Met Kerstmis gourmetten met de familie, op tweede paasdag langs de meubelboulevards en de vrijdag na Hemelvaartsdag vrij nemen zodat je een extra lang weekend hebt. We hebben onze eigen invulling gegeven aan de feestdagen maar de oorspronkelijke betekenis van de feesten vieren we niet meer. Weet jij eigenlijk waarom we Pinksteren vieren? 
In 2017 was voor het eerst een meerderheid van de Nederlanders niet-religieus, volgens onderzoek van het CBS. Het aantal christenen is al sinds de tweede helft van de twintigste eeuw aan het afnemen en kerk en staat zouden inmiddels gescheiden zijn. Dit laatste is niet helemaal het geval. De Nederlandse overheid erkent elf feestdagen, acht hiervan hebben een christelijke oorsprong. Even ter verduidelijking, dit zijn ze: 1e en 2e kerstdag, 1e en 2e paasdag, Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, 1e pinksterdag en 2e pinksterdag. Waarom hebben wij deze christelijke feestdagen nog? En hoe lang blijven we deze dagen nog vieren? 
Het begin van de feestdagen
Alle culturen in de wereld hebben feestdagen. Deze hebben vaak te maken met de verandering van de seizoenen. Dit geldt ook zo voor de christelijke feestdagen. Met Kerstmis vieren we bijvoorbeeld de geboorte van Jezus, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat Jezus midden in de winter geboren is, vertelt hoogleraar Peter Nissen. In die tijd, lang voor de moderne samenleving, was men afhankelijk van de natuur. We vieren kerst op 25 december omdat dit rond het moment van de winterzonnewende is. De dagen worden langer, de mensen zijn weer een winter doorgekomen. Dit was een feestelijk moment voor de mensen toentertijd en op den duur is dit ook de dag geworden waarop wij Kerstmis vieren. Pasen vieren we aan het begin van de lente en Pinksteren was vroeger een oogstfeest. De gang van de seizoenen is samengevlochten met het christelijke verhaal en dat heeft geleid tot de feestdagen zoals wij ze kennen. 
Om het belang van deze feesten te onderstrepen en om de katholieken tegemoet te komen in alle feestdagen die zij kwijtraakten, werden er bij een paar feesten een tweede dag ingesteld.
De christelijke feestdagen die wij nu nog vieren, vinden hun oorsprong in de eerste vier eeuwen van het christendom. Pas in de vroege middeleeuwen won het christendom in Nederland terrein. In die tijd zijn er veel feestdagen bijgekomen om Maria en anderen heiligen te vieren. Toentertijd had men, naast de zondagen, nog zo’n 40 vrije dagen per jaar waarop ze deze feestdagen vierden. 
In de zestiende eeuw kwam de reformatie, de splitsing binnen het christendom. Het protestantisme werd een belangrijke stroming in Nederland. Veel van de feestdagen die voorheen gevierd werden, werden afgeschaft. Alleen de belangrijkste feesten bleven over, de feesten die uit de eerste vier eeuwen van het christendom komen. Om het belang van deze feesten te onderstrepen en om de katholieken tegemoet te komen in alle feestdagen die zij kwijtraakten, werden er bij een paar feesten een tweede dag ingesteld. Zo hebben we tegenwoordig tweede kerstdag, tweede paasdag en tweede pinksterdag. Deze tweede dagen hebben dus geen religieuze betekenis. 
Ontzuiling en alle gevolgen vandien
Sinds de ontzuiling vanaf de jaren ‘60 is het aantal religieuzen in Nederland aan het afnemen. Dit komt mede doordat de overheid taken van de kerk overnam. Voor die tijd was de kerk een soort maatschappelijke onderneming; was je hier lid van dan kwamen er bepaalde maatschappelijke voordelen bij kijken. Toen die voordelen wegvielen, liep ook het ledental terug. Verder zijn welvaart en verstedelijking belangrijke factoren voor de secularisatie. 
Misschien wel de belangrijkste reden voor de ontkerkelijking in Nederland is het opleidingsniveau. De hogere scholing had als gevolg dat men meer ging nadenken, vragen ging stellen en het leven op de eigen manier is gaan inrichten. Er vond een verschuiving plaats van het verenigingsleven naar het individualisme. 
Niet alleen het gedachtegoed van de mensen verandert, ook de bevolking verandert in demografisch opzicht. Tegenwoordig spreken we van een multicultureel Nederland, met in 2019 196 verschillende nationaliteiten. Met de komst van die verschillende nationaliteiten krijgen we een diverse bevolkingsgroep met andere religieuze achtergronden dan het christelijke. Zij hebben volgens artikel 6 van de grondwet ook het recht om in vrijheid hun godsdienst te belijden.
Daarom heeft toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jan de Koning, in 1986 een brief gestuurd naar de Stichting van de Arbeid met de vraag of werknemers, die een andere religie dan het christendom aanhangen, betaald verlof moeten opnemen op voor hen belangrijke feestdagen.
Enkele cao’s hebben inmiddels een variatie op de christelijke feestdagen.
