Drieëndertig jaar lang heeft Martien Hunnik (58) erop gewacht: vrijspraak. Op 14 juni 2016 was het eindelijk zover. Hunnik werd vrijgesproken voor de moord op muziekproducent Bart van der Laar op 10 november 1981, ook wel bekend als de Showbizzmoord. Een moord die hij niet gepleegd heeft.

Door een valse bekentenis werd hij in 1983 veroordeeld voor moord en kreeg twee jaar gevangenis en tbs opgelegd. Uiteindelijk zat hij twee jaar in voorarrest, zes jaar in tbs en werd hij twee keer onderzocht in het Pieter Baan Centrum voordat hij weer op vrije voeten kwam.

Hunnik is niet de eerste die onterecht is veroordeeld. Lucia de Berk, Ina Post, Kees B.: het zijn slechts enkele voorbeelden. Maar hoe voorkom je zo’n gerechtelijke dwaling? Aan de hand van het voorbeeld Martien Hunnik probeert de Onderzoeksredactie erachter te komen.

Allereerst is een gerechtelijke dwaling een breed begrip. Het kan bij alle misdrijven optreden. Volgens de website van De Rechtspraak is er sprake van een rechterlijke dwaling als na een onherroepelijke veroordeling duidelijk wordt dat de veroordeling onterecht is. Met andere woorden, wanneer nieuw bewijs of DNA-onderzoek wijst op onschuld van de veroordeelde, dan kan hij of zij alsnog vrijgesproken worden.

“Je kan beter tien verdachten
vrij spreken, dan één onterecht
veroordelen.”
– Lieneke de Klerk (rechter)

Voor dit onderzoek is voornamelijk gekeken naar rechtelijke dwalingen bij moordzaken. Gelukkig komt het in Nederland niet vaak voor. In de afgelopen jaren zijn er acht zaken geweest waarbij mensen werden veroordeeld voor een moord die hij of zij niet heeft gepleegd. Toch zou dit niet mogen gebeuren. “Je kan beter tien verdachten vrij spreken, dan één onterecht veroordelen”, vindt rechter Lieneke de Klerk. Zij heeft het gelukkig nog nooit meegemaakt. Wel heeft zij een aantal keer iemand veroordeeld voor een strafbaar feit, waarna het Hof de verdachte vrijsprak. “Vaak heeft het te maken met een andere kijk op het bewijs. Het komt voor dat we het verkeerd interpreteren.” Het gebeurt ook wel andersom: de rechtbank spreekt de verdachte vrij, maar het Hof veroordeelt hem toch. Vaak heeft dit dan te maken met nieuw bewijs.

Logman

Een jaar na de moord op Bart van der Laar werd op 3 december 1982 taxichauffeur Gerard Logman om het leven gebracht. “Logman had mijn naam in zijn adressenbestand”, zegt Hunnik. “Dus ik dacht ze komen toch wel bij mij aan de deur. Ik heb de politie anoniem gebeld om te vertellen dat ik informatie had over Van Der Laar. Daar stond een bedrag op van zo’n 20.000 gulden voor degene die de gouden tip had.” Hunnik werd verhoord op het politiebureau over de moord op Logman. Daar werd hem gevraagd waar hij was tussen 10 en 12 op de dag van de moord op Bart van der Laar. “Ik dacht, hoezo tussen 10 en 12? Bart is vermoord tussen 8 en 10. Maar toen had ik voor 1,5 uur geen sluitend alibi. Ja, en dan wordt je verhoord.” Het was een intensief verhoorproces van ongeveer 14 uur lang, door 7 politieagenten. “Op een gegeven moment dacht ik bij mijzelf: ben ik nou gek aan het worden?”

“Op een gegeven moment
dacht ik bij mijzelf: ben ik
nou gek aan het worden?”
– Martien Hunnik

In 2002 en 2003 kwamen er bij de politie tips binnen over het echte verhaal achter de Showbizzmoord. De criminele inlichtingen eenheid (CIE) heeft hier onderzoek naar gedaan. Uit het onderzoek bleek dat Hunnik de moord nooit gepleegd kan hebben. “Er kwamen bekentenissen uit de hoek,” zegt Hunnik. Nieuwe getuigenverklaringen verwezen naar een andere dader. “Maar strafvorderlijks was er niks meer te halen, de zaak was verjaard.” Het OM heeft het rapport destijds niet naar de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS), een commissie die onderzoek doet naar rechterlijke dwalingen, gestuurd. Als dit wel was gedaan, was Hunnik vermoedelijk in 2006 vrijgesproken. Waarom het OM er niets mee heeft gedaan om Hunnik vrij te spreken, is niet duidelijk. Hunnik was niet op de hoogte van het rapport. Pas in 2012 werden Knoops en Hunnik op de hoogte gesteld van het onderzoek.

