Onderzoek

De weg van cocaïne: van Colombia tot in jouw neus

Jan 15, 2019 Pim Bruijnzeels

Door: Pim Bruijnzeels en Annemijn van Langeveld

De pupillen zijn verwijd, de huid is verbleekt. Een opgewekte gemoedstoestand neemt de overhand, zelfverzekerder dan ooit. Er wordt constant gepraat, maar niet langer geluisterd. De wc wordt vaker opgezocht en de drang naar alcohol neemt toe.

Zou jij iemand herkennen die net een lijntje cocaïne heeft gesnoven? De drug komt steeds meer voor in het Nederlandse uitgaansleven en lijkt zo langzaamaan de gewoonste zaak van de wereld te worden. In Amsterdam ligt het gemiddelde zelfs op 30.000 lijntjes per dag. Maar we hebben het hier wel over cocaïne, de drug die duizenden kilometers moet reizen voor hij jouw neus binnendringt, de drug die liquidaties, bedreigingen en machtsverschillen met zich meebrengt. De meeste cocaïne komt uit Colombia, maar hoe komt deze vervolgens zo makkelijk Nederland binnen? Of is dat alles behalve makkelijk te noemen? Hoe blijft de coke uit handen van de politie en komt deze uiteindelijk bij de gebruiker terecht? Wij zochten het voor je uit.

Contactpunt 1

De coca-plantages

De meeste ladingen cocaïne komen vanuit Zuid-Amerika, om precies te zijn vanuit Colombia. Hier wordt in grote getalen de cocaplant verbouwd. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is de hoeveelheid land waar de cocaplant op wordt verbouwd in Colombia zelfs nog nooit zo groot geweest als nu. Nu de burgeroorlog daar voorbij is en de cocaplanten niet meer besproeid mogen worden (de besproeiingen zouden kankerverwekkende stoffen opleveren) worden er massa’s coca verbouwd. Door het enorme marktoverschot in Colombia, zoeken de boeren markten om hun goedje toch kwijt te kunnen. Hierdoor nemen ze ook grotere risico’s. En daar komt Europa om de hoek kijken.

De cocaïne wordt de container in gesmokkeld, met of zonder hulp van ‘gewone’ Colombiaanse burgers, zoals vissers. Drugssmokkel is een manier om snel geld te verdienen, dus er wordt regelmatig voor gezwicht door de arme mensen uit de omgeving. De cocaïne begint dan zijn reis, inclusief een aantal tussenstops, met als eindbestemming: de gebruiker.


In Amsterdam ligt het gemiddelde op 30.000 lijntjes per dag

Contactpunt 2

De haven van Rotterdam

De meeste cocaïne bedoeld voor de Nederlandse gebruiker, komt vervolgens aan bij de haven van Rotterdam. De cocaïne wordt vaak op de sluwste wijze verstopt. Een smokkelmethode die de we de laatste jaren veelvuldig voorbij zagen komen, is de container met dubbele bodem. Andere criminelen maken gebruik van de ruimte onder de waterlijn van de schepen, bijvoorbeeld in torpedo’s of cilinders. Duikers halen de buit dan op. De coke wordt ook wel eens gedropt in de open zee voor de Zeeuwse kust. Zakken worden dan vastgemaakt aan een boei of zoiets dergelijks. Vissersschepen of kleine boten komen deze vervolgens ophalen. Naast deze smokkelmethodes, zitten er ook hele creatieve criminelen tussen. Zo heeft de douane wel eens een lading onderschept verstopt in vis, schoenzolen, een vleermuizenmest of in een kermisattractie.

Niet elke lading cocaïne wordt verstopt, deze wordt ook geregeld aangetroffen in sporttasjes die gewoon voorin de container liggen.

Maar hoe verder vanaf hier? Hoe krijg je die lading cocaïne ongezien aan het vaste land? Criminelen hebben hier verschillende mogelijkheden voor.

