Gemeente Tilburg laat na een wet te handhaven. Dit blijkt uit onderzoek van studenten aan de Fontys Hogeschool voor Journalistiek. Deze wet, genaamd een uitvoeringsbesluit, moet ervoor zorgen dat middelbare scholieren voldoende ruimte in vierkante meters hebben binnen hun school.
Door Vonne van der Duijn Schouten en Anne van Egeraat

In het uitvoeringsbesluit – dat terug te vinden is in de Wet van Primair- en Voortgezet onderwijs – staat dat iedere middelbare scholier recht heeft op gemiddeld 6,1 vierkante meter ruimte binnen het gehele schoolgebouw. Uit het onderzoek is gebleken dat drie van de elf reguliere middelbare scholen in Tilburg onder dit aantal zit en dat de gemeente dit niet handhaaft.

In de onderstaande interactieve kaart is te zien om welke scholen het gaat. Er staat per school bij hoe groot het gebouw is, hoeveel leerlingen er op de school zitten en hoeveel ruimte ze per persoon hebben.

De gemeente
Wie controleert en handhaaft de 6,1-norm? Het antwoord ligt bij de gemeente – in dit geval gemeente Tilburg. Dat bleek uit reactie van een woordvoerder van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Op de website van het Ministerie staat het volgende genoteerd: ‘In de Wet op het voortgezet onderwijs is een aantal bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de gemeente. Hierin is onder andere bepaald dat het bevoegd gezag van een school, een aanvraag kan indienen bij burgemeester en wethouders (B&W). B&W stelt een programma voor onderwijshuisvesting op. In een gemeentelijke regeling dienen bijvoorbeeld oppervlakte van schoolgebouwen, de prognosecriteria en de procedure van op overeenstemming gericht overleg opgenomen te zijn. Die regeling wordt vastgesteld door de gemeenteraad en dient te voldoen aan eisen uit de WVO en Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting primair- en voortgezet onderwijs.’

Gemeente Tilburg zegt dat er niet te spreken is over een wet. Ook de handhaving van voldoende ruimte in de schoolgebouwen, ligt volgens haar bij de middelbare scholen zelf.

Ook de Inspectie van het Onderwijs en Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) zeggen geen rol te spelen bij de controle op het uitvoeringsbesluit. Hun reacties, die van het Ministerie en gemeente Tilburg staan in de onderstaande slideshow duidelijk vermeld.

Theresialyceum: ‘Het geld dat bestemd is voor verbouwen ligt bij de gemeente’
Eén van de drie scholen met te weinig ruimte voor zijn leerlingen is het Theresialyceum. Het lyceum is bekend met haar capaciteitsprobleem. Door middel van een loting heeft directeur Tomas Oudejans het aantal leerlingen teruggedrongen. Verbouwen of bijbouwen gaat niet, dat is aan de gemeente.

“Het optimale aantal leerlingen in het gebouw is 1375, wij hadden er 100 meer. Dat gaf een enorme druk op het rooster. Het kwam veel te vaak voor dat leerlingen tot 16 of 17 uur les hebben, maar anders lukt het gewoon niet. Door de loting die we in hebben gevoerd is het capaciteitsprobleem voorlopig opgelost, we hebben nu zelfs te weinig aanmeldingen gekregen. De leerlingen hebben weer de ruimte die ze verdienen.”

Kale regel
De directeur spreekt niet lovend over de wet. Hij zegt: “Wat er eigenlijk in staat is dat leerlingen een dak boven het hoofd moet hebben, maar de bouw tegenwoordig is zo anders. Tegenwoordig hebben leerlingen veel meer nodig dan alleen een dak. Door deze kale regel krijg je bijvoorbeeld 100 euro per kubieke meter van de gemeente, terwijl dat in de praktijk veel meer kost. We willen leerlingen ook wifi, rolstoeltoegankelijkheid en verwarming bieden – om maar iets te noemen.”

Geld voor verbouwen gaat niet via het schoolbestuur. Dat vindt Oudejans in Nederland slecht geregeld. Geld voor verbouwingen gaat via de gemeente. Zij krijgt een bepaald bedrag per ingeschreven leerling die onderwijs volgt in de gemeente. “Dit bedrag is echter niet geoormerkt voor schoolbouw; ze mogen het ook aan andere dingen besteden”, legt de directeur uit. “Als het crisis is mag het ook gebruikt worden voor wegenbouw of lantaarnpalen. Hierdoor zijn we continu met de gemeente aan het overleggen, om geld te krijgen voor vernieuwing aan het gebouw.”