Hunnik is overigens de eerste die onterecht is veroordeeld voor tbs. Destijds huurde zijn advocaat twee experts in om Hunnik te controleren. “Kans op herhaling achten wij niet aanwezig. We twijfelen zelfs over zijn schuld. Binnen tien minuten stond ik buiten met een bankpas in mijn handen.”

Eindelijk vrij, maar dan? Vanuit de tbs kliniek belandde hij op straat: hij had geen plaats waar hij naar toe kon. Eenzaam en dakloos zwierf hij door de straten. Eenmaal na een zelfmoordpoging, kreeg hij hulp in een psychiatrisch centrum, waaruit hij uiteindelijk een plek kreeg in een daklozencentrum. Destijds was hij nog steeds bestempeld als moordenaar; vorig jaar werd hij officieel vrij gesproken.  Voor de valse beschuldiging heeft Hunnik een schadevergoeding aangevraagd. Schadevergoedingen zijn voornamelijk geldbedragen die worden uitgekeerd wanneer iemand onterecht is beschuldigd en onterecht in hechtenis heeft gezeten. Voor de materiële schade (dagen die hij vast zat) is er een vast bedrag, voor de immateriële schade wordt meestal onderhandeld.

Bevooroordeeldheid en denkfouten

Om erachter te komen hoe je een onterechte veroordeling het beste kan voorkomen, moet er eerst gekeken worden naar de oorzaak. Het lastige is dat er niet één oorzaak is. Elke rechtelijke dwaling heeft een eigen verhaal. In de afgelopen jaren zijn er acht zaken waarvan duidelijk is dat er sprake is van rechtelijke dwalingen. Voor deze zaken hebben onschuldige mensen gevangen gezeten. In de kaart hieronder is per zaak te lezen wat er gebeurd is.

 

De website van Noorland Juristen benoemt de meest voorkomende oorzaken voor gerechtelijke dwalingen. Hieronder staan de oorzaken met toelichting.

  • “De verdachte heeft het misdrijf zelf bekend, al dan niet onder (ontoelaatbare) druk of in ruil voor strafvermindering.” Deze oorzaak komt bij meerdere rechtelijke dwalingen voor. Ina Post, Kees B., Martien Hunnik, Wilco Viets en Herman Dubois: zij hebben allemaal bekend voor een moord die ze niet hebben gedaan. Hunnik: “Iedere keer als ik iets niet wist, kwamen zij met het antwoord op de vraag. Alles wat ze aanreikten, werd in mijn mond gelegd en door hen weer opgeschreven. Zo kwam er een bekentenis uit.”
  • “Bevooroordeeldheid van de politie, justitie of rechter.” Toen Bart van der Laar, destijds een bekende producent, werd vermoord, dook de media op de zaak. Hunnik werd uitgebreid neergezet als vermoedelijke dader. Dit heeft de maatschappij een bepaald beeld gegeven over hem. “Die jongen die spoort niet. Die heeft hem vermoord door jaloezie.” Hij denkt dat dit wellicht ook de rechter heeft beïnvloed.
  • “Achterhouden of kwijtraken van bewijs door de politie of justitie. Manipulatie van bewijsmateriaal, getuigenverklaringen of zelfs meineed.” In de zaak van Martien Hunnik sprak al het technisch bewijs voor hem, maar zijn verklaring tegen hem zei zijn toenmalig advocaat. “Justitie heeft de tijdstip van de moord verduisterd. Toen? was de moord niet gepleegd tussen 8 en 10, maar tussen 10 en 12.”
  • “Scoringsdrang, politieke of carrièregerichte motieven, en angst voor gezichtsverlies bij politie en justitie.” Martien Hunnik denkt dat dit ook bij zijn zaak was: “Vaak staat er een maatschappelijke, sociale druk op een zaak. Er ligt druk bij de politie en justitie. Er is een scoredrift. ‘We moeten de zaak oplossen.’ Mijn zaak heeft drie miljoen gulden gekost. De zaak moest opgelost worden.”
  • “Getuigenverklaringen die niet blijken te kloppen, onduidelijk zijn, of waar achteraf bezien te veel of juist te weinig gewicht aan wordt toegekend.” In de Vriezenveense steekpartij van 1993 werd Hendrik W. aangewezen door verschillende getuigen als de dader. Dit bleek onterecht. Rechter De Klerk vindt dit ook lastig. “Als rechter mag je iemand veroordelen op twee getuigenverklaringen. Het kan zijn dat die twee niet de waarheid spreken. Je bent afhankelijk van getuigenverklaringen.”

