Refugees are human beings

 

Steeds meer mensen zijn tegen de komst van asielzoekers en asielzoekerscentra ’s (hierna AZC’s) in Nederland. Zij zijn bang voor criminaliteit en vinden dat ons eigen volk eerst geholpen moet worden. Is deze angst terecht?

 

Media

September 2015, Almere, iets na middernacht. Een 18-jarige vrouw loopt samen met haar vriendin naar de taxistandplaats in de buurt, wanneer zij uit het niets wordt besprongen door drie mannen. De mannen randen haar aan. Wanneer haar vriendin ingrijpt, geven de mannen uiteindelijk op. De politie arriveert niet veel later, en kan de mannen al snel aanhouden. De mannen zijn drie asielzoekers, gevlucht uit Syrië en wonen in het AZC in de buurt. Dit is een voorbeeld van een incident zoals dat de afgelopen jaren veelvuldig in de media is verschenen, waarbij asielzoekers zijn betrokken. In veel van deze artikelen wordt de indruk gegeven dat de komst van een AZC gepaard gaat met criminaliteit. Als lezer van bijvoorbeeld een (online) krant, kan dit veel angst opwekken. Een anonieme woordvoerder* van ‘geen AZC in Beverwaardbevestigt dit: “Wij zijn vooral bang voor criminaliteit en voor het nieuws dat wij horen en lezen. Laatst verscheen bijvoorbeeld dat na onderzoek van  diverse hoogleraren is gebleken dat 60% van de vluchtelingen posttraumatische stres stoornis (PTTS) heeft, 60% een depressieve stoornis en dat 44% beide heeft. Beverwaard kan deze mensen met deze psycho sociale problemen er niet bij hebben.” Naast deze incidenten met vluchtelingen die in verschillende media aan het licht komen, speelt ook criminaliteit onder onze eigen bevolking een grote rol in het protest tegen de vluchtelingenstroom. “Ik heb het laatst zelf ervaren tijdens het winkelen. Een jongen werd achterna gezeten door de politie, en die jongen verloor zijn pistool vlak voor mijn neus. Niet echt fijn, toch? Er zijn nog veel meer van dit soort incidenten in onze wijk, je kan ze zo op het internet vinden. Wij kunnen al die gelukszoekers er niet bij gebruiken.”

 

Verdachten

Wanneer we de cijfers van voorafgaande jaren bekijken, krijgen we een heel ander beeld dan wanneer we de media moeten geloven. De criminaliteit onder asielzoekers lijkt alleszins mee te vallen. We kijken naar het meest recente onderzoek van Arjen Leerkens uit 2007, dat crimineel gedrag onder asielzoekers onderzoekt.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 21.25.16

Figuur 1

 

Uit figuur 1 is af te leiden dat er een samenhang is tussen de status en het gedrag van de asielzoekers. Van de 34.000 asielzoekers die nog in een procedure verwikkeld zijn, worden er in 2004 ruim 1800 (5,4 procent) verdacht van een misdrijf. Asielzoekers in procedure komen dus beduidend vaker in aanraking met de politie dan asielzoekers die een geldige verblijfsstatus hebben. Ook op allerlei andere vlakken zoals geslacht, leeftijd en burgerlijke status zijn grote verschillen zichtbaar.

Zo is te zien dat mannen, net als alleenstaanden, vaker verdachte zijn dan vrouwen en is te zien dat adolescenten (18 t/m 24 jaar) tweemaal zo vaak in aanraking met de politie dan ouderen.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 21.25.00Schermafbeelding 2016-01-03 om 21.25.00Schermafbeelding 2016-01-03 om 21.25.00

Figuur 2

 

