De kloof tussen ecstasygebruikers en beleidsmakers 

De zon schijnt op haar gezicht, ze sluit haar ogen.  Haar armen en voeten bewegen automatisch mee op de harde beats. De muziek heeft haar onder controle.  De muziek dreunt over het festivalterrein, ze voelt het door haar hele lichaam. Ze is onaantastbaar. Kriebels in haar buik, een glimlach verschijnt op haar gezicht. Wanneer ze haar ogen opent,  ziet ze haar vrienden om haar heen net zo genieten. Ze ziet Otis, een vriend van haar, zijn ecstasy uit zijn sokken halen. Hij biedt het haar aan. Haar favoriete nummer wordt gedraaid. Het voelt alsof de wereld haar niks meer kan maken. Marinka twijfelt niet meer. Ze wil dit gevoel behouden of misschien wordt het gevoel door de ecstasy nog sterker. Ze legt hem op haar tong, sluit haar ogen en slikt hem weg.

Ecstasy lijkt een comeback te hebben gemaakt. In 2013 gebruikte ongeveer zestig procent van de club- en partybezoekers in de leeftijdsgroep 15-35 ecstasy. Is er spraken van normalisering van ecstasygebruik onder jongeren en jongvolwassenen? Het Trimbos Instituut, het landelijk Nederlands kennisinstituut voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg, bepaalt zijn definitie van normalisering als volgt: om te kunnen spreken van normalisering van een drug moet je kijken naar twee aspecten; de cijfers –kunnen de cijfers aantonen dat er meer wordt gebruikt?- en hoe wordt er over de drug gesproken. Alex van Dongen, werkzaam bij verslavingskliniek Novadic Kentron,  geeft een andere definitie aan de normalisering: “ De normalisatie van ecstasy betekent niet perse dat er meer mensen gaan gebruiken. Het betekent dat jongeren en studenten er niet meer van opkijken dat hun vrienden een pilletje pakken op een party of festival en dat er over wordt gesproken alsof het de normaalste zaak van de wereld is, wat vervolgens weer leidt tot meer gebruik. Dit is vooral het geval onder hoogopgeleide jongeren tussen de 18 en 30 jaar.”

Cijfermatig kan er niet worden aangetoond of het gebruik in Nederland daadwerkelijk is gestegen. Er zijn nog geen cijfers bekend over het gebruik van de algehele bevolking. De cijfers die bekend zijn van het Trimbos Instituut en Antenne, een jaarlijks terugkerend onderzoek over de drugsmarkt,  gaan over de drug onder de uitgaanders. Deze cijfers geven aan dat het gebruik onder club- en partybezoekers hoog is.

Tien gebruikers vertelden ons over hun ervaringen met ecstasy. De meeste gebruikers hebben een andere naam, aangezien ze anoniem willen blijven. Lyne (24): “Mijn eerste ervaring met ecstasy was thuis bij mijn beste vriend. Ik vond het best spannend en heb het destijds aan niemand verteld, dat ik van plan was een ecstasy-pil te nemen. Het was toen in mijn omgeving nog niet heel normaal om over ecstasy te praten. Nu is dat anders, al mijn vrienden weten dat ik soms ecstasy gebruik. Ook degene die absoluut niets met harddrugs hebben. Het kan zijn dat ik er gemakkelijker over kan praten omdat ik ouder ben geworden, maar ik merk ook dat het in de laatste paar jaar normaler is geworden. Ik weet dat er veel jonge mensen in mijn omgeving gebruiken.” Lynn is niet de enige van de gebruikers die wij spraken, die merkt dat er meer over gesproken wordt.  “Gesprekken met vreemden gaan sneller over drugs. Programma’s zoals Spuiten&Slikken hebben hier een positief effect op,” vertelt Marinka aan de telefoon. Hajo Krijger (19) vindt het belangrijk dat het bespreekbaar is: “Als er meer overgesproken wordt dan weten mensen wat ze slikken en waar ze aan toe zijn.”

Het Trimbos Instituut en Staatsecretaris van Rijn, van Volksgezondheid, proberen te  voorkomen dat mensen drugs gaan gebruiken en op het moment dat er gebruikt wordt, voorkomen dat er gezondheidsincidenten plaats vinden. Zij zien de aandacht voor de drug als gevaar. Raymond Niesink, landelijk coördinator van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) bij het Trimbos Instituut, maakt zich boos over de media: “Ik ben heel negatief over de media als het gaat om drugsgebruik omdat ze er teveel bovenop zitten. We hadden in Nederland geen GHB-probleem gehad als er geen media waren. De media zijn de grootste promotors van drugsgebruik. Ze geven onterecht teveel aandacht aan het probleem. Ik denk dat het in de werkelijkheid veel minder normaal is om ecstasy te gebruiken dan dat media je willen doen geloven.” De gebruikers schatten het gebruik inderdaad hoger in dan het daadwerkelijk is. Of dit met de media te maken heeft weten ze niet. Een logische verklaring is dat er in zijn of haar omgeving er veel wordt gebruikt.

