Het spelregelbewijs is inmiddels vijf jaar verplicht in het Nederlands amateurvoetbal. Maar in hoeverre is dit bewijs de juiste oplossing voor de incidenten op de amateurvelden? De KNVB is zelf altijd positief geweest over het spelregelbewijs, maar hoe staan de jeugdspelers en de arbiters tegenover de kwestie?

Door Sjors van Mourik en Thom Seuren

Op 2 december 2012 wordt grensrechter Richard van Nieuwenhuizen na een wedstrijd tussen SC Buitenboys B3 en SV Nieuw Sloten B1, aangevallen en dodelijk verwond door zes spelers van SV Nieuw Sloten. Een dag later overlijdt Van Nieuwenhuizen aan zijn verwondingen in het  St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Door het overlijden van Van Nieuwenhuizen wordt niet alleen de nationale, maar ook de internationale voetbalwereld wakker geschud. Overal wordt met afschuw gereageerd op het ongeval en meteen rijst de vraag: hoe gaan we ervoor zorgen dat dit nooit meer gebeurt?

‘Het kennen van de regels zorgt voor een sportiever spel’

Een van de directe maatregelen die de KNVB treft is de invoering van het spelregelbewijs. Middels het creëren van bewustwording bij de spelers van de spelregels, wil de KNVB onder andere de molestaties in het amateurvoetbal terugdringen. Haar redenering omtrent het spelregelbewijs luidt als volgt:

‘Een spelregelbewijs voor alle jeugdspelers in Nederland heeft een positief effect. Eén van de allerbelangrijkste? Het kennen van de regels zorgt voor een sportiever spel. Bovendien vergroot het juist toepassen van de regels de kans dat je als team winnend het veld verlaat.

 Met ingang van het seizoen 2014/’15 zijn spelers uit 1998 verplicht het spelregelbewijs te halen. Elk seizoen komt er een nieuw geboortejaar bij. Het maakt voetballers namelijk van jongs af aan vertrouwd met de regels en geeft hen meer inzicht in – én begrip voor – de beslissingen van de scheidsrechter.’

Inmiddels is het seizoen 2019/’20 aangebroken en zijn er dus vijf jaar verstreken waarin het spelregelbewijs actief is. Het wordt dus tijd om te kijken wat de stand van zaken is. Want hoeveel invloed heeft het spelregelbewijs daadwerkelijk gehad op zowel de fysieke als de verbale uitingen jegens de arbitrage?

De maatregelen die de KNVB treft

Nadat op 2 december 2012 het verschrikkelijke voorval met Van Nieuwenhuizen heeft plaatsgevonden, heeft de KNVB meteen door dat er iets moet gebeuren. Door de enorme hoeveelheid publiciteit heerst het besef dat ze nu wel móet reageren. Vóór aanvang van het seizoen 2013/’14 presenteert de bond een actieplan dat ze hebben opgesteld. Door het naleven van dit actieplan moet de sportiviteit op de velden toenemen en het aantal misdragingen, zowel verbaal als fysiek, afnemen. De punten van het actieplan luiden als volgt:

  • Hulplijn noodgevallen
  • Meldpunt wanordelijkheden
  • Tijdstraf bij (eerste) gele kaart
  • Publiceren gedragsregels
  • Invoering spelregelbewijs voor jeugdspelers
  • Bewijs sportief gedrag / cursus (‘Sportiviteitsbewijs’)
  • Inzetten extra waarnemers
  • Actie tegen (en met) recidiverende verenigingen
  • Verbeteren gebruik spelerspas
  • Online publicatie tuchtuitspraken

Onder deze punten valt ook het spelregelbewijs. Maarten van Eindhoven, medewerker bij de contactafdeling van de KNVB, zegt dat het spelregelbewijs een direct gevolg is van het overlijden van grensrechter Van Nieuwenhuizen. Alleen zal het met alleen het spelregelbewijs niet lukken om alle wanordelijkheden uit te bannen, aldus Van Eindhoven.

‘Wij snappen dat we met het spelregelbewijs niet alle incidenten zullen uitbannen, maar we denken wel dat onder andere door de invoering van het spelregelbewijs het totale aantal incidenten zal verminderen. Daarnaast zijn er veel spelers die de regels niet goed genoeg kennen, dat proberen we bij te schaven door middel van deze test. Maar ik denk niet dat het de oplossing is voor de incidenten binnen het voetbal. Boze spelers reageren vaak uit emotie in het heetst van de strijd, waardoor ze door het lint kunnen gaan. Dat is met alleen het spelregelbewijs niet geheel terug te dringen.’

