Nederland telt ruim 45.000 asielzoekers, die zijn onderverdeeld in asielzoekerscentra (azc’s) door heel het land. Als ze eenmaal een verblijfsstatus hebben ontvangen, krijgen ze verplichte Nederlandse les vanuit het COA. Maar ook voordat ze een verblijfsstatus hebben vinden asielzoekers Nederlands leren een welkome tijdsbesteding. Is het niveau en de kwaliteit van de hulp bij het leren goed? En hoe is het om Nederlands te leren wanneer je als asielzoeker wel een status hebt?

Tot 2015 konden vluchtelingen alleen taallessen volgen als ze een woning toegewezen hebben gekregen. Dit meldde minister Lodewijk Asscher (Integratie) in november aan de Telegraaf. In september 2015 luidde Albert de Voogd, voorzitter van Stichting voor Vluchteling Studenten UAF, de noodklok over taallessen. Volgens hem was er in azc’s te weinig aanbod om goed de Nederlandse taal te kunnen leren. Het grote probleem zou zijn dat veel asielzoekerscentra aan de rand van het land liggen, terwijl de goede leslocaties juist niet daar zitten. Reizen van een azc naar een leslocatie kost te veel. Mede om die reden mogen migranten nu ook in azc’s de Nederlandse taal leren.

Vrijwilligers
De mensen die helpen bij het Nederlands leren doen dat vrijwillig. Mensen kunnen zich aanmelden bij het COA om te helpen. Dat deed Else Giesbers ook. Zij meldde zich bij het Nijmeegse opvangkamp Heumensoord om te helpen bij de bibliotheek. De migranten daar lenen echter vrijwel nooit boeken. Diegenen die naar de bieb gaan, zijn daar vaak vooral om Nederlands te leren. Een deel van deze mensen zit met oortjes in zelf te studeren. Voor het andere deel kunnen de vrijwilligers ondersteuning bieden bij het leren. Met de hulp krijgen de asielzoekers een bepaald niveau Nederlands waardoor ze zich kunnen redden bij het vragen naar de weg of het doen van boodschappen.

Giesbers is nu enkele maanden aan het helpen in de bibliotheek, waar ze vrijwel elke vrijdag werkt. In die tijd heeft ze, net als enkele collega’s van haar, gemerkt dat het vrij lastig is om de mensen goed te helpen in het leren van Nederlands. “Omdat ik geen leraar ben of Nederlands heb gestudeerd, ken ik niet de tips en tricks van het lesgeven, ook niet in mijn eigen taal.” Ze moet dan ook vaak goed bedenken hoe iets grammaticaals uitgelegd kan worden. Op 12 maart 2016 vertelde minister Asscher in EenVandaag dat mensen die helpen met het leren van de taal meer hulp en coaching gaan krijgen.

Leerboeken
Bij het helpen met Nederlands leren, zijn er allerlei boeken beschikbaar als hulpmiddel. Boeken voor mensen die Nederlands als tweede taal leren, maar ook boeken specifiek voor Syriërs die de Nederlandse taal willen leren. Op die boekjes is volgens Giesbers wel het een en ander op aan te merken. Zo staan er in sommige te weinig plaatjes, al is dat niet het enige probleem. “Sommige dingen zijn zo verwarrend. Voor mensen die al Nederlands kunnen zijn die dingen logisch, maar voor een Syriër niet”, vertelt ze.

Ze geeft twee voorbeelden. In een van de boekjes staat per letter van het alfabet een plaatje van een woord dat met die letter begint. Bij de ‘A’ staat bijvoorbeeld een plaatje van een aap. Bij de ‘L’ staat echter het woord ‘letter’. De bijbehorende afbeelding is die van een letter, maar dan wel de letter ‘D’, waardoor het lijkt of die letters hetzelfde zijn. Ook valt in een boekje te lezen wat een cirkel is, maar een paar pagina’s verder staat dat het een rondje heet. Voor Nederlanders logisch, maar voor een migrant niet.

