Het aantal meldingen van gedumpt drugsafval in Brabant lijkt in het jaar 2015 te zijn afgenomen, maar hiermee is het probleem verre van verholpen. Waar het aantal drugsdumpingen in Brabant lijkt te dalen, blijft de productie van synthetische drugs als xtc en amfetamine echter ook in het afgelopen jaar zich in een stijgende lijn bevinden.

 In 2015 werd tot november in 122 gevallen melding gemaakt van gedumpt drugsafval. Hiermee ligt het aantal meldingen van drugsafval lager dan in 2014, waar het aantal meldingen nog op een recordhoogte stond van rond de tweehonderd gevallen van het dumpen van drugsafval.

Volgens de provincie is er geen duidelijke verklaring voor de daling in het aantal meldingen van gedumpt drugsafval. Een logische verklaring zou zijn dat door het intensief opsporen van drugslaboratoria en drugsdealers door justitie in het afgelopen jaar, het voor veel producenten van synthetische drugs te heet onder de voeten is geworden en dat zij hun heil ergens anders zijn gaan zoeken. De toename van het aantal drugslaboratoria in Brabant in het afgelopen jaar zou dit echter weer tegenspreken.

Een andere verklaring kan zijn dat de criminelen hun drugsafval elders dumpen. Waar in 2014 nog 90% van het aantal meldingen van gedumpt drugsafval uit Brabant kwam, lijkt in 2015 dit percentage, door het gestegen aantal meldingen van drugsafval in Limburg, te zijn gedaald. Ook in België lijkt het aantal gevallen van gedumpt drugsafval te zijn gestegen, wat er op zou kunnen duiden dat de drugsproducenten steeds meer uitwijken naar de zuiderburen met het dumpen van hun afval. Hierbij speelt de intensivering van het aanpakken van de Brabantse drugsproductie ook een belangrijke rol.

Er zou echter nog een andere verklaring kunnen zijn, zo verklaarde de provincie na het bekend worden van de cijfers. Volgens de provincie is de kans namelijk groot dat veel gemeenten niet alle gevallen van drugsafval dumpingen melden. Dit zou kunnen betekenen dat het aantal dumpingen helemaal niet is gedaald in het afgelopen jaar en zou er zelfs een stijging kunnen zijn in het aantal dumpingen. De provincie laat onderzoeken of dit het geval is.

Kosten

Ondanks een (waarschijnlijke) daling in het aantal dumpingen van drugsafval in Brabant, blijft het opruimen van het afval een torenhoge kostenpost. De gemiddelde kosten voor het opruimen van drugsafval ligt rond de twintigduizend euro per dumpplek, wat zou betekenen dat tot en met november 2015 er rond de 2,5 miljoen euro is besteed aan het opruimen van drugsafval. Tel hierbij het aantal meldingen van dumpingen van de afgelopen vijf jaar op (45 dumpingen in 2011, 90 dumpingen in 2012, 150 dumpingen in 2013 en 200 dumpingen in 2014), dan kom je al snel op een kostenplaatje dat meer dan tien miljoen euro bedraagt.

De kosten van het drugsafval komen in de meeste gevallen op rekening van de grondeigenaar waar het afval is gedumpt. De kosten kunnen variëren van enkele duizenden euro’s tot zestigduizend euro indien vaten lekken of in brand zijn gestoken. Natuurmonumenten is gemiddeld ruim een ton per jaar kwijt om de schade te herstellen, en voor Staatsbosbeheer liggen de kosten jaarlijks zelfs rond en half miljoen euro.

Om de grondeigenaren die de dupe zijn geworden van dumpingen van drugsafval tegemoet te komen, heeft het ministerie van infrastructuur en milieu een bedrag van 1 miljoen euro beschikbaar gesteld als bijdrage aan de opruimkosten van gedumpt drugsafval. Deze bijdrage heeft de lengte van twee jaar, wat zou betekenen dat er in totaal drie miljoen euro in de komende drie jaar beschikbaar wordt gesteld voor de gedupeerde grondeigenaren.

Wanneer deze drie miljoen euro tegenover de gemiddelde kosten van het opruimen van drugsafval in de afgelopen vijf jaar (gemiddeld 2 miljoen euro per jaar) wordt gezet, wordt het duidelijk dat ondanks de bijdragen van het ministerie van infrastructuur en milieu, het probleem nog verre van opgelost is.

