Concrete regels voor dierenwelzijn in dierenwinkels staan niet op papier. Daar zijn meerdere belanghebbende dierenpartijen het niet mee eens. Inspecteurs van de LID weten hoe ze een dierenwinkel moeten controleren op dierenwelzijn. Is het dierenwelzijn, naar mening van de inspecteur, in gedrang? Dan laat de RVO de inspecteur meteen maatregelen nemen.

Zijn de Nederlandse regels voor dierenwelzijn in dierenwinkels voldoende? 

Door Tijmen Schauwaert en Myrthe van Munster

 

Een scenario: Je loopt een dierenwinkel binnen en daar word je omringd door de penetrante geur van dierenontlasting, voer en sigarettenrook. De medewerkers roken peuken terwijl ze hokken controleren. Die hokken zijn klein en er bladdert verf vanaf. Wanneer je ogen verder naar beneden dwalen, zie je dat er plassen water op de grond liggen. Een kat met een grof, onverzorgd uiterlijk loopt los en krabt zichzelf voortdurend. In de aquaria zwemmen niet alleen vissen rond met alle kleuren van de regenboog, er zitten ook grote zakken gevuld met water in waar de kleinere soortgenoten in rond bewegen. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?

Wat zijn de regels voor dierenwelzijn in Nederlandse dierenwinkels?

De regels voor dierenwelzijn in Nederlandse dierenwinkels zijn opgesteld door de Rijksoverheid, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ze zijn te vinden in het ‘Besluit houders van dieren’. De eerste versie van dat besluit is gepubliceerd op 5 juni 2014. De vernieuwde versie geldt van 1 juli 2018 tot en met heden. Voor dit onderzoek wordt gekeken naar hoofdstuk 3 van het besluit: ‘Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden’. Paragraaf 2 van dat hoofdstuk gaat over het bedrijfsmatig verkopen van gezelschapsdieren, ofwel de verkoop van dieren in dierenwinkels. In onderstaande infographic zijn de regels in het kort te lezen, inclusief een lesje geschiedenis.

Tekst loopt door onder de infographic

Loading...

Loading…

Voor dit onderzoek zijn de regels uit het besluit relevant voor dierenwelzijn in Nederlandse dierenwinkels. Wat zeggen belanghebbende partijen over deze regels? Vinden zij dit voldoende?

Anne-Miep Vlasveld, Partij voor de Dieren

De eerste belanghebbende die we aan het woord laten is Anne-Miep Vlasveld. Ze is statenlid van de Partij voor de Dieren in Noord-Brabant. Wat vinden Vlasveld en de politieke partij van de regels uit het ‘Besluit houders van dieren’?

Beluister hieronder de podcast:

Tekst loopt door onder de podcast

Elly von Jessen, Dierenbescherming

De Dierenbescherming is een van de vele organisaties die pleit voor een beter dierenwelzijn. De organisatie zet zich in voor dieren in nood. Dat doen ze met dierenambulances, opvangcentra, inspecteurs en vrijwilligers. Elly von Jessen, senior beleidsmedewerker bij de Dierenbescherming, vertelt over de regels voor dierenwinkels. 

Vierkante meters kosten geld

Op de vraag of het ‘Besluit houders van dieren’ wel goed genoeg is, zegt Von Jessen: “In de wet staan open normen en doelvoorschiften. Dierverblijven moeten groot genoeg zijn om te staan, te draaien en te liggen voor het dier. Een voordeel voor de dierhouder kan zijn dat je zelf kan invullen hoeveel dat is. En dat bedoel ik niet vies, maar vierkante meters kosten geld. Je kunt kiezen voor kleinere hokken. Waar is de ondergrens? De bovengrens staat voor kwaliteit en keurmerken.”

