Onderzoek

Grens aan biovoedsel is nog lang niet bereikt

Oct 02, 2018 RoryJonkergouw

De biologisch voedselmarkt wordt groter en groter. Alleen al dit jaar steeg de totale omzet in Nederland met vijf procent naar 1,5 miljard euro. Critici zijn er ook, stelt bijvoorbeeld het Dossier Biologische Voeding van FoodHolland. Volgens hen bestaat de kans dat biovoedsel onderhevig wordt aan een prijzenslag, waardoor er druk komt te staan op de marges. Ook zouden boerenbedrijven meer moeten groeien dan mogelijk is, denken ze. Hoe ver kunnen productie, verkoop en consumptie nog naar elkaar toegroeien?

Waar biologische producten vroeger vooral verkrijgbaar waren bij speciaalzaken, nemen steeds meer supermarkten ze nu ook op in hun assortiment. In 2011 deed Jumbo de eerste grote uitbreiding in het biologische assortiment. Sinds 2015 heeft de winkelketen een biologische huismerklijn en in de jaren die volgden ontwikkelde de firma uit Veghel een biologische zuivellijn. Ondertussen zet Albert Heijn sinds vorig jaar in op biologische kip en ‘meer regionale smaak in het vleesschap’. Zelfs discounter Lidl doet mee; zij bieden veel producten met speciale keurmerken aan.

Die keurmerken zijn er in groten getale. Bekende varianten zijn het ‘groene blaadje’, Demeter en EKO.

Verdubbeling
Volgens Bionext, de ketenorganisatie van biologische landbouw en voeding, gaat de ingezette stijging nog wel even door. In 2025, zo staat in hun laatste trendrapport, is het marktaandeel mondiaal verdubbeld. Voor Nederland houdt dat in dat we dan de zeven procent aantikken. De biologische sector in de EU pleit er zelfs voor om van biologische landbouw in 2030 één van de leidende agrarische systemen te maken

Bavo van den Idsert, directeur van Bionext, onderschrijft die gedachte. Hij denkt dat boeren nog wel even kunnen blijven opschalen. “Een deel van de toenemende productie komt door bestaande bioboeren die uitbreiden. Daarnaast zijn er ‘gangbare’ agrariërs die omschakelen naar biologisch. Vraag en aanbod lopen redelijk gelijk op, met af en toe een uitschieter de ene of de andere kant op.”

Ook Wijnand Sukkel, agro-ecologisch onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, denkt dat het einde nog niet in zicht is. “Op het moment zijn bioboeren de motor op het gebied van duurzame landbouw. Bodemkwaliteit is voor hen prioriteit nummer één. Omdat ze volgens de regels geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest mogen gebruiken, zijn ze aangewezen op alternatieven. Ze maken bijvoorbeeld meer gebruik van kringlopen en mechanische onkruidbestrijding. Daarmee inspireren ze ook de gangbare boeren.”

Stagnatie
Op consumentenniveau is de huidige groei vooral te merken aan het feit dat supermarkten steeds meer de rol van de gespecialiseerde biologische winkel innemen. Waar het vroeger vooral die laatste partij was die de meeste bioproducten verkocht, wordt die nu langzaam maar zeker ingehaald. Dat is goed te zien in de cijfers van het afgelopen jaar. Bonext constateerde dat hun groei voor het eerst is gestagneerd. Ook is er een verschuiving op te merken in het soort product dat veel wordt verkocht. Versproducten lopen traditioneel gezien voor, maar de droge kruidenierswaren (DKW) zijn bezig aan een inhaalslag. Denk hierbij aan kruiden, soep, conserven en koffie. Toch zullen versproducten altijd het best blijven verkopen. Van den Idsert: “De meerwaarde van biologisch is hierbij veel tastbaarder en begrijpelijker.”

