Een half jaar geleden werd de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ ingevoerd. Hoewel een groot deel van de politici van mening is dat dit in de volksmond genoemde ‘boerkaverbod’ de integratie van moslims in Nederland ten goede komt, uitte de Raad van State meermaals kritiek op het wetsvoorstel. Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens trok de betreffende argumentatie in twijfel.

In welke mate heeft het ‘boerkaverbod’ negatieve invloed op het integratieproces van moslims in Nederland? Hoe veranderden de ervaringen van nikabdraagsters zelf sinds het verbod van kracht ging? Heeft het invloed op hun sociale leven, hun participatie in de maatschappij?

In de wet staat beschreven dat het verboden is om in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende grond van scholen, overheidsgebouwen en zorginstellingen zoals ziekenhuizen, kleding te dragen die het gezicht geheel of voor een groot deel bedekt. Dit betekent dat mensen in onder andere nikab of boerka niet meer toegestaan zijn op deze plekken. Onder gezichtsbedekkende kleding valt verder de bivakmuts en de integraalhelm. De aanleiding van deze wet is dat het belangrijk is dat mensen elkaar kunnen herkennen en aankijken op plaatsen waar communicatie onmisbaar is, zodat ook non-verbale communicatie mogelijk is. Een boerka, nikab of andere gezichtsbedekking zou dit in de weg staan.

Medewerkers van de betreffende plek mogen de persoon in kwestie vragen om de gezichtsbedekking te verwijderen. Weigert de persoon dit, dan moet hij of zij het gebouw verlaten. Verlaat de persoon het gebouw niet, dan wordt de politie ingeschakeld. De politie zal wederom vragen het gezicht te tonen. Weigert de persoon dit opnieuw, dan mag de politie een boete uitschrijven. Het betreft een boete van de eerste categorie met een maximumbedrag van €415. Op andere plekken en op straat mag men nog steeds gezichtsbedekkende kleding dragen. De politie kan dan wel vragen de gezichtsbedekkende kleding af te doen als dat nodig is voor identificatie.

Vrijheid van godsdienst

Voor de wet daadwerkelijk werd ingevoerd, is in de politiek ruim vijftien jaar discussie gevoerd. De Raad van State adviseerde tot vijf keer toe om de wet niet in te voeren: de noodzaak werd niet aangetoond. Het adviesorgaan is van mening dat betreffende bedrijven en instellingen eigen huisregels op kunnen stellen en op die wijze naar eigen inzicht de toegang van personen met gezichtsbedekkende kleding al dan niet kunnen weigeren. Daarnaast is het volgens de raad in strijd met artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens: de vrijheid van godsdienst.

Kabinet Rutte ll diende in 2015 een gematigde versie van het wetsvoorstel in: het verbod zou niet overal gelden, maar alleen in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende grond van scholen, overheidsgebouwen en zorginstellingen. In 2016 ging de Tweede Kamer akkoord, de Eerste Kamer volgde in 2018 en vanaf 1 augustus 2019 is de wet in werking getreden.

Onder gezichtsbedekkende kleding vallen dus onder meer de nikab en de boerka. Binnen islam bestaat veel discussie over of de Koran het dragen van gezichtsbedekkende kleding verplicht. Volgens sommigen verplicht de Koran slechts het bedekken van het haar en de vrouwelijke vormen, anderen stellen door het dragen van een nikab dichter bij hun schepper te staan en het geloof op een andere manier te ervaren.

Vormen van besluiering

Er zijn verschillende vormen van islamitische gezichtssluiers. In Nederland is de meest gedragen variant de hijab, welke alleen het haar en een groot deel van de nek en hals bedekt. De chador bedekt het hele lichaam, behalve het gezicht. De nikab laat alleen de ogen onbedekt en bij de boerka zijn de ogen ook niet zichtbaar, doordat er een gaasje voor zit.

