Het internet staat er vol mee: drugsdumpingen in Brabant. Na een flinke daling van het aantal dumpingen in 2015, neemt het de laatste jaren weer toe. En naar verwachting zal er aan het eind van 2018 zeker geen daling te zien zijn. Dat is een zorgwekkend antwoord, want de lozingen van synthetisch drugsafval brengen veel gevaren en problemen voor natuur, mens en milieu met zich mee. De hamvraag is nu uiteraard: Waarom zijn er juist in Brabant zoveel drugsdumpingen?

Drugsafval

Drugsafval zijn de afvalstoffen die vrijkomen bij de productie van synthetische drugs. Het afval wordt vaak gedumpt in vaten, jerrycans of soms zelfs in hele containers. Het gaat hierbij om zeer brandbare, giftige of sterk bijtende stoffen. Bij XTC of speed (ook wel amfetamine) komen gevaarlijke zuren en aceton vrij.

Recente drugsdumping in Brabant

Andere afvalstoffen die te vinden zijn in het drugsafval zijn logen, oplosmiddelen als ethanol en chloroform, maar ook gassen zoals ammonia, stikstof en waterstof. Europol schat dat bij de productie van 1 kilo MDMA 6 tot 10 kilo vloeibaar afval vrijkomt en bij amfetamine zelfs 20 tot 30 kilo afval. Directe blootstelling aan de chemicaliën kan leiden tot brandwonden, bewusteloosheid, braken, misselijkheid, duizeligheid en irritatie aan ogen en luchtwegen. Het is daarom heel belangrijk dat je  het afval niet met de blote huid aanraakt. Speciale opruimingsdiensten gaan zeer voorzichtig te werk en dragen hier ook beschermende pakken voor. In een item van het Brabants Dagblad is te zien hoe personeel van Strukton (milieutechniek) een drugsdumping opruimt.

https://www.youtube.com/watch?v=GDb8ljD_438

Dumping

Volgens boswachter/jachtopziener Dré Stuijts gaat de gemiddelde dumping zo snel en zo onzichtbaar, dat je echt op het juiste moment op de juiste plek moet staan wil je er iets aan kunnen doen. “Je hebt overal sluiproutes in dit gebied. De criminelen werken ook altijd met een auto die voorrijdt om te kijken of er gecontroleerd wordt, daardoor worden ze bijna nooit gepakt.” Het dumpen zelf is vervolgens in enkele minuten gebeurd. De pallets met afval worden met touw aan een boom gemaakt,

Een afgelegen landweg, de sloot rechts vertoont nog tekenen van een afgraving in verband met bodemvervuiling

als ze dan wegrijden vliegt alles uit de bus en zijn de dumpers gelijk vertrokken. “als jij op een weggetje  ergens buitenaf in het stikkedonker voor en achter geen licht aan ziet komen dan kun je er gewoon vanuit gaan dat er niemand is, tenzij ik toevallig op die exacte plek aan het posten ben”, aldus Stuijts.

Volgens verschillende mediaberichten van o.a. Omroep Brabant en de NOS komt het ook voor dat criminelen het afval stiekem dumpen in mestkelders van boeren. Deze mest wordt vervolgens uitgereden over het land. Dit brengt vervolgens grote milieu en gezondheidsrisico’s met zich mee, omdat het chemische afval in de gewassen terecht kan komen. “Van deze dumpingen in mestkelders zijn inderdaad een paar gevallen bekend. Maar wij hebben bij de ZLTO, de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie, het gevoel dat het merendeel van de dumpingen eerder plaatsvindt op verlaten landweggetjes of in het bos. Wij hebben pas één keer meegemaakt dat er een boer naar ons belde met de mededeling dat er drugsafval op zijn land gedumpt was”, aldus Kathelijne de Wit, projectleider bij de ZLTO.

 

Volgens Stuijts klopt het inderdaad dat het vaak voorkomt in natuurgebieden. “Maar in bijvoorbeeld Baarle Nassau hebben we meegemaakt dat er bij een boer drugsafval is gevonden in zijn mestput. In sommige kelders past zo’n 15.000 kuub aan mest, als je daar dan 1000 liter van die rommel bij gooit zou dat in theorie niet op moeten vallen. Maar dankzij een chemische reactie veranderde de lucht in een soort kattenpis-achtige geur, duidelijk geen mestlucht, dat rook ik meteen.”