Verschillende gebruikers geven aan dat er te weinig voorlichting is over het gebruik van ecstasy. Lynn geeft aan dat ze het beter vindt als er meer gerichte voorlichting komt; “Op het internet is veel informatie te vinden. Of de informatie daar ook echt betrouwbaar is, is een ander verhaal.” Alex van Dongen vindt dat er moet worden uitgekeken met voorlichting geven aan jongeren die nog niet van plan zijn om ecstasy te gebruiken. Hij denkt dat dit de jongeren nieuwsgierig maakt en ze aanmoedigt om het een keertje te proberen. Geen van de gebruikers geeft ons aan te zijn aangemoedigd door voorlichting. Bij Marinka heeft de beperkte informatie er wel voor gezorgd het gebruik uit te stellen. Uiteindelijk heeft de sfeer op het festival haar toch overgehaald. Van Dongen vertelt dat de voorlichting van nu te naïef is: “Mensen weten heus wel dat teveel ecstasy nemen acute risico’s met zich mee kan brengen, maar het moment van het feesten laten ze zich vaak toch gaan.” Dat was bij Marinka het geval maar ook bij Anna(20) , Maria (19) en Mehmet (23), Daniëlla (19), Halima (33)  en Jan-Willem (21). Bij hen hebben de feestjes een mogelijkheid gecreëerd om te gebruiken. De sfeer van het festival of party heeft ze beïnvloed om te gebruiken.

Raymond Niesink  ziet een relatie tussen het ecstasy gebruik en de groeiende dancescene. “Ecstasy gebruik is heel nauw verbonden met party’s en festivals. In de jaren ’90 is de eerste ecstasy piek ontstaan met de toename van het aantal party’s. Eind jaren ’90 zijn er een aantal incidenten voorgekomen waarbij mensen zijn overleden aan ecstasy gebruik of waarbij het flink is misgegaan. Toen ontstond het idee dat gebruiken misschien wel effect kon hebben op lange termijn en zag je de trend dat het ecstasy gebruik weer afnam. Nu is de laatste jaren de party en festival scene nog commerciëler geworden. De dancescene is veel breder geworden in vergelijking met de specifieke gabber scene in de jaren ’90. Bijna iedereen gaat wel naar die festivals en party’s. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met een direct verband te trekken tussen de uitgaan scene en de ecstasy-scene, is het wel heel aannemelijk dat hier een relatie tussen te vinden is.”

De EDM-scene, Electric Dance Music,  heeft een marketingconcept  gecreëerd waar het vooral om de beleving gaat van de evenementen. Festivals met sprookjesachtige thema’s, massa’s van feestende mensen en gigantische lichtshows. In 2002 was de helft van de populatie van 15 tot 35 jaar  geïnteresseerd in de dancecultuur. Vanaf 2002 is het alleen nog maar gegroeid. In 2012 was de sector vanaf 2002 twintig procent gegroeid. De dancescene is een cultuur op zich. Naast het culturele en muzikale aspect is er ook een lifestyle ontstaan in deze scene. Kleding en genieten zijn het belangrijkste belang in deze community. Aangezien de helft van deze populatie affiniteit heeft met deze muziekstroming kan je al gauw spreken van een jongerencultuur die is ontstaan. Aan deze jeugdcultuur kan al snel het drugsgebruik gelinkt worden.

Ook Alex van Dongen ziet festivals en party’s als een verklaring voor de groeiende normalisatie. “Er heerst het idee onder jongeren en studenten dat het een veilige drug is, die weinig risico’s met zich mee brengt. Op deze evenementen gebruikt meer dan de helft van de feestgangers ecstasy. Ze steken elkaar aan, en jongeren krijgen het idee, dat omdat iedereen het doet, het wel veilig zal zijn.” Alle tien gebruikers geven aan dat vrienden een van de oorzaken was om het uit te proberen. “Veel van mijn vrienden gebruikten het al, maar ik had hier nooit de behoefte aan. Ik ben tien jaar getrouwd geweest en had toen een ander leven. Nadat ik gescheiden was ben ik steeds meer gaan feesten en kreeg ik ook een groep nieuwe vrienden. Die gebruikten zo nu en dan ecstasy op een feestje of festival en ik werd benieuwd,” vertelt Halima. Ook de vrienden van Hajo hebben hem nieuwsgierig gemaakt: “ Het leek me spannend. Ik wilde kijken wat het inhield. Het kwam zomaar op mijn pad. Ik was met vier vrienden die gebruikten.”