Een nadeel is dat de wet niet heel duidelijk is, volgens Von Jessen. “Wanneer is het goed genoeg? Werken open normen en doelvoorschriften in een systeem waar vierkante meters geld zijn? De wet zegt niet dat je het goed doet, maar dat je het niet verkeerd doet. Dat is niet expliciet genoeg.” 

Kinderen naar de winkel

“Er is niet genoeg transparantie in deze sector. Kijk maar naar de veehouderij. In essentie kun je van elk product nagaan waar het gemaakt is, of vandaan komt. Bij een gezelschapsdier is dat niet zo. Zie je een konijn, dan zijn er misschien wel tientallen vóór gefokt. En ook een dier als slangenvoer houd je anders dan een dier voor de verkoop.” Ze gaat door over de praktijk, in de dierenwinkel. “Dierenwinkels werken voor de klanten. Je verdient niet veel aan huis-, tuin- en keukendieren. Ze willen kinderen naar de winkel lokken. In de keten is het meten met meerdere maten”, legt Von Jessen uit. 

De kritische klant 

Ook geeft ze iets prijs over het verleden van de Dierenbescherming: “De Dierenbescherming heeft vrij fel geroepen dat ze tegen de verkoop van dieren zijn in de winkel, maar het werd niet beter. Dus als het goed kan, waarom dan niet? We willen nog steeds dieren hebben en ze komen altijd ergens vandaan.” Wat zou kunnen werken? “Interesse tonen in transparantie. We moeten niet denken dat het wel goed zou zijn. Zolang de klant nergens om vraagt, zal de sector niet snel bewegen. De winkeliers denken niet snel na over hoe ze de klant kritischer maken.”

De Dierenbescherming heeft een oplossing voor winkeliers die de kritische consument voor willen zijn, namelijk spullen verkopen die bij het dier passen. “Als je in een winkel komt en je ziet een konijn in een klein hok zitten, geeft dat geen voorbeeld van hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Mensen hebben in sommige gevallen volledig ongeschikte konijnenverblijven en vogelkooien voor hun dieren. De dierenwinkel zoals we die nu kennen, is een soort traditie. Moeilijk te veranderen dus, hoewel grote ketens het misschien wel interessant vinden. De regels zijn niet scherp, daar mist wat.”

Keurmerken

De Dierenbescherming werkte in 2017 samen met dierenbrancheorganisatie Dibevo aan het project Happy Konijn om de verkoop van konijnen te verbeteren, met onder andere voorlichting. Nu is de Dierenbescherming bezig om een keurmerk op te zetten dat verder gaat dan Dierbaar, het keurmerk van Dibevo. Een winkelier kan eerst Dierbaar halen en dan het keurmerk van de Dierenbescherming.

Tekst loopt door onder de foto

Foto: Neonbrand op Unsplash

Kitty Willems, Sophia-Vereeniging

De Sophia-Vereeniging voorkomt sinds 1867 dierenleed. De non-profitorganisatie probeert dat te bereiken met politieke lobby en campagnes. In 2016 startten ze een campagne tegen de huisdierenhandel. Op 3 oktober 2017 bood de vereniging een petitie met ruim 12,5 duizend handtekeningen aan de vaste Kamercomissie voor Economische Zaken. 

Verdiepen voor kopen

Kitty Willems, communicatiemanager bij de Sophia-Vereeniging, vertelt waarom de vereniging tegen de verkoop van dieren is. “Mensen komen erg makkelijk thuis met een huisdier, bijvoorbeeld een cavia. Soms zonder dat ze er vooraf over na hebben gedacht. Ze hebben geen enkele kennis van het beestje”, vertelt Willems. Ze benadrukt dat mensen zich moeten verdiepen in het dier dat ze willen kopen.