Bij de laatste oorzaak voegt De Rechtspraak het volgde er aan toe: “De rechter moet zich veelal baseren op wat andere mensen verklaren. Bijvoorbeeld getuigen en deskundigen, maar ook het onderzoek van politie en justitie. Als zij iets over het hoofd zien of denken vanuit een tunnelvisie, kan het voor een rechter erg moeilijk zijn om hier achter te komen.”

Bovendien zijn ook denkfouten een belangrijke oorzaak volgens De Rechtspraak. “Over het algemeen zijn mensen geneigd om informatie die iets bevestigt, zwaarder te laten wegen dan informatie die iets ontkracht. Bewijs dat wijst in de richting van schuld, kan dan belangrijker worden geacht dan bewijs dat wijst in de richting van onschuld.”

Martien Hunnik zegt dat hij zwaar onder druk werd gezet tijdens het verhoor en op deze manier is gedwongen om te bekennen. “Er is wat gedreigd en gescholden. Ik eiste een advocaat, maar moest eerst bekennen, dan kreeg ik pas een advocaat. Ik moest ook mijn medicijnen hebben, maar ook daarvoor moest ik eerst bekennen.” Als klap op de vuurpijl, belde de politie zijn zieke moeder op. “Ze zei, werk nou maar mee. Ze komen er toch wel achter, achter de waarheid.”

Rechter Lieneke de Klerk zegt dat het vroeger weleens voorkwam dat verhoorders gebruik maakten van de Zaanse verhoormethode waarbij druk werd uitgeoefend op de verdachte. Deze methode is tegenwoordig verboden. “Je mag best wel enig druk op een verdachte uitoefenen. In die zin dat je toch vragen blijft stellen, de verdachte confronteert met dingen uit het dossier. Maar je mag niet over zijn familie beginnen en die erbij halen. Dat doen ze ook niet meer.”

De Zaanse verhoormethode
De verhoormethode die Hunnik omschrijft, toont enige overeenkomsten met de Zaanse verhoormethode, die sinds 1996 is verboden. De WODC beschrijft dat bij deze verhoormethode werd de verdachte meerdere dagen intensief ondervraagd door twee of meer personen. De verdachte krijgt indringende foto’s te zien van het misdrijf, het slachtoffer of van zijn/haar eigen kinderen. Er wordt duidelijk gemaakt dat langer zwijgen tot een gevangenisstraf leidt. De verdachte wordt op verschillende manieren gemanipuleerd door opmerkingen over bedreiging van de partner en kinderen die pas zouden worden beschermd wanneer de verdachte een bekentenis zou afleggen. Bovendien worden er kwetsende opmerkingen gemaakt over zowel de verdachte zelf, als de partner en kinderen van de verdachte.

Advocaat van de duivel

Nadat de politie onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke dader(s) van het delict, verzamelen ze al het bewijs in een dossier. Voor grote zaken, zoals moordzaken en verkrachtingen, wordt er een apart team ingehuurd om nog eens naar het bewijsmateriaal te kijken. Rechter De Klerk: “Ze nemen al het bewijsmateriaal wat de politie heeft verzameld onder de loep.” Eenmaal in de raadskamer wijzen de rechters altijd een advocaat van de duivel aan: die persoon zet overal nog extra vraagtekens bij door zich bij al het bewijsmateriaal af te vragen of het wel klopt. “We doen dat om te voorkomen dat iemand onterecht vast komt”, zegt De Klerk.

Zoals De Klerk zegt, krijgen rechters in Nederland voor een rechtszaak het dossier van het OM met het nodige bewijs tegen de verdachte. Advocaat Job Knoester vindt dat dit eigenlijk niet zo moet gaan. “Het strafproces moet anders worden ingericht. In andere landen wordt het bewijs pas tijdens de zitting aan de rechters gepresenteerd. Daardoor zijn ze niet bevooroordeeld.”

Doordat de rechters zeer kritisch waren, hebben zij de zaak zes keer teruggestuurd naar gerechtelijk vooronderzoek. “Ik ben veroordeeld ondanks dat er twijfel was”, vertelt Hunnik. “Vandaag de dag, als er twijfel heerst, dan wordt je naar huis gestuurd.” Rechter Lieneke de Klerk beaamt dat. “Als ik twijfel, dan moet ik de verdachte vrijspreken. Soms dan denk ik op basis van een dossier van tevoren al dat het een veroordeling wordt. Maar tijdens de zitting ga ik dan toch twijfelen door de advocaat en de verdachte. Dan moet ik wel vrijspreken.”