Naast het fysiek dumpen van vaten verzinnen de drugsproducenten steeds nieuwe manieren om van hun rommel af te komen. Zo worden voertuigen ingericht met speciale tanks en een aflaatsysteem om tijdens het rijden het afval te kunnen lozen. In de Brabantse gemeente Baarle-Nassau was in 2017 zelfs de gehele waterzuivering ontregeld omdat er als gevolg van een drugsdumping een grote hoeveelheid schadelijke chemicaliën in terecht waren gekomen.

Aanpak

De aanpak van deze dumpingen is lastig omdat de criminelen die erachter zitten steeds slimmer worden. De Politie houdt zich met name bezig met het aanpakken van de bron, dus de labs zelf. Naast deze harde justitiële aanpak van de ondermijnende criminaliteit wordt er door de provincie onder andere ingezet op het creëren van besef in de samenleving. Zo wordt er gewerkt aan een speciale campagne waarbij geurstrips uitgedeeld worden die ervoor moeten zorgen dat bijvoorbeeld fietsers en wandelaars de lucht van een lab of een dumping gaan herkennen.

Dré Stuijts (links) met een collega

Daarnaast wordt er met name in de grensstreek steeds strenger gecontroleerd op verlaten schuurtjes en stallen, omdat het verleden leert dat deze geliefd zijn onder fabrikanten van synthetische drugs zoals XTC en speed. Deze aanpak lijkt succes te hebben in de zin dat er met name in het zuidelijke deel van Brabant minder dumpingen worden ontdekt. Als gevolg hiervan lijken criminelen echter uit te wijken naar bijvoorbeeld West-Brabant, of het noorden van België. Stuijts denkt dat deze verhuizing met name voortkomt uit de strengere controles. “In Nederland is er heel veel leegstand, daar wordt goed op gecontroleerd. Maar leegstaande schuren in België, daar komt nooit iemand kijken tenzij er echt concrete informatie is dat iemand er misbruik van maakt. Het justitieel apparaat in België zit ook heel anders in elkaar. Als je daar gaat wonen en je inschrijft in een gemeente kun je na twee maanden zo een VOG (verklaring omtrent gedrag) krijgen en zou je bij wijze van spreken zo bij een schietvereniging kunnen. Iets wat in Nederland nooit zo simpel zou kunnen. Deze continue wisselwerking tussen Nederland en België door die lui, daar maken ze het justitie heel moeilijk mee.”

Waar de Politie en de provincie met name bezig zijn met opsporen en handhaven, houdt de ZLTO zich vooral bezig met het alert maken van de bij hen aangesloten boeren en tuinders. De Wit: “We proberen te stimuleren dat mensen zelf hun erf in de gaten houden en verdachte personen of voertuigen op de juiste plek melden om zo samen te zorgen voor een veilig buitengebied.”

Deze mix van bewustwording en handhaving zou ervoor moeten zorgen dat de overlast afneemt. In de werkelijkheid lijkt het soms slechts een druppel op een gloeiende plaat. De miljoenen die jaarlijks vanuit Den Haag beschikbaar worden gesteld om de strijd aan te gaan tegen drugscriminaliteit staan in schril contrast tegenover de miljarden die omgaan in het ondergrondse drugscircuit. “Het geld wat er nu beschikbaar komt is vooral voor ondermijning en komt bij de politie terecht. Dat is opzich goed want de politie heeft ook capaciteiten tekorten. Het geld wordt ingezet voor forensisch onderzoek. Op die manier hopen ze dat het een afschrikkende werking heeft voor de daders om het afval te dumpen”, aldus René Beijnen, projectleider fighting illegal dumping of synthetic drugs waste bij provincie Noord-Brabant. “Al blijft het een strijd die lastig te winnen is”, besluit Beijnen.

Compensatie

De kosten voor het opruimen van drugsafval kunnen hoog oplopen. De provincie Noord-Brabant geeft aan dat een reiniging gemiddeld 6 duizend euro kost. Deze bedragen zijn echter afhankelijk van de omvang en de locatie van de dumping. Bij een grote dumping in een natuurgebied, als een bodemsanering noodzakelijk is, kunnen deze kosten zelfs richting de 15 duizend euro gaan. De wet bodembescherming stelt dat de grondeigenaar verantwoordelijkheid draagt voor de toestand van de bodem. Dit houdt mede in dat de grondeigenaar aansprakelijk is voor de eventuele kosten die hierbij komen kijken. Het schrijnende aan de drugsdumpingen is dus dat dankzij deze wet niet de vervuiler, maar de grondeigenaar opdraait voor de opruimkosten. Deze is immers bij wet verplicht om te zorgen voor een gezonde bodem op zijn of haar grond.