“De regels zijn niet echt specifiek. Ook zijn het veel adviezen vanuit de branche” – Kitty Willems, Sophia-Vereeniging

Fokken en afmaken 

De vereniging vindt dat de handel in gezelschapsdieren niet aan de haak is. Willems: “Is een konijn te oud of niet schattig genoeg, dan gaan ze terug naar de fokker en worden er nieuwe, jonge konijntjes gefokt. De afgeschreven konijnen gaan vervolgens als voeding naar de dierentuin. Ook cavia’s met een ‘verkeerde’ kleur worden zomaar afgemaakt. We willen de wereld hierachter tegengaan.”

Als alternatief voor doorsnee dierenwinkels verwijst de Sophia-Vereeniging mensen graag naar opvangcentra voor cavia’s en konijnen. Willems: “Daar zijn dieren die door een ander zijn gedumpt. Mensen kunnen hen dan een goed nestje geven.”

Adviezen 

“Het is dus zeker wel een onderwerp waar Sophia actief mee bezig is. We zien toch liever dat de winkels verwijzen naar opvangcentra en er mag meer moeite in voorlichting gestoken worden. De regels zijn niet echt specifiek. Ook zijn het veel adviezen vanuit de branche”, sluit Willems af.

Tekst loopt door onder de foto

Foto: Frenjamin Brenklin

Bovenstaande belanghebbende partijen vinden de regels voor dierenwelzijn uit het ‘Besluit houders van dieren’ onvoldoende. 

Een anonieme medewerker van een Tilburgse dierenwinkel vindt de regels voor dierenwelzijn echter wèl goed genoeg: “De regels zijn al moeilijk na te leven zoals ze nu zijn. Veel strenger moeten ze niet worden.”

Het onderwerp ligt voor dierenbrancheorganisatie Dibevo te gevoelig. Daarom weigerden ze aan het woord te komen in dit onderzoek.

Wat zegt de inspectie?

Laten we de hoofdvraag eens vanaf een andere kant bekijken. Wat vindt de inspectie zelf van de regels voor dierenwelzijn in dierenwinkels? Zij voeren nota bene de inspecties uit bij de dierhouders en hun ondernemingen. Maar met welke richtlijnen?

Dik Nagtegaal, woordvoerder van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID), weet er alles over.

“De LID voert haar werk uit voor de overheid. De inspecteurs volgen dus letterlijk de wet. Namelijk de ‘Wet Dieren’ en voor winkels het ‘Besluit houders van dieren’. Die regels zijn leidend en daar controleren ze op. De LID is ervan op de hoogte dat het open normen zijn; de regels beschrijven niet elke vierkante centimeter en zijn niet meetbaar.”

Aan welke richtlijnen houden de inspecteurs zich dan?

“Ze schatten zelf in of de situatie in een dierenwinkel billijk is. Daarvoor hebben ze voldoende training gehad en ervaring opgedaan. Ze kennen de zwakke plekken en weten waar ze op moeten letten. Is er iets niet naar wens, dan schrijven ze dat op. Belangrijk is dat de inspecteurs van de LID voor levende dieren komen; ze onderzoeken niet de schappen met voer. Dierenwinkels worden steekproefsgewijs gecontroleerd, een inspectie is niet gebonden aan tijden, zoals elk jaar een inspectie. Inspecties worden nooit van tevoren aangekondigd om te voorkomen dat situaties rooskleuriger worden voorgesteld dan ze zijn.”

Bepaalde gevallen kunnen zelfs een aanleiding zijn om de wet aan te passen.” – Dik Nagtegaal, Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming

Inspecteur beslist zelf

“Dierenwelzijn wordt in eerste instantie dus getoetst aan de wet. Inspecteurs gaan niet met een meetlat de winkel in. Een inspecteur vertaalt zijn bevindingen door naar de niet-meetbare gegevens en kijkt dan of hij vindt dat het dierenwelzijn in gedrang is. Een konijn moet bijvoorbeeld gewoon kunnen springen in zijn hok, dat is een fysiologische behoefte.”

