‘De verplichte testen die vluchtelingen en andere asielzoekers moeten maken zijn te moeilijk.’ Dat stellen verschillende Syrische asielzoekers in Tilburg en Eindhoven na een rondvraag. Hierbij gaat het niet alleen om de inburgeringstest, maar ook verschillende onderdelen van de taaltoetsen, zo geven de ondervraagde asielzoekers aan.

De gratis krant Metro publiceerde op 4 februari afgelopen jaar een door Stichting Vluchtelingwerk gemaakte inburgeringstest. Wat bleek? 64% van de online bezoekers van de krant zakte voor de samengestelde test.

Is het traject dat vluchtelingen die naar Nederland moeten komen dan ook echt zo moeilijk? Woordvoerder van Stichting Vluchtelingenwerk Annemiek Bots gaf in een eerder interview met onze collega’s van Nieuwsredactie aan van wel: ‘Het gehele traject is veel te normatief. Er zouden juist meer neutrale vragen in de toets moeten komen, vragen die de cursisten ook echt iets leren. Zoals hoe ze aan werk kunnen komen, of een geldig rijbewijs kunnen halen.’

Vluchtelingen zelf aan het woord
De Syrische Danish herkent zich in de woorden van Bots, maar geeft aan niet alleen last te hebben gehad van dat onderdeel. Ook met het leren van de Nederlandse taal ondervond hij moeilijkheden: zo was hij niet altijd te spreken over de onderwijsinstellingen, het niveau van de leraren en de taaltoets zelf. Hij had, net als volgens hem bijna alle andere cursisten, veel moeite met de teksten voor het leesonderdeel. Die zouden hoger zijn dan het niveau dat de cursisten op dat moment zouden moeten beheersen, zo beweren verschillende cursisten.

Danish is twee jaar geleden naar Nederland gekomen en is inmiddels naar eigen zeggen ‘aardig ingeburgerd’. In zijn huis in Tilburg-Noord ontvangt hij ons hartelijk met koffie en allerlei lekkernijen. Wanneer het gespreksonderwerp langzaam maar zeker naar de taaltoetsen gaat, is Danish duidelijk in wat hem het meest dwarszit: ‘Ik ben blij met de kansen die ik hier krijg, met de mogelijkheid om Nederlands te leren. Maar ik word soms niet goed van de lange wachttijden die een toets met zich meebrengt. Na vijf weken krijg ik pas een uitslag, in de tussentijd weet ik niet waar ik aan toe ben. Dat is absoluut niet fijn.’

Ook Anas, sinds anderhalf jaar woonachtig in Eindhoven, is niet helemaal te spreken over de taaltoetsen: ‘Het is moeilijk. Tijdens het luisteronderdeel heb je soms te maken met allerlei verschillende dialecten, dat is best lastig. Het leesonderdeel bevat vaak 42 vragen en wel 8 verschillende teksten. Daar zitten goed geordende teksten bij, maar ook teksten zonder alinea’s en vragen die niet op volgorde van de tekst zijn gemaakt. Ook heb ik vaak het idee dat het niveau van de teksten boven ons niveau ligt.’

Daarnaast is de 20-jarige Syriër niet altijd te spreken over het niveau van de docenten: ‘Toen ik nog lessen volgde in Syrië en ik had een vraag over de taal, dan had een docent altijd het antwoord. Hier tijdens de taalcursussen is het weleens voorgekomen dat ik een grammaticale vraag had en dat de docent het antwoord ook niet wist. Dan ging die docent dat navragen aan collega’s en in een enkel geval was er dan nog geen duidelijkheid. Dat maakt mij ook weer twijfelend.’

Docenten begrijpen de problemen
De problemen die de vluchtelingen aangaven leggen we voor aan verschillende docenten. De klachten over het leesexamen zijn niet onbekend, enkele docenten geven zelfs aan dat er al jarenlang geroepen wordt om een versoepeling van het examen. Zo vinden enkele docenten de teksten ook boven niveau en geven bijna alle ondervraagde docenten aan dat het toevoegen van wat meer tijd voor het examen zijn nut kan hebben.

Het leesexamen is volgens alle docenten inderdaad het grootste struikelblok: ‘De meeste cursisten slagen vrijwel voor alle onderdelen in één keer, maar lezen is en blijft een probleem. Bovendien krijgen we niet de mogelijkheid tot inzage in de toets, daardoor kunnen zowel de docent als de cursist niet achterhalen wat er fout gaat. Dat is scheef. Hierover is ook terecht discussie geweest binnen de Tweede Kamer. Hier lijkt binnenkort verandering in te komen.’

Daarnaast beweren docenten ook dat de prestatie die een cursist op het uiteindelijke examen levert, sterk verband kan houden met de onderwerpen die in de toets naar voren komen: ‘Het is een veronderstelling natuurlijk, maar hoe kan je anders een 5 scoren voor het eerste examen en een maand later voor het herexamen een 9.’

De klacht over de kwaliteit van de docenten kan op minder bijval rekenen, wel zijn er docenten die snappen waar die klacht vandaan zou kunnen komen: ‘Zover ik weet, is iedere docent NT2 in Nederland bevoegd. Dat wil dus zeggen dat die docent specifiek deze richting heeft gestudeerd. Maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat dat die persoon ook een goede docent is. Daar komt veel meer bij kijken: ‘Je moet een klik hebben met de cursisten, ze veel zelfvertrouwen kunnen geven en ze op een juiste manier weten te motiveren, dat is minstens zo belangrijk.’ Ook het omgaan met de mogelijk traumatische ervaringen die vluchtelingen hebben gehad, is iets waar docenten nog meer sturing in zouden moeten krijgen, zo stelt een andere docent.

De slager die zijn eigen vlees keurt
Alle kritiek was niet aan dovemans oren gericht, zo zegt een docent: ‘Het Bureau ICE heeft de kritiek op het leesexamen onderzocht, maar is tot de conclusie gekomen dat het leesonderdeel gewoon op het juiste niveau wordt afgenomen. Fijn, zo’n onderzoek. Maar diezelfde instantie is ook verantwoordelijk voor de toetsen zelf, de slager die zijn eigen vlees keurt dus. Dat is niet geheel eerlijk natuurlijk.’

Bureau ICE is uiteraard ook om een reactie gevraagd, zij gaven aan hierover geen uitspraken te kunnen doen.

Stroopwafels

Danish en Anas slapen er allebei niet minder om, zo geven ze aan. ‘Zelfs al zouden ze het aanpassen is dat voor mij vermoedelijk al te laat, tegen de tijd dat iets wat besproken ook daadwerkelijk wordt vastgelegd zijn we tijden verder, zo heb ik me laten vertellen. Misschien hebben mensen die in de toekomst hier asiel aanvragen er wel iets aan’, zo zegt Anas.

Danish geeft aan niet teveel meer te willen kijken naar wat wordt gezegd en geschreven, hij is bijna klaar met het inburgeringsproces, en dat het effect heeft gehad, blijkt volgens hem wel uit zijn liefde voor stroopwafels: ‘Lekker zoet.’