Dat er het idee heerst dat ecstasy veilig is, bevestigen de gebruikers. “Ik had van te voren wel een beetje research gedaan op internet, maar ik weet dat wanneer je op een verantwoordelijke manier gebruikt, ecstasy niet echt gevaarlijk is,” zegt Mehmet. “Het is de minst gevaarlijke drug op je lichaam en je geest. Verantwoordelijk gebruik is geen gevaar,” overtuigt Hajo ons. Raymond Niesink is het daar totaal mee oneens: “Er bestaat geen veilige pil. Het probleem met ecstasy is dat iedereen er anders op reageert. Het gebruik gaat bij sommigen goed bij een avondje feesten. Wanneer je diezelfde avond een keer bij de EHBO-post gaat staan zie je pas hoe vaak het misgaat.” Maar zelfs als het misgaat blijken sommige gebruikers  zich niks van de risico’s aan te trekken. “Soms moet ik kotsen. Het voelt anders wanneer je moet kotsen door alcohol. Als ik ecstasy heb gebruikt, moet ik één keer kotsen en kan ik weer verder,” legt Anna uit. Bij Jan-Willem is het twee keer misgegaan één keer overmatig gebruik een andere keer had hij te veel water gedronken. Er wordt altijd geadviseerd water te drinken tijdens het gebruik tegen uitdroging. Te veel water kan schadelijk zijn tijdens het gebruik. Jan-Willem was hiervan niet op de hoogte en belandde bij de EHBO. “Het lag niet aan de ecstasy maar aan mijn gebruik. De volgende keer let ik gewoon beter op.”

“Ouders spelen de belangrijkste rol bij het bespreekbaar maken van gebruik van (uitgaans)drugs,” zo stelt staatsecretaris Van Rijn, van Volksgezondheid, in zijn brief naar de Tweede Kamer. Wanneer wij de vraag stellen of de gebruikers  met hun ouders over hun gebruik praten, horen we bij acht van de tien een volmondig nee. “Mijn ouders weten absoluut niet dat ik zo nu en dan gebruik. Ze zijn van een andere generatie en voor hen is ecstasy eng, net zoals coke en heroïne. Ze snappen niet dat het voor ons bijna de normaalste zaak van de wereld is,” legt Mehmet uit. Frank (35) is bang om veroordeeld te worden en verzwijgt het voor zijn ouders:  “Ik weet zeker dat ze me zouden veroordelen en me zouden zien als een onverantwoordelijke vader.” Van Rijn wil de normalisatie onder andere tegengaan door het onderwerp bespreekbaar te maken met de ouder. De definitie van normalisatie zorgt voor enige discussie en verwarring. Voor Van Dongen betekent het niet dat mensen meer gaan gebruiken maar dat er minder raar wordt opgekeken als iemand gebruikt. Van Rijn vindt dat de normalisatie discutabel is, is er wel spraken van normalisatie?  Van Dongen en jong politicus Elene Walgenbach (22), voorzitster van de Jong Democraten, geven aan dat we al kunnen spreken van normalisatie. Volgens Van Dongen is het tegengaan van de normalisatie bijna niet te doen. Ook Elene Walgenbach ,zelf ook gebruiker, is het niet eens met het beleid van de overheid. De Jong Democraten zijn  voor het legaliseren van ecstasy. “Er wordt gebruikt, er wordt heel veel gebruikt. Maar nu bepaalt de overheid wat wel of niet normaal is. Eigenlijk zal het andersom moeten zijn. De bevolking bepaalt of iets genormaliseerd is of niet. De overheid moet haar beleid hier op aanpassen.”

Er lijkt een kloof te zijn ontstaan tussen beleidsmakers en de gebruikers. De gebruikers en Elene Walgenbach zien het ecstasyprobleem minder groot dan het wordt gemaakt. Zoals Mehmet al zei: “ze snappen niet dat het voor ons bijna de normaalste zaak van de wereld is.”

Marinka en vele andere gebruikers laten het gevoel dat ze de hele wereld aan kunnen, niet afpakken. Ze nemen de risico’s voor lief en smokkelen de ecstasy toch weer op ieder event in hun sokken, onderbroeken of bh’s naar binnen. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld. Maandagochtend zitten ze weer netjes in de collegebanken.