Maatregelen van de RVO

“Als een inspecteur misstanden tegenkomt geeft de LID een signaal af naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Die instantie toetst de bevindingen aan de wet en beoordeelt of en welke maatregelen genomen moeten worden. Soms wordt er voor gekozen om de winkelier een boete op te leggen, of dat de winkel moet worden schoongemaakt op kosten van de eigenaar. Als de RVO zoiets besluit geven ze dat terug aan de inspecteur. Die past de maatregel dan toe.”

“Bepaalde gevallen kunnen zelfs een aanleiding zijn om de wet aan te passen. De overheid kan dan zoeken naar aanvullende regels om de wet waterdicht te maken.”

Niet specifiek 

“Inderdaad zijn de regels in het besluit niet heel specifiek. Toch kunnen dierhouders weten aan welke regels ze zich moeten houden. Ze moeten een bewijs van vakbekwaamheid behalen en kunnen zich altijd laten adviseren door brancheorganisaties zoals Dibevo. Dit laatste is echter een initiatief wat de winkelier zelf moet nemen.”

 De LID heeft, volgens haar meest recente jaarverslag, in 2018 in totaal 13.166 inspecties uitgevoerd. Dat zijn 47% meer inspecties dan in 2017.

Tekst loopt door onder de infographic

Loading...

Loading…

Misstanden bekeken door de inspectie

Voor het laatste onderdeel van dit onderzoek zijn vier beelden aan de inspectie voorgelegd. Op de beelden zijn eventuele misstanden in een dierenwinkel te zien; een loslopende kat die zichzelf krabt en likt, een plas water op de grond wat zou kunnen duiden op een lekkend aquarium, afbladderende verf aan een dierenverblijf en vissen in een zak in een aquarium. Hoe reageert de inspectie op deze beelden?

Disclaimer: Op basis van foto’s kan de inspectie nooit uitsluitsel geven. Een inspectie moet altijd door een inspecteur ter plaatse worden gedaan om een echt oordeel te kunnen geven. Meldingen van eventuele misstanden kunnen worden gedaan bij meldpunt 144.

Nagtegaal: “Bij inspecties door de LID gaat het echt alleen om het welzijn van de dieren. Dus de beelden met afgebladderde verf en water op de grond zijn voor ons niet van toepassing zolang de dieren er geen last van hebben. […] De loslopende kat is wellicht niet handig in een dierenwinkel waar ook vogels en knaagdieren zitten, dit zou voor stress bij deze dieren kunnen zorgen. Om te bepalen of het krabben en likken van de kat een probleem is, moet het dier onderzocht worden, bij twijfel kan er een bezoek aan een dierenarts worden afgesproken. Eventueel, als de eigenaar niet meewerkt, met bestuursdwang. De vissen in een plastic zak in een aquarium kan ermee te maken hebben dat de dieren net binnen zijn en nog even moeten acclimatiseren. Zo kan bijvoorbeeld de temperatuur van het water geleidelijk wennen. Het is uiteraard niet de bedoeling dat deze situatie te lang duurt.”

De regels in detail

Hoe staan de regels nou exact in de wet? Dat is hieronder te lezen.

Tip: Scrol voorbij de regels als je de bevindingen van dit onderzoek wil lezen.

Besluit houders van dieren

Hoofdstuk 3: ‘Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden’

Paragraaf 2: ‘Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren’

Artikel 3.6: ‘Verbod en uitzondering voor niet-bedrijfsmatig handelen’

1. Het is verboden gezelschapsdieren te verkopen, ten verkoop in voorraad te houden, af te leveren, te houden ten behoeve van opvang, of te fokken ten behoeve van de verkoop of aflevering van nakomelingen, tenzij daarbij wordt voldaan aan deze paragraaf.

2. Deze paragraaf is niet van toepassing indien degene onder wiens verantwoordelijkheid gezelschapsdieren worden verkocht, ten verkoop in voorraad worden gehouden, afgeleverd, gehouden ten behoeve van opvang, of gefokt ten behoeve van de verkoop of aflevering van nakomelingen, aannemelijk maakt dat er bij de uitoefening van die activiteiten geen sprake is van bedrijfsmatig handelen.

