In Nederland moet de politiek zich veel sterker uitspreken tegen islamofobie. Dit stelt Saida Derrazi, coördinator van het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie: ‘Dat gebeurt nog veel te weinig, het is bijvoorbeeld echt onbegrijpelijk dat er na tientallen aangiftes van moskeeën van bedreiging geen extra veiligheidsmaatregelen genomen worden.’

Islamofobie of moslimhaat, het is de laatste jaren in vele moskeeën en op andere plekken een terugkerend thema. Niet alleen als het gaat om welk begrip op zijn plaats is, maar ook het verschijnsel zelf. Voor veel mensen zijn de recente uitspraken van Halbe Zijlstra en Ard van den Steur dan ook niet te begrijpen. Waarom worden synagogen wel beschermd en moskeeën niet, is de veelgehoorde vraag die dan opspeelt.

Toch zijn we een goede weg ingeslagen, zo oordelen veel betrokken partijen. Het verschijnsel wordt serieuzer genomen en krijgt ook meer aandacht van de politiek. Dat het ook in de maatschappij op sommige punten beter gaat, merkt de Rotterdamse politicus Nourdin el Ouali: ‘Je ziet dat er met de nieuwe generatie al veel meer begrip ontstaat omdat ze met elkaar in de schoolbanken zitten en de werkvloer delen. Bovendien zetten wij met onze partij NIDA ons ook in voor het wederzijdse begrip. Dat kan bijvoorbeeld door kinderen op bezoek te laten gaan bij een synagoge, een moskee of kerk maar ook een humanistisch café.’ Ook is El Ouali blij dat discriminatie op basis van islamitische geloofsovertuiging meer erkend wordt: ‘Bij verschillende antidiscriminatiebureaus is het inmiddels mogelijk om dat te laten registreren.’

Antidiscriminatiebureaus
Dit gebeurt namelijk nog niet zolang. Het MDRA (Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam) geeft desgevraagd aan het wel te doen. Ook zouden andere Anti Discriminatie Bureau’s snel hiertoe overgaan of al zijn gegaan, zoals dus het Rotterdamse RADAR, zo zegt het meldpunt. Eerder werden meldingen benoemd als ‘godsdienstmelding’ en in een enkel geval werd een bekladding van een moskee met hakenkruizen zelfs als antisemitisme geregistreerd. De gemeente Amsterdam wil onderzoeken of de categorie islamofobie toevoegen bij een politieaangifte mogelijk is, hoewel het ministerie daar het laatste woord in heeft.

Geen toename van meldingen
Dat het toevoegen van deze extra categorie nut heeft laten de cijfers zien. Zo geven zowel MDRA als RADAR aan dat het merendeel van de gevallen van godsdienstdiscriminatie betrekking heeft op de islam, al is er geen stijging te zien in het aantal bij hun gedane meldingen. Het MDRA kreeg over 2014 56 meldingen binnen, waarvan er 42 betrekking hadden op de islam. In 2015 waren dit er 40 van de 48.

Ook het College voor de Rechten van de Mens ziet geen duidelijke stijging. Wel laat een woordvoerder weten dat discriminatie ‘heel hoog’ op de agenda staat, en er de komende jaren nog meer aandacht aan zal worden besteed. Zo geeft het College nu bijvoorbeeld al cursussen over arbeidsdiscriminatie aan minderheden.

Die stijging is overigens wel goed zichtbaar volgens het CTID (Collectief Tegen Islamofobie en Discriminatie) en het initiatief Meld Islamofobie! Vooral na de terroristische aanslagen in Parijs in januari en november vorig jaar was er een stijging van het aantal meldingen zichtbaar, zo laten beide partijen weten.

‘Dat die cijfers zo variëren tussen de verschillende partijen komt vermoedelijk doordat slachtoffers de drempel om naar een Anti Discriminatie Bureau te stappen te hoog vinden’, zo zegt Derrazi. ‘Slachtoffers horen verhalen van anderen waarbij ze ontmoedigd worden door dat soort instanties, ze krijgen eerst te horen dat het een heel proces met zich meebrengt en of ze wel weten waar ze aan beginnen. Ook is er een geval bekend waarin een poging tot aanranding door een agent werd weggezet als een compliment. Op zo’n manier voelen mensen zich niet snel serieus genomen. Daarnaast zien velen het nut van melden ook niet in.’

Uit een rapport dat Meld Islamofobie! publiceerde, blijkt dat na Rotterdam, uit Amsterdam de meeste meldingen komen: zo’n 15,5 procent van het totaal. Toch is de stemming in die steden niet geheel negatief: ‘Dat het aantal meldingen in de Randstad zo hoog ligt, kan simpelweg worden verklaard door het aantal inwoners, maar ook doordat de mensen in de Randstad zien dat de (lokale) politiek het oppakt en daardoor hebben de mensen misschien sneller de neiging dit te melden’, zo zegt de Amsterdamse PvdA-politicus Sofyan Mbarki.

Rotterdammer El Ouali zegt ook: ‘Wat je zeker niet moet vergeten, is dat de meldingen die gedaan worden maar het topje van de ijsberg zijn. Heel veel mensen doen niet eens aangifte of een melding.’

‘Dat steden als Rotterdam of Amsterdam nu naar voren komen als steden met de meeste gevallen van islamofobie hoeft dus ook niet per sé te betekenen dat het in deze steden het meest voorkomt.’

In het uitgebrachte rapport valt verder vooral op dat in 90 procent van de gevallen het slachtoffer vrouwelijk was. Daarnaast was in het merendeel van de gevallen de dader mannelijk en had een blanke huidskleur.

Is het genoeg?
Op 27 februari gooide een 33-jarige man een molotovcocktail naar binnen bij een moskee in Enschede. Het voorval zal door het Openbaar Ministerie in behandeling worden genomen als een aanslag met een terroristisch oogmerk.

Nourdin el Ouali zegt daarover: ‘Je ziet dat er nu een zekere awareness ontstaat, zowel regionaal als nationaal. Daar is deze beslissing van het OM een goed voorbeeld van.’

‘In Nederland ontbrak het te lang aan een gevoel van verbondenheid als het slachtoffer moslim was. Dat verwonderde en beangstigde me. Moslims moeten niet speciaal behandeld worden, het enige wat we willen bereiken is dat gevallen van discriminatie van moslims hetzelfde wordt behandeld als wanneer het om een joodse of christelijke Nederlander gaat.’

PvdA’er Mbarki vindt dat de overheid zich breder mag uitspreken tegen deze haat: ‘Ik denk wel dat het beter kan, ja. De overheid moet keuzes maken om uiteindelijk tot een samenleving te komen waarin ieder elkaar accepteert. Dat kan nog wel wat beter.’ Derrazi zegt hierover: ‘Het geeft me wel te denken dat tientallen moskeeën aangifte doen, dat duizenden mensen zich minder veilig voelen in en nabij de gebedshuizen en dat er dan vooralsnog geen extra maatregelen worden genomen.’

El Ouali heeft ook nog een boodschap voor alle slachtoffers van discriminatie: ‘Meten is weten, al helemaal in ons land. Daarom is het belangrijk dat je melding doet hiervan. Daarmee breng je het probleem beter in kaart. Die verantwoordelijkheid heeft elke Nederlander, of hij nu slachtoffer of getuige is, je kan altijd aangifte doen. De oplossing voor dit probleem hebben we met onze rechtstaat namelijk allang, we moeten er met zijn allen alleen nog gebruik van zien te maken.’