Frederique & Puck | Onderzoeksredactie

Uhmm AbdelMalik (26) is streng-christelijk opgevoed, als jehova’s getuige. Op haar zeventiende verhuisde ze van de Kaapverdische eilanden naar Nederland, waar ze een islamitische vriendin leerde kennen. Samen spraken ze veel over het geloof en na verloop van tijd ontdekte Uhmm dat ze veel van de antwoorden op haar christelijke vragen vond binnen islam. Uiteindelijk sprak ze haar Sjahada uit, de islamitische geloofsgetuigenis, en vanaf haar negentiende draagt ze haar nikab. In onderstaand audiofragment vertelt ze uit welke delen haar kleding bestaat wanneer ze de deur uit gaat.

Angst voor de toekomst

Uhmm vreest dat er uiteindelijk een compleet hoofddoekverbod komt. ‘Ik zeg niet vandaag of morgen, maar over het nikabverbod is ook vijftien jaar gediscussieerd. Wilders is het wel van plan. Dat zou voor mij de druppel zijn. Dan verhuis ik naar het buitenland, een islamitisch land, waar ik niet gediscrimineerd word om de kleding die ik draag.’

Dat is volgens Pooyan Tamimi Arab, universitair docent religiewetenschappen aan de Universiteit van Utrecht, erg overdreven. ‘Mensen hebben gauw de neiging om te overdrijven. Ik lig er niet wakker van: dit is echt niet het einde van de moslimrechten in Nederland. Ik ben natuurlijk geen vrouw in besluiering, ik kan me voorstellen dat het voor hen anders is. Maar er zijn grotere problemen.’

Symbool voor vrouwenonderdrukking

In Nederland dragen ongeveer tweehonderd vrouwen een nikab of boerka, als je uitgaat van de schatting, aldus Niels Spierings, universitair hoofddocent sociologie aan de Radboud Universiteit. Dat de nikab en boerka tekenen zijn van radicale islam en daarmee vrouwenonderdrukking is een veelgehoord argument voor het verbod. Spierings ontkracht dit: ‘Er zijn bepaalde radicaal islamitische stromingen die inderdaad voorschrijven dat vrouwen een chador, nikab of boerka moeten dragen. Dat betekent niet dat iedere vrouw die dit draagt, een aanhanger is van deze radicale vormen van islam. Er kunnen andere redenen zijn om ze te dragen.’

‘Je kunt nog wel een discussie voeren over de boerka en vrouwenemancipatie in het algemeen, want de boerka is in principe een uiting van regels die vrouwen beperken in hun kledingkeuze. Voor een deel gaat dat terug naar de verschillende interpretaties van de Koran. De meeste mensen die tegen het verbod strijden, zijn waarschijnlijk voor vrouwenemancipatie. Je kunt heel makkelijk tegen het boerkaverbod zijn, en tegen conservatief-radicale islam. Dat sluit elkaar gewoon niet uit. Punt.’

Spierings heeft moeite met beweringen over dat de islam niet binnen de westerse wereld zou passen. ‘Sowieso bestaat ‘de’ islam niet: er is niet één islam. Dat is totale nonsens. Voor iedereen betekent islam wat anders. Ik kan een stapel geschriften neerleggen die laten zien dat er allerlei moslimstromingen zijn die beargumenteren dat islam juist de grond is voor vrouwenemancipatie. Hoe islam juist tolerantie predikt en voor democratie pleit. Je moet niet zo maar alles wat islam is beoordelen, of bang voor zijn. Er zitten heel veel kanten aan islam.’

Onveilig gevoel

Dat er sprake is van islamofobie in Nederland, ontkent Spierings niet. ‘Veel mensen hebben toch ergens een angst voor islam. Met betrekking tot besluiering, blijkt dat ook uit een Deense studie. Het bleek dat respondenten op verschillende gradaties van besluiering steeds negatiever reageerden, van helemaal geen bedekking, tot hoofddoek, tot boerka. Vervolgens werden er fictieve achtergrondverhalen aan de respondenten verteld. Deze gaven bij een “positief” achtergrondverhaal, bijvoorbeeld dat de vrouw de besluiering uit eigen keuze of als statement draagt, eerder aan toch prettig contact met de vrouw te kunnen hebben. Wanneer er geen achtergrondverhaal werd gegeven, bleef het negatieve gevoel. Mensen voelen zich dus onveilig als ze boerka’s zien. Dit laat zien dat besluiering ook vooral veel doet met de andere mensen.’

