Door Cindy Goosen & Ankie Nederlof

“Ik kreeg mails binnen van mensen die zogenaamd tegen de doodstraf waren, die vonden dat ik moest hangen”, vertelt Patrick van Schie, directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijke bureau van de VVD. Hij schreef in 2005 een artikel in ‘Liberaal Reveil’ over het afschaffen van artikel 114 van de Grondwet, waarin staat dat de doodstraf verboden is in Nederland. De doodstraf is een onderwerp dat absoluut niet besproken kan worden in de Nederlandse politiek. Het is een taboe. 
Uit: Van Schie, P. G. C. (2005, 1 februari). Verwijder het verbod op de doodstraf (Grondwetsartikel 114).

“Ik kreeg mails binnen van mensen die zogenaamd tegen de doodstraf waren, die vonden dat ik moest hangen” – Patrick van Schie

Lang was de doodstraf een doodnormaal fenomeen in Nederland. Levend koken, geseling, spietsing, de brandstapel of de guillotine, niets was te gek voor de Hollanders. Hoe anders is dat nu. Sinds het afschaffen van de doodstraf in het normale strafrecht in 1870 en de algehele grondwetsherziening in 1983 is het absoluut ‘not done’ om de doodstraf ook maar even ter sprake te brengen. En degenen die het wel wagen om hun vingers aan dit onderwerp te branden, worden meteen massaal afgebrand, zowel door de politici als vanuit de Nederlandse bevolking. Waarom ligt dit onderwerp toch zo gevoelig?

De politiek en de Nederlandse bevolking

Om meer inzicht te krijgen in het taboe rond de doodstraf in de Nederlandse politiek is het belangrijk om te weten wat voor standpunt de politieke partijen en de Nederlandse bevolking inneemt in dit onderwerp. Het is makkelijker om te achterhalen hoe de politiek hierover denkt dan de Nederlanders. Er worden namelijk zelden peilingen of enquêtes gehouden over de doodstraf onder de bevolking.

De meest recente peiling die is gehouden onder de Nederlanders over de doodstraf is die uit 2008 door Nederlands bekendste opiniepeiler: Maurice de Hond. Uit zijn peiling bleek dat 40% van de Nederlanders voor de herinvoering van de doodstraf was. 13% wilde alleen de sanctie invoeren voor hele zware misdadigers en ruim 26% wilde de doodstraf reserveren voor bijzondere gevallen.
Uit: Trouw. (2008, 13 april). Meerderheid tegen doodstraf in peiling.

40 % van de Nederlandse bevolking is voor herinvoering van de doodstraf  blijkt uit een peiling van Maurice de Hond

Vier op de tien Nederlanders is veel, maar toch waagt de politiek zich er niet aan om dit bespreekbaar te maken. Dit gaat toch een beetje tegen de waarden van een democratie in. Een onderwerp waar bijna de helft van de Nederlanders voor is, zou toch op z’n minst bespreekbaar moeten zijn bij onze leiders. De politiek denkt hier zelf echter anders over, want er is nog nooit een debat gevoerd over de doodstraf in de Tweede Kamer. Er is in Nederland ook maar één partij die openlijk voor de doodstraf is: de SGP. De partij beschrijft haar standpunt als het volgende:

‘De visie van de SGP op de doodstraf berust op wat de Bijbel zegt over de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht. De mens is geschapen naar het beeld van God. Vanuit dit vertrekpunt – de hoge waardigheid van de mens als beelddrager van God – volgt dat de overheid (rechter) gerechtigd is om bij ernstige levensdelicten de doodstraf toe te passen.’
Uit: SGP. (z.d.). Zondag – SGP.

Maar ook de SGP heeft er na bijna honderd jaar voor gekozen om in 2017 de doodstraf uit haar partijprogramma te halen. Op de vraag waarom ze deze keuze heeft gemaakt, wilde de partij niet reageren.
Toch zijn er de afgelopen jaren personen geweest die zich hebben durven wagen aan de ‘doodstrafkwestie’. En dat hebben ze geweten. Sinds de algehele grondwetsherziening in 1983, waarbij artikel 114 werd ingevoerd en de doodstraf in alle gevallen werd verboden, zijn er twee prominente figuren geweest die zich openlijk hebben geuit over de doodstraf.

Hilbrand Nawijn

De eerste persoon die in aanraking kwam met het taboe is Hilbrand Nawijn. Voor de Lijst Pim Fortuyn was hij minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in het kabinet-Balkenende I. Zijn eigen verhaal met de doodstraf begon in 2002, tijdens het proces van Volkert van der Graaf voor de moord op Pim Fortuyn.

