Onderzoek

Hoe kunnen grote en kleine Eredivisieclubs dichter naar elkaar toe groeien?

Oct 02, 2018 Pim Odekerken

De laatste seizoenen is het gat in de Eredivisie tussen de topclubs en de overige clubs sterk aan het groeien. Waar de traditionele top-drie (Ajax, PSV en Feyenoord, kortom PAF-clubs) bijna jaarlijks Europese successen behalen, lukt het de subtop (AZ, FC Utrecht, Vitesse, Heerenveen) al amper om door de voorrondes van de Europa League te komen. Bij PAF-clubs stromen daardoor ook de prijzengelden binnen waardoor er alleen maar meer goede spelers de weg naar Amsterdam, Eindhoven en (in zekere mate) Rotterdam vinden.

Het verschil in de begrotingen van Eredivisieclubs is dit seizoen nog groter geworden. Ajax, PSV en Feyenoord hadden een nog grotere begroting en de promovendi Fortuna Sittard, FC Emmen en De Graafschap hebben een duidelijk lagere begroting van de degradanten FC Twente, Roda JC Kerkrade en Sparta Rotterdam. Cijfers via: Voetbal International

Dit seizoen is het verschil nog duidelijker aan het worden. Ajax haalde deze zomerse transferperiode twee Premier League-spelers binnen (Dusan Tadic en Daley Blind) en hield Matthijs de Ligt en de WK-gangers Hakim Ziyech en Kesper Dolberg bij de club. PSV haalde een nieuwe Mexicaan (Erick Gutierrez) voor zo’n 8 miljoen en behield Jeroen Zoet, Steven Bergwijn en Hirving Lozano, die net als de jongens van Ajax werden begeerd door de internationale top, in Eindhoven. Beide clubs behaalden ook een plaats in de poulefase van de Champions League en konden beiden 20 miljoen verdelen. De Nederlandse subtoppers (plus Feyenoord) sneuvelden allemaal in de voorrondes van de Europa League.

 

Als zelfs de subtoppers de aansluiting tot PSV, Ajax en in zekere mate Feyenoord verliezen, is het voor de promovendi Fortuna Sittard, De Graafschap en FC Emmen bijna onmogelijk om ook maar te kunnen dromen van een succes. Alleen al kijkende naar de begroting van deze zes clubs, kan een ieder zien dat dit meer als een moeilijk verhaal moet zijn. De begroting van Ajax is bijvoorbeeld een kleine 15 keer zo groot als die van Fortuna Sittard.

 

De KNVB is inmiddels in beraad over een mogelijk nieuwe competitieopzet met als insteek de competitie spannender te maken. Maar wat is de beste manier? Hoe kan de Eredivisie weer spannender worden gemaakt, zodat het niet alleen om de PAF-clubs draait? Wij onderzoeken twee mogelijke opties om dit teweeg te brengen: het NBA-draftsysteem en het Belgische competitiemodel.

Door Pim Odekerken en Alex van Otterdijk

 

HET NBA-DRAFTSYSTEEM

Een optie is het Amerikaanse draftsysteem. Dit klinkt misschien lastig, maar eigenlijk is het een erg slim systeem, waar het voetbal veel ‘gelijkwaardiger’ van wordt. Of het ook gaat werken in het Nederlandse voetbal is een andere vraag. Eerst zal uitgelegd worden wat het Amerikaanse draftsysteem inhoudt.

In het draftsysteem hebben clubs de mogelijkheid om spelers ‘uit te kiezen’. Dat gebeurt op basis van de resultaten van het voorgaande seizoen. De ploeg die vorig seizoen het slechtst heeft gepresteerd krijgt aan het begin van het nieuwe seizoen als eerste de kans om een speler van een andere ploeg uit te kiezen. Met dit uitkiezen krijgt een ploeg als enige de kans om die betreffende speler een contract aan te bieden. Andere clubs mogen dat dan niet. Hierdoor wordt de competitie wat gelijkwaardiger omdat kleinere clubs de kans krijgen spelers aan te trekken. Hierdoor krijgen clubs geen sterren-elftal wat een soort monopolie op het kampioenschap gaat krijgen.

Is dit systeem ook in het Nederlandse voetbal in te voeren? We vroegen het aan wat kenners.