Optie 1: Via een corrupte ambtenaar. Zo kennen we misschien allemaal Gerrit G. nog wel. Hij werd in 2017 veroordeeld voor 14 jaar gevangenisstraf vanwege het doorlaten van scheepsladingen drugs in de Rotterdamse haven en het witwassen van crimineel geld. Uit de rechtszaak blijkt dat Gerrit G. deel uitmaakte van een groep personen die zich bezighield met de invoer van cocaïne via de Rotterdamse haven. Via zogenaamde PGP-telefoons – telefoons met een bepaald type encryptie waardoor berichten niet te ontcijferen zijn door overheden et cetera – hield hij contact met de medeplichtigen. Gerrit G. had de bevoegdheid om in het systeem te kijken wanneer de container arriveerde. Deze containers worden gesorteerd op land van herkomst en inhoud. Mocht hier iets verdachts uitkomen, dan wordt een container zichtbaar op de radar en ‘op rood gezet’. Iets wat vaak gebeurt met een container uit Zuid-Amerika, maar ook bij een verdachte lading in, zoals kokosnoten uit Noorwegen. Gerrit G. kon deze zo nodig op ‘wit’ zetten om controles te omzeilen.

Corruptie gebeurt op allerlei manieren en in verschillende gradaties. Zo benaderen criminelen havenmedewerkers en wordt hen bijvoorbeeld gevraagd hun pasje uit te lenen voor een zo’n 5000 euro. Dat is een behoorlijk bedrag, voor zo’n relatief kleine taak, waardoor er weleens voor gezwicht wordt. Ambtenaren die hogerop zitten, zoals Gerrit G., worden benaderd voor het grote werk, dus ook voor het grote geld. Denk aan bedragen als 20.000 voor het wegdraaien van bepaalde camera’s, het aanwijzen van de plek van bepaalde containers of het omzeilen van de nodige controles. Niet iedereen werkt in eerste instantie mee, maar het komt vaak genoeg voor dat de havenmedewerkers of ambtenaren geen keus hebben. Zo worden bijvoorbeeld families bedreigd. Wij spraken met een havenmedewerker uit Antwerpen. Anoniem vertelde hij welke dingen hij heeft zien gebeuren op zijn haventerrein. “Ze zullen nu vast wel weer nieuwe middelen gevonden hebben, maar twee jaar geleden zochten verschillende criminelen contact met havenmedewerkers: van mensen die bureauwerk deden tot mensen die op het terrein rondreden. Ze vroegen deze mensen om bepaalde containers vrij te zetten. Deden ze dit niet, dan werden ze bedreigd, of hun familie werd bedreigd. Dit zorgde ervoor dat ze eigenlijk geen keus meer hadden en zo toch de taken uitvoerden. Ik kende een havenmedewerker die zich met deze zaken inliet, omdat zijn familie bedreigd werd. Hij is uiteindelijk gepakt door de politie en voor twee jaar de cel in verdwenen. De criminelen die hem tot deze zaken dwongen, daar gebeurde niets mee, hoor. Die lopen gewoon nog vrij rond.”

Dat er zoveel cocaïne door de Rotterdamse haven schijnt te komen, mede door corrupte havenmedewerkers, is voor het OM ook geen verrassing. Er wordt dan ook alles aan gedaan om de haven van Rotterdam beter en beter te beveiligen. Neem bijvoorbeeld de overgang naar irisscan in plaats van pasjes, dit soort maatregelen moet het de criminelen moeilijker maken. Er zijn al tekenen te zien dat dit werkt: er komt steeds meer cocaïne binnen via de haven van Antwerpen.

Toch blijft Rotterdam nog belangrijk voor het criminele circuit dat in cocaïne handelt. Nu het haventerrein moeilijker te bereiken is, wachten ze vaak tot de container buiten de haven is. Dan slaan ze toe. Hierover meer bij contactpunt 3.

Optie 2: Geluk hebben. Er komen 10.797 containers per dag door de haven. Deze kunnen natuurlijk nooit allemaal gecontroleerd worden. Hoe wordt bepaald welke containers er uitgepikt worden om te controleren? Dit gebeurt op basis van profielen. Komt de container uit een verdacht land dan komt deze op een bepaalde lijst. Welk bedrijf is verantwoordelijk voor de zending? Of zit er een verdachte lading in, zoals kokosnoten uit Noorwegen, dan wordt de container op de radar zichtbaar: de container wordt zoals dat heet ‘op rood gezet’. Alleen die containers worden gecontroleerd op illegale waren. 

De prijs van cocaïne door de jaren heen

Er zijn ongeveer 400 controleurs in de haven actief, op 10.797 containers. Hierdoor bereikt alsnog een hele grote hoeveelheid cocaïne ons land. Hoe veel dat precies is, weet niemand. Toch kunnen we stellen dat dit, gezien de marktprijs van cocaïne op dit moment (30-35 euro per gram) veel moet zijn. Deze prijs verandert ook nauwelijks, dus er is op een of andere manier toch een constante toevoer aan cocaïne.