Bovenstaand artikel wil zeggen dat iedereen die huisdieren verkoopt, zich moet houden aan paragraaf 2 uit ‘Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden’.

Artikel 3.11: ‘Vakbekwaamheid’
In de inrichting is een beheerder werkzaam die in het bezit is van een door Onze Minister erkend bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroep waarmee activiteiten in de inrichting worden verricht.

Bovenstaand artikel wil zeggen dat beheerders van dierenwinkels een bewijs van
vakbekwaamheid moeten hebben. Beheerders met zo’n bewijs moeten aanwezig zijn bij de verkoop van dieren. Het bewijs van vakbekwaamheid is aan het besluit toegevoegd in 2018.

Artikel 3.12: ‘Huisvesting en verzorging’
1. […] een gezelschapsdier gehouden in een daarvoor geschikte ruimte. Dit houdt tenminste in dat:
● het dier over voldoende bewegingsruimte beschikt;
● de ruimte en de daarin gebruikte materialen zijn aangepast aan de fysiologische en ethologische behoeften van het dier;
● het dier zo nodig bescherming wordt geboden tegen slechte weersomstandigheden, roofdieren en gezondheidsrisico’s;
● bij huisvesting van een hoogdrachtig of zogend dier, het met haar jongen de beschikking heeft over voldoende en geschikte nestruimte;
● het dier niet tengevolge van de wijze waarop het gehuisvest is onnodige angst en stress ervaart;
● het aantal en de samenstelling van dieren en diersoorten per verblijf zodanig is dat dit niet het welzijn of de gezondheid van het dier nadelig beïnvloedt.

Bovenstaand artikel somt de regels op voor goede huisvesting van dieren in dierenwinkels. Nergens worden afmetingen of concrete behoeften genoemd.

Artikel 3.14: ‘Gezondheid’
1. In de inrichting wordt gebruik gemaakt van een protocol waaruit blijkt dat de gezondheid van gezelschapsdieren die in de inrichting verblijven dagelijks gecontroleerd wordt, maatregelen ter voorkoming van ziekten worden genomen en zieke gezelschapsdieren op passende wijze worden verzorgd.
2. Indien verzorging geen of onvoldoende verbetering in de toestand van een ziek
gezelschapsdier bewerkstelligt, wordt zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd.
3. Gezelschapsdieren waarvan bij binnenkomst in een inrichting de gezondheid- of vaccinatiestatus onbekend of onvolledig is, worden onmiddellijk in quarantaine geplaatst.
4. Gezelschapsdieren verdacht van een besmettelijke ziekte en dieren met klinische verschijnselen van een besmettelijke ziekte worden na binnenkomst in de inrichting onmiddellijk in een isolatieruimte geplaatst.
[…]

Bovenstaand artikel somt de regels op voor goede gezondheid van dieren in dierenwinkels. Opnieuw wordt niet concreet genoemd wanneer de gezondheid van een dier dusdanig slecht is, dat er maatregelen genomen moeten worden.

Bevindingen 

De regels voor dierenwelzijn in dierenwinkels zíjn er wel, maar niet op papier. Concrete en meetbare regels staan niet in de wet. Daar zijn dierenpartijen het niet mee eens; ze vinden de regels hierdoor onvoldoende.

Als er wel meetbare gegevens in de wet zouden staan, wordt het een dierenwinkel erg moeilijk gemaakt.

Inspecteurs van de LID hebben voldoende training gehad en ervaring opgedaan om een dierenwinkel te controleren op dierenwelzijn. In 2018 zijn 13.166 van deze inspecties uitgevoerd. Is het dierenwelzijn, naar mening van de inspecteur, in gedrang? Dan laat de RVO de inspecteur meteen maatregelen nemen.