Geregelde cannabisketen moet criminaliteit tegen gaan

Door Mick van Gerwen en Bernd Engelen

 

Tilburg – Op 14 december 2015 werd door de Tilburgse gemeenteraad een motie aangenomen om experimenteerruimte te creëren voor een ‘geregelde cannabisketen’. Het huidige gedoogbeleid bemoeilijkt het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit, en zou criminaliteit zelfs in de hand werken. De motie werd ingediend door een zevental partijen: D66, SP, GL, PvdA, LST, VVD en de VT.

Het ‘regelscenario’ is de aanbeveling van het rapport ‘Het failliet van het gedogen: op weg naar de Cannabiswet’, dat op 30 november 2015 werd uitgegeven door werkgroep Modernisering Cannabisbeleid, in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In dit rapport onderzoekt de werkgroep drie mogelijke scenario’s voor een nieuw softdrugsbeleid; verbieden, vrijgeven of regelen. Het regelscenario is volgens het onderzoek de beste optie.

Van falend gedoogbeleid naar criminaliteit 

Het zogenaamde ‘gedoogbeleid’ is nu nog van kracht. Het is echter steeds vaker punt van discussie. Na het invoeren van het gedogen in 1994 bleef de teelt van marihuana strafbaar, wat de criminaliteit kansen opleverde. Omdat de verkoop en het gebruik van softdrugs gedoogd werden, kregen criminelen een afzetmarkt voor illegaal geteelde wiet. Coffeeshops moesten hun voor verkoop bedoelde wiet namelijk, ‘via de achterdeur’, door criminelen laten aanleveren.

Georganiseerde criminaliteit in de regio Tilburg

De productie van wiet in Tilburg en omgeving vertegenwoordigt een relatief groot deel van de totale Nederlandse Hennepteelt. Het rapport ‘Integraal Appél’ van het Regionaal Expertise Centrum (RIEC) Zuid-West Nederland en Oost Brabant, Integraal Afpakteam Brabant en Tilburg University stelt zelfs dat, “wanneer de schattingen ook maar enigszins de werkelijkheid benaderen, de omvang en opbrengsten van de wietteelt in Noord-Brabant en met name de regio Tilburg ‘gigantisch’ zijn”.

Volgens een “betrouwbare schatting” in het rapport waren er in 2012 2.500 mensen werkzaam in de wietteelt in Tilburg en omgeving. Zij zouden verantwoordelijk zijn voor een jaarproductie van 230 ton, terwijl de landelijke productieopbrengst tussen de 323 en 766 ton ligt. Dat komt neer op een permanent aantal wietplanten van 700.000. De jaarlijkse opbrengst van de wietteelt in de regio Tilburg komt volgens het rapport neer op 728 tot 884 miljoen euro aan ‘zwart geld’ per jaar.

Problematiek bij aanpak georganiseerde criminaliteit

Het grootste probleem bij het aanpakken van de georganiseerde criminaliteit rond softdrugs zit, volgens het rapport ‘Het failliet van het gedogen; op weg naar de cannabiswet’ in de structuur van de georganiseerde criminaliteit. “Er zijn netwerken waarin grote en kleine criminelen, handelaren, telers, facilitatoren én coffeeshops met elkaar verbonden zijn. Deze netwerken hebben routines ontwikkeld en zijn tot op zekere hoogte robuust geworden voor overheidsingrijpen. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van diverse kleine kwekerijen, om de risico’s van ontdekking te spreiden”, laat de commissie Schneiders in het rapport weten.

Het rapport meldt dat het huidige gedoogbeleid debet is aan de omvang van de georganiseerde criminaliteit die met softdrugs gepaard gaat. “Steeds meer mensen raken betrokken. Voor veel, vooral kwetsbare, mensen is het huisvesten van een kwekerijtje een makkelijke manier om geld te verdienen. En min of meer gelegitimeerd door het feit dat het gebruik van cannabis wél gedoogd wordt”.

Kenmerkend voor de illegale wietteelt is de voorkeur van criminelen voor het huren van woningen en bedrijfspanden, om hun kwekerijen te vestigen.  In Tilburg gebeurt dat volgens het ‘Integraal Appel’ met name in de vrije huursector. Daarbij maken criminelen gebruik van contacten uit hun eigen sociale netwerk, malafide eigenaren van bedrijfspanden en dito makelaars. Die ‘verwevenheid met de bovenwereld’ maakt het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit in Tilburg onder het huidige beleidskader een extra lastige opgave.

De ‘geregelde keten’ als oplossing

Er wordt nu gepleit voor een ‘geregelde cannabisketen’. Dit houdt in dat de hele keten, vanaf de productie van cannabis door vergunninghouders tot de verkoop ervan door coffeeshops, binnen een duidelijk kader van vastgestelde regels plaatsvindt.