Bjorn Smit, werknemer sportredactie Ziggo Sport, ziet een invoering van een draftsysteem in de Eredivisie niet snel gebeuren: “Het zou wel kunnen, maar het is enorm lastig om in te voeren. Je moet alle clubs en spelers opnieuw gaan indelen en daar zal men echt niet mee akkoord gaan.” Smits is van mening dat, áls het er toch van zou komen, het alleen betrekking moet hebben op jeugdspelers: “In de NBA is dit ook het geval. Clubs moeten er dan wel voor zorgen dat deze jongens een opleiding op kosten van de club mogen volgen, ook dit is namelijk bij het basketbal.” Het idee van deze constructie is dat de jeugdige spelers een alternatief hebben, mocht het voetballend niet helemaal lukken.

Zo zag de NBA-draft van 2018 eruit. Foto: (c) Getty Images

“Een extra ‘pijnpunt’ is dat spelers van een Ajax of PSV terecht kunnen komen bij lagere clubs. Stel dat een club als FC Emmen als eerste mag kiezen in de draft, staat een jeugdspeler van een topclub natuurlijk niet te springen om daar naartoe te gaan. Ook al kunnen ze bij een kleinere club natuurlijk wel meer minuten maken,” aldus Smit. Men zou dit kunnen vergelijken met de huidige huurconstructies die kleinere clubs aangaan met (top)clubs, maar dan op permanente basis.

Bert Kragtwijk bekleedt een aantal bestuursfuncties in het Nederlandse basketbal. Zo is hij voorzitter van het NMT, een organisatie die het Nederlandse basketbal nieuw leven heeft ingeblazen. Ook is hij penningmeester van de Federatie van Eredivisie Basketballclubs. In het verleden speelde de momenteel 60-jarige Kragtwijk nationale wedstrijden voor Nederland (99 caps). Hij vertelt dat het haast onmogelijk is om het Amerikaanse draftsysteem in het Nederlandse voetbal te introduceren. Hij benadrukt dat het een fantastisch systeem is waar mindere ploegen sterke spelers kunnen aantrekken, maar dat het in de Eredivisie niet zal werken. “In de Verenigde Staten zijn profclubs verbonden aan een highschool of college. Talenten moeten na hun opleiding dus doorstomen naar een profclub. Clubs kunnen daar dus via het draftsysteem iemand ‘oppikken’ bij een school. Hier in Nederland wordt je als jeugdspeler gescout, en zit je aan contracten vast. Je kunt dus niet zomaar van club verwisselen omdat daar allemaal andere factoren bij komen kijken,” meent Kragtwijk. “Daarbij zit je in de NBA vast aan een salaris plafond. In Nederland normaliter niet. Als jeugdspeler van Ajax raak je gewend aan het ‘Ajax salaris’ wat je kunt verdienen als je het eerste haalt. Maar wanneer je tijdens een draft opgepikt wordt door bijvoorbeeld FC Emmen, weet je dat je dat je er financieel op achteruit zult gaat. De kans dat spelers akkoord gaan met het salaris en andere randzaken is niet groot. De ex-basketbal-international sluit af: “De Nederlandse voetbalsituatie vergelijken met het NBA-systeem is ontzettend moeilijk.”

“Dat de topclubs ermee instemmen is klein, omdat zij er op elk front op achteruit gaan.” – Geert Hammink

Ook Geert Hammink (49) bevestigt dat het niet mogelijk is om het Amerikaanse draftsysteem in het Nederlandse voetbal te introduceren. Hammink is één van de weinige Nederlanders die ooit in de NBA heeft mogen spelen en is momenteel trainer van de Eredivisieclub Dutch Windmills uit Dordrecht. Hij vertelt dat er meer dan duizend redenen zijn waarom het niet lukt. Een groot beginsel is volgens hem dat de NBA een groot bedrijf is, met dertig clubs die ondergeschikt zijn aan dat bedrijf. “De clubs moeten zich ook exact houden aan de regels van de NBA en kunnen niet zomaar zelf regels doorvoeren. In Nederland is dit niet zo. Hier zijn de clubs allemaal eigen BV’s.” Het kan dus alleen lukken als álle clubs het er mee eens zijn. “En dat de topclubs ermee instemmen is klein, omdat zij er op elk front op achteruit gaan,” aldus Hammink.

Geert Hammink (rechts) tijdens een basketbal-clinic. Foto: (c) Rens Hooyenga

Daarover vertelt Hammink het volgende: “Als topclubs geen topspelers kunnen kopen, maar alleen maar eigen spelers kunnen aantrekken van lagere teams, verliezen zij daar ook kracht mee op de Europese markt. Omdat clubs met mindere spelers ook minder sponsoren en geld krijgen.  Alles draait in het voetbal om geld, het gaat dus niet werken.”

