurwerk verboden is, houd je je er beter aan dan wanneer je het vorig jaar nog mocht afsteken.” Geen algemeen verbod instellen omdat je dat toch niet kan handhaven, is volgens hem een drogreden. “‘s Avonds staat er ook niemand te controleren of je door rood rijdt, maar dat betekent niet dat je het dan ineens wel doet. Dat heeft te maken met die norm die we hebben aangeleerd. Dit is binnen een jaar niet te veranderen. Maar over vijf of tien jaar, wie weet…”