‘Voor ons is het erg belangrijk om de scheidsrechters een veilig gevoel te geven’

Coördinator arbitrale opleiding Werner ter Avest spreekt van meerdere maatregelen naast het spelregelbewijs. ‘Binnen de scheidsrechtersopleiding hebben we ook aanpassingen gedaan met de hoop incidenten terug te dringen. Het gaat daarbij vooral om competenties die scheidsrechters helpen incidenten te voorkomen. Denk daarbij aan communicatieve vaardigheden, samenwerking en omgaan met weerstand. Voor ons is het erg belangrijk om de scheidsrechters een veilig gevoel te geven. We proberen ze te laten zien dat de KNVB adequaat reageert wanneer er misstanden plaatsvinden.’

‘We proberen te stimuleren dat alle voorvallen tijdens een wedstrijd geregistreerd worden op het wedstrijdformulier, want dat is in principe leidend. Maar we staan tevens open voor andere geluiden en signalen die via andere routes bij ons terechtkomen. Maar dit is niet alleen voor scheidsrechters, dit is ook voor ouders, spelers en toeschouwers. Als zij het idee hebben dat er dingen niet juist verlopen en dit bijvoorbeeld niet in eerste instantie op het wedstrijdformulier vermeld wordt, kunnen zij te allen tijde bij de KNVB terecht. Dan gaan we samen kijken naar wat er is voorgevallen en proberen we een juiste uitkomst te vinden.’

‘Het aantal incidenten tijdens wedstrijden neemt ook af, we houden namelijk alles bij. Maar dit is gebaseerd op alles wat wordt gemeld via het wedstrijdformulier. Wij weten dat helaas niet iedere scheidsrechter deze volledig invult, daarom blijven het ruwe cijfers die we publiceren. Daarom drukken wij ook alle arbiters op het hart dat het cruciaal is om het wedstrijdformulier in te vullen.’

De KNVB in cijfers

Loading...

Loading…

Het aantal leden van de KNVB neemt jaarlijks langzaam af. Net zoals het aantal stakingen door wanordelijkheden. In het seizoen 2013/’14 waren er nog zo’n 1.900 stakingen door wanordelijkheden, in 2018 waren dit er bijna 1200. Toch steeg het aantal stakingen over de laatste twee seizoenen met ruim 27 procent. Ook het aantal arbiters in het voetbal daalt. Zo waren er in het seizoen 2013/’14 nog ruim 5.100 scheidsrechters actief, vijf jaar later zijn dit er bijna 800 minder.

De afname van het totaal aantal scheidsrechters is bekend bij de KNVB, zo ook bij Ter Avest. ‘Dit is een trend die al langer aan de gang is. Ook voor aanvang van het seizoen 2013/14’ daalde het aantal al. Hier is niet één directe oorzaak voor. Het heeft meestal te maken met prioriteiten die de arbiters stellen. Ze kiezen er voor om meer tijd met hun gezin door te brengen, een andere opleiding te doen en soms heeft het helaas te maken met incidenten. Maar het aantal arbiters dat stopt vanwege incidenten is erg klein, zij zijn er over het algemeen op gebrand om terug te keren binnen de lijnen. 27 procent stijging van de gestaakte wedstrijden door wanordelijkheden is echter wel zorgelijk. Ik weet helaas ook geen directe aanleiding voor deze stijging.’

‘Het is een leuk initiatief, maar ik ben er niet van overtuigd dat het echt werkt’

In de kwestie rond het spelregelbewijs is de mening van de scheidsrechters van doorslaggevend belang. Het bewijs is immers tot stand gekomen naar aanleiding van het mishandelen van een grensrechter. Zij staan wekelijks op het veld en ervaren als geen ander wat de invloed is van de geboden maatregel in de praktijk. De KNVB is namelijk met oplossingen gekomen in onder andere de vorm van het spelregelbewijs. Maar de arbitrage heeft daadwerkelijk met de gevolgen te maken. Verschillende voorzitters van scheidsrechtersverenigingen hebben hier uiteenlopende meningen over. Zo vertelt Rob Luyken, voorzitter van de scheidsrechtersvereniging van Breda, over de test en het handelen van de KNVB.

‘Ik merk dat er meer bewustwording wordt gecreëerd bij de jeugd. Daar is het spelregelbewijs in mijn optiek ook voor. Ik vind de test een goede onderneming, alleen zou je het wat mij betreft elk jaar mogen doen. Er lopen nu ook jongens bij die de test vijf jaar geleden hebben gemaakt, ik vraag me af hoeveel zij zich nog herinneren van de test. Daarnaast worden er elk jaar dingen aangepast aan de spelregels. De jongens die de test een aantal jaar geleden hebben gemaakt worden daar niet op getoetst. Maar ik heb de indruk dat de KNVB daar wel druk mee bezig is.’