Net als Bert Kragtwijk vertelt ook Hammink over het probleem met de college-clubs; men kan niet zomaar weg gedraft worden bij voetbalclubs. “Spelers zijn door contracten gebonden aan derden.”

“Het alleen gaat lukken als een of andere miljonair een eigen competitie begint,” luidt de mening van Hammink. “Hier zouden dan alle clubs ondergeschikt moeten zijn aan de gehele competitieopzet. Ook de jeugdopleiding zouden dan minder commercieel moeten zijn en tegelijk moet het niveau niet belemmerd worden. De kans dat dit lukt is natuurlijk nihil, als je de dagelijkse gang van zaken bekijkt in het voetbal: alles draait om geld.” In andere sporten zou het wel haalbaar zijn om een draftsysteem in te voeren: “Omdat in andere sporten, zoals basketbal in Nederlands, veel minder geld omgaat,” sluit Geert Hammink af.

 

Conclusie

Zoals je kunt lezen, is het nagenoeg niet mogelijk om het Amerikaanse draftsysteem in te voeren in de Nederlandse Eredivisie. Het is zo’n gecompliceerd systeem dat het in het huidige voetbal niet meer toe te passen is. Het voetbal in Europa bestaat al zó lang dat het niet meer om te draaien is.

Er zijn te veel belangen die komen kijken. Alles draait om geld, waardoor met de verandering van het huidige systeem allerlei partijen verlies zouden maken. Of dat nou op sportief gebied of financieel gebied is, er wordt verlies geleden.

Het totale niveau van het Nederlandse voetbal zal achteruit gaan, clubs zullen er financieel op achteruit gaan en ook spelers zullen er financieel op achteruit gaan. Daarbij is het simpelweg niet mogelijk omdat de Eredivisie geen NBA is. Clubs zijn niet verplicht de regels van de Eredivisie te volgen.

Tot slot zijn Eredivisieclubs niet aangesloten aan scholen, waardoor de jeugd veel moeilijker weg te ‘draften’ is bij andere clubs. Er zitten contracten aan verbonden.


HET BELGISCHE COMPETITIEMODEL

Een andere optie is een nieuwe indeling van de competitie; en wel via het Belgische model. Inderdaad, onze zuiderburen zijn slimmer dan we allemaal dachten en hebben een systeem bedacht waarin verschillende teams van elkaar worden gescheiden. Hieronder zal simpel worden uitgelegd wat het Belgische competitiemodel inhoudt:

Het competitielogo van de Belgische Eredivisie; de Jupiler Pro League.

In het Belgische model wordt aan het einde van het reguliere seizoen (dertig speelronden) de balans opgemaakt. De nummers 1 t/m 6 worden ingedeeld in de kampioenspoule. Zijn gaan deze poule in, met de helft (!) van de behaalde punten in de voorgaande dertig spelronden. In deze kampioenspoule spelen alle ploegen nog eens tien wedstrijden. Welke club dus uiteindelijk na veertig speelronden de meeste punten heeft mag zich de kampioen van België noemen.

De nummers 7 t/m 14 worden ingedeeld in een andere poule, onderverdeeld in pot A en pot B. Zij beginnen niet met de helft van de behaalde punten na dertig wedstrijden, maar beginnen gewoon om nul. Zij spelen allemaal nog 2 duels tegen elkaar waardoor ze uiteindelijk op 36 wedstrijden uitkomen; 30 in de reguliere competitie en zes in hun ‘pot’ (wat weer onderdeel is van die poule). De winnaar van deze ‘andere’ poule heeft recht op een Europees ticket. De nummer vijftien en zestien (dus niet eens in de poule ingedeeld) degraderen direct uit de hoogste klasse in België.


Hoe zit het met het Belgisch competitiemodel?

Al sinds 2015 is de KNVB aan het overwegen om het competitiemodel complete op de schop te nemen. Het Belgisch idee voert de boventoon. Momenteel telt de Eredivisie achttien clubs, spelen de nummers 4, 5, 6 en 7 Play Offs voor een Europees ticket en de nummers 16 en 17 spelen, samen met diverse Keuken Kampioen Divisie-clubs Play Offs voor promotie en degradatie. Maar wanneer er naar het Belgisch model gegrepen gaat worden, zal dit compleet veranderen.

