SOMEREN – Digitalisering is onvermijdelijk, vooral in het basisonderwijs. Maar deze belangrijke tak van de maatschappij lijkt achter te lopen op dit gebied. Toch niet overal. Het ligt maar net aan het beleid en visie van die bassischool hoe zij omgaan met ICT.

Op 5 Februari 2015 komt er een opiniestuk online van Rosalinde Tippe, Studente pedagogiek. In dit stuk wordt de mening verkondigd van wat er op dit moment speelt onder veel ouders: ‘Digitalisering moet verminderen in het basisonderwijs’.  Er word verwezen naar een onderzoek van de Duitse neurowetenschapper Manfred Spitzer waaruit zou blijken dat de digitalisering van de maatschappij ons niet slimmer maakt, maar juist dommer. Een veel besproken kwestie is natuurlijk of de technologie van de moderne tijd de mensen niet dommer maakt of asocialer, dus hier wordt mooi op ingespeeld. Natuurlijk worden er ook zorgen uitgesproken over de nieuwe generaties. Kinderen die in een maatschappij terecht komen waar de digitale wereld overheerst. Een angst van veel mensen maar misschien wel ongegrond. Je zou kunnen zeggen dat het begint bij opvoeding. Als je kinderen fatsoenlijk en met mate om leert gaan met technologie, kan er niet veel fout gaan zou je zeggen. En waar begint dat beter dan op het basisonderwijs.

Het ICT-Beleid

Elke basisschool heeft een ICT-beleid waarin beschreven staat hoe deze school omgaat met technologie. Het blijkt dat er in scholen in de regio Zuidoost Brabant daar ten opzichte van elkaar erg in verschillen .Het Eindhovens Dagblad komt op 13 Maart 2015 met een artikel waarin precies dat besproken wordt. “Het is onontkoombaar”, zegt Prodas-bestuurder Jacqueline Ketelaars over nut en noodzaak van digitalisering op school tegen het ED. ‘’Niet alleen omdat kinderen tegenwoordig swipend opgroeien, maar ook omdat ict-toepassingen het onderwijs vooruit kunnen helpen. ‘’ Het onderwijs wordt steeds gepersonaliseerder,  wordt geciteerd van Ger Dirks van scholenorganisatie Qliq in Helmond. “Elk kind kan les krijgen op zijn eigen niveau.” Daar sluiten meer scholen zich bij aan.

Bijvoorbeeld ook basisschool Het Toverkruid in Asten, dat onder Prodas valt. Administratief medewerkster , Patricia Willems, laat zien hoe de tablets en laptops in miniatuur formaat voor kinderen worden gemaakt. Ze legt uit dat door de jonge groep leraren en ICT-medewerkers er volop gebruik gemaakt kan worden van technologie in het klaslokaal. Willems: ‘’Wij hebben verschillende programma’s en software ontwikkelt voor de kinderen, waarbij zij op hun eigen niveau bijvoorbeeld wiskunde of taal kunnen leren. Als dit programma merkt dat een kind zijn oefeningen erg makkelijk vindt, dan worden de oefeningen aangepast aan het niveau van het kind.’’ De software wordt ontwikkelt door een medewerker van  de school die ze ook programmeert op elk platform voor dat de leerlingen gebruiken.

Een middel en een doel

Directeur Raymond van Wetten vertelt over zijn visie van lesgeven met technologie: ‘’Veel leraren staan tegenwoordig uit, met nieuwe manieren van lesgeven ben jij de architect van je onderwijs. De referentiedoelen die kinderen moeten halen bij verschillende vakken kunnen efficiënter behaald worden, door efficiënter lesgeven. ‘’ Kinderen van deze school leren al snel met technologie omgaan en dat moet ook in deze maatschappij vind Van Wetten. Ze maken video’s en bewerken ze, ze maken al powerpoint presentaties en gebruiken apps en tools om werkstukken te maken en te presenteren. Raymond: ‘’Je moet uit die kinderen halen wat erin zin. Gras wordt niet groter door er aan te trekken. Deze vorm van lesgeven maakt het speelser, nieuwer en de leraar heeft onbegrensde mogelijkheden om gericht en duidelijk les te geven.

Het contrast

Waar de ene school ver voor loopt, is de ander weer een middenmoot. Je hebt het uiterste, een Steve Jobsschool waar elk kind een Ipad heeft en ze voorop liggen met technologisch lesgeven, en voorbeelden als : Basisschool ‘Willibrordus’ in Diessen. Zij zijn de middenmoot in hun stichting: de oude vrijheid. Doordat er een hoop oudere mannelijke leraren waren die tegen hun pensioen aanliepen, hadden zij te maken met mensen die het doorvoeren van digiboard niet zagen zitten. Hierdoor hebben zij enigszins vertraging opgelopen met het volledig doorvoeren in de volledige school.  Voor sommigen gaat het gewoon te snel. Deze school is het wel eens met de digitalisering en wat voor nut het heeft : ‘’ Onderwijs moet met zijn tijd meegaan, en het is nu de tijd van digitalisering. Je moet een kind uitdagen om te leren, en als je dat op een ouderwetse manier doet werkt het niet. Het grootste voordeel is dat je álles kan visualiseren wat je uitlegt. Een voorbeeld maakt een uitleg al snel makkelijker.’’ Een verschil tussen debesproken basisscholen, uit Diessen en uit Asten, is de omgang. In Diessen hebben ze studiedagen waarop de kinderen vrij zijn, en er ruimte is voor cursussen van de leraren. In Asten vogelt het jonge team de nieuwe technologie zelf uit.

Ouders

Van Wetten vertelt nog dat volgens hem, kinderen op een andere manier slim worden: ‘’Ze worden mediaslim, ze leren snel en pakken snel nieuwe technologie op. Ze worden daarnaast ook gehaaider.’’ Een angst waar ook veel over gesproken wordt, is het asocialer worden van kinderen door de technologie. Volgens veel leraren begint dat toch bij de ouders. Patricia Willems voegt eraan toe: ‘’Als ouders de kinderen komen halen zitten ze zelf constant naar zo’n ding te staren. Er wordt geen tijd meer gemaakt voor de kinderen en ze vragen brutaler, en directer aandacht. Als ze dat niet krijgen of er wordt ze niet geleerd dat dat niet juist is waar begint het probleem dan?’’  Het is volgens van Wetten ook niet  de taak van het onderwijs om kinderen dit soort manieren bij te brengen. ‘’Ze zijn slim genoeg’’ zegt hij.  ‘’Ze leren het meeste van elkaar.’’ Dat zie je nog steeds terug op het speelplein. Buiten school is er weinig technologie te bekennen. Er wordt nog steeds gevoetbald, geknikkerd, tikkertje gespeeld en gerotzooid. Dus misschien is technologie in het basisonderwijs meer onder controle dan dat we denken.