Volgens Luyken is het spelregelbewijs dus niet direct gelanceerd om misdragingen binnen of buiten de lijnen tegen te gaan. Ook denkt hij niet dat het spelregelbewijs het aantal incidenten helemaal zal verminderen. Want volgens hem zijn de jongens die molestaties begaan daar ook daadwerkelijk op uit. Ook wanneer je hen elke week een test laat maken over de spelregels zal dit niet helpen. Volgens hem is hier maar één oplossing voor.

’Verenigingen zullen hier zelf keihard tegen moeten optreden. Het is van cruciaal belang dat zij alles doorspelen aan de KNVB. De KNVB heeft laten zien dat zij niet bang is om actie te ondernemen en harde sancties op te leggen. Maar het aantal gevallen waarbij er fysiek geweld in het spel is valt sowieso wel mee, tenminste van wat ik zelf meekrijg sinds ik lid ben van het bestuur. In die acht jaar tijd heb ik één keer melding gehad van een scheidsrechter die fysiek mishandeld is. De desbetreffende arbiter heeft toen een aantal klappen gehad. En de KNVB heeft daar toen ook meteen keihard tegen opgetreden. De handelende speler is destijds voor vijf jaar geschorst.’

Collega-voorzitter Jeroen Quinten, van de vereniging uit Eindhoven, is minder tevreden over het spelregelbewijs.

‘Het is een leuk initiatief van de KNVB, maar ik en meerdere leden van mijn vereniging zijn er niet compleet van overtuigd dat het echt werkt. De vraagstelling is soms onduidelijk. De algemene mening bij ons is dat je niet echt van het spelregelbewijs leert of op je fouten gewezen wordt.’

Loading...

Loading…

Quintens uitspraken komen overeen met de resultaten uit de enquête die is afgenomen onder verschillende scheidsrechters. Liefst 75 procent merkt geen verschil, terwijl iets meer dan 9 procent vindt dat er progressie is geboekt. Het percentage scheidsrechters dat denkt dat er minder incidenten plaatsvinden is zelfs lager dan het aantal dat denkt dat er meer plaatsvinden.

Quinten vertelt daarnaast wel tevreden te zijn over het aanpakken van incidenten door de KNVB, maar dat er aan de terugkoppeling naar de verenigingen nog te schaven valt.

‘Ik heb wel gemerkt dat de KNVB durft op te treden wanneer er wanordelijkheden plaatsvinden. Alleen vinden wij het jammer dat wij vaak niet te horen krijgen hoe de kwestie afgehandeld wordt. Alleen bij zware molestaties krijgen wij rechtstreeks te horen wat voor een uitkomst er volgt. Bij het gros van de incidenten is bij ons echter de uitkomst onduidelijk. Dit wordt namelijk achter de schermen afgehandeld en het is voor ons erg moeilijk om achter de uiteindelijke uitkomst van dit proces te komen.’

Dat de verenigingen moeite hebben om achter de uitkomst van verschillende processen te komen is bekend bij Ter Avest. ‘De onvrede hierover is bekend bij ons. Door het geven van voorlichtingen over het verloop van deze procedures, proberen wij deze onvrede te verminderen. Wel hebben we te maken met een ‘scheiding der machten’, want het tuchtsysteem is onafhankelijk. Inhoudelijk is het niet toegestaan alle inhoud te delen, los van de bescherming van persoonsgegevens en privacy van betrokkenen.’

De overtuiging van het eigen gelijk?

Het examen voor het spelregelbewijs is opgesteld door de KNVB maar de spelers moeten de test uiteindelijk maken. Uit de enquête die gedeeld is onder spelers blijkt dat 64 procent van de respondenten zeker of zelf heel zeker is van hun antwoord, terwijl ze in meer dan de helft van de gevallen, bijna 53 procent, juist het foute antwoord geven. Ook werd de spelers gevraagd of ze het eens waren met de door de arbiter opgelegde sanctie in de geschetste spelmomenten. 41 procent van hen was het niet geheel eens of zelfs helemaal niet eens met de beslissing van de scheidsrechter. De vraag die gesteld kan worden is of dan de vraagstelling niet goed is, of dat de spelers het simpelweg niet eens zijn met de regelgeving. Onderzoekers aan de universiteit van Utrecht trokken drie jaar geleden in hun onderzoek (Rijnhout, Giesen, Van Hoof & Van Aken, 2016, p. 179), de volgende conclusie: “de rol van regels in het kader van het stimuleren van ordeherstel mag en moet niet worden overschat door de KNVB”.