“Tijdens het proces van Volkert van de Graaf werd mij tijdens een interview met de Nieuwe Revu gevraagd wat ik vond van de doodstraf in zijn algemeenheid”, vertelt Nawijn. “Het was toen eigenlijk een onderwerp waar ik nog niet zo goed over had nagedacht. Ik heb toen gezegd dat ik niet zoveel moeite had met de doodstraf voor zware misdadigers. Als een ander land dan een besluit zou nemen om die personen de doodstraf te geven, zou je mij niet horen protesteren. Dat is eigenlijk het enige dat ik toen heb gezegd. Ik heb Nederland niet eens genoemd. Dit staat letterlijk op een bandje.” Daarna werd hem gevraagd of Volkert van de Graaf ook de doodstraf moest krijgen. “Dat heb ik toen in het midden gelaten”.

“Als mens kan je natuurlijk alles zeggen wat je wil, maar als minister moet je constant je woorden afwegen.” – Hilbrand Nawijn

De volgende dag werd er echter een persbericht naar buiten gebracht door journalist Frenk van der Linden met de titel: minister pleit voor doodstraf. Naar aanleiding hiervan heeft Nawijn een enorme berg kritiek over zich heen gekregen, vooral vanuit de Tweede Kamer. “Ik werd in de Kamer ter verantwoording geroepen”, vertelt Nawijn. “Als mens kan je natuurlijk alles zeggen wat je wil, maar als minister moet je constant je woorden afwegen. Zij waren toen ook van mening dat ik voor de herinvoering van de doodstraf was en ze hielden zich vast aan dat standpunt.” Hij heeft vervolgens nog wel geprobeerd om te vertellen dat hij dat niet zo gezegd had, maar daar wilden de Kamerleden niets van horen. “Er is toen een debat gevoerd en een motie van wantrouwen ingevoerd, maar die werd niet aangenomen. Ik ben dus ook blijven zitten.”

Het is volgens hem duidelijk dat het taboe er is in de Nederlandse politiek. Nu nog steeds. Maar een duidelijke oorzaak van dit taboe kan hij niet geven. “Het ligt zo enorm gevoelig, dat was voor mij ook heel onverwacht”, vertelt hij. “Als je het hier gaat hebben over een herinvoering van de doodstraf, dat kan absoluut niet in een beschaafd land als Nederland. Zegt men. Dus door de doodstraf te benoemen raak je de beschaving volgens mij. Over dit soort dingen praat je blijkbaar niet en ik denk dat dat in de nabije toekomst door alle gevoeligheden nog niet gaat gebeuren.”

Patrick van Schie

Ook Van Schie heeft het nodige over zich heen gekregen na zijn artikel in ‘Liberaal Reveil’ over het afschaffen van artikel 114 uit de Grondwet. Hij kreeg niet alleen negatieve reacties van de publieke opinie, maar ook de vanuit politiek heeft hij veel kritiek over zich heen gekregen. Zelfs uit zijn eigen partij, de VVD, kreeg hij een felle reactie. Laetitia Griffith reageerde dat de VVD principieel tegen de doodstraf is. “Het is een opvatting waar de helft van de bevolking voor is. Ook de meerderheid van de VVD-stemmers is voor. Ik heb toen gezegd dat ze zich zou moeten afvragen waarom ze zo reageert”, vertelt Van Schie.

Van Schie had wel verwacht dat er commotie zou ontstaan over zijn artikel. “Zo gaat dat nou eenmaal met hypes. Ik ging van het ene naar het andere tv- of radioprogramma. Dat is eigenlijk toch wel merkwaardig. Het artikel is rustig en afgewogen, volgens mij. Waarin ik vooral in ga op hoe deugdelijk de argumenten zijn tegen de doodstraf.” Toch is het artikel heel bewust gekozen. “Dat de redactie een ‘afschafnummer’ wilde maken was een mooie aanleiding. Ik heb bewust gekozen voor een moment dat er geen verkiezingen zouden zijn.” Hij geeft aan er ook absoluut geen spijt van te hebben.

“Als er meerdere terroristische aanslagen in Nederland zullen plaatsvinden, zullen politici moeten overwegen of de doodstraf moet worden ingevoerd in Nederland.” – Patrick van Schie

Een directe verklaring voor het taboe kan ook Van Schie niet geven. Het is volgens hem gewoon ‘not-done’ om anders over de doodstraf te denken. “Veel mensen hebben de neiging om voorzichtig te zijn. In de jaren 90 was het aan de orde stellen van de migrantenkwestie ook een taboe in het Binnenhof en nu is de doodstraf dat.” Hij kan zich echter wel situaties voorstellen waarbij de politici in de toekomst druk kunnen gaan voelen. Als er meerdere terroristische aanslagen in Nederland zullen plaatsvinden bijvoorbeeld. “Er is al een hele tijd geen oorlog geweest. Een heleboel mensen, waaronder ook politici, zullen denken dat het voorlopig ook niet zal gebeuren. Maar deze lange tijd van vrede is uitzonderlijk. Dat weet ik  als historicus. Ik hoop dat we oorlog kunnen vermijden, maar als het wel aan de orde is, zullen we dat instrument wel nodig hebben. In zulke situaties zal de publieke opinie kantelen, maar dat soort gevallen zullen niet het klimaat aan het Binnenhof veranderen”, verwacht Van Schie.

