Ieder jaar worden er naar schatting honderdduizenden mensen door mensenhandelaren de Europese Unie binnengesmokkeld. Maar liefst een kwart van de gemelde slachtoffers van mensenhandel heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarom is het ontzettend belangrijk om aandacht te geven aan de mensenhandel problematiek in Nederland. In dit onderzoek wordt gekeken naar hoe groot de problematiek precies is in Nederland en wat er precies in werking wordt gesteld om mensenhandel te voorkomen.

Volgens Nick de Jong, adviseur Aanpak Mensenhandel bij het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha), is het heel lastig om de precieze grootte van de problematiek in kaart te brengen. “Het aantal slachtoffers is in potentie een goede graadmeter. Doordat signalen van mensenhandel op grote schaal nog niet herkend worden dor professionals, men niet weet wat men met signalen moet doen en organisaties (zoals jeugdzorg) niet structureel slachtoffers van mensenhandel melden. Op dit moment kan er niet zondermeer gesteld worden dat de huidige cijfers een waarheidsgetrouw beeld geven,” aldus De Jong. De afgelopen jaren lag het gemiddelde gemelde slachtoffers in Nederland op 1500 per jaar. “Deze gegevens hoeven niet uitsluitend te betekenen dat mensenhandel meer voorkomt in Nederland dan in onze buurlanden. Omdat Nederland een voorloper is in de registratie en rapportage omtrent het voorkomen van slachtofferschap staat Nederland in de schijnwerpers,” zegt De Jong. “Als je Nederland vergelijkt met andere landen dan kan je ook zeggen dat Nederland juist een voorloper is als het gaat over de aanpak en bestrijding van mensenhandel. Zeker wat betreft de signalering en het in kaart brengen van de problematiek.”

Veel mensen halen mensenhandel en mensensmokkel vaak door elkaar. In het werkveld is er echter een duidelijke scheidslijn tussen mensensmokkel en mensenhandel. Hoewel dit niet altijd terecht is. Mensenhandel kan bijvoorbeeld voortvloeien uit mensensmokkel, door alle kwetsbaarheden die illegaliteit met zich meebrengt. Bij mensenhandel gaat het vooral om economische uitbuiting, dat vaak gepaard gaat met dwang, geweld, chantage en misleiding. Hiervan zit 90 procent van de slachtoffers in gevangen in de seksindustrie, 5,6 procent wordt gebruikt voor economische uitbuiting. In 2015 lag het percentage minderjarige slachtoffers nog rond de 22 procent.

Aanpak onder druk

Sinds de Europese vluchtelingenstroom een vluchtelingencrisis is werd in 2015, is er meer aandacht gekomen voor de aanpak van mensensmokkel. Hierdoor staat de aanpak van mensenhandel onder druk. Dit is ook merkbaar bij het Nederlandse politiekorps. “Voornamelijk door de vluchtelingencrisis is de aanpak van mensenhandel onder druk komen te staan,” zegt Joop Kemperman, woordvoerder van de politie. “Door de personele reorganisatie was het lange tijd niet mogelijk om mensen van buiten aan te nemen, zodat veel specialistische plaatsen niet ingevuld konden worden bij de Afdelingen Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel.” Deze afname in de aandacht voor mensenhandel heeft geleid tot minder geregistreerde slachtoffers en minder strafzaken. De cijfers uit het eerste half jaar van 2016 zijn gehalveerd ten opzichte van die uit het eerste halfjaar van 2015.

“Onbegrijpelijk,” vindt Nick de Jong (CoMensha). “Het kan niet de bedoeling zijn dat als een rechercheur een andere positie wordt toebedeeld, dat de positie bij mensenhandel niet meer wordt aangevuld. Hierdoor vloeit er deskundigheid weg. Opvanginstellingen voor slachtoffers van mensenhandel hebben te maken met lege bedden, terwijl slachtoffers in de uitbuitingssituatie blijven.” Herman Bolhaar, voorzitter van het Openbaar Ministerie en de politievakbond ACP roepen daarom om meer geld vrij te maken voor veiligheid.

Voor minister Van der Steur zijn de daling van resultaten in de aanpak van mensenhandel reden tot zorg. Daarom is hij onlangs met de politie, het Openbaar Ministerie en de Koninklijke Marechaussee in overleg gegaan om de aanpak van mensenhandel te verbeteren. Dit heeft geleid tot een set aan concrete maatregelen. Zo wordt er vanaf 2017 meer geld geïnvesteerd, bijvoorbeeld in het aantal rechercheurs die zijn gecertificeerd om mensenhandelzaken op te pakken.

