Tegenwoordig heb je sneller je ecstasy in huis dan je boodschappen. In het landelijke drugsbeleid staat ‘zero-tolerance’, maar kan een ‘Narcos-staat’ als Nederland dit nog wel hanteren? Dat er een schijncultuur heerst, valt niet te ontkennen. Gemeentes keuren veiligheidsplannen van festivalorganisaties goed en festivalorganisaties lijken het drugsgebruik prima te vinden. De Opiumwet lijkt zijn importantie te verliezen. 

Photo by Stephen Arnold on Unsplash Sterre | Onderzoeksredactie

Wat is het algemene beleid?

In het algemene, landelijke beleid staat dat alle harddrugs verboden is; zo staat het in de Opiumwet geschreven. Hierom moet de harddrugs, ongeacht de hoeveelheid, bij een festivalbezoeker altijd ingenomen worden. Het is verboden om het op zak te hebben, maar het gebruiken van drugs is niet verboden. Dit klinkt tegenstrijdig, maar het is bedoeld om de veiligheid van gebruikers enigszins te kunnen garanderen. ‘’Het is belangrijk dat mensen zich veilig kunnen voelen om medische hulp te zoeken wanneer zij onwel zijn door drugsgebruik.’’ aldus Elisabeth Jepma, bestuursvoorlichter van de gemeente Amsterdam.

Met 1 pil, 0,5 gram poeder of 5 ml GHB kan je niet vervolgd worden door het Openbaar Ministerie. Dat staat in de richtlijnen voor strafvordering van harddrugs die het OM heeft opgesteld. Het is dus verboden, de drugs moet worden afgepakt maar je kunt er geen straf voor krijgen. Dit zijn namelijk hoeveelheden waarvan zeker kan worden gezegd dat het voor eigen gebruik is. Heb je meer dan dit op zak, dan kan het een zogenoemde dealer-indicatie zijn. Maar deze hoeveelheden drugs zijn bedoeld als richtlijn en het staat nergens vast dat je met meer dan deze genoemde hoeveelheid wel naar de politie zou moeten. Judith Jansen, Parket-Generaal van het OM legt uit: ‘’De aanwijzing voor de opsporing van het OM biedt de driehoek (gemeente, OM en politie) ruimte om keuzes te maken. Deze keuzes zijn bijvoorbeeld gebaseerd op capaciteit, prioriteiten en veiligheid.’’

Word dit algemene drugsbeleid nageleefd? 

In de gemeente Amsterdam is al sinds de jaren 90 vastgesteld dat je pas vanaf 5 pillen vervolgd kan worden. Elisabeth Jepma, bestuur voorlichter gemeente Amsterdam licht dit toe: ‘’Een strengere lijn vraagt én meer capaciteit van politie en OM, én kan effect hebben op de sfeer rondom gebruik waardoor voorlichting minder effectief is en mensen mogelijk minder snel hulp zoeken.’’

Amsterdam ziet dus genoeg redenen om zich niet aan deze landelijke richtlijn te houden. Zo kon Jana (19) ook zonder problemen naar huis nadat ze op het festival Thuishaven in Amsterdam met maar liefst vier ecstasy pillen was gepakt. ‘’Mijn naam werd genoteerd en ik werd van het terrein verwijderd. Verder niets.’’ Bij Marijn (20) werd op ditzelfde festival zelfs gevraagd of hij zijn ene ecstasy pilletje terug wilde hebben. ‘’Toen heb ik maar nee gezegd, ik mocht gelukkig wel op het festivalterrein blijven.’’