“Wanneer softdrugs alleen onder strikte voorwaarden geproduceerd en verkocht worden kan de overheid hard optreden tegen alle anderen vormen van productie en verkoop”, stelt de werkgroep Modernisering Cannabisbeleid in haar rapport. Omdat ook de inkoop van cannabis aan strenge regels gebonden wordt, raakt de georganiseerde criminaliteit een grote afzetmarkt kwijt. Verkooppunten die niet kunnen aantonen dat zij hun handelswaar op een legitieme manier hebben ingekocht, kunnen namelijk hun vergunning kwijtraken.

‘De kous is nog niet helemaal af’

Derick Bergman, woordvoerder van de Vereniging Opheffing Cannabisverbod (VOC), laat weten blij te zijn met elke vorm van afschaffing van het huidige gedoogbeleid. Dus ook met de komst van het regelscenario. Hij stelt echter wel dat wat hém betreft de kous nog niet af is met alleen het stellen van regels omtrent de teelt, inkoop en verkoop van cannabis door organisaties; “Het is voor coffeeshopbezoekers natuurlijk goed dat zij dan verzekerd zijn van de kwaliteit van de wiet. Maar er is ook een grote groep cannabisgebruikers die de voorkeur geeft aan hun eigen teelt. Met hun vier of vijf plantjes zijn zij niemand tot last. Wanneer er echter door de overheid regels gesteld gaan worden omtrent de teelt, zullen thuistelers in overtreding zijn. Wij zouden daarom graag zien dat die mensen gewoon voor eigen gebruik thuis mogen blijven telen, op de manier waarop zij dat willen.”

Bergman vindt het logisch dat verkooppunten hun vergunning kwijtraken wanneer zij niet kunnen aantonen dat zij hun producten via een gelegitimeerde teler hebben ingekocht, maar voegt daar wel aan toe dat de commissie Schneiders daar een steekje heeft laten vallen. “Wat men hierbij is vergeten, is dat hasj geïmporteerd wordt. Het wordt niet in Nederland geproduceerd. Toch vertegenwoordigt het een aanzienlijk deel van de omzet van coffeeshops. Als ze het echt goed willen regelen, zal er op de een of andere manier een vorm van ‘fair trade-hasj’ gerealiseerd moeten worden. Zo niet, dan zal dat een bron van criminele inkomsten blijven.”

Toch heeft Derick goede hoop dat het regelscenario, wanneer het ‘af’ is, de georganiseerde criminaliteit zal verminderen. “Een deel van de in Nederland geteelde wiet is bedoeld voor de export. Dat gedeelte criminaliteit zal dus nog wel even blijven. Andere landen zijn de laatste jaren ook steeds meer aan het experimenteren geslagen, dus op den duur zal ook op de illegale export steeds meer grip komen. En natuurlijk helpt het aan banden leggen van de teelt tegen de criminaliteit.” Bergman maakt een verwijzing naar het einde van de illegale stook van ‘Moonshine’ in de Verenigde Staten. “Toen de drooglegging werd afgeschaft, verschoof ongeveer een derde van de illegale stokers naar de legale whiskystokerijen. Een derde bleef illegaal whisky stoken, en het laatste deel zag er geen brood meer in en ging op een legale manier de kost verdienen. Ik heb goede hoop dat het regelscenario op diezelfde manier twee derden van de illegale wietteelt zal laten verdwijnen.”

Voorlichting en toezicht op probleemgebruik door coffeeshops

Een van de voorwaarden die in het ‘regelscenario’ aan coffeeshops gesteld wordt, is dat zij zich meer gaan bezighouden met het geven van voorlichting en het in de gaten houden van probleemgebruik. Het Trimbos Instituut voor preventie en voorlichting is het daar mee eens. “We vinden ook dat de horeca verantwoordelijk zijn voor de mate waarin zij alcohol aan hun klanten schenken. Wanneer een uitbater in de gaten krijgt dat iemand te veel op heeft of te vaak drinkt, is het zijn taak om te stoppen met schenken. Op diezelfde manier moet een coffeeshophouder ook toezicht houden op het cannabisgebruik van zijn klanten, en weten maatregelen nemen wanneer het uit de hand dreigt te lopen”, laat woordvoerster Marjan Heuving. “Onze training ‘Goed gastheerschap in de coffeeshop’ gaat daarover. De training leert coffeeshopmedewerkers problematisch cannabisgebruik te herkennen en tijdig onderling te communiceren over risicosituaties. Zo kunnen de medewerkers samen zorgen voor een veilige omgeving.”

Derick Bergman wil ook nog reageren op die voorwaarde. Hij is van mening dat mensen die zeggen dat coffeeshops niet genoeg aan voorlichting doen, waarschijnlijk nog nooit in een coffeeshop geweest zijn. Hij denkt dan ook dat die voorwaarde niet goed zal worden ontvangen. De woordvoerder van de VOC licht toe: “Ik heb werkelijk nog nooit gezien dat een kroeg folders heeft liggen met daarin de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik. Terwijl al lang bewezen is dat die gevolgen aanzienlijk zwaarder tellen dan die van cannabisgebruik, vooral als je het hebt over de consumptie op jonge leeftijd. In bijna elke coffeeshop ligt wel een stapeltje flyers bij de kassa, dus de klanten hebben daar al voldoende mogelijkheid om zich in te lezen.”