 

Uitbuiting in Amsterdamse horeca

Bij seksuele uitbuiting gaat het bijna altijd om vrouwen en meisjes die gedwongen worden om seksuele handelingen te verrichten met mannen tegen betaling. De slachtoffers zien vaak maar weinig terug van het verdiende geld. Bij arbeidsuitbuiting gaat het meestal om mannen, niettemin worden vrouwen hier ook zeker slachtoffer van. Zij moeten bijvoorbeeld tegen een hongerloon werken in de horeca, schoonmaakbranche of huishouden.

Onlangs besteedde het programma Brandpunt aandacht aan de zaak van Tiberiu Palade, een gedreven Roemeen die al twintig jaar zijn geld verdient in de Amsterdamse horeca. Volgens hem en zijn collega’s worden mensen in delen van de Nederlandse horeca structureel onder het minimumloon betaald, voor een groot deel zwart, onderdrukt en bedreigd.

Bekijk hier de reportage van Brandpunt bij uitzending gemist.

275 miljoen

Belastingexpert Peter Kavelaars, deed een schatting van wat de Nederlandse staat jaarlijks misloopt aan belastinginkomsten door al die frauderende horecabazen. Volgens hem komt dit uit op 275 miljoen euro per jaar en weten ze bij de belastingdienst ervan af, maar doen ze er niks aan. Volgens een onderzoeksrapport van Europol zal seksuele- en economische uitbuiting de komende jaren alleen maar groeien. De meeste slachtoffers zitten vaak in een kwetsbare situatie waardoor ze geen andere keuze hebben.

 

Instanties in Nederland

In Nederland zijn er verschillende instanties die zich bezighouden met mensenhandel, zoals: Comensha, Fairwork en CKM (Centrum Kinderhandel en Mensenhandel). Deze organisaties zijn er vooral voor de slachtoffers van mensenhandel. Zij zorg en voor opvang van slachtoffers en bieden ze hulp aan om ze weer de maatschappij in te krijgen. Sinds de decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten en de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) hebben gemeenten meer ruimte om beleid te maken. “De vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag zijn zich bijvoorbeeld heel bewust van de problemen. Wat dat betreft zijn zij de voorloper. Maar er zijn ook gemeenten die ontkennen dat er in hun gemeente mensenhandel plaatsvindt,” aldus De Jong (CoMensha).

“Als we kijken over een periode van de laatste tien á vijftien jaar dan kunnen we zeggen dat de perspectieven echt wel zijn gegroeid. Organisaties hebben hun expertise verhoogd, er zijn nieuwe opvanglocaties en er is juridische ondersteuning,” zegt De Jong. Bij een aangifte van mensenhandel of informatie over dit onderwerp wordt er meestal een onderzoek ingesteld door de politie. Er wordt echter niet altijd direct een onderzoek gestart. Door beperkte onderzoekcapaciteit moeten er prioriteiten worden gesteld.

Door intensivering van de samenwerking tussen strafrecht-, vreemdelingenrecht- en zorgketen kan er flinke progressie worden geboekt. Dat denkt De Jong. “Als instanties elkaar beter weten te vinden, dan kunnen de slachtoffers bijvoorbeeld sneller hulp krijgen.”

Wat kan er beter?

Er komt een grote verantwoordelijk te liggen bij alle gemeenten in Nederland. De commissie-Lenferik heeft geadviseerd om een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren op te zetten. Een zorgcoördinator zou het gehele zorgproces kunnen versnellen volgens De Jong: “Zij kunnen kennis overbrengen en ondersteuning bieden bij strafrechtelijke en zorginhoudelijke procedures. Zij vormen een verbinding tussen strafrecht- en de zorgketen en coördineren de zorg en hulpverlening. De eerste zorg en opvang wordt in bepaalde regio’s al gecoördineerd door zorgcoördinatoren. Er zijn echter diverse regio’s waar geen zorgcoördinatoren werkzaam zijn. En in die gebieden coördineert CoMesnha op afstand. Het is nu aan de gemeenten om met voorstellen te komen en te gaan kijken hoe zij dit netwerk willen invullen en financieren.”

 

Bewustwording

De signalen van mensenhandel zijn niet altijd snel te herkennen maar toch zijn er een paar die ertoe kunnen duiden: in het bezit zijn van een vals paspoort, illegaal verblijven in Nederland, ernstige schulden hebben, sporen van lichamelijke mishandelingen dragen of niet over een eigen woonruimte beschikken. “Scholen, woningbouwcoöperaties, wijkteams, gemeenteambtenaren, AZC-medewerkers en ook burgers moeten zich bewust zijn van signalen van mensenhandel en leren hoe ze dit kunnen herkennen,” stelt De Jong.