Belemmering emancipatie

Toch is het boerkaverbod volgens Spierings niet de ideale manier om de integratie van moslims te bevorderen. ‘We zien in onderzoek dat vrouwen met een Arabisch uiterlijk moeilijker aan een baan komen. Vrouwen die daarnaast ook nog een hoofddoek dragen komen nog moeilijker aan een baan. In dat opzicht belemmert besluiering integratie op sociaal-economisch gebied. Met betrekking tot het verbod weten we dat het voor de vrouwen vaak geen optie is om de besluiering dan maar af te doen. Zij dragen de boerka of nikab niet zo maar. De vrouwen raken opgesloten in hun eigen kring. We weten dat zelforganisatie een stap is naar emancipatie: samenkomen, ervaringen uitwisselen, iets organiseren waarmee je jezelf ontwikkelt. Nu deze vrouwen niet meer in verschillende openbare ruimten mogen komen, niet met het openbaar vervoer mogen reizen, en zich daardoor moeilijker kunnen organiseren, belemmert het de integratie waarschijnlijk meer dan het helpt.’

“Bezorgde burgers”

De media-aandacht, en dan specifiek het artikel over het burgerarrest dat het AD plaatste, versterkt het effect, volgens Spierings. ‘Mensen lijken door de wet te denken dat ze nu gelegitimeerd zijn om de vrouwen zo maar aan te spreken. Burgerarresten komen verder praktisch gezien nooit voor: je zou ook een winkeldief of zelfs iemand die door rood rijdt mogen arresteren. Dat doet niemand. Doordat het AD dit publiceert, hebben mensen dit wel gedaan. Dit heeft hele nare consequenties voor vrouwen die worden aangehouden door “bezorgde burgers”. Een burgerarrest mag, maar men is wel héél selectief in het toepassen daarvan.’

Ook Uhmm maakte dit mee. Ze werd uiteindelijk niet ‘gearresteerd’ door de mannen, maar voelde zich erg onveilig. Wat er precies gebeurde vertelt ze in onderstaand audiofragment.

Uhmm is hierin niet de enige. Op de website van het Meldpunt Islamofobie zijn talloze meldingen te lezen van lastiggevallen vrouwen, zoals: “Ik liep met mijn zoontje van twee naar mijn werk. Er kwam een man in tegengestelde richting aangelopen. Ik kreeg een naar gevoel en hield mijn zoontje wat dichter bij me. Toen de man me wilde passeren, gaf hij me een duw tegen mijn schouder. Ik zag dit totaal niet aankomen en uit schrik zei ik tegen hem: ‘Wat is jouw probleem?’ Toen greep hij me aan de zijkant van mijn khimar (islamitisch kledingstuk, red.) en zei: ‘Jij bent mijn probleem!’” In onderstaand kaartje kun je de verschillende meldingen nader bekijken.

Bron: Meldpunt Islamofobie

Emarah, een boerkadraagster uit Den Haag, maakte een soortgelijk incident mee. Zij kocht een tramkaartje en stapte in de tram. Een conducteur groette haar bij binnenkomst. Even later wilde hij toch een burgerarrest uitvoeren. Hij werd tegengehouden door een collega: ‘Je gaat toch geen burgerarrest uitvoeren met al deze omstanders erbij?’

Extreme incidenten

Emarah beheert de Facebookpagina Tegen Boerkaverbod. Daar krijgt ze veel meldingen binnen van vrouwen die op straat lastiggevallen worden: ‘Incidenten waren er altijd al, maar sinds de ingang van het verbod zijn ze extremer geworden. Vrouwen worden op straat uitgescholden of geslagen, in de supermarkt krijgen ze winkelkarretjes tegen zich aangeduwd of mandjes naar hun hoofd gegooid. Conducteurs willen burgerarresten uitvoeren en vrouwen worden geweigerd op plekken waar het verbod helemaal niet geldt.’ Ook zij denkt dat de media, en in het bijzonder het artikel van het AD, daar veel invloed op hebben: ‘Ik denk dat de media ervoor hebben gezorgd dat er een enorme angst is ontstaan voor de boerka en nikab. Het lijkt wel alsof ze een burgeroorlog hebben ontketend. Mensen denken plotseling dat ze het recht hebben om bepaalde dingen te roepen of vrouwen aan te raken.’

