De mens denkt maar al te goed te weten wat kippen fijn vinden. Biologisch vlees wordt beloond met drie Beter Leven-sterren, de ‘plofkip’ met aanvallende spotjes van Wakker Dier. Maar hoe diervriendelijk is het ‘diervriendelijkste’ vlees van Nederland nou echt?

‘’Nu bij Mac Donalds: Plofkipjes! spaar ze allemaal. Volgevreten Fatty, Blistie met zijn pijnlijke voetzweren, de oververhitte Puffy en natuurlijk kreupele Krippel. Ze zitten allemaal in het kipnuggets Happy Meal, voor uw kleintjes.’’ Na deze reclame van stichting Wakker Dier dacht u misschien wel twee keer na aan de bestelbalie van de grootste fastfoodketen ter wereld. Wellicht kiest u ook in de supermarkten steeds vaker voor ‘diervriendelijker’ vlees. Dit kan scharrelkip zijn met één of twee sterren van de Dierenbescherming, maar biologisch kippenvlees wordt door velen aangewezen als het diervriendelijkste alternatief.

Figuur 1: Aantal (biologische) pluimveebedrijven in Nederland

Rob Juyn is zo’n biologische kippenboer. Op zijn boerderij ‘Op Het Erf’ houdt hij 3400 kippen. Hij heeft twee drijfveren om biologisch te werken. Ten eerste omdat het volgens hem het allerbeste stukje vlees oplevert. Een tweede reden is het dierenwelzijn. Want, daar is hij zeker van: Biologisch produceren is het allerbeste voor kippen in de vleeskuikenindustrie. “Voor het dierenwelzijn is het belangrijk dat een kip naar buiten kan en in bomen kan klimmen. Het is namelijk een bosdier. Daarnaast moet de kip niet te dik zijn en natuurlijk gedrag kunnen vertonen”, aldus Juyn.

Het klopt dat kippen in de biologische vleeskuikenindustrie het langste leven, de meeste ruimte hebben en veel natuurlijk zonlicht genieten. Er zitten minder kippen in een stal en vaak worden er langzaam groeiende rassen gebruikt. Daarnaast moet een biologische boer als Rob Juyn over een grote buitenuitloop beschikken. Dit alles wordt gecontroleerd door Skal, de stichting die toezicht houdt op de biologische productie in Nederland. Het is een romantisch beeld: vitale, blije kippen, scharrelend in het gras.

Video 1: Rob Juyn

Maatstaf voor dierenwelzijn

Maar is romantiek wel een goede graadmeter voor dierenwelzijn? Er zijn mensen die dit in twijfel trekken. Ingrid de Jong, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit en specialiste op het gebied van dierenwelzijn, pleit voor een andere manier van meten. “Om het dierenwelzijn te bepalen kun je het beste kijken naar de kip zelf, en niet enkel naar de omstandigheden die voor de kip gecreëerd zijn”, vertelt De Jong. Als voorbeeld geeft zij de buitenuitloop waar biologische boeren over moeten beschikken. Wanneer deze nat, modderig of zacht is, kan de kip last krijgen van voetzoolleasies. Dit zijn pijnlijke zweren aan de poten van het dier. “Je kan je dan afvragen of bijvoorbeeld een scharrelkip met een binnenuitloop geen beter leven heeft, terwijl deze dus niet naar buiten kan.”

Figuur 2:
Voetzoollaesies bij vleeskuikens

Links: score 0, intacte voetzolen
Midden: score 1, milde laesie
Rechts: score 2, ernstige laesie

Foto: Wageningen UR

 

Daarnaast hebben biologische kippen volgens het Voedingscentrum in theorie een hoger risico op ziektes. Dit geld niet alleen voor biologische kippen, maar voor alle dieren met een buitenuitloop. Dit komt doordat zij in contact komen met dieren in de omgeving, en zo meer kans lopen om besmet te raken met bijvoorbeeld salmonella of een parasiet.


Transport de grote boosdoener?

Binnen of buiten, snelgroeiend of traaggroeiend, 10 of 20 kippen op een vierkante meter, volgens pluimveehouder Marcel Kuijpers maakt het allemaal niet zoveel uit voor het dierenwelzijn. Volgens hem is stress de grote boosdoener. Hij beweert dat je het welzijn van de kip moet afmeten aan de hoeveelheid stresshormonen in het bloed. Wanneer je dit doet, zie je dat een kip het meest gespannen is tijdens het transportproces, meent hij. Daar heeft hij iets op bedacht: één terrein waarop de kuikens geboren, gefokt en geslacht worden.

Dat klinkt simpeler dan het is. Marcel Kuijpers is namelijk al twaalf jaar aan het procederen tegen dierenrechtenorganisaties die zijn plan tegen willen houden. Zelf is hij er echter van overtuigd dat zijn beoogde werkwijze juist goed is voor de kip. “Wij doen er alles aan om het leven van de kip zo aangenaam mogelijk te maken. Door ze niet te transporteren, hebben ze geen stress.”