Discussie in de Tilburgse politiek

Met 35 stemmen voor de motie en 9 tegen, is het duidelijk dat het overgrote deel van de Tilburgse volksvertegenwoordigers geen toekomst ziet in het huidige gedoogbeleid. Bij het indienen van de motie was er echter één partij die duidelijk niet blij met de nieuwe motie was. Marcel van den Hoven van het CDA ging als enige de discussie aan met de partijen die de motie indienden.

Van den Hoven begon zijn pleidooi met de woorden: “Voorzitter, ik zal proberen het op een rustige toon te doen. Dat is niet makkelijk als het bloed door je oren suist, maar ik ga het proberen. Wederom zien we een motie voorliggen die eigenlijk oproept tot het helpen van een elf- of twaalftal coffeeshophouders”.

Van den Hoven hield daarna een monoloog met argumenten voor het verbieden van cannabis. De Burgemeester probeert hem daarbij in de rede te vallen, maar Van den Hoven liet zich niet onderbreken. Hij sloot af met de mededeling dat de meerderheid van de Tweede Kamer de regering verzoekt ‘geen enkele ruimte te geven om onderzochte plannen naar een gereguleerde wietteelt ook daadwerkelijk in de praktijk te realiseren’. “U kunt nog honderdmaal met mij praten, het gaat u niks helpen als u het niet met uw grote mannen in Den Haag regelt”, lichtte Van den Hoven toe.

De CDA-zegsman werd onderbroken werd door Smolders, die het betoog te lang vond duren. “Mag ik even een punt van orde maken, kunnen we dit niet in een termijn behandelen zodat wij kunnen interrumperen? De meeste mensen krijgen honger volgens mij”.

Burgemeester Noordanus hoopte ook op een snelle afhandeling, en liet weten blij te zijn met het voorstel van Smolders om het bij een korte discussie te houden. Hij verzocht Smolders wel om Van den Hoven zijn punt te laten maken, alvorens te interrumperen.

Toen Van den Hoven zijn punt gemaakt had (“De motie is in het belang van coffeeshophouders”), snelde Smolders naar de interruptiemicrofoon. “Voor een partij die zoveel voortschrijdend inzicht heeft blijft die CDA wel heel lang hangen in oude gewoontes”, zei hij. Vervolgens noemde Smolders andere voordelen van een geregelde keten. “Meer politiecapaciteit, de mogelijkheid op het heffen van belastingen en een verlaagd THC-gehalte”.

Van den Hoven reageerde door te zeggen dat het verhaal van Smolders maar ‘half waar’ was. “Als we namelijk kiezen voor het regelscenario, zal de overheid veel moeten gaan regelen”, aldus Van den Hoven. “Polder ‘till you drop, want vervolgens handhaven we die regels nooit. Het regelen is in feite niets anders dan het gedogen dat we nu doen, dat ook tot niets leidt”.

Van den Hoven stelde dat het rapport een zestal bestuurlijke opgaven formuleert wanneer er voor het regelscenario gekozen wordt. “Als je alles verbiedt, kun je er daar gelijk drie van schrappen”. De complete politie-inzet kan dan, volgens Van den Hoven, volledig ingezet worden op het bestrijden van de georganiseerde misdaad en softdrugs gerelateerde criminaliteit.

Smolders gaf daarop aan dat verbieden nog nooit iets heeft opgelost. Daarbij vergeleek hij de huidige situatie rond cannabis in Nederland met de drooglegging in Amerika, waardoor de stook van illegale sterkedrank floreerde. Verder noemde verbieden een radicaal standpunt. Moller van de VVD haakte daarop in met de uitspraak: “Als ik drugsbaron zou zijn in Tilburg, dan zou ik absoluut CDA stemmen!” Van den Hoven bleef echter voet bij stuk houden, en motiveerde: “Wie de voordeur sluit, hoeft aan de achterdeur niets meer te regelen”.

Jan Stoop, van D66, wees Van den Hoven erop dat er elders in het land wél CDA-burgemeesters en wethouders zijn die pleiten voor een geregelde keten. Verder haalde hij een uitspraak van burgemeester Noordanus (hoofd taskforce wietteelt Brabant) aan, waarin de burgemeester zegt dat er een ander beleid moet komen. “Het gedoogbeleid is een maatschappelijk thema,” stelde deze.

Berend de Vries, wethouder gereguleerde wietteelt en zelfbenoemd ‘chef achterdeur’, liet weten dat het college de motie aanneemt. Wel stelde hij dat er geduld nodig is, aangezien de VNG zal pas rond de zomer van 2016 een vast standpunt zal innemen.