Om de slachtoffers van dumpingen tegemoet te komen heeft het rijk de afgelopen 2 jaar telkens landelijk 1 miljoen euro over de provincies verdeeld om bij te dragen aan de opruimkosten. Via een subsidieregeling konden slachtoffers een aanvraag doen bij de provincie om tot maximaal 50% van de kosten vergoed te krijgen. Per 2018 is deze regeling echter verstreken. Aangezien er nog geen nieuw alternatief voor handen is, betekent dit dat vanaf dit jaar grondeigenaren weer voor de volle 100% aansprakelijk zijn voor de kosten die worden gemaakt bij het opruimen. Dit kan echter nog veranderen als de Tweede kamer tijdens het bespreken van de begrotingsplannen alsnog besluit om toch weer 1 miljoen uit te trekken voor het opruimen van drugsafval.

Maar waarom nu juist in Brabant?

De vraag die blijft is waarom dit bovenstaande zich nu juist in Brabant voordoet. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te noemen zoals de gunstige ligging en een verleden van criminele activiteit in de regio.

Brabant ligt om te beginnen dicht bij de Belgische grens, wat het van oudsher al een gunstig gebied maakt voor o.a. smokkelpraktijken. Daarnaast ligt het erg centraal tussen de grote havens van Rotterdam en Antwerpen, wat het mogelijk maakt om geproduceerde drugs snel uit te voeren en op de internationale markt aan te bieden. Maar of het feit dat Brabant een grensprovincie is ook echt een verklaring is voor de grote hoeveelheid drugscriminaliteit, lijkt lastig aan te tonen. Vooral omdat de problemen in de oostelijke grensprovincies, aan de Duitse grens, zoals Gelderland en Overijssel aanzienlijk kleiner zijn.

Er zijn mensen die beweren dat het aan de aard van de Brabander zou liggen, maar volgens Beijnen kun je daar niet zomaar vanuit gaan: “Dit soort dingen ontstaan door de omstandigheden die er zijn, de gelegenheid maakt de dief zullen we maar zeggen. We hebben in Brabant op het moment bijvoorbeeld veel te maken met leegstand in oude boerderijen. Dit biedt mogelijkheden om drugslabs te vestigen, vooral als boeren persoonlijk benaderd worden door deze criminelen om hun schuur te verhuren.” De grens draagt dus misschien wel bij aan een gunstiger klimaat voor dit soort criminele activiteiten, maar doorslaggevend is deze allerminst.

Dat je niet met zekerheid kunt stellen dat het aan ‘de Brabander’ ligt neemt echter niet weg dat Brabant van oudsher al het toneel is van soortgelijke criminele organisaties. “Vroeger had je in Brabant bijvoorbeeld te maken met illegale jeneverstokerijen. Toen er voor deze producten geen verboden meer waren, viel de reden weg om door te stoken en werd er gezocht naar nieuwe manieren en producten om geld mee te verdienen. Dit begon in eerste instantie met wietteelt, maar in de jaren 90 is toen de amfetamine en xtc productie ontstaan”, vertelt Beijnen over deze geschiedenis. Wat je volgens Beijnen dus ziet is dat de de netwerken er al langere tijd zijn, maar dat de middelen waarin gehandeld wordt veranderen. Beijnen verwijst ook naar onderzoeken van Bureau Emma en het WODC. Zij hebben onderzoek gedaan naar criminele families in Brabant. Daaruit blijkt dat volksbuurten in Brabant, ontstaan uit armoede en achterstand, een verband houden met deze criminele families die al generaties lang hun werk voortzetten.

Pieter Tops heeft in het boek ‘De achterkant van Nederland’ (2016) aangegeven dat de drugscriminaliteit in Brabant ook komt doordat er een lange tijd gezag afwezig is geweest. Dan ontstaat er ruimte en tijd om dit soort criminele dingen te doen. Die afwezigheid van gezag kwam door bezuinigingen. Dat is wel een aantal decennia geleden, vanaf 1900 tot ongeveer de jaren 60.” vertelt Beijnen.

Uiteindelijk zorgen deze cultureel-historische aspecten, in combinatie met de gunstige ligging en de kleine pakkans dat de drugscriminaliteit kan floreren in het Brabantse land. Met de vele dumpingen als gevolg.

 

2 oktober 2018, Tilburg, Ward van Cuyck & Floortje Steigenga