Mede door de mankementen aan boekjes en de vrijwillige basis van de vrijwilligers is het niveau van de hulp bij het leren van Nederlands niet heel erg hoog. Het zijn dan ook geen echte lessen, waarbij een bepaald doel behaald moet worden. Maar een deel van de asielzoekers in een azc leert Nederlands, maar dat zijn wel de meest gemotiveerden. Door hun goede motivatie gaat hun vermogen om Nederlands te spreken en te schrijven wel met sprongen vooruit. En daarnaast vinden ze het erg leuk om een nieuwe taal te leren, wat ook alleen maar een positief effect heeft op hun spreek- en schrijfkwaliteiten. De groei is dan ook zeker te merken, beaamt Giesbers: “Je merkt dat je nu gemakkelijker een gesprekje met iemand kan voeren dan een paar weken eerder.”

Taallessen
Sinds vorig jaar mogen asielzoekers dus ook in een azc Nederlands leren. Het belangrijkst zijn de lessen die ze krijgen na het krijgen van een verblijfsstatus. Hiermee kunnen ze compleet inburgeren, wat er uiteindelijk voor zorgt dat ze definitief mogen blijven wonen in Nederland. Over deze lessen gaat het volgende filmpje.

Vluchtelingenwerk Nederland organiseert taallessen voor mensen met een verblijfsstatus. Verschillende niveaus worden aangeboden, zowel voor mensen die in eigen land nooit naar school zijn geweest als hoogopgeleiden. “We hebben momenteel 150 vluchtelingen die de lessen volgen. We begonnen met dertien, dus we zijn enorm gegroeid”, vertelt Maartje Goosen.

Verschil in niveau
Met verschillende methodes loodsen zij de vluchtelingen door het integratieproces. De beginnende groepen richting zich vooral op klanken en uitspraak, terwijl andere groepen zinnen leren om zichzelf te kunnen redden in het dagelijks leven. Deze zinnen gaan er puur over om te kunnen converseren met buren, collega’s of vrienden. Hoogopgeleiden doen daarentegen staatsexamen, wat gelijk staat aan MBO-niveau. Goosen: “Dit zijn vooral Syriërs die in eigen land een hoge opleiding gevolgd hebben.” In deze groep wordt Nederlands geleerd op een niveau waarmee de leerlingen klaargestoomd worden voor een HBO- of WO-studie.

Concreter: in de eerste methode, de alfabetiseringsklas, richtten de migranten zich tijdens ons bezoek op het verschil in uitspraak tussen een korte ‘a’ en een lange ‘aa’. In de tweede klas, de inburgering, wordt bijvoorbeeld de verleden tijd uitgelegd. Hoe wordt de verleden tijd van het woord ‘lopen’ gemaakt en waarom is het niet ‘loopte’ maar ‘liep’? Tijdens het staatsexamen, het hoogste niveau van de taallessen, worden de laatste kneepjes van het Nederlands spreken en schrijven bijgeleerd. De leerlingen die tijdens onze aanwezigheid erbij waren, spraken over de inhoud van kerstpakketten en de diensten van hoveniersbedrijven. Dat is vrij specifiek en voor de migranten ook erg uitdagend.

Niveau taallessen
Bij een bezoek aan deze lessen wordt al snel duidelijk dat dit een heel ander niveau is dan datgene dat in azc’s wordt aangeboden. Door middel van boeken waarbij de migranten gelijk hele zinnen aangeleerd krijgt, en in sommige gevallen zelfs vertellen wat een hoveniersbedrijf of heftruck doet, leert men gelijk goed mee te kunnen draaien in de Nederlandse samenleving. De vluchtelingen zijn daarbij stuk voor stuk gemotiveerd om de taal zo goed mogelijk te spreken en vragen daarom ook geregeld hoe je iets zegt.

Ook de snelheid waarmee ze iets geleerd krijgen, is verbazingwekkend. In rap tempo spreken zij genoeg Nederlands om de dagelijkse boodschappen te halen of om te communiceren met de buren. Vergeleken met het niveau van de hulp in azc’s is het niveau van de lessen veel hoger. Gezien het feit dat het doel van deze lessen complete inburgering in de Nederlandse samenleving is, kan dat gezien worden als een logisch gevolg. Feit blijft wel dat doordat mensen Nederlands beginnen te leren in een asielzoekerscentrum, zij ook meer ervaring in het Nederlands hebben tijdens hun taallessen. Hierdoor gaat de inburgering van de asielzoekers van nu alleen maar sneller.

Infographic AZC