Met haar protestgroep wil ze een tegengeluid geven vanuit de moslimgemeenschap. Ze organiseert demonstraties, ze flyert en geeft interviews. Ook wordt er een cursus zelfverdediging georganiseerd, speciaal voor vrouwen in nikab. Hiervoor maakt ze reclame op de Facebookpagina. ‘De meldingen die geplaatst zijn of bij ons bekend zijn, zijn waarschijnlijk maar het topje van de ijsberg. We merken dat vrouwen die zonder partner de straat op gaan, vaak fysiek de dupe zijn van dit verbod. Voor dit soort vrouwen is een cursus zelfverdediging noodzakelijk.’

Steun van de politie

De politie bellen, doen de meeste nikabdraagsters niet. Uhmm: ‘Ik zou zelf de politie niet bellen als iemand mij lastigvalt op straat. Een vriendin van mij heeft dit ooit gedaan, maar kreeg direct het gevoel dat zij als aanstichter werd gezien. Zij moest zich identificeren en kreeg geen compassie of medeleven. Ze voelde zich op dat moment niet als het slachtoffer behandeld.’ Ook Emarah geeft aan nooit de politie te zullen bellen. Bij navraag stelt de politie: ‘Als mensen fysiek lastiggevallen of gediscrimineerd worden, kunnen ze altijd aangifte doen. De politie maakt hierin geen onderscheid.’

Mouna Al-Hollandiyah, een nikabdraagster uit Den Haag en organisator van de demonstratie op de Koekamp in augustus vorig jaar, geeft aan beter contact met de politie te hebben: ‘Ik heb het zelf gelukkig nog niet meegemaakt dat ik de politie moest bellen omdat ik lastiggevallen werd. Wel heb ik veel contact met hen voor bijvoorbeeld het organiseren van het protest. Dat is een goed contact, ze helpen je.’ Zelf draagt Mouna haar nikab niet ‘fulltime’, omdat dit niet is toegestaan op haar opleiding. ‘Ik probeer me meer te focussen op dat ik hem wel draag buiten school, dan dat ik hem niet draag op school.’ Het is frustrerend, geeft ze aan. ‘Het brengt een kloof tussen de moslimgemeenschap en de rest van Nederland. Er wordt gezegd: jij mag wel de school in, en jij niet. Alleen om een stukje stof.’

Sociaal isolement

Uhmm laat zich niet tegenhouden en gaat gewoon naar buiten wanneer ze wil, maar merkt in haar omgeving dat haar ‘zusters’, zoals islamitische vrouwen elkaar noemen, daar wel moeite mee hebben. ‘Een van de redenen voor het verbod is dat het de samenleving bij elkaar brengt, maar het drijft ons juist uit elkaar. Een groep vrouwen wordt geïsoleerd. Sommigen gaan hun huis niet meer uit zonder mahram, iemand die ze begeleidt, en alleen wanneer het echt nodig is. Ze raken geïsoleerd, wat er toe kan leiden dat iemand depressief wordt, en eenzaam raakt.’ Emarah beaamt dit: ‘Voor veel vrouwen ligt er door dit soort incidenten een steeds grotere drempel om naar buiten te gaan. Sommigen gaan alleen nog naar buiten als het niet anders kan. Zelf merk ik dat ik al gestrest raak als ik eraan denk dat ik naar buiten moet gaan. ’

In haar dagelijks leven wordt Uhmm niet per se belemmerd door haar nikab. ‘Bij de ingang van het verbod heb ik mijn school een bericht gestuurd met de vraag of ze gingen handhaven. Dit bleek niet het geval. Ik kan dus nog gewoon studeren. Mijn zoontje gaat naar een islamitische basisschool, hier ben ik natuurlijk ook welkom. In het ziekenhuis kom ik al jaren, daar is het geen probleem en worden ik en mijn zoontje altijd goed geholpen.’ Afgelopen week is ze voor de eerste sinds de ingang van het verbod met het openbaar vervoer gegaan: ‘Ik moest vier haltes met de tram, omdat mijn auto kapot was. Ik vond het zó spannend, mijn hart klopte in mijn keel. De conducteur controleerde mijn kaartje en maakte een praatje, ik werd niet weggestuurd. Ook op de terugweg was ik zenuwachtig, maar verliep alles goed.’