Tomas Oudejans

Doordecentralisatie

Er is een transitie gaande, hoopt Oudejans. “Het geld gaat nu naar de gemeente, waardoor we continu moeten overleggen voor geld. We hebben hier niet zelf de controle over. Dat is niet meer van deze tijd.” Een oplossing hiervoor noemt Oudejans doordecentralisatie. Dit betekent dat het beschikbaar gestelde geld niet meer aan de gemeente wordt gegeven, maar aan het schoolbestuur. Zo kan zelf beslist worden om een verbouwing of nieuwbouw naar voren te halen. Andere gemeentes hebben dit al. Dit plan ligt nu bij de gemeente. “Ik hoop dat de kogel snel door de kerk komt, omdat je dan je eigen zeggenschap hebt over hoe je het onderwijs inricht”, aldus directeur Tomas Oudejans.

Kleinere klassen, betere resultaten
Volle school, volle klassen. Er is veel ophef geweest over de zogenoemde ‘plofklassen’. In een artikel van de Correspondent staan tal van argumenten over waarom kleinere klassen beter zijn. Zo is er te lezen dat in de jaren ’80 gouverneur Andrew Lamar Alexander (minister van Onderwijs onder Bush senior, voormalig president van Amerika) een groot onderzoek deed naar aanleiding van het kleine onderzoek Project Prime Time.

Tijdens het experiment tussen 1985 en 1989 werden ongeveer 6600 leerlingen op 79 verschillende scholen in Tennessee in een kleine (13-17 kinderen) of gewone (22-25 kinderen) klas gevolgd. In welke klas de kinderen geplaatst werden, was gebaseerd op toeval. De uitkomst was dat leerlingen uit kleinere klassen beter konden rekenen en lezen.

Later bleek ook dat leerlingen die in kleinere klassen hebben gezeten minder vaak in jeugdcriminaliteit belandden, het tienerzwangerschapspercentage lager lag, ze vaker hun highschooldiploma haalden, vaker een opleiding volgden én slaagden, naar betere universiteiten gingen, meer spaargeld hadden, vaker een huwelijkspartner vonden en vaker een eigen huis hadden.

Ervaring Theresialyceum
Twee leerlingen van het Theresialyceum, de school die honderd leerlingen teveel in het gebouw heeft, vertellen over hun ervaringen. Beide leerlingen zijn vijfdejaars atheneum studenten.

Lan Anh (16): ‘Het fijne aan mijn school is dat we als leerling een stem hebben. Leraren luisteren echt naar ons. Ze vragen regelmatig feedback aan ons wanneer een bepaalde activiteit is geweest. Tijdens de leswisselingen kom je heel moeizaam de gangen door. Op de ‘kruispunten’, waar veel leerlingen elkaar passeren, sta je soms wel twee of drie minuten stil. Hierdoor is het moeilijk om op tijd bij de volgende les te zijn. Tijdens pauzes moet je een pasje scannen om je kluis te openen, maar je hebt na het scannen acht seconden om bij je kluis te komen. Door de drukte ben ik vaak niet binnen die tijd bij mijn kluisje en kan ik weer opnieuw in de rij staan. Brugklassen lopen hier op alfabetische volgorde. Vroeger ging het van klas 1A tot 1F, dus zes eerstejaarsklassen. Dit jaar loopt het tot klas J, tien klassen met eerstejaars! Hierdoor moeten we soms tot 17 uur op school blijven, vroeger was dat nooit. De loting die ze nu doen is zeker een goed idee!

Quin: (18): ‘Ik vind de sfeer hier heel leuk. Iedereen is aardig tegen elkaar, ook de docenten. Voor mijn gevoel is de school de laatste paar jaren wel echt te vol geworden. In de pauzes kan je eigenlijk niet rustig zitten, omdat het zo druk is. Je kan bijna niet door de gangen lopen zonder vast te staan. Eigenlijk zou de school een stuk bij moeten bouwen, maar dat gaat natuurlijk niet zomaar. Het is al heel goed dat ze de loting ingevoerd hebben, ze zijn er in ieder geval mee bezig.’