De Stichting van de Arbeid geeft advies aan het kabinet en de ministers maar is ook overlegorgaan voor organisaties van werkgevers en werknemers. In 1986 hebben zij advies gegeven om geen wet aan te nemen waarin een bepaalde regeling vastgelegd wordt maar dat er tijdens de cao-onderhandelingen naar deze kwestie moet worden gekeken om te bepalen of er voor iedereen voldoende mogelijkheid is om hun religieuze plichten na te komen. 
Vrij en doorbetaald krijgen?
Uiteindelijk draait het allemaal om de cao. De overheid heeft de bevoegdheid om officiële feestdagen aan te wijzen maar het is afhankelijk van de overeenkomsten tussen werkgever en werknemer of personeel op een feestdag vrij heeft en wat daar de voorwaarden voor zijn. Er is geen wet waarin staat dat je vrij bent op bijvoorbeeld eerste kerstdag. Of je niet naar je werk hoeft te gaan en of dit betaald of onbetaald is, hangt dus volledig af van je cao. 
Enkele cao’s hebben inmiddels een variatie op de christelijke feestdagen. Van het AWVN hebben we een lijstje ontvangen. In de cao van het Foodservice en de Groothandel in Levensmiddelen staat vermeld dat moslims en hindoes de mogelijkheid hebben om maximaal twee christelijke feestdagen te ruilen voor feestdagen van de eigen religie (mits de openingstijden van het bedrijf dit toelaat), daarnaast is een werknemer vrij om vakantiedagen op te nemen op voor hem belangrijke niet-christelijke feestdagen. Bij de IKEA mag je christelijke feestdagen ruilen met niet-christelijke feestdagen en binnen de Margarine- en Spijsvetindustrie mag een verlofdag niet geweigerd worden op bepaalde feestdagen die bij de OR zijn vastgelegd (zoals het Suikerfeest en Holi Phagwa). Zo zijn er enkele andere cao’s, veelal kleinere, waarin werknemers de mogelijkheid hebben om feestdagen in te ruilen of waar zij niet belemmerd mogen worden om verlof op te nemen op een voor hen belangrijke religieuze feestdag.
Vergroten van flexibiliteit
Volgens Jannes van der Velde van het AWVN wordt er steeds meer rekening gehouden met diversiteit op de werkvloer en is er mogelijk een nieuwe trend aan het ontwikkelen waarin werkgevers en werknemers afspraken maken rond alternatieve verlofvormen zoals mantelzorg en vaderschapsverlof. Deze veranderingen ontstaan door de individualisering, mensen willen eigen baas zijn.
Helemaal zelf je feestdagen bepalen gaat te ver volgens van der Velde, hierdoor kan de bedrijfsvoering in het gedrang komen. 
De feestdagen dragen bij aan saamhorigheid, daar is ruim 60% van de mensen die onze enquête heeft ingevuld het mee eens. Wanneer we allemaal zelf onze feestdagen mogen kiezen, gaat het collectieve karakter van de feestdagen verloren, vindt godsdienstsocioloog Erik Sengers. 
Ondanks dat we allemaal een andere invulling geven aan de feestdagen, ligt de kracht in het tegelijk vieren van zo’n dag volgens Peter Nissen. De christelijke feestdagen zijn volgens hem goede momenten om ons eraan te herinneren waar onze wortels liggen, waar we door gevormd zijn. Die invloed van de kerk zien we tegenwoordig terug in de vorm van bepaalde waarden als solidariteit, een ander helpen en rekening houden met elkaar.
Het zaadje is in ieder geval al in 1986 geplant, hoe dit gaat groeien, is afwachten.
Peter-Jan Margry, onderzoeker van het Meertens Instituut is van mening dat we niet moeten weglopen van ons cultureel erfgoed. Hij denkt dat we de huidige christelijke feestdagen niet moeten en kunnen afschaffen, deze zijn immers ingebed in onze cultuur. Zoiets zou van onderop moeten groeien, er moet draagvlak komen in de maatschappij en daar gaat heel veel tijd overheen. 
Van onze christelijke feestdagen kunnen we leren waar onze cultuur vandaan komt. Aan de ene kant draagt het bij aan saamhorigheid binnen de samenleving maar aan de andere kant komt er een scheve verhouding tussen de vrijheid onder verschillende religies. De invloed van de kerk is afgenomen maar bepaalde tradities zitten er nog wel in. We vieren nog steeds bepaalde religieuze feestdagen, in toenemende mate niet meer vanuit een religieuze overtuiging maar hebben we er onze eigen betekenis aan gegeven. 
Een feestdag die wordt gedragen door de samenleving wordt niet aan een vergadertafel bedacht maar komt van onderop. Daarom zal er op korte termijn weinig veranderen. Wat er op de lange termijn gaat gebeuren hangt af van het maatschappelijk debat. Op de vraag die we in het begin stelden: “Hoe lang vieren we nog christelijke feestdagen?” kunnen we daarom onmogelijk antwoord geven
Het zaadje is in ieder geval al in 1986 geplant, hoe dit gaat groeien, is afwachten.