Openbaar vervoer

Veel nikab- of boerkadragende vrouwen zijn afhankelijk van het openbaar vervoer en blijven dit ook gebruiken. Bij veel bus- en treinmaatschappijen wordt het verbod ‘niet actief gehandhaafd’. Toch zijn er vrouwen die er bewust geen gebruik van maken, voornamelijk om incidenten met omstanders te voorkomen. Er geldt voor alle openbaar vervoersbedrijven in Nederland eenzelfde gedragslijn voor medewerkers inzake reizigers met gezichtsbedekkende kleding. Hierin wordt duidelijk beschreven welke besluiering onder het verbod valt en welke locaties uitgesloten zijn, zoals haltes, stationswinkels en perrons.

Daarnaast staat er een handleiding in met de stappen die medewerkers moeten ondernemen bij het aantreffen van een persoon in gezichtsbedekkende kleding in een voertuig. Het uitgangspunt is het voorkomen van escalatie. Het vervoersbewijs dient op een normale wijze gecontroleerd te worden, bij een persoonsgebonden vervoersbewijs mag de identiteit gecontroleerd worden. Weigert de reiziger dit, dan is het vervoersbewijs niet geldig en mag de medewerker een boete uitdelen of de politie inschakelen. Dit wijkt, zo staat in het document, niet af van de normale handelswijze bij het controleren van vervoersbewijzen.

Verder mag een medewerker bij het aantreffen van een vrouw in gezichtsbedekkende kleding, vragen dit af te doen of het voertuig te verlaten. Het document benadrukt dat de medewerker altijd uit moet gaan van het voorkomen van een conflict of vertraging van vertrektijden. Bovendien is de medewerker niet bevoegd om verder te handhaven, hiervoor moet de politie ingeschakeld worden. Attendeert een andere reiziger de medewerker op de aanwezigheid van een vrouw in gezichtsbedekkende kleding, dan is de instructie uitleg te geven en zo min mogelijk aandacht te schenken. ‘In de eerste maand na de invoering van het verbod zijn er drie incidenten geweest in het openbaar vervoer waarbij de politie aanwezig is geweest. Zij hebben de betreffende reizigers vervolgens gevraagd heeft het voertuig te verlaten, wat ook gebeurde. Er zijn geen boetes uitgedeeld,’ aldus Pedro Peters, voorzitter van brancheorganisatie OV-NL, ‘Sinds die eerste maand zijn er geen incidenten meer gemeld.’

Gemeentehuizen

Mouna: ‘Het verbod geldt in de vier belangrijkste sectoren die er zijn. Het aanvragen van een paspoort of hulpvragen stellen bij de gemeente wordt vrouwen moeilijk gemaakt.’ Uit navraag bij verschillende grote gemeenten blijkt dat deze handhaven in het stadhuis, gezichtsbedekkende kleding is er nadrukkelijk niet toegestaan. Enkel de gemeente Nijmegen en Tilburg geven aan nikab- of boerkadragende vrouwen mee te nemen naar een aparte ruimte waar ze hun besluiering af kunnen doen. ‘Wij streven ernaar om iedereen zo goed mogelijk te helpen, dit geldt ook voor vrouwen met een gezichtsbedekkende sluier,’ aldus de woordvoerder van gemeente Tilburg. Alle gemeenten geven aan dat er sinds de invoering van het verbod geen incidenten zijn voorgevallen waarbij tot handhaving over is gegaan.