Soms onderschept de douane wel een lading drugs en dit brengt in het coke-wereldje de nodige gevolgen met zich mee. Douaniers stellen zelf dat je, wanneer er een grote lading drugs wordt onderschept, er de klok gelijk op kunt zetten dat er liquidaties plaats zullen gaan vinden. Even terug naar Gerrit G., de corrupte douanier. Tegen betaling zorgde hij er dus voor dat bepaalde containers de controles omzeilden. Gerrit G. zou ook de container van Rinus M, een fruithandelaar die ook in de drugssmokkel zat, de controle laten omzeilen. Rinus M. verwachtte een container waar 300kg cocaïne tussen de ananassen zou liggen. Dit plan mislukte, want door een fout in de planning kwam de container aan in de periode dat Gerrit G. net op vakantie was. Deze fout zorgde voor miljoenen euro’s aan schade, wat uiteindelijk de liquidatie van Rinus M. tot gevolg had.

Contactpunt 3C

De ophaalservice

Optie 1: Zoals zojuist uitgelegd, wordt in sommige gevallen havenpersoneel bij de smokkel betrokken. Corrupte havenmedewerkers smokkelen bijvoorbeeld iemand in een busje mee naar de container, waar iemand dan snel de tassen cocaïne pakt. Soms lenen medewerkers hun pasje uit. Hiervoor moet je wel weten waar de desbetreffende container staat en dit is niet altijd gemakkelijk. Denk aan de tienduizenden containers die dagelijks binnen komen.

Optie 2: Toch is het niet onmogelijk om drugs de haven uit te krijgen zonder hulp van corrupt havenpersoneel. Hier kan ik beter een voorbeeld bij aanhalen. De containers leiden vaak naar bedrijventerreinen. Doet de naam Van Wanrooy misschien een belletje rinkelen? Afgelopen zomer onderschepte de douane 3.500kg cocaïne in de haven van Antwerpen. Ze hadden de cocaïne verstopt tussen een partij bananen. De politie greep toen niet meteen in, maar volgde de containers naar Nederland, dit leidde naar een bedrijventerrein van Van Wanrooy Transport in Oosterhout, waar uiteindelijk de nodige arrestaties werden gedaan.

Deze container werd dus onderschept en gecontroleerd, maar we weten allemaal dat dit niet bij elke container kan gebeuren. Er zijn dus genoeg transportbedrijven die zich hoogstwaarschijnlijk schuldig maken aan een coke-handeltje: dan zijn het soms dekmantels. Ze bestellen een dekladinkje meloenen, waar dan cocaïne bij wordt gestopt.

Het komt ook vaak voor dat bedrijven niet weten dat ze gebruikt worden, of transportbedrijven die er onbewust de dupe van zijn geworden. De coke zal tijdelijk op zo’n bedrijventerrein opgeslagen liggen en doorverkocht worden.

De chauffeur die de container het havengebied afrijdt, kan omgekocht zijn, maar weet ook vaak van niks: de vrachtwagen wordt onderweg dan klemgereden door mannen in bivakmutsen en kalasjnikovs. In 2016 gebeurde dit bij een vrachtwagenchauffeur: bij Beneden-Leeuwen werd hij door verschillende auto’s ingesloten en overvallen.

Contactpunt 4

De bewaarders

Veel drugs die de Rotterdamse haven binnen komen, worden naar Rotterdam-zuid gebracht. In Rotterdam-zuid hebben veel criminelen een voet aan de grond. De drugs verdwijnen daar in opslagplaatsen. De politie weet vaak wel wie de grote spelers zijn, maar het ontbreekt ze aan geld en de middelen om hier achteraan te gaan. Loes van der Wees, officier van justitie parket Rotterdam en hoofd nationaal programma Rotterdam-zuid, vertelt hoe dit komt. “Neem een Holleeder als voorbeeld. We denken dat we weten wat hij doet, maar verzamel het bewijs maar eens. Iedereen is bang voor hem, dus er zullen weinig mensen iets willen vertellen. Daarbij worden de opdrachten op zo’n manier gegeven dat het om van alles kan gaan. Iedereen weet wat hij bedoelt met een berichtje als: ‘je weet wat er gebeurt als je het niet doet’. Maar bewijs maar eens wat hij ermee bedoelt.”

