‘Alle verslaafden leven onder een brug’ en ‘junkies zijn gevaarlijk’. Dit zijn voorbeelden van de vooroordelen die er heersen over verslaafden. Van de ongeveer 17 miljoen inwoners die ons land telt, behoren er zo’n 1.600.000 mensen tot de groep verslaafden. Toch zijn er een hoop mensen die een verkeerd beeld hebben van deze groep, dit foute beeld ontstaat door de vooroordelen die er heersen. Zijn deze juist, of kunnen we spreken van een stigma rondom verslaving?

Wanneer je het woord ‘stigma’ in de Dikke van Dale opzoekt, wordt stigma als ‘brandmerk’ aangeduid. De Stichting Samen Sterk zonder Stigma sluit zich hier bij aan: zij beschrijven een stigma als een stempel dat op een bepaald persoon of groep personen wordt gedrukt. ‘’Het kan ook een vooroordeel zijn dat leeft bij een bevolkingsgroep.’’ Toch is er een verschil tussen een vooroordeel en een stigma. Een vooroordeel kan zijn dat iemand een verslaving zijn of haar eigen schuld noemt. Bij een stigma verandert iemands houding tegenover een persoon. Dan krijg je dus uitspraken zoals: ‘Eens verslaafd, altijd verslaafd’ of ‘gevangenen zijn eng’. Toch gebruikten velen deze woorden door elkaar.

Je kunt spreken van verschillende soorten stigma’s. De meest voorkomende is een publiekstigma, dat ontstaat vaak door de media. Bij een publieksstigma hebben de meeste mensen hetzelfde beeld in hun hoofd over een bepaald onderwerp, of deze nou klopt of niet. Als er in de media vaak wordt gesproken over ‘junks’, dan zal men daar een beeld bij ontwikkelen en deze woorden overnemen. Daarnaast kunnen mensen ook zichzelf een stigma opleggen, dit wordt zelfstigma genoemd. Een zelfstigma ontstaat doordat je bang bent voor je eigen problemen, er dus niet over praat en een verkeerd beeld van jezelf schetst. Bijvoorbeeld het idee dat je doordat je verslaafd bent, een mislukkeling bent en dus geen hulp zal zoeken. Jolande Bastiaans is hoofdredacteur van Lef Magazine, een magazine voor verslaafden in herstel. Zij ziet een zelfstigma als iets zeer gevaarlijks. Als je zelf namelijk niet naar buiten komt met je eigen problemen, zal je ook niet in staat zijn om anderen met hun problemen te helpen. En dat terwijl je misschien heel veel voor een ander zou kunnen betekenen. Doordat je zelf de boel stil houdt, bevorder je ook een zelfstigma bij anderen.

‘Verslaving is een hersenziekte’

‘Eigen schuld dikke bult’

Iemand als Bastiaans weet veel van verslavingen af, maar dit geldt natuurlijk niet voor iedereen. Er zijn ook veel mensen die weinig tot niets afweten van verslavingen. Sommige ontgaat daardoor het feit dat je ook verslaafd kan raken aan andere middelen dan drugs. Er zijn namelijk ook mensen die verslaafd zijn aan eten, gamen en seks. Daarnaast weten ook niet dat verslaving een hersenziekte is. Bij het ontstaan van een verslaving zijn namelijk verschillende delen van de hersenen betrokken zoals het beloningscentrum, het geheugen en de nieuwe hersenen. Bij een verslaafde functioneren deze delen van de hersenen anders. Je kunt er dus van spreken dat verslaafden ‘ziek’ zijn. Maar waarom heerst er dan geen stigma rondom andere ziektes zoals diabetes? Bastiaans is er van overtuigd dat dit komt door de onwetendheid die er heerst en door schaamte. Veel verslaafden durven namelijk niet te praten over hun problemen en gaan daardoor vaak niet naar de huisarts. Dit kan er toe leiden dat deze verslaafden niet in behandeling gaan. ‘’Er zijn veel mensen die sterven doordat ze niet om hulp hebben gevraagd. Dat komt onder andere door het ‘eigen schuld dikke bult’ logo dat aan de verslaafden kleeft. Ze durven simpelweg niet.’’ Daar komt ook nog eens bij kijken dat, gebleken uit een Brits onderzoek, velen van mening zijn dat verslaafden eng en gevaarlijk zijn of dat ze geen ruggengraat zouden hebben. Maar wat ook opvallend is, is dat zo niet wordt gedacht over élke verslaafde. Er heerst namelijk niet alleen een stigma rondom verslaafden op zich, maar ook rondom het middel waar men aan verslaafd raakt.

