Vooral de laatste jaren wordt er grote strijd gevoerd tegen het gebruik van suiker. In de media verschijnen ook steeds meer onderzoeken die aantonen hoe slecht het wel niet is. Alleen is al wel langer bekend dat suiker niet goed voor je is. Waarom is er dan nu zo’n aversie er tegen?

Door Niels Paans en Quincy Hofland

Een van de bekendste namen in de strijd tegen suiker is de Amerikaanse wetenschapper Robert Lustig. Hij gaf in 2009 een college op de universiteit van Californië die ook live te volgen was op Youtube. De laatste jaren gaat hij ook steeds meer naar andere landen in de wereld om dit duidelijk te maken. Zo was hij in 2014 bij RTL Late Night om ook Nederland op te hoogte te brengen hoe slecht suiker wel niet is. In de documentaire ‘Fed up’ wordt aangegeven dat suiker is toegevoegd aan voedsel doordat in de jaren 80 de smaak van voedsel verdween doordat er toen een zelfde soort hype was tegen vet. Lustig noemt in de documentaire suiker zelfs ook verslavender dan cocaïne. Sportdiëtiste Neeke Smit van FIT.nl is het daar bepaald niet mee eens. “Hij is echt weer zo’n typische sensatiezoeker die het probleem ergens op één ding wil leggen. Je maakt mensen bang en als je mensen bang maakt trek je weer aandacht waardoor je producten kan verkopen. Ik denk dat we veel meer moeten gaan kijken naar het totaalbeeld en niet zeggen dat suiker verslavender is dan cocaïne zoals hij doet.”

Ondertussen heeft die trend zich ook doorgezet. Het Diabetesfonds opende een maand geleden een ‘suikerkliniek’ en dat was een begin van hun campagne. “We zien dat 80% van de Nederlanders onbewust verslaafd is aan suiker en dat betekent dat die mensen anderhalf tot twee keer zoveel suiker naar binnen krijgen volgens de WHO. De eerste stap om dat te verbeteren is een stukje bewustwording. We zetten ook in op het dialoog met het bedrijfsleven om het suikergehalte in hun producten te verminderen. Ook zijn we in gesprek met de overheid want dit is zo’n groot maatschappelijk probleem dat ook de overheid haar verantwoordelijkheid zal moeten nemen om de suikerconsumptie terug te dringen”, zegt Rens van de Berg van het Diabetesfonds.

De ‘suikerkliniek’ trok in een week tijd tegen de 10.000 mensen en de website ervan had rond de 300.000 hits.

Wat is suiker precies?

Suikers horen bij de koolhydraten en er zijn verschillende soorten ervan. Koolhydraten zijn een erg belangrijke energiebron omdat het in veel producten zit. Koolhydraten kan je onderverdelen in de volgende groepen:

Monosacheriden: Je zou het ook enkelvoudige koolhydraten kunnen noemen. Hier toe behoort glucose (druivensuiker), fructose (vruchtensuiker) en galactose. Deze koolhydraten kunnen niet gesplitst worden.

Disacheriden: Dit bestaat uit twee monosacheriden: Sacharose (glucose en fructose) en lactose (glucose en galactose). Rietsuiker kan je als voorbeeld voor sacharose en melksuiker is dat van lactose.

Polysacheriden: Dit is opgebouwd uit een groot aantal suikermoleculen. Zetmeel en voedingsvezels rekenen we tot polysacheriden.

Neeke Smit legt uit wat dit allemaal voor je lichaam kan betekenen: “Hoe korter zo’n keten is, hoe makkelijker je lichaam het opneemt. Dus als jij voeding hebt met alleen maar die enkelvoudige suikers, bijvoorbeeld fructose en glucose, dat kan jouw lichaam direct opnemen. Je hoeft er niks voor af te breken, je eet het op en het komt in je bloed. Wat je dan wel gaat zien is dat je lichaam het snel opneemt en dan een energiepiek krijgt. Als in jouw lichaam de bloedsuiker omhoog loopt, gaat het insuline aanmaken om de glucose weer op te kunnen in de cellen. Insuline werkt daarbij langer door dan dat de glucose werkt. Dan zie je dat na die piek je ook een hele snelle daling krijgt in je bloedsuiker en die komt dan ook vaak nog onder de normwaarde. Dat leidt dan weer tot een hongergevoel en soms ook duizeligheid, dus je lichaam wilt weer suiker wat dan weer tot de volgende piek lijdt. Zo blijf je natuurlijk maar doorgaan.”