Criminelen kopen meestal samen een grote partij in vanuit een land als Colombia. De partij die binnenkomt, wordt tijdelijk ergens opgeslagen. Dit gebeurt vaak in een fabrieksloods, in kleine kantoren en soms gewoon in woningen. Als je geïnteresseerd bent in een grote bestelling cocaïne, moet je bij deze tussenhandel zijn. Als afnemer moet je dan mee naar een opslagplaats en daar krijg je een tas met coke mee. Zo is de deal gesloten. Of er wordt afgesproken op een bepaalde plaats en je laat geld zien, de tas wordt gevuld en het wordt overgedragen.


Je weet wat er gebeurt als je het niet doet

Als een partij door meerdere financiers wordt ingekocht dan wordt het vaak direct verdeeld en niet op één plek opgeslagen. Een paar honderd kilo gaat daar naartoe gaat en een paar honderd kilo gaat hier naartoe.

Er gaat veel geld om in het coke-wereldje, criminelen maken zich dan ook vaak schuldig aan witwaspraktijken. Neem de Beijerlandselaan in hartje Rotterdam-Zuid, de straat kent négen juwelierszaken. En dat in zo’n relatief arme buurt. Deze zaken worden vaak gebruikt als rookgordijn voor het geld wat er in bezit is.  In de achterkamertjes van die juwelierszaken worden afspraken gemaakt over de verkoop. Wat je bestelt, kan je dan later ergens ophalen. Dit gaat wel om hoeveelheden als honderd kilo, het zijn niet de kleine dealers die hier komen. Je neemt de coke af en betaalt met cash geld. Het gaat om zoveel geld dat dit vaak niet eens meer geteld gaat worden. Ze wegen het geld, een kilo = zoveel euro.

Het Nationaal Programma Rotterdam-zuid is volop bezig om grip te krijgen op Rotterdam-zuid. Van der Wees vertelt: “Toen we, ongeveer zeven jaar geleden, begonnen om Rotterdam-Zuid te verbeteren, was de situatie zorgelijker dan nu. In Rotterdam-Zuid leven veel mensen op de armoedegrens. Een grote hoeveelheid zit zonder baan. We zien in het voortgangsrapportage van 2017 inmiddels op bepaalde punten vooruitgang. Rotterdam-Zuid moet naar het niveau van de G4 in Nederland, het niveau waar steden zoals Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Rotterdam op zitten.” Maar de armoede die momenteel toch nog wel overheerst, biedt het criminele circuit mogelijkheden. Criminelen verleiden de jeugd om het criminele wereldje te betreden. Ze bieden ze zo 2000 euro per week. Er wordt zoveel geld verdiend, daar zegt de jeugd niet zo maar nee tegen.

De cocaïne wordt vanaf deze opslagplaatsen dus over het land verspreid. Eerst werd de cocaïne ook nog bij elk contactpersoon versneden, zodat er meer winst uit te halen viel. De drug werd meestal vermengd met suikers als sucrose of manitol. Dat gebeurt tegenwoordig niet meer, omdat er simpelweg een overschot aan cocaïne is. Tegenwoordig gaan ze ook meer voor kwaliteit. De cocaïne is momenteel dus puurder dan ooit.

Contactpunt 5

Tussenhandelaar

koopt pakketten in rond de 100kg

Je hebt een deal gesloten en wandelt met pakketten cocaïne de opslagplaats uit. En nu? Wat er vanaf dit moment met de drugs gebeurt, is lastig te zeggen. Criminelen die zich hiermee bezig houden, zijn lastig te bereiken voor een goed interview hierover.


Zit je in de cocaïnewereld, dan kan je binnen drie maanden een Mercedes rijden, maar je kan ook binnen drie dagen een kogel door je kop krijgen

Contactpunt 6

Grote dealer

wordt ook wel groothandel genoemd, koopt pakketten in rond de 50kg

Deze dealer koopt pakketten in bij de tussenhandelaar en houdt zich vooral bezig met de verkoop ervan.

Contactpunt 7

Middelgrote dealer

koopt pakketten in rond de 20kg

Deze dealer koopt zijn voorraden cocaïne in bij een grote dealer. Deze middelgrote dealer heeft vaak een netwerk met kleine dealers, aan wie hij kleine hoeveelheden verkoopt.

Contactpunt 8

Kleine dealer

Deze dealer heeft een groot netwerk met gebruikers, aan wie hij grammen verkoopt. Hij koopt in bij de middelgrote dealer. Maar hoe ziet het leven van zo’n kleine dealer eruit? Hoe gevaarlijk is het om coke-dealer te zijn? Hoe kom je in die wereld terecht? Wij spraken een kleine dealer, op zijn voorwaarde om anoniem te blijven, over zijn ervaringen.

