De Oscars lagen dit jaar zwaar onder vuur na wederom een jaar zonder zwarte genomineerden. Er volgde een boycot en host Chris Rock – zelf donker – maakte met zijn grappen pijnlijk duidelijk hoe diep het probleem in Hollywood is geworteld. Ook in Nederland werd er in allerlei talkshows heftig gediscussieerd over het onderwerp, maar in feite doen we het hier geen haar beter.

Laten we eerst even focussen op de Academy Awards, beter bekend als de Oscars. Het gebrek aan donkere acteurs en actrices werd immers een hot topic op het moment dat de nominaties voor de belangrijkste filmprijzen ter wereld bekend werden gemaakt. Nu staat het prijzengala wel bekend om de nodige relletjes die vaak de aandacht naar zich toetrekken, maar zelden werd het daadwerkelijke doel zó naar de achtergrond verdrukt als afgelopen editie.

Bij de in totaal 121 kanshebbers voor een prestigieuze gouden beeldje zat geen enkele zwarte acteur of filmmaker. Hiermee herhaalde het scenario van een jaar eerder zich, toen de lijst ook volledig wit was. En dat terwijl de editie van 2014 juist bijzonder hoopgevend was, met liefst negen nominaties voor 12 Years a Slave. De film van de in Amsterdam woonachtige regisseur Steve McQueen verzilverde er uiteindelijk drie.

Bij de 121 genomineerden zat geen enkele zwarte kanshebber

#OscarsSoWhite

In de weken voor de uitreiking van de Oscars spraken steeds meer acteurs die zich uit tegen de Academy. Deze jury, die voornamelijk uit blanke filmbobo’s bestaat, selecteert de genomineerden en uiteindelijke winnaars.  Het is Jada Pinkett Smith die op Twitter als eerste besluit het witte feestje te boycotten en de hashtag OscarsSoWhite te gebruiken. Later wordt zij gevolgd door echtgenoot Will, regisseur Michael Moore en nog een handvol andere grote namen. De Academy kan niet anders dan grote hervormingen aankondigen, waaronder een reorganisatie van de bekritiseerde groepssamenstelling.

Fucking Gouden Kalf

En zo komen we bij de situatie in de Nederland. Het makkelijkste is om de vergelijking te trekken met de grootste filmprijzen hier, de Gouden Kalveren. De cijfers zijn duidelijk en schokkend: In de vijfendertig jaar dat de beeldjes worden uitgereikt, zijn er slechts twee acteurs van niet-Nederlandse komaf met een naar huis gegaan. De primeur is in 2011 voor Nasrdin Dchar. Hij wordt voor zijn rol in Rabat beloond met de prijs voor beste acteur. Zijn speech (“Ik ben een moslim en ik heb een fucking Gouden Kalf in mijn hand”) is ongetwijfeld de meest memorabele in de geschiedenis van het Nederlandse filmgala.

Twee jaar later is het zijn Tunesische collega Marwan Kenzari die dezelfde prijs krijgt voor zijn indrukwekkende en intense rol als kickbokser in Wolf. Alleen deze gegevens zijn al voldoende om voorzichtig de conclusie te trekken dat de Nederlandse filmwereld een chronisch gebrek aan kleur heeft. Zwarte acteurs krijgen overduidelijk niet dezelfde kansen als hun blanke collega’s.

Racisme? No way!

De oplossing van het probleem ligt bij de kern ervan. En dat is nou juist het lastige, volgens acteur Raymi Sambo. Als donkere acteur komt hij al meer dan twintig jaar op voor gelijke kansen en sinds enkele maanden is hij ook een van de oprichters van de commissie diversiteit binnen het ACT, een belangenvereniging voor acterend Nederland. “Als mens wil je het liefst iets zien waarin je jezelf kunt herkennen. Ik heb bijvoorbeeld behoefte aan meer donkere acteurs omdat ik zelf donker ben. Aan de andere kant is het dus ook logisch dat witte filmmakers eerder kiezen voor een witte cast. Dat heeft niks met racisme te maken, zo zitten we gewoon in elkaar!