Mogelijke oorzaken

Maar waarom is dit taboe er? Waarom kan er niet over de doodstraf worden gepraat in de Tweede Kamer? Deze vragen zijn erg moeilijk te beantwoorden. Er is tot nu toe ook nog niemand naar voren gekomen met een duidelijke verklaring, maar er zijn wel meerdere mogelijkheden te ontdekken. Zo zou het noemen van de doodstraf niet horen bij een beschaafd land als Nederland. Ook Hilbrand Nawijn gaf dit als mogelijke oorzaak. De doodstraf wordt door velen gezien als inhumaan. Dit was ook de belangrijkste reden waarom de doodstraf uiteindelijk is afgeschaft in Nederland, zowel in 1870 als in 1983. Het was simpelweg niet passend bij een beschaafde natie.
Uit: NBD Biblion. (2015, 26 maart). Doodstraf.

Een andere reden voor het feit dat de politiek niet spreekt over de doodstraf is dat het nutteloos zou zijn. Na de algehele grondwetsherziening in 1983 werd het praktisch gezien onmogelijk om de doodstraf herin te voeren in Nederland. In artikel 114 werd vastgelegd dat de doodstraf onder geen enkele omstandigheden meer mocht worden uitgevoerd. Daarvoor kon nog beroep worden gedaan op het oorlogsrecht. Door dat recht konden tussen 1945 en 1952 39 oorlogsmisdadigers worden geëxecuteerd.
Uit: NTR. (2005, 6 december). De laatste doodstraf – Andere Tijden

Nu is dat niet meer mogelijk. Om nu de doodstraf in te voeren zou je dus de Grondwet moeten wijzigen en dat is alles behalve makkelijk. Een herziening vindt plaats in twee aparte lezingen en bij de tweede lezing is in beide Kamers een grote meerderheid nodig, namelijk tweederde van de stemmen. Bovendien moet de Tweede Kamer tussen de eerste en tweede lezing opnieuw verkozen worden. Hier zou dus enorm veel tijd overheen gaan, maar volledig onmogelijk is het ook niet. (De Uit: De Nederlandse Grondwet. (z.d.). Procedure Grondwetsherziening

Maar Nederland heeft in 2002 ook Protocol 13 van het Verdrag van de Rechten van de Mens ondertekend, waarin de doodstraf onder alle omstandigheden wordt afgeschaft. (uit: Protocol No. 13 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de […] de afschaffing van de doodstraf onder alle omstandigheden, Vilnius, 03-05-2002) Dus mocht de invoering van de doodstraf ter sprake komen, dan zou Nederland uit dit verdrag moeten stappen. Ook dit is mogelijk om te doen, maar de kans dat de Nederlandse regering dat gaat doen is nihil en een onrealistische gedachte.

Conclusie

Hoewel een duidelijke verklaring niet eenvoudig te vinden is, is één ding in ieder geval zeker: het taboe bestaat in de Nederlandse politiek. Iedereen die de doodstraf in het verleden aan de kaak heeft gesteld, is vrijwel meteen ter verantwoording geroepen in de Tweede Kamer. Daar zijn Hilbrand Nawijn en Patrick van Schie het levende bewijs van. Zodra het woord ‘doodstraf’ valt, staat iedereen meteen op zijn achterste poten. Er is dan ook nog nooit een echt debat over gevoerd. En dit terwijl een groot deel van de Nederlanders toch echt voor de herinvoering van de doodstraf is.

Er zal veel nodig zijn om dit taboe te doorbreken en het klimaat in het Binnenhof te veranderen. De politiek zal erg onder druk gezet moeten worden om de herinvoering van de doodstraf bespreekbaar te maken. Volgens Van Schie zou dit onder andere kunnen gebeuren door een reeks grote aanslagen in Nederland, in de trant van de aanslagen die Parijs in november 2015 heeft moeten doorstaan. Dit zal een enorme impact hebben op de Nederlandse samenleving en de roep om een zware sanctie als de doodstraf zou hierdoor mogelijk kunnen groeien. Met de toenemende gevoelens van onzekerheid en onveiligheid in de samenleving is deze gedachte volgens Van Schie erg reëel. We leven immers in een bijzondere periode van vrede in West-Europa, maar daar zou snel verandering in kunnen komen. En in dat geval zou Nederland een regering nodig hebben die niet bang is om taboes te doorbreken.