“Toen ik 15 was begon het allemaal. Ik had al wel eens geblowd, maar vanaf die leeftijd ging ik aan de harddrugs. Het was makkelijker om aan coke of pillen te komen dan aan drank. Je kende altijd wel een mannetje en die belde je op. Elke vriendengroep heeft of kent er zo een, en anders kent iemand er via via wel een. Toen ik hieraan begon, vond ik de prijzen te hoog en de kwaliteit te laag. Toen ik op een avond in Voorburg op een pleintje zat te chillen met wat vrienden, kwam er een dealer naar me toe met de vraag of ik wat pillen wilde kopen. Hij verkocht mij heel veel pillen. Zoveel, dat ik ze zelf nooit allemaal zou gebruiken. Ik besloot ze door te verkopen. Van het geld dat ik hieraan verdiende, kocht ik zelf weer een lading drugs in, nu kon ik prijzen en kwaliteit zelf reguleren. Van die dealer die mij pillen verkocht, hoorde ik weer bij wie ik voor echt goede kwaliteit moest zijn. Dit was het moment dat ik zelf een kleine business begon. Dit deed ik samen met die gast van de pillen: hij deed de inkoop en ik deed de verkoop. We noemden onszelf DH Enterprises. We begonnen met pillen en pep, na een tijdje kwam er ook coke bij. Ik merkte wel dat ik toen echt moest oppassen. Bij pillen en pep had ik een soort groothandelspositie – dealers kochten hun pillen weer bij mij in – bij coke wilde ik dit niet. Heb je die groothandelspositie in de cocaïnewereld, dan kan je binnen drie maanden een Mercedes rijden, maar je kan ook binnen drie dagen een kogel door je kop krijgen. Met coke werd het echt serieus, dat komt door die hoge opbrengst. Hoe meer geld je ermee kan verdienen, hoe gevaarlijker het wordt. Als je te lang in die wereld doorgaat krijg je gegarandeerd een kogel door je kop of mes in je rug. En niet alleen dat is eng. Er is ook een verschil in gebruikers bij verschillende harddrugs. Met pillen komen mensen gezellig naar je toe, maken misschien nog gezellig een praatje. Met coke zit je wel echt in een andere categorie. Je hebt meer te make met krakers of daklozen. Hier moet je mee oppassen want dit zijn mensen die toch wat minder te verliezen hebben.

Als dealer bouw je zelf een netwerk, dit is belangrijk. Je doet eigenlijk doorlopend contacten op. Ik ga geregeld naar hardcore festivals. Daar netwerk je dan wat. In de drugs zitten, kun je vergelijken met het runnen van een normale apotheek. Het enige verschil is dat illegale.

Mensen kunnen vervolgens naar je appen. Maar nóóit in duidelijke bewoordingen. Als ze dat doen, krijgen ze een waarschuwing en mochten ze daarna nog over ‘cocaïne’ praten, dan doe ik geen zaken met ze. Het is heel duidelijk: pillen noemen we snoep, lsd noemen we zegeltjes en voor coke gebruik je wit. Ik noem de tijd en een plaats. Je vraagt hoeveel iemand wil. Vaak zeggen ze ‘een halve gram’ of ‘vijf gram’, of iemand noemt een bedrag. Op het moment van het ontmoeten, is het een kwestie van zo snel mogelijk handelen: coke in die handen – denk aan een soort high five -, geld uitwisselen en wegwezen.

Je betaalt rond de 30/35 euro per gram. De prijs blijft wel redelijk gelijk. Alleen als er een echt grote lading wordt onderschept, dan merk je dat de prijs iets omhoog gaat. Het is over het algemeen bekend dat coke via de haven van Rotterdam binnenkomt. Er mogen daar dan af en toe wel controles zijn, toch komt er een shitload door die haven. Ik weet niet precies hoeveel, maar écht een shitload.

Vanaf die haven wordt het dus verspreid. Het kan makkelijk dat er zo’n twaalf mensen tussen zitten voordat de cocaïne bij jou terecht komt. Maar wat maakt dat uit? Als jij op marktplaats een fiets gaat kopen maakt het jou toch ook niet uit hoeveel mensen er daarvoor op gereden hebben? Het gaat uiteindelijk om de kwaliteit en de prijs.”