‘Bewijslast stapelt zich op’

Door de hoeveelheid uitgebrachte onderzoeken van de laatste tijd omtrent suiker is er volgens Rens van de Berg is er te zien dat er een momentum is ontstaan. “Die laten zien dat suiker een zeer negatieve effecten heeft op onder andere de ontwikkeling van diabetes type 2. Dus die bewijslast stapelt zich op. Tegelijkertijd zie je dat het maatschappelijk bewustzijn vergroot door die opeenstapeling van studies.” Zo is er in 2012 een onderzoek verschenen van de Amerikaanse wetenschapper Lawrence Taylor dat het drinken van frisdranken de kans op een hartaanval vergroot. Een ander onderzoek van vier Amerikaanse wetenschappers in 2013, van onder andere Robert Lustig, wijst uit dat bij een kleine toename van het suikergebruik de kans op diabetes al flink verhoogt wordt.

Neeke Smit onderstreept dat teveel suikergebruik het risico op diabetes vergroot, alleen is ze niet helemaal eens met de aanpak. “Wetenschappers zoeken heel erg naar iets om nadrukkelijk de schuld te geven. Je had bijvoorbeeld vroeger dat we allemaal vetarm moesten eten, want vetten waren niet goed voor je en de andere keer moesten we weer glutenvrij eten. Dat is vooral op het niveau van de consument zelf want die wilt dan suikervrij eten omdat dat de boosdoener is.” Volgens Smit wordt er vooral door de daarop ingespeeld fabrikanten want daardoor bieden zij zogenaamde suikeralternatieven aan die het idee van de consument voeden.

 

In de grafiek is te zien dat er sinds 2012 een gestage stijging te zien in de hoeveelheid berichtgeving over suiker. In 2012 werden er nog 326 geplaatst in alle Nederlandse media en dit jaar waren er dat al 499.

 

‘Suikertaks’ één van de maatregelen

Volgens het Diabetesfonds is de overheid één van partijen die wat aan het ‘suikerprobleem’ kan doen. Zo zijn zij betrokken bij de inrichting van de omgeving. Heel concreet als voorbeeld noemt het Diabetesfonds het invoeren van een ‘suikertaks’ op frisdranken. “In frisdranksappen en siropen zitten suikers in vloeibare vorm. Het nadeel daarvan is dat als je het drinkt dan zijn het zogenaamd loze calorieën want je gaat er niet minder om eten. Die suikers in vloeibare vorm zorgt ervoor dat de fructose rechtstreeks naar de lever gaan en dat zorgt voor levervetting”, zegt Rens van de Berg van het Diabetesfonds.

Verschillende landen zoals België en Groot-Brittannië hebben een suikertaks ingevoerd om de grote hoeveelheid obesitaspatiënten tegen te gaan.  Van de Berg noemt ook dat uit onderzoek is gebleken dat wanneer er een taks van twintig procent op de frisdranken komt, er een effect is te zien bij het koopgedrag van de consument.

CocaCola gaf onlangs in De Telegraaf aan dat ze een suikertaks helemaal niet erg vinden maar dat er alleen gekeken wordt naar frisdranken is volgens hun geen goede zaak. Minister Schippers van Volksgezondheid zegt zich nu niet te willen richten op een taks maar eerder op het aanpassen van de producten.

 

Conclusie

Na het lezen van verschillende onderzoeken over suiker kan je wel zeggen dat er vooral de laatste drie jaar een hele negatieve sfeer is gecreëerd rond suiker. Bijvoorbeeld onderzoeken van Amerikaanse wetenschappers Lawrence Taylor en Robert Lustig, zoals onder het kopje ‘Bewijslast stapelt zich op’ staat, geeft aan dat er een aantal jaren terug een hype is gecreëerd. Alleen zoals Neeke Smit aangeeft zit er ook een stukje sensatie zoeken bij. Er moet een bepaald iets aangewezen worden voor het probleem en dat is nu suiker. Wel moet er gekeken worden naar het totaalbeeld om het probleem aan te pakken.

Smit geeft ook aan hoe kleiner een keten is des te sneller het opgenomen wordt in je bloed. Daardoor krijg je een enorme engergiepiek. Als in het  lichaam de bloedsuiker omhoog loopt, gaat het insuline aanmaken om de glucose weer op te kunnen in de cellen. Insuline werkt daarbij langer door dan dat de glucose werkt. Dan zie je dat na die piek dat je ook een hele snelle daling krijgt in je bloedsuiker

Verder zijn alle bronnen er wel over eens dat frisdranken de grootste boosdoener zijn. Een suikertaks daarop zal er in de nabije toekomst waarschijnlijk nog niet komen maar dat is een van de aspecten waar het Diabetesfonds op inzet.