Tulpenmotiefje

Salima el Musalima is zelfbenoemd avant garde imam en uit feministisch oogpunt voor het boerkaverbod. ‘Vrouwen die in boerka lopen hebben momenteel meer rechten dan vrouwen die topless willen lopen. Het is dus niet per se een kwestie van vrijheid. Als jij als vrouw vrij wil zijn om topless te lopen, krijg je een boete. Er is geen gelijkheid, het is discriminatie.’ Als feminist vindt ze het goed dat vrouwen strijden voor hun vrijheid om de gezichtsbedekking te dragen, maar vindt ook dat deze vrouwen de dialoog aan moeten gaan. ‘Ik heb beide protestgroepen aangeschreven, maar een reactie bleef uit. Dat vind ik jammer. Ik zou graag met ze in gesprek gaan. Ik vraag mij bijvoorbeeld af waarom een boerka of nikab altijd zwart is, zo’n beangstigende kleur. Een vrolijk kleurtje of een gezellig tulpenmotiefje ziet er toch veel minder eng uit?’

Uhmm schiet hierom in de lach: ‘Of een tekst erop! “Geen bom” bijvoorbeeld! Nee, volgens islam mag je niet opvallen en geen aandacht trekken. Hoewel, dat doen we in zulke kleding eigenlijk toch wel. Misschien is een mooi kleurtje wel een leuk idee.’ Mouna geeft aan dat gezichtsbedekking gedragen wordt uit religieus oogpunt en niet als versiering. Zij ziet een vrolijk motiefje op haar nikab niet als optie. ‘Er zijn wel verschillende kleuren: donkerblauw, groen, bruin of beige. Aardse kleuren, die dicht bij de natuur staan.’

‘De media willen nikabdraagsters wel zien, maar niet horen’

Wetsevaluatie

Mouna hoopt dat de wet uiteindelijk weer wordt teruggetrokken. ‘Men lijkt het alweer vergeten te zijn, omdat de media-aandacht is afgenomen. Voor ons als nikabdraagsters blijft het een dagelijks probleem.’ De vorige demonstratie verliep goed, vertelt ze. Er waren veel sprekers aanwezig, welke vanaf het podium praatten over wat gezichtsbedekking voor de vrouwen betekent en wat gevolgen van het verbod zijn. ‘Aan alle aanwezigen hadden we gevraagd om de communicatie met de media over te laten aan de sprekers, zodat zij goed ingelicht werden. Vervolgens stellen media dat wij niet met ze willen praten. Dat is zonde. Met het uitzicht op de wetsevaluatie organiseren we een nieuwe demonstratie in februari. Ik hoop dat de media nu wel willen luisteren. We merken vaak dat ze nikabdraagsters wel willen zien, maar niet willen horen.’

Luisteren naar vrouwen in nikab of boerka is volgens Emarah, Mouna en Uhmm een groot deel van de oplossing. Uhmm: ‘Er is veel onwetendheid onder Nederlanders. Vooroordelen belemmeren je deelname aan de maatschappij. Ik word op Facebook bijvoorbeeld wel eens uitgemaakt voor “uitkeringstrekker”, maar ik doe gewoon een hbo-opleiding, heb een baan met goed salaris en ik betaal netjes mijn rekeningen.’ Emarah is dat met haar eens: ‘Veel nikab- en boerkadraagsters zijn Nederlandse bekeerlingen. Zij hebben een baan, spreken de Nederlandse taal. Van integratie is eigenlijk geen sprake.’ Mouna: ‘Nikabdraagsters in mijn omgeving willen juist deel uitmaken van de samenleving, helpen in ouderraden op school en maatschappelijk betrokken zijn.’

Dialoog

Uhmm: ‘Helaas zijn mensen bang om een nikabdraagster aan te spreken. Ze voelen afstand, denken dat we niet willen praten of dat we een bom onder onze kleding hebben. Ik denk dan: als je een aanslag wilt plegen, trek je toch niet het meest opvallende kledingstuk ooit aan? Spreek eens een zuster aan, en je zal merken dat het een heel lieve, behulpzame vrouw is.’

Wat vindt Nederland?

Ook onder de mensen op straat zijn de meningen erg verdeeld. Tilburgers en Rotterdammers vertellen hun mening over het boerkaverbod en het al dan niet uitvoeren van een burgerarrest.