Contactpunt 9

De gebruiker

Daar zijn we dan, het eindstation. Tegenwoordig heeft 1 op de 6 mensen tussen de 18 en 35 jaar oud het afgelopen jaar nog gesnoven. Hoe gemakkelijk is het voor deze gebruikers om aan coke te komen? Wanneer snuif je iets en wat maak je mee? Wat maakt de drug zo bijzonder, het afleggen van deze duizenden kilometers waard? Wij spraken een coke-gebruiker, over de gemakken en de ongemakken van coke.

“De eerste keer gebruikte ik met mijn ex-vriend, die kende nog een dealer van de middelbare school. Na ene tijdje durfde ik hem zelf ook wel te bellen. Ik bel hem meestal als ik dronken ben, nooit gewoon op een doodgewone middag. Als ik een beetje dronken ben, dan krijg ik er zin in, ongeveer één keer per maand. Dan bel ik hem op. Hier zijn wel regels voor: je mag nooit zijn naam noemen en nooit cocaïne zeggen, dan komt hij niet in de problemen mocht hij afgeluisterd worden. ‘Yo maatje hoe is het? Mag ik een beetje wit poeder? Ben je in de buurt?’ Hij noemt vervolgens een tijd en plaats. Daar neem je dan cash mee naar toe. Ik koop meestal een halve gram, soms een hele. Ik weet nu inmiddels wel welke auto hij heeft, dus ik weet waar ik in moet stappen. Maar de eerste paar keren belde ik hem van ‘yo, ik sta naast het bushokje’ of ‘ik heb een groene jas aan’.
Hij seint dan met z’n lichten en dan weet ik dat ik in moet stappen. Dan rijdt hij even een rondje, zodat het niet zo verdacht lijkt. Alsof je gewoon weg bent gereden.

Ik doe zelf nooit een lijntje, liever een puntsleutel. Ik vind een lijntje namelijk best veel, ik doe daarom liever mijn sleutel met de punt in het zakje, op het puntje zit dan een beetje cocaïne. Dat snuif ik dan altijd in mijn linker- en rechterneusgat. Elke driekwartier ongeveer neem ik zo’n punt, rechts en links. Met z’n tweeën gaat zo’n half gram wel op op een avond. Ik voel het meestal na een kwartiertje ongeveer.

Ik doe het meestal als ik dronken ben, dus het gevoel dat ik krijg, is echt alsof ik ontnuchter. Je wordt je ook heel bewust van wat je doet, je krijgt geen vaag beeld en je wordt ook niet duizelig. De volgende dag herinner je je alles nog. Ik doe het liever thuis dan tijdens het uitgaan. Tijdens het uitgaan is het niet zo chill om te doen, ik krijg er namelijk niet per sé meer energie van. Ik vind het heel chill om muziek te luisteren op de achtergrond, maar ik wil er niet op dansen. Het is niet zoals xtc dat je er zo’n bom van energie van krijgt. Het is echt meer een zitdrugs. Ik rook er lekker een sigaretje bij. Ik kom dan altijd in zo’n fase van: heb ik nou wel of geen dorst, heb ik net nou wel of niet een sigaretje gerookt? Je weet niet zo goed wat je wil, dat is een teken van coke-gebruik.

Echt bijna iedereen die ik ken, die gebruikt cocaïne. Ik kan misschien beter zeggen: ik ken bijna niemand die het nog nooit heeft gebruikt. Je kan moeilijk zien of iemand heeft gebruikt. In de stad zie ik het ook niet altijd, hoor, en ik weet dat het daar veel gebeurt. Het is niet zoals bij andere harddrugs dat je kaken wild gaan bewegen of dat iemand heel uitbundig begint te dansen. Als je cocaïne gebruikt hebt, dan wil je echt echt intens gesprek aangaan. Daar kan ik het nog wel eens aan herkennen. Je wordt daarnaast maar niet moe. Naarmate je meer neemt, word je wel wat vager. Zie dat als het verschil tussen één of acht bier.

Iedereen heeft ook eigenlijk een vaste dealer. Via via kom je er met een in contact en dan hou je die meestal als ‘jouw dealer’. Ik weet verder niet wie mijn dealer is, hij staat onder ‘sneeuw’ in mijn telefoon. Hij stuurt me ook wel eens aanbiedingen, bijvoorbeeld met kerst, toen stuurde hij dit: ‘hee, ik wil even doorgeven: bij een hele, krijg je een halve extra, om lekker de feestdagen door te komen.’ Een soort Kruidvat, ha ha, twee halen = één betalen.”