Video 2: Marcel Kuijpers
Beelden M Kuijpers, Kuijpers Kloek Infofilm

René Welpelo, kwaliteitsmanager bij slachtketen Plukon, denkt hier anders over. Hij meent dat transport geen problemen voor het dierenwelzijn hoeft op te leveren: “Je moet er gewoon voor zorgen dat de omstandigheden in de wagen goed zijn. Een optimaal klimaat is daarvoor belangrijk: de kippen moeten het niet te warm en niet te koud hebben.”


Naar de slacht

U leest het wel: één kippenleven, een heleboel meningen. Een ding is echter voor alle kippen hetzelfde. Biologische kippen, scharrelkippen, reguliere kippen, maïskippen en zelfs legkippen: ze worden uiteindelijk allemaal geslacht. Wanneer ze geslacht moeten worden, gelden voor biologische kippen geen speciale regels meer: niet over het vangen van de kippen, hoelang ze in de krat zitten en de duur van het transport. “Het biologische proces houdt vanaf dat moment op”, zegt Marien Gerritzen, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. Hij is gespecialiseerd in dierenwelzijn en heeft veel kennis over de slacht. “De interactie met de mens is de grootste bedreiging voor het dierenwelzijn. Het is dus goed om de kippen netjes te vangen en kort te vervoeren.”

Wat volgens Marien Gerritzen ook van belang is, is de manier van verdoven. In Nederland kan dit vaak op twee manieren: door middel van een elektrisch waterbad of met CO2-gas. Het waterbad komt steeds minder voor. Gerritzen vindt dit een goede zaak. “Bij deze verdovingsmethode hangen de dieren aan hun poten op de kop. Dit kan pijn doen en zorgen voor stress. Daarnaast raakt niet elke kip even goed verdoofd.”

Naast deze twee gangbare methodes, kan je kippen ook verdoven met een ‘klassieke’ kopverdover. Deze wordt echter enkel gebruikt bij kleine slachterijen. Een voorbeeld hiervan vind je op De Walnoothoeve(n) in Hoeven, Noord-Brabant. Geert van der Kaa houdt hier ongeveer vijfduizend kippen, die bij hem geboren en geslacht worden. De kippen worden één voor één verdoofd. “Door de elektrische kopverdover zijn ze helemaal buiten bewustzijn. Verder proberen we ervoor te zorgen dat ze niet te lang in de krat zitten”, aldus Van der Kaa. “Mensen vertellen ons vaak dat we het meest politiek correcte bedrijf zijn dat er bestaat.’’ Toch heeft het kippenvlees van Van der Kaa geen Skal keurmerk. “Ik kan mij vinden in de biologische werkwijze, maar ik heb geen zin om veel geld voor een logo te betalen. Daarnaast vind ik het onzin om kippen ‘biologisch’ voer te geven. Dit bestaat namelijk niet: 90% van de soja is immers genetisch gemanipuleerd.”

De kippen op De Walnoothoeve(n) lopen buiten, hebben relatief veel ruimte en ze gaan niet op transport. Toch is Van der Kaa voorzichting met de term ‘diervriendelijk’: “Als je écht diervriendelijk wilt zijn, moet je geen dieren houden.”

Video 3: Geert van der Kaa


Welke kip eet ik vanavond?

Wellicht vat Geert van der Kaa het antwoord op de vraag wat het diervriendelijkst is het beste samen, namelijk: geen dieren houden. Wie dierenwelzijn echt hoog in het vaandel heeft staan, eet dus geen vlees. Elke kip, biologisch of regulier, maïs of scharrel, eindigt uiteindelijk op de slachtbank.

Maar er bestaat natuurlijk ook iets als ‘relatieve’ diervriendelijkheid: wat koopt een consument die graag vlees blijft eten, maar wel een ‘bewuste’ keuze wilt maken? Dat hangt af van uw interpretatie van het begrip dierenwelzijn. Wanneer u wilt dat het dier leeft zoals het van nature bedoeld is, komt u al snel uit bij biologisch vlees. Dat is vaak het vlees met het Skal keurmerk. Dit komt onder andere doordat het bio-kuiken veel ruimte heeft om te scharrelen, het langste leeft en veel langzamer groeit dan een regulier vleeskuiken.

De vraag is echter wat onder de streep het meeste dierenwelzijn oplevert. Misschien is dit wel het beste af te lezen aan het dier zelf. Denk hierbij aan het meten van de aan- of afwezigheid van voetzoollaesies. Of aan het meten van stresshormonen, om te zien hoeveel stress een kip in zijn leven heeft gehad. Wanneer dít voor een consument doorslaggevend is, moet hij of zij nog even geduld hebben. Het huidige meetsysteem schiet hierin nog te kort, omdat deze het dierenwelzijn voornamelijk afleest aan het productiesysteem.

Wellicht is, net zoals bij veel zaken, het zoeken van een balans tussen deze twee visies het verstandigste: een meetsysteem voor dierenwelzijn waar gekeken wordt naar het productiesysteem én naar gegevens van het dier zelf. Handig voor de consument én prettig voor het vleeskuiken.