Ik heb behoefte aan donkere acteurs omdat ik zelf donker ben. Dat heeft niks met racisme te maken!

Wijers beaamt dat het vinden van de oorzaak al een groot probleem op zich is: “We buigen ons nu massaal over de vraag of het ligt aan de productiemaatschappijen die geen donkere acteurs aannemen voor hun projecten óf dat het die groep oude, blanke mannen is die te bevooroordeeld zijn. Het is ontzettend lastig om daar antwoord op te geven.”

Rolmodellen

Toch gloort er hoop aan de horizon. Met twee grote prijzen voor gekleurde acteurs in de laatste vijf edities zou er wel eens een opwaartse trend kunnen zijn ingezet. Zo stelt ook Pim Wijers, hoofdredacteur van filmmagazine Preview. “Het is zeker mooi symbolisch dat zij die prijzen wonnen. Het waren twee sterke rollen en het is mooi als dat beloond wordt. Hopelijk kunnen zij een rolmodel zijn voor hoe het kan binnen ons land.

Volgens de filmkenner valt er ook al daadwerkelijk een vooruitgang te zien. “Er spelen de laatste jaren steeds meer donkere acteurs mee in Nederlandse films. Vaak spelen ze nog wel een stereotype, niet-Hollandse rol. Dat hoeft overigens niet per se verkeerd te zijn, zolang er maar een eerlijk beeld geschetst wordt. Toch is het ook wel eens fijn als bijvoorbeeld een Marokkaan gewoon een rol speelt, in plaats van ‘een Marokkaan’.”

Tijd voor actie

Er zijn nog een hoop dingen die de komende jaren veranderd moeten worden, maar volgens Sambo is het allerbelangrijkste dat er zo snel mogelijk afspraken gemaakt worden. “We moeten nú beleid maken en dingen bestendigen. Het moet niet zo zijn dat we hier over vier jaar weer zitten en alles nog precies hetzelfde is.”

Ondertussen zit de op Curaçao geboren acteur uit onder andere All Stars, Zoop en Spangas niet stil. “We praten met de NPO over afspraken voor de toekomst, ik probeer iets te bedenken om de filmacademies meer divers te maken en ook met het Filmfonds zitten we rond de tafel.” Alle ontwikkelingen stemmen Sambo positief en hoopvol over de komende jaren. “Als we nu bepaalde zaken vastleggen dan ben ik ervan overtuigd dat een gekleurder filmbeeld over een paar jaar de normaalste zaak van de wereld is.”

Je ontkomt haast niet aan de Lieke van Lexmonds en Jim Bakkums van deze wereld

Weg met Lieke en Jim

Volgens Wijers is er vooral een stukje lef vanuit de productiemaatschappijen nodig. “Bij de main stream film in Nederland ontkom je er haast niet aan om de bekende koppen van het land te casten. Het zou mooi zijn als onervaren acteurs van niet-Nederlandse komaf nu ook eens de kans krijgen. Maar het blijft natuurlijk een enorm risico om niet de Lieke van Lexmonds en Jim Bakkums van deze wereld te casten. Het blijft dus maar de vraag of er ook echt iets gaat veranderen binnen een paar jaar.”

De Nederlandse filmwereld heeft veel weg van de dieselauto die jarenlang heeft staan verstoffen in een vochtige garage. Inmiddels hebben we onze wagen wat opgepoetst en zijn we langzaam onderweg. Er worden voorzichtig wat eerste langzame kilometers gemaakt op dit moment. Onze bleke films krijgen langzaam wat meer kleur in het gezicht en ook de waardering voor de zwarte, of in ieder geval getinte acteur neemt toe. Nu is het de vraag wanneer de motor echt lekker gaat lopen en zwarte acteurs daadwerkelijk gelijke kansen krijgen. Dan pas mogen we hier zeuren over Hollywood.