Internationaal gezien heeft Nederland nog wel wat winst te behalen. In landen als Duitsland, Denemarken en Zwitserland ligt het aandeel van biologisch een stukje hoger dan bij ons. Volgens Van den Idsert heeft dat een aantal oorzaken. “Hoe ver biologisch kan doorgroeien is een optelsom van factoren, namelijk overheidsbeleid, inzet van maatschappelijke organisaties, beleid van de verkopers en promotie bij en gedrag van de consument. Op deze vier onderdelen zijn er andere landen waar de situatie veel gunstiger is dan in Nederland”. Ter illustratie noemt hij Frankrijk. “Dat land is in vijf jaar tijd van een middenmoter doorgegroeid naar de tweede markt van de EU met ruim 8 miljard, dankzij overheidsbeleid en de winkelsector”.

Overheid
Een concreter voorbeeld is volgens Van den Idsert te vinden in Denemarken. “Daar is sprake van een ketenbeleid van boer tot winkel en horeca, waarin de overheid de ontwikkeling erg steunt. Bijvoorbeeld met een horeca-certificeringen en met gratis certificaten en controle voor alle boeren en bedrijven. Ook bieden ze omschakelprogramma’s voor boeren en overeenkomsten met winkels voor promotie van bioproducten. Als dat hier ook zo was, zouden we ook veel harder groeien.”

 

Niet bewust
Volgens Sukkel heeft de situatie in Nederland ook te maken met ons koopgedrag. “We zijn erg op de centen, dus de bereidheid om meer te betalen voor biologisch voedsel is niet zo groot. Ook zijn we ons nog niet bewust van de betekenis van (biologische) landbouw voor ons eten. De politiek in Oostenrijk en Zwitserland doet dat beter, zij spelen daar een grotere rol in. Ze steunen boeren door landbouwprestaties extra te vergoeden. Daarbij komt ook dat de natuur daar iets geschikter is voor biologische landbouw.

Is de groei oneindig en hebben de critici het bij het verkeerde eind? Nee, denkt Van den Idsert. “Opschaling van capaciteit bij boeren leidt altijd tot een neerwaartse prijsontwikkeling vanwege toenemende efficiëntie. Dat pleit voor groei. Bij biologische landbouw heeft dat een grens, vanwege de strenge verplichtingen en extra zaken die bioboeren volgens de wet in acht moeten nemen. Denk aan extra ruimte voor de dieren, weidegang en een verbod op het gebruik van chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen.”

Alternatieven
Sukkel erkent dat probleem, maar denkt dat er meer oplossingen zijn dan opschaling alleen. “Je zou ook kunnen zorgen voor meer biodiversiteit op een stuk land. Een manier die veel boeren gebruiken, is de gewassen als het ware kriskras door elkaar zetten. Het nadeel daarvan is dat je ze dan niet meer kan oogsten met de traditionele machines. Er wordt daarom gewerkt aan oogstrobots en landherkenning, maar die zijn pas over tientallen jaren ver genoeg ontwikkeld.”

Tot die tijd bestaat er een efficiëntere manier. Een groeiend aantal boeren legt verschillende gewassen in lange, smalle stroken naast elkaar. Dat heeft twee voordelen, legt Sukkel uit: “Aan de ene kant is het een goede manier om ziekten tegen te gaan. Als je een heel veld zou oogsten, zijn ook meteen de organismen die de natuurlijke vijand van de ziektekiemen vormen weg, omdat ze niets hebben om in te overleven. Als je per strook oogst, vinden ze hun weg vanzelf naar een gewas in de buurt. Zo kunnen ze overleven. Bovendien zijn de stroken beter te oogsten met traditionele machines.”

Ondanks dat denkt Sukkel toch ook dat biologisch op den duur op grenzen gaat stuiten. Wel denkt hij dat we over het algemeen beter voor het milieu gaan zorgen. “Biologisch is natuurlijk een onderdeel van een groter, duurzaam proces. Dus of het nu biologisch, ecologisch of toch iets anders wordt, beter wordt het sowieso.”