Nederland wil asielzoekers die geen verblijfsvergunning krijgen stimuleren om het land vrijwilliger verlaten. Dit doen ze onder andere door het bieden van cursussen, materialen en geld. Met het idee dat de vluchtelingen een nieuwe kans in hun thuisland krijgen.

Eén van die organisaties die cursussen aanbied is IETA. Het afgelopen jaar hebben zij aan ruim dertig asielzoekers een nieuw vak geleerd. In de cursus van ongeveer tweehonderd uur leert de asielzoeker bijvoorbeeld auto’s te repareren, websites te bouwen of bijzondere gerechten te bereiden.

Van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) krijgen zij subsidie om de cursussen te kunnen bieden. Veel kosten worden bespaard doordat de cursussen door vrijwilligers worden gegeven. Eén van die vrijwilligers is Andries Kieven. Hij gaf voor zijn pensioen ICT-les aan gedetineerden in de gevangenis. Nu verzorgt hij ICT-cursussen bij IETA. “Sommige cursisten moeten echt de basis leren zoals het opstarten van een computer en hoe Windows werkt. Andere cursisten zijn al een stuk verder en krijgen les in het bouwen van een website.”

De cursist kan aan het eind van de cursus een plan inleveren, dat ze willen uitvoeren in hun thuisland. Als het plan goedgekeurd wordt door IETA mag de cursist materialen op kosten van de stichting kopen.

“Zo was er bijvoorbeeld een vrouw uit Albanië die een stroopwafelkraam wilde beginnen in haar thuisland”, vertelt Ina Caspers, projectleider bij IETA. “Bij ons volgde ze de cursus en kreeg ze een stroopwafelijzer en is inderdaad een kraam begonnen in Albanië.”

Toepassen in het thuisland

Hoewel deze vrouw in Albanië ook werkelijk aan de slag is gegaan met haar opgedane kennis, is dat van veel cursisten niet bekend. “Dat weten we eigenlijk alleen als de oud-cursist weer contact met ons opneemt”, moet Caspers bekennen. “IETA is nu nog erg jong, maar misschien moeten we in de toekomst beter monitoren wat er met onze oud-cursisten is gebeurd.”

Ook Kieven weet niet wat zijn oud-cursisten doen met het geleerde. “Je geeft de cursisten iets, zowel kennis als materialen, maar er is geen garantie dat ze daar ook echt wat mee doen.”

Naast IETA, die vooral actief is in het noorden van Nederland, biedt ook Solid Road vergelijkbare cursussen aan. Zij zijn actief door het hele land. Ook bij Solid Road zijn ze bekend met het probleem dat cursisten niets met hun verkregen kennis doen. Oprichtster Yvonne Bussche noemt een voorbeeld van een man uit Armenië, “die heeft hier een training webdesign gevolgd en werkt nu in Armenië als beveiliger.”

Terugkeerbonus

Ondanks het feit dat er op de website van Solid Road een rekeningnummer staat waar giften op gestort kunnen worden, ontvangt de stichting de meeste inkomsten vanaf de overheid. Naast de cursus kunnen asielzoekers na het volgen van een training een zogeheten ‘terugkeerbonus’ krijgen van 1500 euro.

Eind februari kwam de omstreden terugkeerbonus nog in het nieuws omdat Oekraïners de regeling zouden misbruiken. Bussche laat weten dat frauderen bij hen niet zo makkelijk gaat. “Die 1500 euro krijgen ze niet contant, dat mag niet van de overheid. Wij controleren via de bonnetjes of de 1500 euro ook echt aan goederen wordt uitgegeven.”

Volgens Bussche is het niet mogelijk om het geld in het buitenland aan andere dingen te besteden, “De helft van het geld moét zelfs in Nederland worden uitgegeven. Nadat het vliegticket geboekt is, gaan we de spullen kopen.” De stichting heeft in de thuislanden van de asielzoekers contacten die nagaan of er ook echt materialen van het geld worden gekocht.

Helemaal fraudeproof is het systeem met de terugkeerbonus niet. Op de vraag of het dan in theorie mogelijk is om een cursus hier te volgen, waarvan je eigenlijk al weet dat je er toch niets mee gaat doen in je thuisland, om vervolgens met de 1500 euro een peperdure laptop te kopen, antwoordt Bussche bevestigend. “Je mag ook al het geld hier besteden.”

Kwaliteit van de cursus

De cursussen worden bij beide stichtingen door vrijwilligers gedaan. De DT&V vraagt om een verklaring omtrent gedrag bij de vrijwilligers, maar verder zijn de stichtingen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de cursussen. Bussche: “De controle voeren wij zelf uit. Wij kiezen zelf de mensen uit die kwaliteit kunnen bieden. De overheid speelt daar totaal geen rol in. Zij besteden dat eigenlijk aan ons uit.”

De docenten komen zelf veelal uit het vak wat ze nu doceren tijdens de cursussen. Kieven: “Mijn cursisten leer ik de basis van een website bouwen. Het doel is niet om ze een flitsende website te laten bouwen, daar is te weinig tijd voor. Maar ze kunnen wel een simpele website maken om zichzelf te presenteren. Dat is vaak al heel wat in hun land.”

Na afloop van de cursus krijgen de cursisten een certificaat. Maar wat kunnen ze daar eigenlijk mee? “Helemaal niets”, laat Caspers weten. “We hebben geen internationale erkenning, dus het certificaat zegt eigenlijk weinig. Het heeft alleen een symbolische waarde.”

Voor dit onderzoek is contact opgenomen met het DT&V voor een reactie, maar zij waren niet in staat binnen de bepaalde tijd te antwoorden.

Foto credit: Pixabay