Dit algemene drugsbeleid wordt door de gemeente Amsterdam dus aan zijn laars gelapt. Dit blijkt echter niet de enige gemeente te zijn. In het veiligheidsplan van festival het Nest in Nijmegen, dat door de gemeente moet worden goedgekeurd om een vergunning te ontvangen, staat beschreven dat bij dit festival je pas aan de politie wordt overgedragen bij 3 pillen, 1 gram poeder en 10 ml GHB. Dat is dus meer dan de dubbele hoeveelheid van de landelijke richtlijn. Het kan toch niet zo zijn dat het per gemeente en per evenement zo verschilt? Evenementen beveiliger Roger (22) die op het festival Defqon stond, vertelt ons dat dit beleid ook nog in de loop van de dag kan veranderen. ‘Op het begin van de dag werd ons vertelt dat we iemand die 2 pillen op zak had al moesten overhandigen aan de politie. Defqon is echter een heel groot evenement. Er wordt zo veel drugs gebruikt dat de handhaving dit niet meer aankon. ’s Middags hoefde we de persoon pas vanaf 5 pillen te overhandigen en ’s avonds was dit vanaf 8 pillen. De politie had het simpelweg te druk.’’

Ron Vissers van de politie Tilburg bevestigd dat dit niet de normale gang van zaken is, maar dit een reëel gevolg kan zijn van zowel de normalisering van drugs als een te kort aan handhaving capaciteit.

Het is ook moeilijk om als festivalorganisatie, waar letterlijk alles is ingericht op een goede drugstrip van bezoekers, te ontkennen dat er drugs wordt gebruikt. Ingerichte chill-spots, ijsjes en lolly’s gaan als een malle over de toonbanken heen en water is duurder is dan een biertje. Festivalorganisaties lijken dus geen probleem te hebben met gebruik van drugs. Evenementen beveiliger Patrick geeft toe: ‘’Puur vanuit mijn werk ervaar ik dat het publiek prettiger is met drugs dan met drank. Met alcohol wordt men sneller agressief.’’ Dit beaamt evenementen beveiliger Diederik: ‘’Ik merk dat er op feesten waar het drugsgebruik hoog is, er vaak minder problemen ontstaan ‘’.

Menig beveiliger lijkt niet anti-drugs te zijn. Ook Roger denkt er niet moeilijk over: ‘’Je moet het me niet te makkelijk maken, als ik de drugs kan vinden tijdens het fouilleren ben ik genoodzaakt het te deponeren. Aan de andere kant, als ik iemand met strakke kaken en grote pupillen zie staan ga ik het feest niet voor hem of haar verzieken. Ik doe mijn werk zoals ik het moet doen, maar zo’n evenement helemaal drugsvrij krijgen is toch onmogelijk.’’

Minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus erkend dit probleem. In een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, die hij mede namens de staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport stuurde over handhaving van harddrugs in Nederland. Grapperhaus ziet in dat er sprake is van normalisering wat betreft harddrugs: ‘‘Enerzijds is dat de grote beschikbaarheid van dergelijke drugs. Anderzijds is dat onderschatting van de gezondheids- en maatschappelijke risico’s en de daarmee samenhangende, relatief hoge mate van tolerantie ten aanzien van drugs en drugsgebruik.’’ Ook erkend hij dat er een samenhangend beleid moet komen tussen de gemeentes. ‘’Het is niet een exclusieve verantwoordelijkheid van de strafrechtsketen, maar van de overheid als geheel. Daarom is nodig dat de overheid als geheel eenduidig en samenhangend optreedt.’’ En dat er behoefte aan verduidelijking is, ziet Grapperhaus zelf ook in: ‘’We moeten ervoor waken dat wettelijke normen eroderen en voor de burger onherkenbaar worden. Dit kan normalisering van harddrugsgebruik bij groepen in de samenleving in de hand werken.’’