Chris Kuijpers, topambtenaar van het ministerie van infrastructuur en milieu, stelde dan ook terecht dat de bijdrage van het ministerie dan ook maar ‘een druppel op een gloeiende plaat’ is. Volgens Kuijpers is het echter wel degelijk een goed steuntje in de rug voor de gedupeerde grondeigenaren, die maximaal de helft van de kosten vergoed kunnen krijgen, indien er afval op hun terrein is gedumpt.

De provincie vindt dit echter nog steeds te weinig, zo verklaarde een woordvoerder van de gedupeerden tegen het ANP. Volgens hem zou het bedrag minstens twee tot drie miljoen euro per jaar moeten bedragen en zou de bijdrage niet uit de algemene middelen moeten komen, maar uit een speciaal fonds wat bestaat uit afgepakt vermogen van criminelen. Het probleem hierbij is dat er nog geen dergelijk fonds is, wat voor Den Haag een reden was om dit niet te doen.

Schadelijke stoffen

 Om synthetische drugs als xtc en amfetamine te maken gebruiken producenten vaak grondstoffen die ze door middel van eenchemisch proces omzetten in de drug die ze willen maken. Na dat het chemische proces zijn werk heeft gedaan, worden meerdere giftige stoffen verwijderd uit de desbetreffende drug. Deze stoffen worden meestal opgeslagen in vaten, die vervolgens gedumpt moeten worden. Criminelen doen dit onder anderen via corrupte chemisch afvalverwerkingsbedrijven die voor meestal hoge bedragen het drugsafval verwerken, of ze dumpen het afval in de natuur of het riool.

Het drugsafval wat in vaten in de natuur wordt gedumpt, is niet direct schadelijk voor het milieu of de volksgezondheid. Het wordt pas gevaarlijk als er vaten lekken of in brand worden gestoken. Criminelen steken vaten met drugsafval in brand om te voorkomen dat er sporen kunnen worden gevonden door de politie. Het gevaar hierbij is dat er gevaarlijke stoffen in de bodem terecht kunnen komen, wat ernstige schade kan toebrengen aan het milieu. Daarnaast zijn veel van deze stoffen ook nog licht ontvlambaar, wat weer een reële kans geeft op een explosie.

Naast het in brand steken van vaten, vormen ook lekkende vaten een groot probleem. Ook hierbij is de kans aannemelijk dat drugsafval in de grond terecht komt en door de grond in het bodemwater belandt. Hiernaast is er ook nog het gevaar van dampen die van het drugsafval af komen, wat bij inademing kan leiden tot fysieke klachten. Daarnaast kan er bij sprake van een ontsteking ook nog een explosie plaatsvinden.

Hieronder staat een lijst van de meest voorkomende en schadelijke stoffen in het gedumpte drugsafval. Bij elk van deze stoffen staat en korte beschrijving wat de stof precies inhoudt en welke gevaren deze met zich mee brengen wanneer deze stoffen gedumpt worden.

  • Aceton:

Aceton is een oplosmiddel wat wordt gebruikt in producten als bijvoorbeeld nagellakremover. Aceton kan, indien men in aanraking komt met de stof, duizeligheid en irritatie aan de huid en ogen veroorzaken. Daarnaast is aceton ook nog een zeer licht ontvlambare stof, met een vlampunt die lager ligt dan nul graden Celsius.

  • Apaan:

Apaan is een stof die zorgt voor een organische- en chemische verbinding en wordt om die reden dan ook vaak gebruikt in de productie van synthetische drugs. De dampen van apaan kunnen een bijtend effect hebben en kunnen hierdoor een gevaar vormen indien men ermee in contact komt. Apaan begint een steeds groter probleem te worden omdat in de meeste Europese landen de stof nog steeds legaal is. Hierdoor kunnen criminelen massaal de stof laten importeren en gebruiken voor het produceren van synthetische drugs.