Volgens De Klerk zijn rechters sinds de Schiedammer parkmoord veel kritischer geworden. In 2004 werd duidelijk dat Kees B. onterecht vastzat voor deze zaak. “We hebben een kritischer kijk naar wat de politie doet, naar het bewijs. Op zich moeten we ervan uit kunnen gaan dat de politie het allemaal goed heeft opgeschreven in het dossier. Als we twijfelen dan kunnen we een getuige opvragen voor een rechtszaak. Maar daar moeten we het dan ook mee doen.” Ook zijn rechters alerter geworden op onterechte bekentenissen. Volgens de wet kan je niet iemand veroordelen op maar één verklaring of op alleen een eigen verklaring. Er moeten ook getuigenverklaringen zijn en/of ander technisch bewijs. “Waarom komt de verdachte terug op de verklaring? Waarom neemt hij de verklaring weer in? Verhoren worden ook opgenomen. Als we merken dat een verdachte spontaan gaat bekennen, dan zetten wij daar ook vraagtekens bij.”

Onmogelijk

Het is onmogelijk om een rechterlijke dwaling helemaal te voorkomen. Er zijn verschillende oorzaken die eraan kunnen bijdragen, maar bij de meeste zaken is er niet maar één oorzaak. Vaak komt het door samenkomende omstandigheden. Soms wijst al het bewijs naar een bepaald persoon en lijken de puzzelstukjes op hun plaats te vallen.

In de afgelopen jaren zijn er al positieve ontwikkelingen geweest, waardoor de kans dat iemand onterecht wordt veroordeeld, kleiner is geworden. Zo is het met bijvoorbeeld de ontwikkeling van DNA-technieken wel makkelijker geworden om de juiste dader op te sporen. Bovendien is de Zaanse verhoormethode afgeschaft en zijn rechters kritischer geworden. Maar er zou nog meer gedaan kunnen worden.

De meest voorkomende oorzaak bij de moordzaken die behandeld zijn hierboven (zie kaart), is de valse bekentenis. Hoewel er nu audio-opnames worden gemaakt, zou het goed zijn om ook een video-opname te maken van elk verhoor. Dit kan dan daarna worden bekeken door een objectieve waarnemer die verder los staat van de zaak. De objectieve waarnemer kan een ervaren politieagent zijn of een ervaren gedragsdeskundige. Hij kan dan oordelen of de politieagenten de verdachte niet in een bepaalde hoek drijven, waardoor de verdachte gaat bekennen. Tegelijkertijd wordt er gecontroleerd of de verdachte niet onder druk wordt gezet.

Bovendien is één van de oorzaken de angst voor gezichtsverlies van politie en justitie. Als een zaak veel media-aandacht krijgt, kan dit de zaak tegenwerken. Heel Nederland kijkt mee en wacht vol spanning af of de dader gepakt wordt. Bij de politie is er dan meer druk om de dader op te pakken.

De Rechtspraak schrijft op haar website het volgende: “Ondanks dat fouten te herstellen zijn, komen rechterlijke dwalingen voor.” Om rechterlijke dwalingen in de toekomst te voorkomen, heeft zij de volgende punten opgesteld:

  • Het opstellen van een register van gerechtelijke deskundigen, zodat rechters snel de juiste informatie kunnen opvragen.
  • Extra scholing van rechters, bijvoorbeeld op het gebied van statistiek en DNA.
  • Wetenschappelijk onderzoek naar strafrechtelijke besluitvorming of de rol van deskundigen.

Advocaat Knoester vindt dat tijdens een verhoor de advocaat van de verdachte meer inspraak zou moeten hebben. “De politie moet niet bang zijn voor een actieve advocaat. Nu mogen advocaten er wel bij zitten, maar niets zeggen. Ik vind dat een advocaat ook vragen moet kunnen stellen en zijn cliënt zou moeten kunnen helpen en beschermen tijdens het verhoor.”

“Eigenlijk zouden we minder
trots moeten zijn op het
Nederlandse rechtssysteem.”
– Job Knoester (advocaat)

Bovendien is het voor advocaten erg lastig om een getuige of een deskundige op te roepen voor een zitting. “Justitie heeft veel geld en kan dit allemaal makkelijk regelen. Een verdachte heeft dat niet. Een advocaat moet veel moeite doen om dit te regelen. Dat zou makkelijker moeten.”

Maar dat is voor Knoester nog niet genoeg. “Nederland is eigenlijk heel arrogant”, zegt Knoester. “Iedereen denkt dat we een heel goed rechtssysteem hebben. Eigenlijk is dat niet zo. Het gaat er in Nederland om zo snel en zo goedkoop mogelijk de zaak af te handelen. Eigenlijk zouden we minder trots moeten zijn op het Nederlandse rechtssysteem.”