In dezelfde brief staat beschreven hoe er afgelopen voorjaar een tweetal deskundigen-bijeenkomsten zijn georganiseerd om het tegengaan van harddrugsgebruik te bespreken. Hier waren enkele gemeente vertegenwoordigers bij, het Openbaar Ministerie, Politie, het ministerie van VWS en het Trimbos-instituut. Het is normaal om in de huisregels van een festival op te nemen dat wie met bezit van harddrugs, zelfs al is het maar een pil, hiervan afstand moet doen en het festivalterrein moet verlaten. Opvallend is dat de deelnemers op deze bijeenkomst erop wezen dat dit al als een stevige straf wordt ervaren, omdat zij zowel het entreegeld, toegang tot het evenement en de drugs kwijt zijn. Daarnaast worden ze ook nog eens gescheiden van hun vrienden. Maar is dit zo’n zware straf en hoe vaak wordt men nou echt van het festival verwijderd? Vijf van de elf geïnterviewde die hadden meegemaakt dat er drugs werd afgepakt op een festival, mochten blijven. De andere zes moesten wel van het terrein af. ‘’Ik vond dit niet zo’n heel groot probleem, het festival duurde nog maar een uurtje en ik mocht mijn vrienden nog wel even zien om mijn spullen in ontvangst te nemen.’’ Aldus Giel (19).

Wat zijn er de gevolgen van als dit niet wordt nageleefd? 

Als al deze regelingen zo ver uit elkaar liggen en de bezoeker geen idee meer heeft waar hij of zij aan toe is, zorgt dit voor veel verwarring. Stel je voor: jij hebt een aantekening op je strafblad en een flinke boete omdat je een pilletje te veel bij je had op een festival maar, jouw vriend die op een ander festival met de dubbele hoeveelheid is gepakt heeft er geen problemen mee ervaren. Daarnaast helpt dit vage beleid de normalisering van harddrugs in de hand, aldus Minister Grapperhaus. Deze normalisering kan weer leiden tot meer gebruik en dat heeft weer vele andere gevolgen zoals milieuvervuiling en het bijdragen aan geweld en afpersing in de onderwereld. Ook kan normalisering van drugs tot gekke situaties leiden, zoals toen Thijs (25) op een festival gepakt werd met een zakje MDMA nadat hij midden op het festivalterrein had bij genomen. Hij kreeg van de beveiliger die hem had gepakt de tip ‘Als je het doet, doe het dan op het toilet.’ Daar kun je namelijk niet gezien worden.

Photo by Vonecia Carswell on Unplash Sterre | Onderzoeksredactie

Daarnaast komt zowel het rechtszekerheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel in het gedrang. Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat de burger precies moet weten waar hij of zij aan toe is en wat er van hem of haar wordt verlangd. Daarnaast houdt dit beginsel in dat burgers kunnen vertrouwen op het consequent handelen van de overheid. In dit geval kan de festivalbezoeker hier niet op vertrouwen. Er is geen sprake van consequent handelen en het valt bijna onmogelijk te achterhalen welk festival, welk drugsbeleid hanteert. De bezoeker weet dus niet waar hij of zij aan toe is. Het gelijkheidsbeginsel haakt hierop in. Dit beginsel houdt in dat de overheid verplicht is om gelijke gevallen gelijk te behandelen. Waar Christ-Jan (22) op het festival Pussylounge XXL met 1 gram speed mee naar het politiebureau moest, kon Joey (21) op het festival Hard Bass met 2 gram pep en 1 gram MDMA zonder consequenties terug naar huis. Er is dus geen sprake van het gelijk behandelen van soortgelijke gevallen.

Wat betekent dit? 

Het drugsgebruik is erg genormaliseerd in de laatste jaren, mensen praten makkelijker over gebruik en de overheid is meer bezig met drugspreventie dan met de kern van de Opiumwet. Er is geen sprake van een samenhangend beleid in de verschillende gemeentes en regio’s. In de algemene voorwaarden van een festival staat ‘zero-tolerance’, maar elke festivalorganisatie kan zelf bepalen bij welke hoeveelheid drugsbezit ze de bezoeker door verwijzen naar de politie. De Opiumwet verliest zijn importantie. Daarnaast komt zowel het rechtszekerheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel in het gedrang.  Een groot oorzaak van dit probleem komt voort aan een tekort aan handhaving. Echter is dat niet de enige oorzaak, er is ook duidelijke behoefte aan verduidelijking van de regelgeving. Zolang dit niet wordt opgelost, is de festivalbezoeker de pineut.

 

Esmee van den Heuvel en Sterre Kilsdonk