Onderzoek

Informeren niet genoeg om te minderen met vlees

Jan 15, 2019 Jamie van Velzen

Door Jamie van Velzen

Veel mensen willen het probleem niet zien: de vleesindustrie is schadelijk voor het milieu. Gert Spaargaren is socioloog en professor op het gebied van duurzame leefstijlen en consumptiepatronen. Volgens hem zijn wij ons wel degelijk bewust van het probleem, alleen wordt er niks mee gedaan. “Alleen informatie geven over de impact van de industrie op het milieu gaat er niet voor zorgen dat wij minder vlees gaan eten.”

Weet u het nog: de chaos die losbrak toen de kerst-Allerhande werd uitgebracht met bijna alleen maar vegetarische en veganistische recepten? “Moeten we het hier mee gaan doen?” Niks nada, geen lekkere braadstukken, geen wild, niet echt speciale visgerechten. En daar wacht je dan met spanning een heel jaar op.” Dit is slechts een greep uit de berg negatieve reacties die werd geplaatst op de Facebook-pagina van de Allerhande.

Volgens consumptiesocioloog Hans Dagevos reageerden mensen zo fel omdat ze denken dat ze in iets beperkt worden. “Ik mag al niet meer roken en drinken en straks mag ik ook al geen vlees meer eten.” Ondanks dat wij ons hiertegen afzetten, weten we dat het eten van vlees een milieuprobleem met zich meebrengt. Uit een enquête gehouden onder 120 personen blijkt dat de meeste Nederlanders de kwestie kennen alleen niet weten dat het probleem zo groot is:

Deze feiten komen uit het boek De Verborgen Impact van Babette Porcelijn en uit dr documentaire Cowspiracy

Niet officieel erkend

De kennis van mensen over dit probleem kan te maken hebben met de hoeveelheid aandacht die ervoor is. De fiets pakken in plaats van de auto en plasticafval scheiden: dit soort maatregelen komen continu voorbij. Overheidscampagnes over minder vlees eten zie je niet of nauwelijks. Volgens Dagevos komt dit doordat de impact van vlees niet in het klimaatakkoord van Parijs is opgenomen. “Als dat eenmaal gebeurt, worden politici en anderen zich ook bewuster van die impact. Nu is het probleem nog niet officieel erkend.”

In de Nederlandse politiek wordt er weinig gesproken over het minderen van de vleesconsumptie. De VVD is zelfs tegen maatregelen om ons minder vlees te laten eten. Groenlinks en Partij voor de Dieren zijn de enigen die het er veel over hebben. Die laatste partij maakte zelfs een documentaire over de milieukwesties van de vleesindustrie, getiteld Meat the Truth.

Partijleider Marianne Thieme vertelt daarin over Inconvenient Truth, een documentaire over de opwarming van de aarde. De documentaire bracht veel te weeg bij politici, maar volgens Thieme wordt in de film elke vervuilende industrie genoemd behalve de vleesindustrie. “Politici weten niet eens dat het zo vervuilend is. Waarom wordt de vleesindustrie vaak vergeten? Heeft het zoveel macht?”, zegt Thieme.  Nederland verdient veel aan de vleesindustrie. Afgelopen jaar werd er 7,3 miljard euro aan vlees geëxporteerd. Dagevos beaamt wat Thieme zegt. “Ik weet echt niet wat er in de hoofden van de politici in Den Haag omgaat. Durven ze het niet omdat er een economisch belang in zit?”

De geringe aandacht in Den Haag lijdt wellicht ook tot minder belangstelling voor het probleem in de media. De vleesindustrie stoot 18% van de broeikassen uit, terwijl al het vervoer bij elkaar ‘slechts’ 13% uitstoot. Toch moeten wij van de regering voornamelijk alsmaar de auto laten staan. Hieronder staat hoe veel de media de afgelopen tien jaar schreef over de vleessector in vergelijking met de vervoerssector:

Verduurzamen

Net als de impact van plastic en auto’s zal de impact van de vleesindustrie op het milieu beperkt moeten worden om verdere milieuvervuiling tegen te gaan. Dat kan al beginnen bij de productie. De slachterijen hebben bijvoorbeeld een Routekaart voor Vlees, die gemaakt is door de Centrale Organisatie Vleessector, om op technisch gebied duurzamer te worden. “Dit gaat om warm water nog een keer gebruiken of andere energiemaatregelen”, zegt woordvoerder Dé van Vliet van COV. “Op het geheel van het verduurzamen van de hele vleesproductie is dit maar een klein deel. De grote milieuwinst valt te behalen bij de boerenbedrijven waar de dieren gehouden worden.” Koeien stoten daar methaangas uit en vervuilen daarmee ook de bodems.

Volgens Esther de Snoo, woordvoerder van LTO Nederland (brancheorganisatie voor agrariërs en tuinders), is de agrarische sector ook toe aan verduurzaming. We zitten zelfs op een kantelpunt. “De schaalvergroting van de bedrijven heeft zijn taks bereikt, we kunnen niet eindeloos blijven doorgroeien.” De boeren willen volgens haar ook verduurzamen, alleen willen ze er wel iets voor terug. “We moeten waarschijnlijk een nieuw verdienmodel krijgen om te zorgen dat de boeren voor hetzelfde stuk vlees een hogere prijs krijgen. Dit omdat de productie minder zal worden.”

Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is het daarmee eens. In haar visie over de kringlooplandbouw (het milieubewuster produceren van ons eten) zegt ze ook dat de boer terecht beloond moet worden. Het veranderen van de vleesindustrie slaat dus niet alleen maar op de boeren, maar ook op banken, de voedselindustrie, de supermarkten en de consument.

Geen afscheid

Het gedrag van de consument is misschien nog wel het moeilijkste om aan te passen. Een Nederlander eet gemiddeld 38 kilo vlees in een jaar, terwijl we aan 25 kilo genoeg hebben. Dagevos zegt dat dit komt doordat het normaal is om vlees te kopen, zeker omdat de supermarkten het veel aanbieden. Kijk maar naar de verhouding vlees en vleesvervangers in jouw supermarkt. “Doordat vlees zoveel wordt aangeboden denken mensen: O, dit koopt iedereen dus moet ik dat ook maar doen.”

Volgens professor Spaargaren is een oplossing daarvoor het meer en aantrekkelijker aanbieden van alternatieven voor vlees. De supermarkten willen daarin meegaan, alleen is de echte vleeseter er nog niet aan toe om die vervangers te eten volgens hem. “Er is bij hen nog altijd een onderscheid tussen echt- en nepvlees.” Dagevos vindt dat de Allerhande een goede poging deed door ideeën voor vegetarische gerechten te geven, maar aan het einde van het magazine werd er reclame gemaakt voor de slagers van Albert Heijn. “We kunnen simpelweg gewoon nog geen afscheid nemen van vlees. Daar gaat nog tien jaar overheen”.