“Het kan voor pakweg sc Heerenveen wel geweldig zijn om bij de eerste zes te eindigen, mét uitzicht op een landskampioenschap.” – Sjoerd Mossou, februari 2017

De competitie zou dan nog maar zestien clubs gaan tellen, waarbij er aan het eind van de competitie een zogenaamde kampioenspoule en een degradantenpoule ontstaat. Alle behaalde punten in de competitie worden gehalveerd en in iedere poule wordt er een hele competitie gespeeld (zowel thuis- als uitduels). Is dit wel wat wij willen? AD-columnist Sjoerd Mossou vertelde dit in een column van februari 2017: “’Waarom moeten we dit willen? De stadions zitten vol, de titelrace was vorig seizoen nog hartstikke spannend.’ Dat is maar hoe je ernaar kijkt. Het niveau van het Nederlandse clubvoetbal holt al jaren achteruit. Dat ligt niet alleen aan de competitie-opzet natuurlijk, maar je kunt je wel afvragen of er in de eredivisie voldoende wedstrijden gespeeld worden onder maximale spanning en weerstand. Het aantal topwedstrijden is relatief beperkt, terwijl de klassieke top 3 zijn wedstrijden, zeker dit seizoen, steeds gemakkelijker wint. Sinds ze in 2009 in België kozen voor een competitie van zestien teams én een onorthodox play-offsysteem, stegen de Belgische clubs significant op de ranglijst van de UEFA. Ook daar was er in eerste instantie grote weerstand en scepsis, maar het heeft bij de Belgen geleid tot meer inkomsten, meer spektakel en betere internationale prestaties. In Nederland is die ontwikkeling juist omgekeerd evenredig.” Mossou vervolgt in zijn column: “Het kan voor pakweg sc Heerenveen wel geweldig zijn om bij de eerste zes te eindigen, mét uitzicht op een landskampioenschap. In de onderste helft van de ranglijst voelen veel clubs zich echter, logisch, bedreigd.”

Voorafgaand aan een WK-kwalificatieduel in maart 2017 liet ook destijds-bondscoach Danny Blind zich uit over de mogelijk veranderende competitieopzet. Tijdens een persconferentie zei de oud-speler van onder meer Ajax: “Ik vind dat we meer competitieve wedstrijden moeten hebben in de Eredivisie. Dat creëer je bijvoorbeeld door aan het eind van de rit die wedstrijden te spelen. Wedstrijden creëren waar het er meer om gaat, dat moeten we doen. Hoe groot het effect van een nieuwe competitieopzet is, weet ik niet. Maar van meer wedstrijden spelen op een hoger niveau wordt niemand slechter, zeker niet.”

“Van meer wedstrijden spelen op een hoger niveau wordt niemand slechter.” – Danny Blind, maart 2017

In mei van dat jaar hebben de clubs gestemd over een nieuwe opzet, vergelijkbaar met het Belgisch idee. Tijdens de jaarlijkse Eredivisie CV-vergadering bleek er niet genoeg steun. De vereiste vijfzesde meerderheid was er niet. Minimaal vijftien clubs moesten een ja-woord geven op de nieuwe competitieopzet, maar slechts acht gaven er groen licht. Willem II, Excelsior, N.E.C. Nijmegen, Sparta Rotterdam , Roda JC Kerkrade, ADO Den Haag, FC Groningen, Heracles Almelo en Go Ahead Eagles waren tegen de plannen. Ook Feyenoord schaarde zich naast deze clubs. De Rotterdamse voetbalclub stond erop dat er ook een kunstgrasverbod zou komen, maar dit kon de club niet worden verzekerd.

 

Bjorn Smit (Ziggo Sport) denkt dat er wel heil is in een dergelijke verandering. “Ik weet niet alle ins en outs, maar dat het de competitie spannender kan maken lijkt me een gegeven. Precies overnemen zoals de Belgen, lijkt mij niet de juiste optie. Ik zou bijvoorbeeld niet de punten halveren, maar in die Play Offs gewoon met nul punten beginnen. En misschien een vermindering van clubs ook overslaan.”

 

Conclusie

In België heeft de invoering van dit systeem duidelijk geholpen bij het verbeteren van de clubs, gezien de Europese status van het land in de Champions- en Europa League. Maar het is geen vast gegeven dat het in Nederland ook kan helpen tot een spannendere en sterkere competitie.

Ook moeten alle clubs het eens kunnen worden over een dergelijke drastische verandering. In 2017 was dit bij lange na niet aan de orde. Elke club moet gehoord kunnen worden en er moet een middenweg gevonden kunnen worden, zodat iedereen evenveel kan profiteren van een nieuwe opzet.

Wanneer alles puntje-precies op papier wordt uitgewerkt (zodat elke club weet waar het aantoe is) lijkt dit, in vergelijk met België, een goede optie.

 

 

Foto boven: (c) Pro Shots