  • Ether:

Ether is net als aceton een oplosmiddel. Ether wordt daarentegen steeds minder gebruikt bij de productie van synthetische drugs. Dit komt vooral omdat het een een stuk lastiger is om aan ether te komen dan aan aceton. Ook bij ether bestaat er een groot ontploffingsgevaar. Daarnaast kan je bij het inademen van ether last krijgen van evenwichtsstoornissen en een spraakgebrek. Veel mensen beschrijven dit effect als euforisch en het wordt dan ook vaak vergeleken met dronken zijn. Bij verdere inademing kan ether zorgen voor bewusteloosheid.

  • Mierenzuur:

Mierenzuur is een van de gevaarlijkste stoffen die wordt aangetroffen tussen het drugsafval. De belangrijkste reden hiervoor is dat de stof zwaar corrosief is. Dit houdt in dat als een stof in aanraking komt met mierenzuur de andere stof ernstig kan worden beschadigt of zelfs volledig kan worden vernietigd. Mierenzuur is daarom ook ontzettend schadelijk voor de natuur en kan bij contact met de huid lichte tot ernstige brandwonden veroorzaken. Daarnaast kan ook het inademen van mierenzuur schadelijk zijn voor de gezondheid.

Hit-and-run

 In 2014 kwam de provincie Brabant met een plan om het aantal dumpingen van drugsafval terug te dringen. Er is sindsdien veel gedaan om de illegale drugsproductie in Brabant aan te pakken. Dit heeft het afgelopen jaar volgens cijfers van de politie geresulteerd in 166 interventies gericht op drugslabs en opslagplaatsen van chemicaliën en materiaal. Daarnaast zijn er meer dan driehonderd aanhoudingen in de Brabantse drugsscene uitgevoerd en zijn er 45 criminele organisaties opgerold. Uit cijfers van het Openbaar Ministerie blijkt verder dat er in de periode van 1 januari t/m 1 juni van het afgelopen jaar 24 drugslaboratoria zijn opgerold.

De toename in het aantal interventies en aanhoudingen in de Brabantse georganiseerde misdaad is vooral de danken aan de hit-and-runtactiek die de Brabantse politie het afgelopen jaar heeft gehanteerd. De hit-and-runtactiek is een tactiek die zijn oorsprong vindt in het leger en houdt in dat je met een aanval zo veel mogelijk schade probeert aan te richten bij je tegenstander om je vervolgens weer terug te trekken. Deze tactiek is ook jarenlang door de Amerikaanse politie gebruikt in de Amerikaanse ‘War on Drugs’, waar de Amerikaanse politie vooral straatdealers en opslaghuizen probeerde te pakken om de verkoop van narcotica terug te dringen.

Er is door de Brabantse politie voor deze tactiek gekozen in plaats van langdurige onderzoeken, omdat er bij de politie wel mensen bij zijn gekomen terwijl dit bij het Openbaar Ministerie niet het geval is. Hierdoor is het voor de politie makkelijker om de drugsindustrie te blijven verstoren door middel van het onderscheppen van drugs en het oprollen van drugslaboratoria, dan een langdurig onderzoek te starten waar men niet zeker bij weet of het ook de gewenste uitkomst heeft.

Of deze tactiek ook daadwerkelijk zijn vruchten afwerpt is moeilijk te zeggen. Het aantal aanhoudingen en interventies in de Brabantse drugsscene zijn inderdaad toegenomen, maar aangezien de omzet in de synthetische drugsindustrie in de honderden miljoenen loopt, zal een afschrik effect op de georganiseerde misdaad niet aannemelijk zijn.

Daarnaast is het ook bijna onmogelijk voor politie om de schade die wordt veroorzaakt door het gedumpte drugsafval te verhalen op de daders, aangezien dit alleen mogelijk is via een getuige of het op heterdaad betrappen van criminelen die het afval dumpen. Dit gebeurt echter bijna nooit, waardoor de kosten blijven liggen voor de grondeigenaren.

Met dit gegeven in het achterhoofd bestaat volgens Ad van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie, de preventie aanpak van het lozen van drugsafval nog steeds uit ‘het voorkomen dat er afval wordt geproduceerd door het aanpakken van drugslaboratoria’. Dit liet de minister weten in een brief aan de Tweede Kamer. Maar aangezien Nederland nog steeds een van de koplopers is als het gaat om de export van xtc en het gebruik volgens cijfers van het Trimbos in 2015 ook gestegen is in Nederland, lijkt dit dweilen met de kranen open voor de zuidelijke provincies.