Wanneer we de leeftijdscategorieën uit figuur 1 vergelijken met die uit figuur 2, zien we dat crimineel gedrag onder zowel Nederlanders als asielzoekers flink wat hoger is rond twintigjarigen. Op het eerst oog lijkt dit bij de asielzoekers aanzienlijk hoger te liggen

dan bij autochtone Nederlanders. In figuur twee is namelijk te zien dat van de twintigers zo’n 39 op de 1000 autochtone Nederlanders geregistreerd staat als dader. Dit zijn 6.551.200 Nederlanders, zo’n 3.9% van de totale bevolking. Hierdoor lijkt dit verschil dus groot, maar er zit een nuance in het verhaal. In de rekensom is gerekend met enkel autochtonen als dader, die zijn verrekend met de totale bevolking, dus ook allochtonen. In werkelijkheid zal dit percentage hoger zijn. In figuur 1, die gaat over asielzoekers, is gekeken naar verdachten. Niet iedereen van hen zal ook daadwerkelijk een dader zijn. Het percentage in die tabel zal dus ook wat lager liggen. Hierdoor liggen beide percentages al een stuk dichterbij elkaar.

 

Aard van misdrijf

Ook wanneer we naar de aard van het delict kijken, zien we grote verschillen. Asielzoekers maakten zich in de periode 1996 tot 2004 vooral schuldig aan (winkel)diefstal. Ook valsheid in geschrifte, met reisdocumenten, kwam relatief vaak voor. Daarnaast plegen zij relatief veel kleine geweldsdelicten, zoals een vechtpartij. Deze vinden vaak binnen de muren van een AZC plaats, en krijgen wij hier weinig van mee. Als we dit vergelijken met de soorten delicten die veelal in Nederland plaatsvinden, zorgt dit voor vrij weinig overlast. Delicten die hier hoog in de ranglijsten staan, zijn onder andere: inbraak, vernieling, verkeersmisdrijven en gewelds- en seksuele misdrijven. Dit zijn verhoudingsgewijs zwaardere misdrijven waarbij altijd een tweede partij slachtoffer is.

Natuurlijk zijn er ook asielzoekers die wel zware delicten plegen. Gebleken is dat deze mensen vaak niet meer in de AZC’s verblijven. Een groot deel van hen heeft een ongewenst verklaring gekregen, en is óf in afwachting van een bezwaarprocedure, of kan wegens gevaar niet terug worden gestuurd naar hun vaderland. Het andere deel van de groep bestaat vaak uit ex-asielzoekers die zich als vergunninghouder gevestigd heeft. Zij hebben banden met landgenoten of personen met dezelfde achtergrond, en maken vaak deel uit van een crimineel netwerk. Vaak zien zij Nederland als tijdelijke verblijfplaats, en is er sprake van ‘criminele emigratie’.

Ook Jan Willem Anholts, woordvoerder van het centraal orgaan voor asielzoekers (hierna COA) bevestigt dat het vooral kleine delicten zijn. ”Uit onderzoek blijkt dat door asielzoekers geïmporteerde ernstige en gewelddadige criminaliteit zeer uitzonderlijk is.” Hij verwijst naar een onderzoek van de Universiteit van Groningen uit 2002. Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een discussie over een rapport van de Groningse politie. In het onderzoek zijn verschillende AZC’s met elkaar vergeleken aan de hand van politiecijfers.

Vluchtelingenwerk

Wanneer we alle cijfers op een rijtje zetten, zien we dus dat asielzoekers wel iets meer crimineel gedrag vertonen, maar dat het percentage niet veel hoger ligt dan dat van de rest van Nederland. Ook zien we dat er grote verschillen zijn in de aard van het delict. Djamil al Awad, zelf gevlucht uit Syrië, verbaast dit niets. “We worden heel erg geholpen de Nederlandse samenleving in te komen. We leren de taal, wonen tussen de mensen en studeren hier. Ook krijgen we snel asiel, en hebben we geen reden of tijd om met politie in aanraking te komen.” Helma Frank, van stichting vluchtenlingenwerk: “Wij proberen hen hier zo goed mogelijk bij te begeleiden. Ze hebben recht op een goede inburgering, en wij proberen hen hiermee bezig te houden.” Misschien moeten we voortaan dus niet meteen met onze vinger naar een ander, de asielzoeker, wijzen.

 

*De woordvoerder van ‘Geen AZC in Beverwaard’ wenst in verband met zijn veiligheid en werk niet bij naam genoemd te worden.