027da4d959be5769c5427ba52f6bc791

 

 

 

Verslaafden -in herstel- in beeld

Kyo* zat net op de middelbare school toen hij verslaafd raakte aan gamen: ‘’We kwamen er pas heel laat achter dat ik verslaafd was. Op het begin was het allemaal wel normaal, ik zag alle jongeren om me heen gamen en had niet door dat ik verslaafd was. Al mijn vrienden waren namelijk ook actief. Net voordat ik naar de kliniek ging, had ik een aflevering van ‘Verslaafd’ gekeken, daar zag ik wel erg veel overeenkomsten met de jongen uit die aflevering. Ik gamede op dat moment zeker wel tien uur per dag.’’ Op de vraag of Kyo ooit negatieve reacties heeft gekregen wat betreft zijn gameverslaving, antwoordt hij met een vastberaden ‘nee’. Hij vertelt over hoe iedereen respect voor hem had en dat men hem goed begreep.

Dat, terwijl de inmiddels 15-jarige Jane* nog vaak te maken heeft met negatieve reacties over haar verslavingsverleden. ‘’Toen ik 14 was raakte ik verslaafd aan drugs. De buitenwereld zag mij  in eerste instantie als een normaal meisje dat vwo deed en zag niks kwaads in me. Tot ik in een later stadium minder goed voor mijzelf begon te zorgen; ik besteedde bijvoorbeeld minder aandacht aan mijn haar en make-up.’’ Toen begonnen bij Jane de scheldpartijen: woorden als ‘junkie’ werden naar haar hoofd geslingerd. Dit leidde ertoe dat haar vriendinnen van hun ouders niet meer met haar om mochten gaan. ‘’Zelfs nu ik al een half jaar in herstel ben, word ik nog vaak uitgemaakt voor ‘junkie’. De vooroordelen die mensen tijdens mijn actieve verslaving over mij hadden, zijn eigenlijk gewoon doorgegaan. Al moet ik wel toegeven dat ik ook veel goede reacties heb gehad.’’

‘Vriendinnen mochten van hun ouders niet meer met haar om gaan’

Herm Kisjes is werkzaam bij GGZ Momentum, een instelling die gespecialiseerd is in verslavingsproblematiek. Hij snapt wel waarom dit zo is. Volgens hem wordt gamen minder vaak als een verslaving gezien doordat men het moeilijk vindt om te geloven dat het spelen van een spelletje verslavend is. Net zoals gamen is bijvoorbeeld ook alcohol een middel dat maatschappelijk wordt geaccepteerd. ‘’Ouders zullen hun kinderen bijvoorbeeld wel kinderchampagne geven met nieuwjaar, maar geen ‘kindercocaine’.’’ Het stigma per middel, ligt dus voor een groot deel aan wat er wel en niet wordt geaccepteerd in de maatschappij. Toch heeft Bastiaans wel hoop dat dit stigma ooit doorbroken zal worden: ‘’Toen ik een tijd terug in de gezondheidszorg werkte, heerste er ook een stigma rondom kanker, oudere mensen durfden het woord simpelweg niet uit te spreken. Men had het over de ziekte ‘K’. Honderd jaar geleden stond daarnaast in de studieboeken van de medisch studenten dat kanker een gevolg was van inferieur gedrag, of van een ondeugdelijk leven. Dat is natuurlijk gedeeltelijk ook zo, als je rookt, slecht eet of drinkt is dat kankerverwekkend. Maar goed, zo zwart wit als het toen werd gesteld, is natuurlijk al lang achterhaalt. Maar als je dit vergelijkt met nu, is dat best een ommezwaai geweest.’’

