De Nederlandse stations worden al sinds 2001 bezet met AH to go winkels, maar in die vijftien jaar tijd is er nog nooit een andere supermarkt verschenen op de NS stations.

Op zich geen probleem zou je zeggen, maar deze vorm van monopolie zorgt wel voor hoge prijzen. Als er bijvoorbeeld een Jumbo to go langs zou zitten zou je zeggen dat de prijzen wel móeten dalen, maar volgens Maurice, persvoorlichter bij Albert Heijn, ligt dat anders: ‘’Bij de totstandkoming van verkoopprijzen kijken wij altijd kritisch naar onze kostprijzen en verkoopprijzen in de omgeving waarin wij opereren. AH to Go heeft te maken met een andere marktwerking (kenmerken en kosten) dan Albert Heijn. Dat heeft ook invloed op de prijs en die kan daarom afwijken.’’

Vragen die nu logischerwijs volgen zijn waarom er juist voor AH to go is gekozen en waarom er dan geen concurrenten op de stations toetreden. Deze vragen leidden ons onderzoek. Vol goede hoop benaderden we Jumbo, want dit is in principe de benadeelde partij. Tot onze verbazing wilden zij niet reageren omdat dit ‘concurrentiegevoelige informatie’ is. In plaats daarvan kregen we de 7 zekerheden toegeschoven. Ook fijn.

Ondertussen werd al wel duidelijk dat NS de Ah to go winkels exploiteert. Voor de hand ligt dus dat zij er daarom zelf bij gebaat zijn om geen concurrenten toe te laten. Naar aanleiding hiervan benaderden we hoogleraren, de autoriteit consument & markt en de consumentenbond. De laatstgenoemden wilden/konden beide niets kwijt over onze kwestie, en hoogleraren reageerden gevarieerd. De een vond het een storm in een glas water, terwijl de ander er wel degelijk problemen in zag. Zo werd het ‘monopolie’ al snel gelinkt aan Artikel 24 uit de Mededingingswet, ofwel het verbod van misbruik van economische machtsposities. Genoeg materiaal dus om voor te leggen bij NS en/of Albert Heijn.

Albert Heijn en NS gaven het spreekwoordelijke vingertje wijzen en van het kastje naar de muur gestuurd worden een nieuwe betekenis. Beide partijen vonden zichzelf niet de aangewezen partij om onze vragen te beantwoorden, maar gaven elkaar wel als suggestie op. Nadat ze ons minimaal vijf dagen hadden laten wachten uiteraard.

Door al het oponthoud en de onduidelijkheid die we kregen hebben we niet de conclusies kunnen trekken die we vooraf in ons hoofd hadden. Wegens een deadline hebben we er helaas niet meer van kunnen maken. We zouden het aanmoedigen als er een andere onderzoeksjournalist is die deze kwestie wél weet te ontrafelen.