Veranderingen

Maar hoe kunnen we er voor zorgen dat de verandering in het denken, zoals die plaats vond bij het denken over kanker, ook plaats zal vinden bij verslaafden? Eén van de oplossingen die vaak door stigmadoorbrekende instanties wordt gebruikt zoals Samen Sterk zonder Stigma, is een rolmodel. Kisjes merkt dat bijvoorbeeld een verslaafde BN’er in herstel, zoals Ferry Doedens en Raffaëla Paton, een positieve invloed heeft op de gedachtegang van mensen. Hij ziet onder andere dat er daardoor een steeds positiever beeld ontstaat over verslaafden. En daarnaast: ‘Kennis is macht’. Er zal een hoop voorlichting, bijvoorbeeld op middelbare scholen, moeten worden gegeven over verslaafden. Lef Magazine merkt namelijk dat de jongere generatie al veel minder moeite heeft met verslaafden dan ouderen. Dit komt waarschijnlijk doordat veel van die voorlichtingen op sommige scholen al gegeven worden. Maar toch weten volgens Bastiaans grotendeels alleen de mensen die zelf in aanraking zijn gekomen met verslaafden, bijvoorbeeld door een verslaafd familielid, écht iets van verslaving af. ‘’Maar zodra het buiten je kader valt, weet je slechts wat de media je voorschotelt.’’ Daarnaast blijkt taal ook enorm belangrijk te zijn als het gaat om het doorbreken van een stigma. Dit geldt voor iedere aandoening. Bijvoorbeeld de woorden ‘junk’ en ‘zuiplap’, die vaak worden gebruikt door de media, bevorderen het stigma. Het geeft namelijk geen positief beeld van iemand, in tegenstelling tot die twee woorden klinkt ‘verslaafde’ toch een stuk positiever.

alcohol-hangover-event-death-52507.jpeg

De overheid

Ook de overheid probeert mee te werken aan de strijd tegen stigma’s. In 2014 startte zij in Nederland een anti-stigma campagne. Het startschot werd gegeven met een nationaal congres genaamd: ‘Anders denken over psychische aandoeningen’, waar verslaving dus ook onder valt. Minister-president Mark Rutte opende samen met Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het congres. De cijfers waren keihard: slecht 17 procent van de mensen met een mentale aandoening heeft een baan. En dat terwijl 60 tot 70 procent van deze groep aangeeft graag te willen werken. Rutte vertelde in zijn speech dat mensen met een hersenaandoening zeker niet zwak, raar of zeldzaam zijn. Hij vroeg de samenleving daarom om te stoppen met stickertjes te plakken op mensen. Volgens hem is er een cultuuromslag nodig om het stigma te verminderen. Hij eindigde vervolgens met de zin: ‘De revolutie gaat vandaag van start.’

Klinieken

Veel instanties, zoals Samen Sterk zonder Stigma, de overheid en het tijdschrift Lef Magazine, houden zich bezig met het doorbreken van het stigma. Daarbij zijn er verschillende methodes die toegepast kunnen worden. Maar hoe zit het met de verslavingsklinieken zelf? Wat doen zij om mee te helpen aan het doorbreken van het stigma rondom verslaving? Kisjes vertelt dat de patiënten voornamelijk wordt geleerd dat ze zichzelf moeten blijven en dat er goed te leven valt met een verslaving. Er wordt ze geleerd hoe ze om moeten gaan met bepaalde situaties, bijvoorbeeld wanneer ze middelen krijgen aangeboden. ‘’We besteden niet specifiek aandacht aan het onderwerp stigmatisering. Eventuele vooroordelen komen ze vanzelf wel tegen, we willen er geen groot ding van maken. We willen van onze patiënten geen kwetsbare personen maken, ze zijn meer dan een verslaafden,’’ aldus Kisjes. De patiënten worden dus niet voorbereid op het stigma zoals bijvoorbeeld Jane dat heeft ervaren. Maar is dat niet enorm belangrijk? Dat men weet hoe om te gaan met die situaties zodra zij weer uit de kliniek komen? Bastiaans vindt van wel. Volgens haar wordt er te weinig aandacht aan stigmatisering besteed in de klinieken. ‘’Als je al volgens de 12 stappen wordt behandeld, kom je toch terecht bij bijvoorbeeld de Anonieme Alcoholisten (AA). De naam zegt het al: anoniem.’’ Dit is dus een voorbeeld van hoe het níet moet.

 

*Interview kandidaten Kyo en Jane wilden liever niet bij hun achternaam genoemd worden